Be prepared for the real Holocaust

column vrijdag 10 februari 2006

Dirk Verhofstadt

We mogen niet lachen met de profeet Mohammed. Dat vinden althans enkele duizenden radicale moslims die vlaggen en gebouwen in brand steken om hun ongenoegen te uiten tegenover enkele cartoons die in het westen werden gepubliceerd. Wat ze eisen is niet meer of niet minder dan een (wettelijke) beperking van de vrijheid van meningsuiting, een van de fundamentele liberale grondrechten. Eeuwenlang hebben onze voorouders gevochten om onder het juk van de katholieke kerk te geraken, om niet langer bedreigd te worden omwille van hun persoonlijke mening en om alle boeken te mogen lezen die ze wilden. Die vrijheid hebben ze grondwettelijk afgedwongen. Het maakt van mensen mondige en kritische burgers die zich niet neerleggen bij dogma’s en oekazes van politieke of religieuze leiders. Het laat mensen toe om te geloven waarin ze willen en hoe ze hun levensplan willen invullen. De vrijheid van meningsuiting vormt samen met de scheiding van kerk en staat, de gelijkwaardigheid van alle mensen en het recht op zelfbeschikking de kern van onze democratie. Daar mag onder geen enkel beding aan geraakt worden. In die zin moeten we elke vraag of eis voor een inperking van de vrije meningsuiting verwerpen.

Het kan goed zijn dat moslims zich gekwetst voelen door dergelijke cartoons. Evenzeer voelen christenen en joden zich beledigd als hun symbolen bekritiseerd worden. En worden ongelovigen en atheïsten verketterd omwille van hun gebrek aan godsvrucht. Kwetsen is juist een belangrijk onderdeel van elke democratie. Een democratie bestaat alleen maar door de geweldloze confrontatie van ideeën, het verschil van geloof en overtuiging, de bestrijding van bepaalde opvattingen en de discussie met andersdenkenden. Een democratie is alleen mogelijk als men tegengestelde meningen toelaat en die via een vrije, onafhankelijke pers aan bod laat komen. Het is opvallend dat het protest komt uit landen die geen democratieën zijn, geen persvrijheid kennen en omwille van politieke of religieuze redenen geen afwijkende meningen toelaten. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat in dictatoriale landen als Syrië, Iran, Pakistan en Afghanistan georganiseerd protest komt tegen onze vrije meningsuiting. Hun leiders vinden het prima dat men tegen de door ons geprezen vrijheid van meningsuiting protesteert, net omdat ze zelf die vrijheid niet willen en kunnen tolereren.

De vrijheid van meningsuiting is een kostbaar maar ook kwetsbaar goed. Het betekent niet dat men alles mag zeggen. De wet staat geen laster of eerroof toe, geen racisme of negationisme. Dat zijn bepalingen die heel duidelijk maken waar de grenzen van die vrijheid liggen. En daar zijn in het verleden ook processen rond gevoerd. In de loop van de voorbije jaren zijn er diverse uitspraken geweest waarbij overtreders op basis van deze wetgeving veroordeeld of vrijgesproken werden, maar steeds strookte dit met het algemeen rechtvaardigheidsgevoel in onze samenleving. Wat nu gevraagd, of liever geëist, wordt is echter ongezien en maatschappelijk onaanvaardbaar. Het gaat hier immers om een grondrecht dat ons als burgers beschermt tegen aanvallen van religieuze groepen, leiders en andersdenkenden. Als we dit zouden loslaten, als we hierop ook maar het minste zouden toegeven dan leveren we ons over aan interpretaties, aan dogma’s aan fundamentalisme.

Opvallend waren de reacties van onze allochtone politieke vertegenwoordigers op de gewelddadige reacties in het buitenland. Zogenaamde progressieven als Fouad Ahidar (Spirit) en Meyrem Almaci (Groen) uitten hun reserves over de draagwijdte van de vrije meningsuiting en stelden zich de vraag of ‘kwetsen’ wel kan in een democratie. Wat een bekrompenheid? Wat een negatie van onze democratische waarden? Wat een capitulatie voor een belangrijk aspect van onze vrijheid? Een klare stem kwam van Mimount Bousakla (SP.A) die onomwonden stelde dat ‘alles mag en alles kan’. Een heldere uitspraak die duidelijk maakt dat men de vrijheid van meningsuiting niet een beetje kan inperken omdat een groep mensen of hun leiders vinden dat ze het niet eens zijn met iemands uitspraken. In plaats van bij ons een inperking van de vrije meningsuiting te bepleiten, zoals sommige vertegenwoordigers van Spirit en Groen voorstellen, zou men moeten opkomen voor het recht op vrije meningsuiting in die landen waar de meest elementaire rechten geschonden worden, waar andersdenkenden onderdrukt worden, en waar ongelovigen en atheïsten met de dood bedreigd worden.

Extreemrechtse politici wrijven zich de voorbije dagen in de handen. Zij waarschuwen immers al lang tegen het fundamentalisme binnen de moslimwereld en klagen hun intolerantie en dogmatisme aan. Nu staan ze op de eerste rij om te protesteren tegen de reacties van moslims op de Deense cartoons. Hun verontwaardiging is echter selectief en derhalve ongeloofwaardig. Enkele weken terug klaagde Vlaams Belang kamerlid Francis Van den Eynde nog de directie van het Nieuwpoorttheater aan naar aanleiding van de opvoering van het toneelstuk Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen. Daarbij werd een affiche getoond van Maria met een ontblote borst. Voor het Vlaams Belang was dit in strijd met het ‘christelijke’ Vlaanderen. ‘Het is overduidelijk dat dit alles voor vele Vlamingen, christelijk of niet, zeer pijnlijk overkomt’, zo schreef Van den Eynde. Deze selectieve verontwaardiging staat haaks op het liberalisme. Liberalen geloven in de vrijheid van expressie en aanvaarden geen enkele inperking ervan. Extreemrechts erkent alleen kritiek op de islam en niet op het christendom. Het essentiële verschil tussen liberalen en extreemrechts is dat de eersten opkomen voor de vrijheid van elk individu. Extreemrechts is - net als de radicale moslims - niet uit op een versterking van de individuele vrijheid of de gelijkwaardigheid van elke mens, maar wil vreemdelingen, andersdenkenden, vrouwen en homoseksuelen onderwerpen aan hun bedenkelijke waarden en tradities.

Tijdens een protestbetoging in Londen tegen de cartoons hield een gesluierde moslima een bordje omhoog met de tekst ‘Be prepared for the real Holocaust’. Een onvoorstelbaar gruwelijke tekst. In de loop van de Tweede Wereldoorlog werden zes miljoen joden uitgemoord, een drama dat werd aangeduid met het begrip ‘Endlösung’. Nu dreigen radicale moslims om een massamoord uit te voeren op andersdenkenden. Dit ligt volkomen in de lijn van toonaangevende islamitische leiders zoals Osama Bin Laden en Ayman Al Zawahiri die het ‘decadente’ westen willen vernietigen, van de Taliban die oproepen doen tot een nieuwe heilige oorlog, en van de Iraanse president Mahmoed Ahmadinejad die Israël van de kaart wil vegen. Let op het woord ‘real’. Het zegt tegelijk dat de jodenuitroeiing onder de nazi’s niet heeft plaatsgevonden en dat de ‘ongelovigen’, ‘andersdenkenden’ en vooral de joden er nu wél aan moeten geloven. Ook hier loopt een band tussen radicale moslims en extreemrechts. Op internationale bijeenkomsten staan ze in hun virulente antisemitisme zij aan zij. Zoals in Moskou in 2002 waar zowel de radicale islamist Ahmed Rami als de extreemrechtse Bulgaar Volen Siderov – een geestesgenoot van het Vlaams Belang en met wie Marie Rose Morel zo graag op de foto staat – samen hun banbliksems tegen de joden verkondigden.

In feite komt al die commotie voor de Deense cartoons – die eigenlijk al verschenen in de maand september – de radicale moslims nu goed uit. Het maskeert de onaanvaardbare praktijken die in tal van de moslimdictaturen gaande zijn. De (georganiseerde) rellen komen er op het moment dat Hamas, die de Palestijnse verkiezingen won, weigert om haar terreur af te zweren en het bestaansrecht van de staat Israël te erkennen. Op het moment dat Iran weigert om experts van het Internationaal Atoom Agentschap toe te laten en haar nucleair programma absoluut wil doorzetten. Op het moment dat diverse islamitische staten opnieuw de sharia invoeren. Op het moment ook dat steeds meer moslimvrouwen in opstand komen tegen hun onderdrukte positie in het gezin en de samenleving. De furieuze reactie van radicale moslims tegen enkele flauwe cartoons is veel meer dan een uiting van ‘gekrenkte eer’. Het demonstreert het enorme belang dat de radicale mannelijke moslims hechten aan de letterlijke interpretatie van hun ‘heilige’ teksten. Het toelaten van de minste kritiek of interpretatie zou immers hun machtspositie, vooral ten aanzien van de vrouwen, ondermijnen, en dat willen ze kost wat kost vermijden.



Dirk Verhofstadt

Dirk Verhofstadt

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

4de Karl Popperlezing met Hans Achterhuis

Deze lezing vindt plaats op dinsdag 5 oktober om 20u in het Liberaal Archief, Kramersplein 23 te Gent. Na de lezing is er een receptie. Toegang is gratis, maar gelieve wel in te schrijven op verhofstadt.dirk@telenet.be.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be