Grijp de onderwijskansen

essay vrijdag 20 november 2009

Inan & Pinar Akbas

Het nieuwe academiejaar voor universiteiten en hogescholen is op kruissnelheid. Het aantal studenten blijft stijgen, dit jaar zelfs met iets meer procentjes dan gewoonlijk dankzij de nieuwste lichting achttienjarigen, exponenten van de babyboom van begin jaren 90. Maar één vaststelling blijft onwrikbaar behouden: in die menigte van Belgische studenten en occasionele Erasmusgangers ontwaren we nog altijd met moeite de nieuwe Belgen en andere immigranten. Ondanks hún constante babyboom, want laten we wel wezen: vooral in dat gezelschap moeten we de oorzaak zoeken van ons positief geboortecijfer. En ondanks de circa tien procent die ze vertegenwoordigen van de hele Belgische bevolking, wat betekent dat die demografische statistieken zeker niet recht evenredig lopen met het aantal hoger opgeleiden van buitenlandse origine.

Hoe komt het toch dat er zo weinigen van hen doorstromen van het middelbaar naar de universiteit of de hogeschool? De naoorlogse gastarbeiders in België hebben intussen al nazaten in de vierde generatie. Worden zij nog altijd gediscrimineerd? Worden hun onderwijskansen ontnomen door vooroordelen of armoede? Of hebben sommigen zich definitief teruggetrokken uit onze maatschappij?

Het wordt tijd dat we afstappen van de idee van de achtergestelde allochtoon, die niet gelijk wordt behandeld door de autoriteiten, op school, op straat en op de arbeidsmarkt, inzake huisvesting, etcetera. Ongetwijfeld zal er altijd discriminatie blijven bestaan. We leven nu eenmaal niet in een perfecte wereld. Maar laten we ons hier focussen op het thema onderricht. Beter dan in een ontwikkeld land als België, dat toch over een zeer degelijk onderwijssysteem beschikt waarin gelijke kansen en de vrijheid van mening en individu vooropstaan, met bijvoorbeeld betaalbare scholen en studiebeurzen, zullen je kansen niet worden. We zijn van mening dat het Vlaamse onderwijs voldoende mogelijkheden en stimuli biedt voor iedereen, ongeacht klasse of afkomst. Natuurlijk kan alles beter, dus als scholen en onderwijzers incentives aanreiken die leiden tot een betere doorstroming van allochtone leerlingen naar hoger onderwijs, dan kan je dat alleen maar toejuichen. Zoveel te beter. Toch geloven we dat het aanbod toereikend genoeg is en dat we daarin niet moeten zoeken naar het falen van de doorstroming. Neen, dat falen heeft andere oorzaken die nauw met elkaar verweven zijn en waarvan we er enkele willen belichten.

Ten eerste speelt de opvoeding die kinderen thuis krijgen een belangrijke rol in hun ontwikkeling en schoolprestaties. Dat zal niemand ontkennen. Ouders die hun kinderen niet prikkelen om het goed te doen op school, die niet geïnteresseerd zijn in of niets begrijpen van hun lessen en resultaten, kunnen niet verwachten dat hun zoon of dochter het goed zal doen in de klas. Voor wie of wat zouden die zich moeten inspannen, zonder aandacht of beloning in het vooruitzicht? We merken dat de allochtone gemeenschap nog altijd dingen verwacht van de samenleving, in casu van het onderwijs, zonder dat ze de eigen verantwoordelijkheid opneemt: omdat mensen de taal niet beheersen, omdat ze geen job hebben of omdat ze geïsoleerd leven, soms zelfs omdat alle drie de redenen betrekking hebben op hen. Daarom is het belangrijk dat we deze mensen in de spiegel laten kijken, ouders aanzetten om de kinderen te stimuleren dus en hun opvoeding/onderwijs ter harte te nemen. Duidelijk te stellen dat ze alleen maar wel kunnen varen bij de kansen die Vlaanderen en België hen aanbiedt op gebied van onderwijs, en werk. Zouden we niet beter stoppen met betutteling en een confrontatie nastreven met de eigen afkomst?

Willen ze dat hun kinderen dezelfde route in het leven uitstippelen, dat van een poetsvrouw, fabrieksarbeider of vuilnisman? Of willen ze dat hun kinderen juist de weg vinden naar hoger onderwijs en zich opwerken op de sociale ladder? Wanneer we bijvoorbeeld aan jonge poetsvrouwen van Turkse origine vragen wat het beroep van hun moeder is, antwoorden ze altijd hetzelfde, namelijk poetsvrouw. Het zijn allemaal intelligente vrouwen met een uitgesproken mening, onafhankelijk en geëmancipeerd. Ze weten wat ze willen maar toch blijven ze op een bepaald moment in hun leven ter plaatse trappelen. Ander voorbeeld: een jonge Turkse vrouw van 22 jaar vertelde ons ooit dat haar broer een bijbaantje had gevonden voor haar: poetsen in een bedrijf, ’s avonds. Ze zei dat ze dat niet wilde doen en dat ze liever naar een cursus boekhouden of management wilde gaan, of een stiel wilde leren. Wel, ze poetst nog altijd. En ze spreekt nog altijd gebrekkig Nederlands.

Dit gaat niet alleen over vrouwen natuurlijk: veel jongens hebben gewoon geen zin meer om te studeren en willen zo snel mogelijk verlost raken van school om hun eigen ding te kunnen doen. Wat is dat, hun eigen ding, stellen we hen als vraag. Hun antwoord komt hierop neer: bling, snel geld. Jongeren moeten een bepaald verantwoordelijkheidsgevoel en een zekere motivatie mee krijgen, willen ze iets betekenen op de arbeidsmarkt. En daar wringt het schoentje net: is dit een taak van de ouders of van de overheid? Wij menen dat dit van de ouders moet komen. Tussen haakjes kunnen we stellen dat deze problematiek zonder twijfel ook geldt voor de autochtone jeugd, maar voor nieuwe Belgen lijkt goed studerennet iets meer precair. En oplossingen zijn er niet zomaar voor handen. Ouders moeten zoveel mogelijk betrokken raken in het leven van hun kroost. Samen beslissen over de toekomst van je kinderen, geïnteresseerd zijn in zijn/haar toekomst, mogelijkheden aanreiken en zorgen dat er ruimte is voor een openhartig gesprek tussen ouders en kinderen. Maar hoe? Misschien lukt het in het bijzijn van een derde persoon met dezelfde origine of achtergrond, een neutrale moderator of sociaal werker?

We hebben het probleem daarnet al even aangekaart: taal en de beperkte beheersing ervan. Volgens ons een tweede oorzaak van het falen van de doorstroming. Allochtonen spreken thuis en in hun omgeving te vaak te weinig Nederlands. Ze leren de taal enkel op school en niet in de omgang met anderen, niet in hun vrije tijd, als ze er ongedwongen mee zouden kunnen omgaan en een natuurlijker taalgevoel zouden kunnen creëren. Volgens een recent rapport van de Cel Armoedebestrijding in Gent, dat veel aandacht schenkt aan de relatie tussen onderwijs en armoede, is onvoldoende taalbeheersing een van de grote oorzaken van schoolachterstand, een probleem dat zich vooral stelt bij nieuwe Belgen en immigranten. En schoolachterstand verhoogt op zijn beurt het risico op armoede. Wat zegt het rapport? Over heel België hebben bij de etnisch-culturele minderheden vooral Turken en Marokkanen het moeilijk: 59 procent van de Turken en 55 procent van de Marokkanen leeft onder de armoedegrens. Cijfers zeggen niet alles, met statistieken kan je alles bewijzen, we kennen de clichés, maar in dit geval kun je er niet omheen. Een blik op de hedendaagse getto’s lijkt deze resultaten te staven.

Veel nieuwe Belgen en andere immigranten sluiten zich op die manier, dus zonder het te beseffen, uit van de mogelijkheden die dit land hen te bieden heeft. Ze leven op een eiland. Wat op microschaal hun ontwikkeling en die van hun kinderen in de weg staat, discrimineert op macroschaal hun hele gemeenschap. Ze stellen zichzelf als het ware achter. Van jongs af aan groeien die kinderen op met een taalachterstand die velen nooit meer goedmaken. Ze ploeteren veelal door de lagere en middelbare school en eindigen in het beroeps of de technische richtingen, als ze de schoolbanken al niet voortijdig verlaten. Daardoor is er maar een minieme doorstroming naar de wetenschapswereld, de media of het cultuurwezen…

Bovenop de geringe stimulans thuis en de daarmee gepaard gaande taalbeperktheid zien we een derde factor die hier sterk mee verbonden is: dat is de omgeving. Ouders moeten dus niet alleen op de overheid rekenen wat het opvoeden betreft, maar zelf die omgeving scheppen die hun kinderen aanspoort tot betere prestaties op school. Dat milieu zien we in brede zin: motivatie van thuis uit, maar evenzeer vanuit de buurt waarin het gezin woont, vanuit familie, kennissen en vrienden. Als die kleine gemeenschap met dezelfde wortels, gewoontes en cultuur in zichzelf is gekeerd, zonder actieve deelname aan de eigenlijke maatschappij, dan is het moeilijk om je daarvan los te trekken en een andere toekomst te ambiëren. Cognitief gedrag en isolement zijn in dit geval immers een segregerende combinatie. Je kopieert namelijk het leven dat je altijd rond je hebt gezien, het enige wat je kent, en blijft steken in je eigen kleine etnische gemeenschap, als op een eiland.

Wat gebeurt er als je aspiraties net iets verder reiken dan het plaatselijke stempellokaal, de fabriek waar al je vrienden werken of de pitazaak van je ouders? Dan heb je twee keuzes: je steekt die ambitie weg, als een droom die nooit zal uitkomen, of je kiest voor de moeilijke tweede optie en je gaat je horizon verbreden. Het komt in dat laatste geval meer dan geregeld voor dat een beloftevolle allochtone student wordt uitgesloten van zijn vrienden, waardoor hij genoodzaakt is andere kringen op te zoeken waar hij wel wordt begrepen en opgenomen in de groep.

In de Verenigde Staten is er een verontrustende evolutie met betrekking tot dit fenomeen, waarvoor we in Vlaanderen misschien ook moeten beginnen op te letten. Daar duikt de term acting white steeds vaker op bij voornamelijk jonge Afro-Amerikanen. Die uitdrukking is al onderwerp geweest van universitaire studies en heeft in het verleden zelfs reacties uitgelokt bij president Barack Obama. Acting white, letterlijk: je gedragen als een blanke, verwijst naar de houding van jongeren uit etnische minderheden die door middel van studies hogerop willen raken in de samenleving. Het zijn leerlingen die meer ambiëren dan het uitzichtloze leven van hun omgeving en net deze jongeren krijgen van hun vrienden en kennissen te horen dat wat ze doen verkeerd is, dat ze het gedrag kopiëren van de blanken, namelijk studeren. En waarom? Enkel en alleen omdat ze eens een boek in hun handen nemen om iets bij te leren, om vooruit te raken in hun leven, om later een fatsoenlijke baan te hebben, een huis en een degelijk inkomen. Het is net alsof de omgeving zich beledigd voelt door de zoektocht van een ‘medestander’ naar een beter bestaan, hiermee insinuerend dat hun manier van leven minderwaardig is. Frappant aan heel die beschuldiging van acting white is dat het zich blijkbaar ook meer voordoet in geïntegreerde scholen dan in zogenaamde zwarte scholen, in de VS is dit zelfs letterlijk te nemen, waar bijna geen blanke leerlingen ingeschreven zijn. Dit is iets wat, in een soort Belgische versie, eventueel kan overwaaien vanuit de VS, als de situatie niet verbetert. We kunnen enkel pleiten voor een betere geografische spreiding van allochtonen op het gebied van onderwijs en huisvesting om zulke zaken te vermijden.

Als laatste oorzaak van de minimale doorstroming van allochtonen naar het hoger onderwijs en van daaruit naar sectoren zoals de media en de wetenschap zouden we het gebrek aan rolmodellen willen aanhalen. Naar wie kunnen deze jongeren opkijken en wie kunnen ze als voorbeeld nemen om te proberen iets te bereiken met hogere studies? We stellen vast dat er allochtone dokters zijn, advocaten, boekhouders, journalisten, managers, maar met hoeveel zijn ze, die witte raven? Er is een evolutie, maar die verloopt traag. De eerste immigranten waren gastarbeiders in de mijnen en fabrieken. Daarna doken de eerste allochtone zelfstandigen op, eigenaars van pitazaken, restaurants, theehuizen. De volgende generatie kreeg/nam de kans om te studeren. Maar de rolmodellen die nu in zwang zijn, dringen het onderwijs naar de achtergrond. Vraag maar rond naar bekende nieuwe Vlamingen. De antwoorden zijn zangers zoals Brahim en Hadise, sportlui zoals Fellaini en Kompany. Geen van hen die dat te danken heeft aan hogere studies. Ze hebben hun verdiensten, daar niet van, ze bieden als rolmodel vele allochtone jongeren een uitweg. Maar we wilden een lans breken voor meer hoger opgeleide nieuwe Belgen.

Misschien kunnen we een oproep doen aan de media om op zoek te gaan naar die witte raven, de dokters, advocaten, boekhouders en managers en hen een forum te bieden, wanneer ze weer een verklaring of interview nodig hebben van een expert. Die oproep geldt ook in tegenovergestelde richting: laat als allochtone hoger opgeleide weten dat je je ter beschikking stelt van de media als deskundige en vooral als rolmodel van jonge allochtone mediagebruikers. Je hoeft niet gekrenkt of verontwaardigd te zijn, omdat je denkt dat ze je alleen willen opvoeren omdat je allochtoon bent en niet omwille van je kwaliteiten. Want zonder die kwaliteiten stond je nergens, kreeg je sowieso geen forum. Je kan bijvoorbeeld een president zijn en toevallig ook zwart. Ontken dus je achtergrond niet. Do the right thing. Het is nodig.

Dit zijn volgens ons vier belangrijke, samenhangende oorzaken van het geringe aantal hoger opgeleide nieuwe Belgen. Het zijn niet de enige factoren, maar ze springen duidelijk in het oog, en met een minimum aan inspanning zouden er veel problemen opgelost kunnen raken. Op zijn minst zou er al een begin van een uitkomst zijn. We hebben enkel de wilskracht nodig om er iets van te maken. Maar laten we duidelijk zijn: de bal ligt niet in het kamp van de overheid, maar in dat van de etnische minderheden.


Pinar Akbas is check-in agente op de luchthaven in Zaventem, bestuurslid van Open VLD Hasselt.

Inan Akbas is schrijver/uitgever, VRT-programmamedewerker en lid van Open VLD-Gent.

Inan & Pinar Akbas

Links
mailto:inan.akbas@gmail.com
Share |

De welvaart en trots van naties

Liberales organiseert op dinsdag 28 mei (20u) een gespreksavond met Olivier Boehme over zijn laatste boek 'De welvaart en trots van naties'. Klik hier voor meer info en inschrijven.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be