De vrijmaking van de internationale handel en de steeds voortschrijdende globalisering zijn onderwerpen die, op zijn zachtst gezegd, voor enige controverse zorgen. Hoewel de lange termijn voordelen van het vrijmaken van markten vanuit economisch perspectief onmogelijk ontkend kunnen worden, roept het beeld van een weinig ontwikkelde Afrikaanse markt die wordt geconfronteerd met geheel onbeperkte (en soms zelfs gesubsidieerde) import vanuit ontwikkelde markten in het rijke Westen, bij velen, ook in ontwikkelingslanden, sterke weerstand op. Hoewel deze kritiek vaak kortzichtig is en voorbijgaat aan de ontwikkelings- en welvaartskansen die een daadwerkelijke vrije markt biedt, is zij vanuit korte termijn perspectief enigszins, en zeker op het eerste gezicht, begrijpbaar. Jammer genoeg is het 'medicijn' dat de critici van de globalisering aanreiken voor dit probleem, een verder doorgedreven protectionisme, veel schadelijker dan de 'ziekte' die zij trachten te bestrijden. Het afschaffen van handelsbelemmeringen is immers noodzakelijk om ook, en vooral, de ontwikkelingslanden aansluiting te doen vinden bij het proces van welvaartscreatie dat globalisering in principe is. Het is echter niet onmogelijk om én handelsbelemmeringen af te schaffen én ontwikkelingslanden te beschermen tegen een ontwrichting van hun markt door al te agressieve import uit het Westen. Uit studies blijkt immers dat de meeste en de meest schadelijke handelsbelemmeringen voorkomen tussen ontwikkelingslanden onderling. Het afschaffen van dergelijke interregionale belemmeringen tussen landen met een gelijkaardige marktontwikkeling, naar het voorbeeld van de Europese Unie, zou derhalve een belangrijke incentive zijn voor regionale economische ontwikkeling. De Europese Unie, en hopelijk met haar de Verenigde Staten en Japan, zou het afsluiten van dergelijke interregionale akkoorden kunnen stimuleren door landen die deel uitmaken van dergelijke interregionale samenwerkingsverbanden het recht te geven tijdelijke importheffingen toe te passen op import uit het Westen. Het criterium of import van bepaalde producten een bedreiging vormt voor de capaciteitsontwikkeling voor eigen productie van dergelijke producten binnen een interregionale markt zou een zinvol criterium kunnen zijn om te bepalen op welke producten importheffingen geheven kunnen worden. Het voorzien van de mogelijkheid tot opleggen van importheffingen door regionale samenwerkingsverbanden tussen gelijkaardig ontwikkelde markten in ruil voor het afschaffen van interregionale handelsbelemmeringen kan belangrijke positieve gevolgen hebben. Niet alleen wordt tegemoetgekomen aan een belangrijke verzuchting van ontwikkelingslanden bij de onderhandeling van vrijhandelsverdragen, bovendien worden de minder in het oog springende doch veel schadelijkere interregionale handelsbelemmeringen daadwerkelijk aangepakt. Het tijdelijk karakter van de importheffingen en het feit dat deze worden geheven op supranationaal niveau verkleint het risico dat deze importheffingen deel gaan uitmaken van een nationalistisch en protectionistisch discours, waardoor deze nooit meer zullen verdwijnen. Het belangrijkste voordeel ligt evenwel in de incentive tot regionale integratie en samenwerking die dergelijk systeem zou bieden. Bloeiende lokale en geďntegreerde regionale markten zijn immers de beste garantie voor economische en politieke stabiliteit. De huidige vooruitgang in het economische klimaat in Afrika en de blokkering van de Doha-ronde maakt dat dit het juiste moment is om de trade-off tussen importbeperkingen ten aanzien van het Westen en het afschaffen van regionale handelsbelemmeringen te promoten en misschien, onbewust, de zaden te planten die niet alleen leiden tot meer een economische ontwikkeling en integratie maar eveneens tot politiek meer stabiele en geďntegreerde ontwikkelingslanden. Wim Aerts Wim Aerts Linksmailto:wim.ixl@gmail.com |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|