Het liberale antwoord op het multiculturalisme

column vrijdag 15 oktober 2004

Dirk Verhofstadt

Ons multicultureel samenlevingsmodel staat onder druk. Decennialang hebben we geloofd dat verdraagzaamheid volstond om bevolkingsgroepen met uiteenlopende politieke, culturele en religieuze gezindheden vreedzaam te laten samenleven. Maar de voorbije jaren merken we een toenemend ongenoegen. Extreem-rechtse partijen gaan er in tal van Europese landen op vooruit. Op 13 juni haalde het Vlaams Blok bijna een kwart van de stemmen. Ook in Frankrijk, Nederland en Duitsland groeit het verzet tegen de multiculturele samenleving.

Is die kritiek op het multiculturalisme terecht? Is het multiculturalisme wel compatibel met onze rechtsstaat? Het hangt er maar van af hoe je het begrip ‘multicultureel’ invult. Voor de ene betekent het dat mensen van diverse culturele en religieuze achtergronden naast elkaar leven, voor de andere dat ze door elkaar leven. Eigenlijk geeft het begrip multiculturalisme alleen nog de realiteit weer dat elke westerse samenleving mensen telt van uiteenlopende culturele en religieuze overtuigingen. Maar het zegt weinig over hoe je de maatschappij moet organiseren en hoe je de rechtsstaat behoorlijk kunt laten functioneren. Er zijn in dat opzicht drie belangrijke politiek-filosofische stromingen.

1. Het cultuurrelativisme, zoals jarenlang gepropageerd door linkse intellectuelen en feministen. Cultuurrelativisten stellen dat elke cultuur gelijkwaardig is. We mogen ons dus niet uitspreken over gewoontes en tradities uit andere culturen en landen, anders stellen we ons superieur op. Vanuit die optiek is jarenlang beweerd dat we ons niet te moeien hadden met gebruiken die we eigenlijk voor onszelf niet zouden accepteren. Cultuurrelativisten vinden dat we moeten zwijgen over gebruiken als verplichte klederdracht, genitale verminkingen en gedwongen huwelijken omdat ze nu eenmaal gebruikelijk zijn in een bepaalde cultuur of religie. Zij erkennen geen individuele rechten, alleen rechten voor groepen, doorgaans minderheden, om binnen hun gemeenschap eigen regels toe te passen. Die 'ruimdenkendheid' kwam echter neer op onverschilligheid. Daardoor hebben vrouwen binnen de orthodoxe moslimgemeenschap in Europa in de praktijk minder rechten dan mannen, worden ze gedwongen om binnen te blijven in hun huizen, mogen ze in de publieke ruimte alleen gesluierd rondlopen, moeten ze huwen met de man die door hun familie werd uitgekozen en moeten ze zich schikken naar heilige teksten die in zowat alle gevallen nadelig uitvallen voor vrouwen. 2. Het monoculturalisme wordt dan weer verdedigd door religieus-conservatieve, nationalistische en extreem-rechtse partijen die vinden dat vreemdelingen moeten assimileren. Dat ze de eigen gebruiken en tradities moeten afwerpen en zich schikken naar onze cultuur. Ze moeten niet alleen onze taal, maar ook onze levenswijze en tradities overnemen. Wat die eigen levenswijze en tradities zijn, is niet duidelijk omdat ze ook voorwerp van discussie zijn binnen de autochtone gemeenschap zelf. Maar voor de monoculturalisten is het blijkbaar duidelijk. Het gaat hen om aanhankelijkheid tegenover de Vlaamse volksgemeenschap, de aanvaarding van het christelijke geloof en de gezamenlijke beleving van onze volkscultuur. Een dergelijke houding is niet alleen onrealistisch, ze is ook moreel verwerpelijk. Omdat ze de vrijheid van het individu ondergeschikt maakt aan een collectief idee en een vermeend eenvormig waardestelsel.

3. Het kosmopolitisch humanisme is de nodige derde weg, want noch het cultuurrelativisme, noch het monoculturalisme leiden tot een harmonieuze samenleving. Kosmopolitische humanisten zien zichzelf en anderen niet alleen als lid van één bepaald volk, één bepaalde groep, of één bepaalde religie, maar ook en vooral als wereldburger. Het kosmopolitische burgerschap, zoals dat in liberale kringen verdedigd wordt, aanvaardt enkele fundamentele grondwaarden als universeel en gelijkelijk voor iedereen: de vrijheid van meningsuiting, de scheiding van kerk en staat, het recht op zelfbeschikking en de gelijkwaardigheid van alle mensen. Het zijn grondrechten die door alle islamieten, christenen, boeddhisten, hindoeïsten, humanisten en ongelovigen moeten worden geaccepteerd.

Het lijkt voor Europese westerlingen allemaal evident, maar in de mondialiserende wereld van vandaag is het levensnoodzakelijk voor al wie lijdt onder een regime dat het individu ondergeschikt maakt aan de belangen van een staat, een ideologie of een religie. Het verschil met het cultuurrelativisme en het monoculturalisme is daarmee duidelijk. De acceptatie van enkele fundamentele grondwaarden als zijnde universeel laat enerzijds ruimte voor diversiteit waarbij mensen eigen religieuze en culturele waarden kunnen beleven, maar bepaalt anderzijds duidelijke grenzen die niet overschreden mogen worden. Wie beweert dat universaliteit een westers waanbeeld is, zoals cultuurrelativisten betogen, vergist zich. We kunnen niet langer volhouden dat alle culturen gelijkwaardig zijn. Culturen die bijvoorbeeld vrouwen of homoseksuelen niet gelijkwaardig behandelen, zijn inferieur aan culturen die dat wel doen. Daaruit volgt de logische conclusie dat die gelijkwaardigheid alleen maar effectief is als ze ook universeel geldig is. Het is niet omdat iets in het Westen tot ontwikkeling kwam dat het geen universele geldingskracht zou kunnen hebben. Elke mens beschikt over onvervreemdbare en onschendbare rechten die moeten gerespecteerd worden. Als we dat principe aanvaarden, dan kunnen we niet neutraal blijven tegenover de onderdrukte positie waarin miljoenen mensen zich bevinden. Geen enkele goed geïnformeerde mens kan zich dan nog onttrekken aan zijn plicht om zijn medemensen te helpen. Dat is de essentie van het begrip solidariteit dat zich verzet tegen groepsrechten, gewoontes en tradities die door cultuurrelativisten en monoculturalisten verdedigd worden. De rechten van individuen gaan steeds voor op de rechten van groepen, zelfs al druisen die in tegen gewoontes en tradities. In die zin moet de Verlichting onverkort doorgezet worden en leiden tot individuele zelfontplooiing. We moeten ons verzetten tegen elke vrijheidsberovende praktijk, want als niet iedereen vrij is, is eigenlijk niemand vrij. Als niet iedereen vrij is, is vrijheid geen recht maar een voorrecht, en een voorrecht kan nooit een vrije wereld funderen.

Huiselijk geweld en mishandeling komen ook voor in autochtone gezinnen. Het verschil is dat we de daders daarvoor maatschappelijk afkeuren en voor de rechter slepen, terwijl het in orthodoxe islamitische kringen gedoogd en zelfs vergoelijkt wordt. Wij aanvaarden en beschermen de gelijkwaardigheid van man en vrouw, terwijl dit in orthodox-islamitische kringen niet het geval is. Daarom moeten we reageren tegen verplichte sluiering, gedwongen huwelijken, vernedering van mensen om hun homoseksuele geaardheid en andere vormen van onderdrukking. Dat is ook waarom we ons zo sterk moeten verzetten tegen elke vorm van racisme en discriminatie. Elke mens, autochtoon of allochtoon, man of vrouw, moet gelijk behandeld worden op de arbeidsmarkt, in de huisvesting, in het uitgaansleven en op andere maatschappelijke domeinen.

Deze stellingen vind je ook terug in het discours van het Vlaams Blok, zeggen sommigen, maar dat klopt niet. Extreem-rechts is niet geïnteresseerd in de emancipatie van de mens omdat in hun denken de vrijheid van de mens ondergeschikt is aan de belangen van de eigen volksgemeenschap. Meer nog: de orthodoxe islam voedt extreem-rechts en omgekeerd. Opvallend zijn hun punten van overeenkomst. Ze zijn beide gekant tegen abortus - blijkbaar speelt voor beide de nataliteit een belangrijke rol - ze zijn voor de doodstraf, ze zijn antisemitisch en staan vijandig tegenover de democratie. Maar de belangrijkste overeenkomst is hun eensgezindheid tegenover vrouwen en homoseksuelen. Vrouwen hebben voor beiden een dienende taak in de samenleving waarbij kinderen baren een essentiële opdracht blijft. En homoseksualiteit is in hun ogen een ziekelijke afwijking. De orthodoxe islam en extreem-rechts zijn niet uit op een versterking van de individuele vrijheid en de gelijkwaardigheid van elke mens, maar willen vreemdelingen, andersdenkenden, vrouwen en homoseksuelen onderwerpen aan hun bedenkelijke waarden en tradities.



Dirk Verhofstadt

Dirk Verhofstadt

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

4de Karl Popperlezing met Hans Achterhuis

Deze lezing vindt plaats op dinsdag 5 oktober om 20u in het Liberaal Archief, Kramersplein 23 te Gent. Na de lezing is er een receptie. Toegang is gratis, maar gelieve wel in te schrijven op verhofstadt.dirk@telenet.be.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be