Pleidooi voor een communautair congres

column vrijdag 23 november 2007

Werner Vanderleen

Dag 166 na de verkiezingen. Weer loopt een cruciale week voor de formatie van een nieuwe regering op zijn einde. De regeringsvorming sleept zich voort van crisis naar crisis. De formatie van Leterme I liep in augustus spaak op het NON van CDH. Na een verkenningsronde van een maand begon de formatie van Leterme II. Er leek eindelijk een beetje schot in de zaak te komen. Af en toe werd er een deelakkoord aangekondigd en toegelicht. Maar de hete hangijzers werden vooruit geschoven. Tot het niet meer verder kon. Toen het duidelijk werd dat er een stemming over BHV ging komen, werd er eindelijk over BHV gesproken.

Hoewel? Ik had eerlijk gezegd verwacht dat de formateur tot het uiterste zou gaan om een onderhandelde oplossing uit de brand te slepen voor woensdagmiddag 7 november en dus dat de onderhandelaars één of twee lange nachten zouden doormaken, maar dat gebeurde niet. Er werd over BHV onderhandeld per taalgroep, wat makkelijker is om een akkoord krijgen. Daarmee werd een stemming over BHV onvermijdelijk. Die stemming lijkt mij eigenlijk de zekerste weg om BHV niet te moeten splitsen, en dat komt de Franstaligen nog niet zo slecht uit. Via verschillende belangenconflicten en alarmbel procedures zijn ze, volkomen wettelijk, in staat om dit dossier binnen enkele jaren terug op de regeringstafel te krijgen. Hoe dit dossier dan gaat opgelost worden, kan nu nog niet voorspeld worden. Een onderhandelde oplossing lijkt mij, zelfs op dit moment, nog altijd mogelijk en is ook wenselijk.

Nu de stemming over BHV al een tijdje achter de rug is, en het stof stilletjes aan begint op te trekken, kunnen we de situatie gaan onderzoeken. De formateur werkt in alle discretie verder aan de formatie. Maar de kloof tussen Vlamingen en Walen is nu heel erg diep geworden, dat kan niemand ontkennen. Een oranje-blauwe regering met een grote staatshervorming is verder weg dan ooit tevoren. Deze week werden voorzichtige stapjes gezet om uit deze impasse te geraken. De parlementaire commissie, die de staatshervorming gaat uitwerken, staat eindelijk in de steigers nu andere partijen toegezegd hebben om mee te werken aan een staatshervorming. Die parlementaire commissie lijkt mij ook de meest aangewezen weg om uit de crisis te geraken. We hebben echt dringend een regering nodig die zich met het sociaaleconomische gaat bezighouden. Eens de regering geïnstalleerd is, kan in de luwte van het parlement een constitutionele commissie opgericht worden.

De constitutionele commissie werkt aan een nieuwe staatsstructuur. Maar als we dit doen in de huidige omstandigheden, zal het ook daar snel uitdraaien op een spelletje Ja-Non of Oui- Neen. Op die manier geraken we dan ook geen stap verder. De twee gemeenschappen zijn in minder dan twintig jaar immers zeer ver uit elkaar gegroeid. Elk voorstel van de ene gemeenschap wordt door de andere als een vernedering beschouwd, elke toepassing van de wet door de ene gemeenschap, wordt door de andere gemeenschap als ondemocratisch beschouwd. Met andere woorden als er één gemeenschap wit zegt, zegt de andere gemeenschap haast per definitie zwart. Op die manier zal dan ook geen enkele vooruitgang te verwachten zijn.

In het verleden, toen er nog unitaire partijen waren, zaten Franstaligen en Nederlandstaligen nog samen aan tafel. En dus kende men, veel beter dan nu, elkaars standpunten. Ik pleit zeker niet voor een terugkeer naar unitaire partijstructuren. Nu zitten de Vlaamse partijen echter te weinig aan tafel met hun Franstalige tegenhangers. Nu bepalen de Franstalige partijen en de Nederlandstalige partijen onafhankelijk van elkaar hun partijprogramma, dat hoort ook zo want het zijn onafhankelijke partijen. Dit houdt wel in dat er over communautaire dossiers standpunten worden ingenomen die vaak lijnrecht tegenover elkaar kunnen staan. Door alles binnen een taalrol te bediscussiëren verliezen we de belangen van de ander uit het oog. Naderhand kunnen we dan niet meer begrijpen waarom die ander onze inzichten niet deelt, en misschien zelfs compleet het tegenovergestelde beweert. Op die manier zijn we langzaam afgegleden naar de situatie waarin wij ons nu bevinden. Twee naast elkaar bestaande gemeenschappen.

Misschien moet de liberale partij Open Vld het initiatief nemen om de communicatie over de taalgrens terug op gang te brengen, omdat die partij die communautaire problemen toch als uitdagingen ziet. Daarmee kan de partij haar slogan van enige tijd geleden ‘Durven Vernieuwen’ waar maken. Waarom zou bijvoorbeeld Open Vld dan niet een groot communautair congres organiseren over de verdeling van de bevoegdheden per beleidsniveau en dit congres organiseren met haar Franstalige nevenpartij MR? Indien die partijen tijdens een open debat een gemeenschappelijke tekst over de staatshervorming zouden kunnen bediscussiëren en goedkeuren zou dat een grote stap vooruit zijn. Het wederzijdse begrip zou daardoor duidelijk kunnen vergroten. Een dergelijk congres kan het begin zijn van een nieuwe manier van communautair denken.

Ik besef dat een dergelijk congres een zeer moeilijk te organiseren congres is, maar ik zie het als een enorme uitdaging om een dergelijk congres te doen slagen, aangezien de voordelen volgens mij niet onaanzienlijk zijn. Op dat moment kennen Open Vld en MR elkaars communautaire verlangens en wensen en hebben ze – zo mogelijks – zelfs samen goedgekeurd. In de constitutionele commissie kunnen die partijen eventueel dan ook gemeenschappelijke voorstellen doen om tot een evenwichtige en coherente indeling van ons land te komen en daar zouden we alle Vlamingen en Walen een goede dienst mee bewijzen.



Werner Vanderleen

Werner Vanderleen

Links
mailto:werner@liberales.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be