Maandagavond werd in het statige Antwerpse stadhuis de vijftiende Gouden Uil voor het beste Nederlandstalige boek van 2008 uitgereikt. De toekenning ervan zorgde in het verleden al dikwijls voor heftige discussies. Vooral de impact van Standaard Boekhandel en Humo, belangrijke sponsors van het evenement, die vooral baat hebben bij een winnaar die ‘vlot wegleest’ (lees verkoopt), zijn onderwerp van kritiek. Neem daarbij de samenstelling van de jury met leden die direct of indirect gelieerd zijn met de organisatoren en je vraagt om moeilijkheden. Maar deze editie was compleet rampzalig en wel om drie redenen. In de eerste plaats slaagde de jury erin om enkele bijzonder goede boeken niét op te nemen in de shortlist. Zoals ‘Onze oom’ van Arnon Grunberg, ‘Gentse lente’ van A.F.Th. Van der Heijden, en vooral ‘Godenslaap’ van Erwin Mortier. Nu weet ik wel dat een jury zich niet mag laten leiden door een reputatie of vroegere bekroningen, maar de finaliteit is en blijft alsnog het beste boek te kiezen. Wie enkele bladzijden van ‘Godenslaap’ leest, begrijpt dat dit werk op geen enkele shortlist mag ontbreken. Erwin Mortiers beschrijving van de sfeer in ons land tijdens de Grote Oorlog is gewoon magistraal. Dit boek niet op de shortlist plaatsen (zelfs niet op de longlist!) is een teken van intellectuele sclerose. In de tweede plaats werd de Gouden Uil, toch de meest prestigieuze literaire prijs in Vlaanderen, op een schabouwelijke manier behandeld door de VRT. De aankondiging zou live gebeuren in het programma Terzake zodat meer dan 200.000 kijkers de uitreiking van de prijs mee zouden kunnen volgen. Die kijkers hebben er niets van gemerkt, maar in het stadhuis van Antwerpen krulden de tenen van plaatsvervangende schaamte. Om onduidelijke redenen moest juryvoorzitter Guy Mortier met zijn aankondiging van de winnaar minutenlang wachten op een seintje vanuit Brussel wanneer men de prijs ‘mocht’ uitreiken. Het gevolg was een genante stilte in het stadhuis, zowel bij de onderscheiden auteurs als bij de andere aanwezigen. Een juryvoorzitter mét lef had dit niet gepikt en de VRT lik op stuk gegeven door de aankondiging toch op het voorziene tijdstip te doen, als een statement dat literatuur best meer waard is dan een uitsmijter in een nieuwsprogramma. In de derde plaats door de keuze van de winnaar, Robert Vuijsje met zijn debuutroman ‘Alleen maar nette mensen’ en dit tot zijn eigen verbazing. Inderdaad een leuk boek, goed geschreven en maatschappelijk relevant omdat het vlijmscherp de feitelijke segregatie in het multiculturele Amsterdam blootlegt, waarvoor veel lof. Maar wie het leest, beseft tegelijk dat dit geen literaire hoogvlieger is. Dat zijn ‘Via Cappello 23’ van Christiaan Weijts en vooral ‘Nergensman’ van Thomése wel. Dit laatste is evenwel geen gemakkelijk boek en de juryleden (waaronder enkele recensenten) hebben het blijkbaar ook niet goed begrepen. Een profetische Thomése had deze misstap in ‘Nergensman’ echter al voorzien met zijn ongenadig oordeel over ‘professionele beoordelaars… die er hun beroep van maken over boeken te schrijven’ en ‘in jury’s te zitten’. ‘De kritiek (of de essayistiek) is niet langer een literair genre, zij is uitbesteed aan kleine carrièremakers die meedobberen op de golven die door anderen worden gemaakt, die dus uitvoeren wat in de bedrijfstak gewenst wordt geacht.’ Het gevolg is dat winnende boeken ‘in niets meer zijn te onderscheiden van het vergeetproza van krant of damesblad’. De jury van de Gouden Uil toonde zich blind voor literaire kwaliteit en volgde liever ‘de massalezer (die) niet bewondert wat hij zelf niét kan’. Het is nu al uitkijken naar volgend jaar want daarvoor dienen zich nu reeds een aantal kleppers aan. Opnieuw Thomése met ‘J.Kessels: The Novel’, Margot Vanderstraeten met ‘Mise en Place’ en Bart Koubaa met ‘De leraar’. Stuk voor stuk literaire parels die niet op de shortlist van de Gouden Uil 2010 mogen ontbreken. Tenzij de barbaren van de jury opnieuw kiezen voor de ondraaglijke lichtheid van ‘vergeetproza’. In dat geval veranderen ze de naam van de prijs beter in Blinde Uil. Want die barbaren, schrijft Thomése in ‘Nergensman’ heel terecht, ‘rammelen niet aan onze grenzen, ze zijn onder ons en kelen onze taal’.
Dirk Verhofstadt Linksmailto:verhofstadt.dirk@pandora.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|