Het gevaar van een gebrek aan staat

column

Dirk Verhofstadt

De orkaan Katrina is de ergste natuurramp die de Verenigde Staten ooit trof. New Orleans kwam grotendeels onder water, bruggen en wegen werden verwoest en een nog onbekend aantal mensen verloor het leven. Het enorme leed werd pas echt duidelijk toen de televisie beelden bracht van radeloze mensen – vooral zwarten – die in doodsangst om hulp schreeuwden. Vier dagen lang voelden de achterblijvers zich door God en iedereen in de steek gelaten. Gezinnen zaten dagenlang onbeschermd op het dak van hun huis. Moeders waadden met baby’s op de arm door het water wanhopig op zoek naar bescherming terwijl lijken langs hen heen dreven. Zieken stonden op straat terwijl verplegers om de nodige medicatie smeekten. Tegelijk sloegen honderden mensen – deels uit levensnoodzaak, deels uit geldgewin – aan het plunderen in de verlaten winkels. Het globale beeld deed denken aan een derdewereldland dat na een natuurramp of militaire coup in een stadium van anarchie zat. Maar hier ging het om de Verenigde Staten, het rijkste land van de wereld. Het land dat de ambitie van een gidsland heeft en overtuigd is van haar missie om de rest van de wereld te beschaven.

Natuurlijk is geen enkel land – ook het rijkste niet – opgewassen tegen dergelijke grillen van de natuur. In 1755 verwoestte een aardbeving de stad Lissabon waarbij duizenden doden vielen. Het deed de Verlichting op haar grondvesten schudden en werd door de toenmalige geestelijken beschouwd als een straf van God. Bij de tsoenami eind vorig jaar verloren 300.000 mensen het leven vooral in Indonesië, Thailand en India. Toen wezen politici en wetenschappers op het gebrek aan meetapparatuur waardoor men de mensen niet op tijd kon verwittigen. Ditmaal sloeg orkaan Katrina toe boven de Golf van Mexico. Alleen al in New Orleans vreest men voor tienduizend doden. Ditmaal wijst de beschuldigende vinger niet naar goddeloosheid of een gebrek aan meetapparatuur maar naar een falende staat. Ditmaal staat de Amerikaanse politiek, of juister de politiek-filosofische ideologie die door president Bush gevolgd wordt, ter discussie. Een discussie waar we met zijn allen lessen kunnen uit trekken.

Sinds het begin van de jaren tachtig pleit men in de VS voor minder staat en overheidsinterventie. Onder impuls van liberale denkers als Friedrich Hayek, Murray Rothbard en Robert Nozick won het neoliberalisme veld. De overheid moeide zich veel te veel met de individuele burger en had een te grote, zeg maar verstikkende, impact op het maatschappelijk en economisch leven. Onder Reagan en Tatcher werd toen een politiek van deregulering en privatisering doorgevoerd, een noodzakelijk antwoord op het Keynesiaanse denken. Noodzakelijk omdat de overheid zich teveel taken had toegeëigend en de uitgaven en schulden schrikbarend stegen. Deze neoliberale politiek had aanvankelijk succes en door de val van de Berlijnse Muur in 1989 kreeg het zelfs een odeur van wetenschappelijkheid. Het zette Francis Fukuyama ertoe aan om zijn geruchtmakende boek Het einde van de geschiedenis te schrijven waarin hij stelde dat de vrije markt en het liberalisme definitief overwonnen hadden.

Het leidde tot zelfgenoegzaamheid bij de adepten voor een absolute vrije markt die zich neoliberalen of libertariërs noemden. Het leidde tot marktfundamentalisme waarbij men – in weerwil van Poppers waarschuwing om geen dogma’s te aanvaarden – de vrije markt als alleenzaligmakend proclameerde. Liberalen hebben die zelfgenoegzaamheid steeds ongepast gevonden omdat ze beseffen dat naast vrijheid ook rechtvaardigheid nodig is voor een betere samenleving. De blinde adoratie voor de vrije markt heeft hen steeds gestoord, want absolute vrijheid brengt vaak negatieve effecten mee voor medemensen en de ganse samenleving. Liberalen weigeren zich blindelings over te laten aan een losgeslagen kapitalisme omdat ze beseffen dat zelfzucht en geld vaak slechte raadgevers zijn en de samenleving, maar ook de vrijheid van heel wat medemensen, kwaad kunnen doen.

Neoliberalen en libertariërs zien de staat als de vijand. Ze blijven blind voor de ideeën van liberale denkers als een Amartya Sen, Fernando Savater, Hernando de Soto en Martha Nussbaum die elk op hun manier hebben aangetoond dat een goed georganiseerde staat, met degelijk onderwijs, een efficiënte sociale zekerheid, een moderne infrastructuur en een performant rechtssysteem noodzakelijk zijn om mensen juist in staat te stellen een volwaardig leven te kunnen leiden. De notie absolute vrijheid is vals. Het is alsof men je midden in woestijn zou zetten en zeggen ‘je bent vrij’. Daar sta je dan zonder enige bescherming, zonder water, zonder kompas. Zieken, ouderen en gehandicapten hebben middelen nodig om hun vrijheid effectief te kunnen invullen. Kinderen hebben nood aan degelijk onderwijs zodat ze later op eigen kracht zelf hun levenslot kunnen invullen. Mensen moeten kunnen rekenen op een adequaat rechtssysteem, niet alleen voor de bescherming van hun eigendom en hun persoonlijke vrijheid, maar ook voor de bescherming van hun menselijke waardigheid. Een efficiënte staat is nodig om mensen met weinig of geen ‘fundamentele vermogens’ hun recht op zelfbeschikking te maximaliseren zonder dewelke ze daar niet in staat zouden toe zijn.

In de praktijk gaapt er een diepe kloof tussen het liberalisme en het libertarisme. Libertariërs verengen het liberale rechtvaardigheidsprincipe tot rechtmatigheid. Ze gaan ervan uit dat de overheid op geen enkele manier het eigendomsrecht en de contractvrijheid tussen personen mag aantasten. Ze pleiten voor een minimale staat die zich enkel bezighoudt met het beschermen van eigendomsrechten en optreden tegen geweld. In geen enkel geval aanvaarden ze herverdelingsbevoegdheden van de staat. Herverdeling is een vorm van diefstal aldus Nozick. Hongerigen, daklozen en kansarmen hebben volgens hem wel rechten, maar ze hebben geen recht op wat niet van hen is. Eventueel kunnen burgers wat geven aan hen die niets hebben, maar verplicht is dat niet en een taak van de staat is dat al evenmin. Dit leidt tot egoïsme, paternalisme en de uitbuiting van medemens en natuur. Dit staat haaks op de sociale en humane waarden van het liberalisme. In de concrete toepassing van hun dogmatische principes rijden de libertariërs zich snel vast in een utopisch denkpatroon. Belastingen mogen volgens hen niet, maar hoe komen we dan aan rechtbanken, scholen, ziekenhuizen, weginfrastructuur, politiediensten, vuilnisomhaling, brandweerdiensten en gevangenissen? Libertariërs lossen dit op door de betaling van die diensten te koppelen aan het gebruik ervan. De financiering ervan hangt dus af van de vrijwilligheid van de mogelijke gebruikers. Een volledige privatisering dus waarbij de markt zorgt voor een systeem van vraag en aanbod tussen gebruikers en diensten en waar de staat zich niet moet mee moeien. Daarbij willen libertariërs dat alle vrijwillige transacties tussen mensen toegestaan worden ook van drugs en wapens. Vrije contracten moeten zonder beperkingen zoals een minimumloon, veiligheidnormen en ethische plichten kunnen worden afgesloten. Werkgevers mogen discrimineren en aanwerven op basis van ras, huidskleur, geslacht, levensovertuiging of seksuele voorkeur. Elke prijsregulering en controle, ook op levensnoodzakelijke geneesmiddelen en voedingsproducten, vervalt. De traditionele taken van de overheid moeten overgeheveld worden naar de markt, aldus Murray Rothbard. Een dergelijke overheveling zou de grootste welvaart en efficiëntie voortbrengen, betoogt David Friedman. Hun ideeën liggen mee aan de basis van de grootscheepse privatiseringsgolven van de jaren tachtig en negentig. Het leidde in de VS tot de ontmanteling van publieke voorzieningen zoals onderwijs, gezondheidszorgen en infrastructuur.

Liberalen zijn het daar niet mee eens. Een zwakke staat kan net zo gevaarlijk zijn voor een open samenleving als een autoritaire staat. Het recht kan en mag niet verengd worden tot individuele vrijheid en bezit. Er bestaat ook een plicht tegenover elke medemens. Tal van mensen die omwille van ziekte, ouderdom of ongeluk problemen hebben, mogen niet overgeleverd worden aan de ‘goodwill’ van anderen. Zij moeten structureel geholpen worden via een systeem van herverdeling. Alleen zo kunnen we een zo groot mogelijk aantal mensen in staat stellen om zelf hun levenslot te bepalen. Volgens Kant zit in het begrip vrijheid een opdracht verborgen: Du kannst, denn Du sollst. In tegenstelling tot libertariërs beseffen liberalen dat we anderen in nood moet helpen, ook diegenen die niet tot onze samenleving behoren. En dat niet alleen via liefdadigheid maar structureel, via een efficiënte staat.

Het lijkt theoretisch, maar de orkaan Katrina maakt zoveel duidelijk. De Amerikaanse overheid was lang op voorhand op de hoogte van de aankomende ramp. Reeds op 25 augustus – vier dagen voor de ramp – waren de autoriteiten door wetenschappers verwittigd over de te verwachten gevolgen van de orkaan. Niemand reageerde. De federale regering rekende op het zelfvermogend karakter van de burgers om de orkaan te doorstaan. Ze vond het niet nodig om extra dokters, verplegers, politiemensen, brandweerlui, buschauffeurs of technici te sturen. Zelfs de dramatische oproep van de burgemeester om de stad te verlaten en dat ‘onze ergste vrees bewaarheid kan worden’ bleef door de federale regering ongehoord. Toen Katerina op 28 augustus toesloeg was in feite niemand voorbereid. President Bush bleef nog enkele dagen op zijn vakantieoord en trok pas op twee september naar het rampgebied. Intussen scheeuwden tienduizenden slachtoffers letterlijk om hulp. Waar bleven de National Guard, de politiemensen, de brandweerlui, de geneesheren, de bussen en de helikopters? Wat we via de beelden te zien kregen was een onmachtige staat die haar burgers letterlijk in de kou liet staan. Schrijnende taferelen die maar één classificatie verdienen: onmenselijk!

Katrina demonstreerde in één oorverdovende klap het gebrek aan staat in de Verenigde Staten. De soldaten waren niet beschikbaar omdat ze actief waren in Irak. Het geld dat bestemd was voor de versterking van de dijken was opgesoupeerd voor terrorismebestrijding. De ziekenhuizen beschikten nauwelijks over de nodige medicatie. De opvang van de duizenden achtergebleven arme inwoners die alleen terecht konden in de ‘veilige’ Superdome bleek ronduit amateuristisch. Er was een gebrek aan water, voedsel en sanitaire voorzieningen. Het leek wel of José Saramago’s boek De stad der blinden realiteit werd: de mensen waren er aan hun lot overgelaten en volgens getuigenissen heerste er een sfeer van geweld, met vuurgevechten en verkrachtingen tot gevolg. Tienduizenden vluchtelingen, waaronder moeders met baby’s, kinderen, senioren en zieken wachtten dagenlang in openlucht op bussen die hen uit het rampgebied zouden halen. Het gebrek aan staat werd nog het ergst duidelijk door de totale anarchie in de verlaten stad waar plunderingen schering en inslag waren. De mensen in New Orleans en daarbuiten voelden zich gewoon in de steek gelaten door de overheid.

Niemand mag leedvermaak hebben bij dit vreselijke drama en de ganse wereldgemeenschap moet nu hulp bieden. Bush belooft een onderzoek naar wat is misgelopen maar Bill Clinton zei het eigenlijk al: ‘Onze regering is tegenover de bevolking zwaar tekortgeschoten’. Het is een understatement. Het gaat hier niet om toevallige menselijke tekortkomingen, maar om een fundamenteel probleem: een staat die zichzelf zo ontmanteld heeft dat ze niet bij machte is om de meest essentiële hulp te verlenen aan haar eigen inwoners.


De auteur schreef de boeken 'Het einde van het BRT-monopolie', 'Het menselijk liberalisme. Een antwoord op het antiglobalisme' en 'Pleidooi voor individualisme'.

Dirk Verhofstadt

Dirk Verhofstadt

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be