Vandaag is het 1 mei, de Dag van de Arbeid, en tegelijk de belangrijkste dag voor de socialistische arbeidersbeweging. Die mag inderdaad fier zijn op haar ‘Dag’. Aan de viering ervan ligt immers de invoering van de 8 urendag ten grondslag waardoor komaf werd gemaakt met onmenselijk lange werkdagen. Maar 1 mei heeft dit jaar nog meer dan anders betekenis. Door de wereldwijde economische crisis raken dagelijks duizenden mensen hun job kwijt en het wordt hoog tijd dat de diverse overheden maatregelen nemen om het tij te doen keren. Tijdens de vieringen zullen diverse socialistische boegbeelden opnieuw hun ‘linkse’ oplossingen voorstellen. De vraag is evenwel of links en rechts nog enige betekenis hebben. Om de uitdagingen die bestaan antwoord te bieden moeten we voorbij deze containerbegrippen gaan en durven invullen wat we willen bereiken en op welke manier. Moeten we in de huidige economische chaos nu links of rechts zijn? Als liberaal vind ik bijvoorbeeld dat we de bevolking zo goed mogelijk moeten beschermen tegen de korte termijn schokken van deze economische correctie. Maar ik vind anderzijds ook dat we het marktmechanisme moeten laten werken om fundamenteel ongezonde activiteiten te saneren en om onze economie te heroriënteren. Is dit nu links of rechts? Het doet denk ik weinig terzake. Het is voer voor een barricadegevecht en dat kunnen we momenteel missen. Waar het echt om draait in deze periode van crisis is de attitude die we hebben ten opzichte van een samenleving in beweging, in België en wereldwijd. De vraag is of we naar onze navel blijven staren en ons vastklampen aan wat we historisch verwezenlijkt hebben, dan wel of we eerder de veranderingen in de ogen kijken en de uitdagingen aanpakken. Het is het onderscheid tussen naar binnen of naar buiten georiënteerd zijn, tussen bang afwachten en schuldigen aanwijzen, of opstaan en strijdvaardig zijn. We moeten de ideologische discussie achter ons laten en een resultaatsgerichte aanpak hanteren. De combinatie van een globaliserende economie, een vergrijzende bevolking en ecologische beperkingen zullen er toe leiden dat in de komende decennia totaal verschillende spelregels gelden. En hoewel velen die situatie nu wel onder ogen ziet, is het ontluisterend te zien hoe weinig de huidige situatie aanzet tot actie. Net zoals voor ondernemingen in moeilijkheden, is het nodig ons land te onderwerpen aan een reorganisatie, een groot veranderingsplan. In mijn ervaring zijn vier zaken belangrijk om een grote verandering succesvol door te voeren: het gevoel van een ‘sense of urgency’ bij iedereen, het bepalen van een gemeenschappelijk en wervend doel, het selecteren van een beperkt aantal fundamentele maatregelen en realisme, daadkracht en expertise in uitvoering. Hoewel er de laatste weken volop alarmerende berichten zijn over de economische situatie in ons land lijkt het dat de ‘sense of urgency’ niet bij iedereen doorgedrongen is. Niemand is graag de boodschapper van slecht nieuws, maar ik hoop dat de huidige generatie politici de hoogdringendheid van veranderingen wel inziet en er ook over communiceert. Om iets te veranderen moeten we weten waar we naartoe willen. Het bepalen van een gemeenschappelijk en breed gesteund doel is belangrijk omdat het er moet voor zorgen dat alle neuzen in dezelfde richting wijzen. Het werkt ook als filter om maatregelen te selecteren. Een voorstel: ‘Samen zoveel mogelijk welvaartsgroei creëren’. Is welvaartsgroei dan wel zo belangrijk? Het is cruciaal. Alle sociale zekerheids- en pensioensystemen in West Europa zijn gebaseerd op een lange termijn economische groei van 2 tot 2.5%. Het verwezenlijken van die groei is dus van sociale noodzaak. Nu komt economische groei hoofdzakelijk uit productiviteitsstijging en uit bevolkingsaangroei. Die groei uit productiviteitsstijgingen is historisch ongeveer 1.5%. Dus als wij er als samenleving willen in slagen onze sociale cohesie in stand te houden, dan móeten we wel zorgen voor meer welvaartsgroei (en voor gecontroleerde migratie). Om die reden is het voorop stellen van economische groei een goede centrale doelstelling om een veranderingsplan op te baseren. Hoewel er in principe mag verwacht worden dat de EU in haar ‘core business’ van economische integratie een rol van betekenis zou spelen (maar dat nu niet doet) wil dit niet zeggen dat we op Belgisch niveau niets kunnen doen. De kunst is een beperkt aantal maatregelen te selecteren met maximale impact. Maatregelen zoals een aanpassing van onze arbeidsmarkt om flexibeler te zijn in economisch volatiele tijden en een omvorming van ons werkloosheidssysteem naar een werkloosheidsverzekering zijn niet nieuw. Een grondige reorganisatie van onze overheidsdiensten om haar slagkracht te verhogen is eveneens reeds jaren aan de orde. Deze economische crisis is een opportuniteit om eindelijk vooruitgang te boeken op deze domeinen. De taak is natuurlijk niet eenvoudig en zal veel eisen van onze politici en bestuurders. Het is een balansoefening tussen beschermingsmaatregelen op korte termijn en fundamentele aanpassingen op lange termijn. En hoewel visionaire denkers een rol hebben, heeft de politieke impasse van de voorbije twee jaar duidelijk gemaakt dat we vooral nood hebben aan politici en bestuurders die zaken tot een goed einde, tot verwezenlijking kunnen brengen. Men moet dus relevante ervaring in het politieke proces brengen: academische en ervaringsdeskundigen, maar ook geëngageerde mensen met relevante ervaring buiten de politieke wereld. De verkiezingen van juni 2009 zijn een gouden kans om nieuw bloed mét ervaring in de aderen van ons land te brengen. Alexander De Croo Alexander De Croo Linksmailto:alexander.decroo@gmail.com |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|