Ook gevangenen zijn mensen

essay vrijdag 23 februari 2007

Christophe Andrades

Gevangenen, en dus bij uitbreiding criminelen, zijn menselijke wezens. Voor liberale en humanistische denkers is deze stelling een vanzelfsprekendheid. De Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum beweert in haar boek Hiding from Humanity: Shame Disgust and the Law dat we altijd een onderscheid moeten maken tussen een misdaad en de persoon die de misdaad heeft gepleegd (Nussbaum, 2004). Misdaden moeten worden bestraft door het rechtsysteem. Hoe zwaarder de misdaad, hoe zwaarder de straf: hierover bestaat in het hedendaagse westerse politieke en maatschappelijke denken weinig betwisting. Minder vanzelfsprekend is het feit dat het recht zich in principe niet zou mogen uitspreken over de menselijkheid van diegene die de wet heeft overtreden. Hoe we het ook draaien of keren, iemand die een misdaad heeft gepleegd blijft een menselijk wezen. Op geen enkel moment heeft iemand de bevoegdheid om te beweren dat een beklaagde of veroordeelde geen mens is. Vaak wordt er gesproken over ‘een monster’ wanneer het gaat om een misdadiger. Hoewel deze reflex in sommige gevallen begrijpelijk is, blijft het een praktijk die door liberale en humanistische denkers moet worden tegengegaan.

Het onderscheid tussen het veroordelen van een misdaad en het dehumaniseren van een persoon die een misdaad heeft gepleegd is ragfijn en bijzonder subtiel. Dit is een extra reden om er voor te zorgen dat de grens goed wordt bewaakt. De laatste weken werd er in Vlaanderen twee maal geflirt met het overschrijden van deze grens. Eerst was er het pleidooi van minister Renaat Landuyt voor een afschaffing van de wet Lejeune (De Morgen, 30/12/2006). Recentelijk was er de kritiek van het Limburgse ACOD en andere vakbonden op de nieuwe basiswet die de rechten van gedetineerden in gevangenissen moet veiligstellen (De Morgen, 13/01/2007, Het Belang van Limburg 15/02/2007). Uiteraard was er in beide gevallen geen sprake van een directe aanval op de menselijkheid van gedetineerden. Toch wijzen bepaalde aspecten van het discours van Landuyt en het Limburgse ACOD naar een overschrijding van de grens tussen een misdaad en de misdadiger. In beide gevallen valt een tendens waar te nemen die er dreigt toe te leiden dat gevangenen worden gedehumaniseerd of ontmenselijkt. Wanneer we beide gevallen analyseren, wordt duidelijk waarom een liberaal perspectief op het Belgische gevangeniswezen onontbeerlijk is.

Wet Lejeune

Federaal minister Renaat Landuyt wil de wet Lejeune afschaffen. Deze wet bepaalt dat Belgische gevangenen reeds na één derde van hun gevangenisstraf een aanvraag kunnen indienen om vervroegd vrij te komen. Landuyt wijst in een interview in De Morgen terecht op enkele perverse effecten van deze wet (30/12/2006). Zo is er het bekende fenomeen dat rechters extra lange straffen uitspreken omdat ze er van uitgaan dat de veroordeelde per definitie vroeger zal vrijkomen dan de straf stipuleert. De wet Lejeune wekt bij vele mensen bovendien de indruk dat zware criminelen onterecht snel weer op vrije voeten komen. Vooral slachtoffers van misdrijven vinden dit een onrechtvaardig gegeven. Een debat over deze controversiële wet is dus zeker op zijn plaats. Laten we niet vergeten dat ze dateert uit het jaar 1888. Dat er moet gesproken worden over de toepassing van de wet Lejeune is een vanzelfsprekendheid. De vraag is echter: hoe moeten we er over spreken?

Grote vraagtekens plaats ik achter de onderliggende motieven die minister Landuyt in het debat naar voren brengt. Met name zijn visie op de rol van de gevangenis in de hedendaagse samenleving is vanuit liberaal en humanistisch perspectief dubieus. Ik citeer de minister: “Je moet je afvragen waarvoor een gevangenis dient. Toch om mensen op te sluiten die een gevaar vormen voor de maatschappij.” (DM 30/12/2006) Volgens de Poolse socioloog Zygmunt Bauman is een dergelijke visie op het gevangeniswezen niet correct en zelfs gevaarlijk. Hij wijst er terecht op dat een gevangenis niet alleen dient om mensen op te sluiten maar dat ze vooral dient om mensen klaar te maken voor een herintegratie in de maatschappij na hun gevangenisstraf. Deze visie werkt Bauman uit in zijn boek Wasted Lives. Modernity and its Outcasts (Bauman, 2004). Het is ook een standpunt dat is terug te vinden in andere werken van deze vooraanstaande socioloog (Bauman, 1997). Gevangenen worden binnen de visie van Landuyt aanzien als bedreigingen die moeten worden opgesloten. Ze zijn nutteloos en gevaarlijk voor de maatschappij en moeten daarom verwijderd worden, het liefst voor eens en voor altijd. Ik citeer opnieuw de minister wanneer hij het heeft over de taak van de gevangenissen: “(...)om mensen op te sluiten die een gevaar vormen voor de maatschappij.”

Interessant is het om te kijken naar argumenten die kunnen aangehaald worden om de wet Lejeune te verdedigen. Het voornaamste dat ik hier zou willen aanhalen is het aspect van herintegratie binnen de maatschappij. Gevangenen die vrijkomen onder de voorwaarden van de wet worden streng gecontroleerd en moeten dus automatisch leren om weer een onderdeel te worden van de maatschappij. Voor een gevangene die jarenlang achter de tralies heeft gezeten is maatschappelijke integratie alleen maar moeilijker. De wet Lejeune is in zekere zin een hulpmiddel dat er voor zorgt dat de herintegratie van zware criminelen in de samenleving gemakkelijker kan verlopen dan normaal. Door er op te wijzen dat ook zware criminelen het recht hebben op maatschappelijke herintegratie zijn bepaalde aspecten van de wet Lejeune dus humanistisch en liberaal volgens de denkbeelden van Martha Nussbaum. Enerzijds worden ze (zwaar) gestraft voor de misdaden die ze hebben gepleegd. Tegelijkertijd verliezen ze nooit hun menselijkheid omdat het van begin af aan duidelijk is dat ze ooit een redelijke kans zullen krijgen om na hun straf een nieuw leven op te bouwen. Gevangenissen dienen dus niet alleen om mensen op te sluiten die een gevaar vormen voor de samenleving. Ze dienen ook om misdadigers een kans te geven om tot inzicht te komen over hun misdaden en om zich voor te bereiden op een nieuw leven buiten de muren van de gevangenis.

Naakt fouilleren

Mogen cipiers gevangenen naakt fouilleren? Volgens de nieuwe basiswet justitie die volledig geïmplementeerd werd op 15 januari 2007 mag het alleen nog onder strikte voorwaarden. Zo kan het naakt fouilleren alleen nog gebeuren met impliciete toestemming van de gevangenisdirecteur. Wanneer hij bijvoorbeeld aanwijzingen heeft dat een gedetineerde drugs binnensmokkelt via zijn anus dan kan hij een naaktfouillering aanbevelen. (DM, 13/01). De ACOD vakbond van de gevangenis van Hasselt trekt nu ten strijde tegen deze nieuwe wet. Volgens Eric Severijns van het ACOD dreigt door deze nieuwe maatregel de circulatie van drugs, geld en wapens binnen de gevangenismuren toe te nemen (Het Belang van Limburg, 15/02/2007). Hier is sprake van een conflict tussen twee waarden. Enerzijds hebben gevangen het recht op een menswaardig bestaan, de basiswet heeft niet voor niets als doelstelling om het gevangenisbeleid te humaniseren. Naakt fouilleren is ontegensprekelijk een aantasting van de menselijke waardigheid. Denken we aan de manier waarop Irakese gevangenen werden behandeld door Amerikaanse soldaten in Abu Ghraib. De Irakezen werden naakt op elkaar gestapeld zodat de Amerikaanse bewakers foto’s konden nemen van deze mensonterende vernederingen. Anderzijds is er natuurlijk de veiligheid binnen de muren van een gevangenis. Een toename van drugs, geld en wapens binnen de gevangenismuren is ontegensprekelijk een nadelige evolutie. Het is een aantasting van de veiligheid van zowel de gevangenen als van het penitentiair personeel. Toch denk ik dat de kritiek van het ACOD op de basiswet vanuit liberaal en humanistisch perspectief niet terecht is. Zoals gezegd blijft naakt fouilleren mogelijk wanneer de gevangenisdirecteur vermoedens heeft van een toename van de onveiligheid binnen de gevangenismuren. Het argument van Eric Severijns van het ACOD is dus niet helemaal overtuigend. Bovendien mogen we niet vergeten dat de basiswet voor het eerst zorgt voor een duidelijke rechtspositie voor gedetineerden. Onder andere de Liga voor Mensenrechten heeft zeer terecht benadrukt dat het respecteren van de rechten van gevangenen essentieel is binnen een democratie. Dan is er natuurlijk ook nog de kwestie van dehumanisering en ontmenselijking. Martha Nussbaum beweert overtuigend dat naaktheid een bijzonder krachtige methode is om mensen te dehumaniseren (Nussbaum, 2004). Mensen die zich ongewild en onder dwang naakt moeten vertonen aan superieuren verliezen in meerdere opzichten hun gevoel van menselijke waardigheid.

Tot nader order leven we nog steeds in een liberale samenleving die ook gevangenen aanziet als mensen. Daarom denk ik dat de basiswet vanuit liberaal en humanistisch perspectief een goede zaak is. Naakt fouilleren van gevangen kan alleen wanneer het duidelijk is dat er een gevaar is voor de veiligheid van de andere gedetineerden en het gevangenispersoneel. De gevangenisdirecteur kan dan zijn cipiers opleggen om over te gaan tot het naakt fouilleren van een gedetineerde. Naakt fouilleren in gevangenissen terug tot een algemene regel maken die geldt voor alle gedetineerden, zou een kaakslag zijn voor iedereen die een progressief mensbeeld hanteert.

Nood aan een liberale en humanistische visie

Bovenstaande gevallen hebben met elkaar gemeen dat gedetineerden dreigen te worden ontmenselijkt. In het geval van het pleidooi voor de afschaffing van de wet Lejeune gebeurt dit door ze de kans te ontnemen op een redelijke kans op maatschappelijke herintegratie. In het geval van de kritiek op de basiswet door het ACOD, worden gevangenen letterlijk en figuurlijk blootgesteld aan mensonterende praktijken. Een liberale en humanistische visie op de taak en de rol van wetgeving in een open samenleving gaat in tegen beiden. Dit komt voort uit het idee dat ook criminelen ten alle tijden mensen blijven. Hiermee komen we terug bij het begin van mijn betoog. Binnen ons rechtssysteem worden de misdaden van mensen bestraft. Dit moet soms streng gebeuren: zware misdadigers en recidivisten moeten zware straffen krijgen en mogen niet op één, twee, drie weer worden vrijgelaten. Maar ons rechtssysteem moet niet alleen streng zijn, het moet ook menswaardig blijven. Laten we dat als liberalen en humanisten nooit vergeten.


De auteur is docent politieke filosofie en politieke geschiedenis aan de Universiteit van Maastricht



Bronnen:



Nussbaum, C. M. (2004). Hiding from Humanity. Shame, Disgust and the Law. New Jersy: Princeton University Press.



Bauman, Z. (2004). Wasted Lives. Modernity and its Outcasts. Cambridge: Polity Press.



Bauman, Z. (1997). The Strangers of the Consumer Era: From the Welfare State to Prison. In Z. Bauman, Postmodernity and its Discontents. (blz. 35-45). Cambridge: Polity Press.

Christophe Andrades

Christophe Andrades

Links
mailto:Chris.Andrades@HISTORY.unimaas.nl
Share |

4de Karl Popperlezing met Hans Achterhuis

Deze lezing vindt plaats op dinsdag 5 oktober om 20u in het Liberaal Archief, Kramersplein 23 te Gent. Na de lezing is er een receptie. Toegang is gratis, maar gelieve wel in te schrijven op verhofstadt.dirk@telenet.be.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be