Moslims, de Koran en de liberale open samenleving

essay vrijdag 05 oktober 2007

Christophe Andrades

De rechtse Nederlandse politicus Geert Wilders heeft afgelopen zomer weer gezorgd voor de nodige opschudding. In een vlammend opiniestuk in de Nederlandse Volkskrant pleitte hij voor een verbod op de Koran. Het bijbelboek van de islamitische godsdienst wordt door Wilders vergeleken met Mein Kampf van Adolf Hitler. Het is volgens hem een boek dat aanzet tot haat en een bepaalde religie aanmaant tot het streven naar een werelddominantie via overheersing van alle andersgezinden. Bijgevolg moet de Nederlandse wetgever dit vermaledijde boek maar verbieden volgens de politieke leider van de Nederlandse Partij voor de Vrijheid. Over de démarche van Wilders kan veel worden gezegd. Het is mijn overtuiging dat liberalen genuanceerd kunnen en moeten reageren op het ondertussen befaamde opiniestuk van Geert Wilders. Enerzijds zijn bepaalde van zijn argumenten en aanbevelingen ten strengste af te keuren, anderzijds werpt hij een belangrijk onderwerp in de ring dat de nodige aandacht verdient. Wat hebben we immers zien gebeuren onmiddellijk na de publicatie van het stuk? Unisono hebben zowel Belgische als Nederlandse opiniemakers de tussenkomst van Wilders met de grond gelijk gemaakt. In zekere zin hadden ze hierin gelijk. Het is echter jammer dat één van de cruciale onderwerpen, de rol van de Koran binnen een westerse liberale democratie, hierdoor niet grondig is besproken. In plaats van een grondig debat over de rol van het heilige bijbelboek van de moslims bleef de Wilders-controverse beperkt tot een aanval op één persoon. Dit essay is een poging om, ondanks het controversiële - en soms zelfs ronduit verwerpelijk - argument, van Wilders op een genuanceerde wijze te benaderen. Het perspectief is een liberale en open samenleving gebaseerd op een overlappende consensus. Ten eerste is het onzinnig om te pleiten voor het verbieden van een boek. Het recht op publicatie van welke mening dan ook, is een grondbeginsel van de liberale democratie dat niet zomaar kan worden opgeheven wanneer het gaat om een religieus werk dat niet strookt met de waarden van de liberale democratie. De Koran verbieden is strijdig met sommige van de meest liberale principes: het recht op vrije meningsuiting en het recht op publicatie en verkondigen van een mening. Zoals ik verderop zal betogen, zegt dit niets over de manier waarop we met die meningen en schriften moet omgaan. Zoals de Joods-Nederlandse filosoof Spinoza reeds schreef tijdens de 17de eeuw moeten we een onderscheid maken tussen het recht op vrije meningsuiting en de plicht om te handelen op een zodanige wijze dat de stabiliteit van de staat niet in gevaar wordt gebracht. Argumenteren voor een verbod van de Koran is dus zonder meer een illiberaal pleidooi.

Toch is het opmerkelijk dat er enkele maanden geleden nog veel denkers met volle overtuiging beweerden dat het publiceren van denigrerende cartoons over de profeet Mohammed not done is. Geen enkele intellectueel voelt zich nu geroepen om Wilders te verdedigen. Dat is op zich terecht. De vraag is echter hoe mensen die het recht op vrije meningsuiting willen beperken wanneer het gaat om satire over de Islam dat kunnen rijmen met een onvoorwaardelijk njet wanneer iemand suggereert dat een boek dat ingaat tegen de westerse cultuur best kan worden verboden. Net zoals het verbieden van de Koran niet aanvaardbaar is, is het niet tolereerbaar dat mensen moeten onderduiken op schuiladressen omdat ze een sarcastische cartoon over de profeet Mohammed publiceren. Anderhalf jaar na de beruchte cartooncrisis in Denemarken hebben we de afgelopen weken immers een nieuw soort mini-cartoon crisis zien ontstaan na de publicatie van cartoons van de profeet Mohammed in Zweden. De krant Nerikes Allehanda publiceerde een tekening van Mohammed wiens hoofd op een hondenlichaam werd geplaatst. Herinneringen oproepend aan de globale moslimbetogingen in het begin van het jaar 2006 trokken in Zweedse steden zoals Orebro tientallen en soms honderden moslims de straat op om te eisen dat de publicatie van de tekening van Mohammed door de overheid zou worden verboden en afgekeurd.

De regeringen van Pakistan en Iran lieten ook van zich horen en vroegen officieel om een intrekking van de tekening. In Pakistan werden Zweedse vlaggen en een pop van de Zweedse premier in brand gesproken. De Zweedse premier Fedik Reinfelt hield echter voet bij stuk en baseerde zich op de vrijheid van meningsuiting om de publicatie van cartoons van de profeet van de islam te rechtvaardigen. In tegenstelling tot de scherpe reacties op de uitspraken van Wilders bleef het naar aanleiding van deze gebeurtenissen opvallend stil in de media in de Lage Landen. Blijkbaar is het recht op vrije meningsuiting volgens sommigen een asymmetrische waarde die naar eigen goeddunken kan worden toegekend of onthouden. Het is belangrijk om hierin als liberalen duidelijk positie te nemen: elk verbod op het publiceren van een bepaalde mening is strijdig met de principes van de het liberalisme. Simpel gezegd: als de Koran niet mag worden verboden dan moet hetzelfde gelden voor tekeningen van de profeet Mohammed.

Ten tweede slaat Wilders de bal flagrant mis wanneer hij stelt dat er binnen de Islam geen sprake is van verschillende stromingen. Gematigde moslims bestaan niet volgens hem, het zijn allemaal fascisten. Deze uitspraak is zo lachwekkend dat ze nauwelijks verdere uitleg verdient. Toch nog dit ter attentie van Wilders: omdat er Jacobijnse revolutionairen, imperialistische kolonisators, nazistische en communistische dictators misbruik hebben gemaakt van bepaalde idealen van de Verlichting pleiten we toch ook niet voor een gehele afschaffing van het Verlichte westerse denkgoed? We mogen toch aannemen dat Wilders de geschiedenis van zijn zo verheerlijkte Westen goed heeft bestudeerd? Deze flater wijst op een tegenwoordig diep ingewortelde tendens om culturen en beschavingen te beschrijven als homogene en monolithische gehelen. Dit is uiteraard verkeerd. Ten eerste zijn culturen niet homogeen en monoliet. Ten tweede mogen we niet uit het oog verliezen dat culturen worden aangehangen, beleden en in stand gehouden door individuen. Ten derde is er de Koran. Wat is de waarde van dit boek? Hoe wordt het door moslims gelezen? Wat wordt er gedaan met de inhoud er van? Maar vooral: welke rol kan of moet dit boek spelen binnen een liberale democratie? Wel, met betrekking tot deze vragen is het volgens mij ontegensprekelijk dat Wilders er in slaagt om een taboe van onder het stof te halen. De westerse politieke geschiedenis kan worden gelezen als één lange strijd tegen de invloed van de Bijbel op de politiek en de inrichting van de samenleving. Eeuwenlang hebben geestelijken hun bijbelboeken gebruikt om wereldse macht na te streven én om bepaalde politieke doeleinden te realiseren die stroken met particularistische religieuze opvattingen. Hierbij moeten we in de eerste plaats natuurlijk denken aan het schandelijke goddelijk absolutisme dat postuleerde dat de koning een representant was van God op aarde en bijgevolg een vrijbrief had om te regeren over het land zoals hem dat beliefde. Deze vorm van politieke macht werd in het Westen als het ware ingevoerd door Karel de Grote die in het jaar 800 zelf naar de Paus in Rome trok om zich te laten kronen tot keizer van het Karolingse Rijk. Velen denken dat er na de val van dit kortstondige rijk in het centrum van het geografische Europa een einde kwam aan deze praktijk.

Dit is verkeerd, zoals de Nederlandse cultuurhistoricus Peter Rietbergen terecht beweert in zijn boek Europe: A Cultural History. Tot in de negentiende eeuw trokken westerse politieke leiders van alle soorten pluimage naar Rome om zich daar te laten kronen als vertegenwoordiger van God op aarde. Ze aanzagen zichzelf en handelden als leiders die een soort van monopolie bezaten op de kennis over de goede inrichting van de staat en het onderhouden van een deugdzame samenleving. Het gevolg was ongebreidelde staatsterreur, religieuze intolerantie en schaamteloze plundering van de nationale schatkist. Met het goddelijk absolutisme werd komaf gemaakt door radicale denkers zoals Spinoza, Bayle en Diderot, en politieke omwentelingen zoals de Franse revolutie. Het gevolg was democratie en vrijheid. Het zou echter verkeerd zijn om in de waan te verkeren dat de Bijbel sinds het einde van de 18de eeuw geen rol meer speelt binnen de westerse politiek. Denken we maar aan de jarenlange juridische en economische onderdrukking van vrouwen en holebis of aan het neoconservatieve beleid van G.W Bush in de Verenigde Staten van Amerika. Religieuze boeken mogen dan al niet meer gebruikt worden om een bepaald politicus aan te stellen als dé leider van een bepaalde geografisch territorium, nog steeds worden er binnen vele maatschappelijke debatten argumenten uit religieuze boeken gebruikt als legitimatie voor politiek handelen.

Binnen dit historische kader is het opvallend hoe stilzwijgend westerse denkers blijven bij een toename van stemmen die pleiten voor het herorganiseren van de westerse samenleving op basis van principes van de Islam zoals die staan beschreven in de Koran en andere heilige schriften uit de islamitische godsdienst. Zo is er de Frans-Zwitserse filosoof Tariq Ramadan die de laatste jaren een intellectuele strijd is begonnen om de hele westerse samenleving in te richten volgens de principes van de Koran. Eerlijkheidshalve moet er worden gezegd dat Ramadan geen fundamentalist is in strikte zin. In zijn boeken houdt hij een pleidooi voor een liberale islam en probeert hij zijn lezers te overtuigen van het gegeven dat de Koran geen boosaardig boek is maar een pleidooi voor verdraagzaamheid en een betere wereld. Met het aantonen van de liberale tendensen binnen de islamitische cultuur en haar heilige schriften is niets verkeerd, in tegendeel. Pogen om de westerse samenleving te funderen op basis van de principes van de Koran is een ander paar mouwen. Eeuwenlang strijden tegen de invloed van de Bijbel om vervolgens op basis van het voorwendsel van tolerantie en multiculturalisme te beweren dat het niet erg is dat er vooraanstaande denkers uit de moslimgemeenschap de samenleving willen herinrichten volgens leerstellingen die ze terugvinden in de Koran: het is op zijn minst een vreemde wending binnen de geschiedenis van de moderniteit.

We moeten echter oppassen om niet in de val te lopen die wordt opgezet door de rechtse nationalist en moslimhater Geert Wilders. Het lezen van de Koran is geen zonde. Mensen die steun vinden in het lezen van een zogenaamd heilig schrift hebben daar alle recht op. Waarom ook niet? Mensen die plezier scheppen in het lezen van de Rode Ridder en Robbedoes nemen we toch ook hun plezier niet af? Mensen zijn vrij om te lezen wat ze willen. Ook mogen we niet voorbij gaan aan de sociale rol van religie. Ondanks het feit dat alle religies gebaseerd zijn op leugens en bedrog is het voor seculiere denkers noodzakelijk om te erkennen dat het voor sommige mensen toch rationeel is om een bepaalde religie aan te hangen. Dit argument werd onlangs overtuigend naar voren gebracht door de Britse filosoof, en grote verdediger van het Kantiaanse universalisme, Roger Scruton. Het gaat hier om de grootste denkfout van de radicale atheïst Richard Dawkins. Volgens hem is het irrationeel om te geloven omdat religies geen sluitende systemen van waarheid vormen. Met deze stelling van Dawkins ben ik het in navolging van Scruton niet eens. Het is niet omdat ik zelf geen behoefte heb om me te vereenzelvigen met een religie en bijhorende heilige schriften dat ik denk dat het irrationeel is om dat wel te doen.

Mensen die lid willen zijn van een religie doen dit niet enkel vanwege de waarheid van stellingen die ze terugvinden in de heilige schriften. Vaak aanzien ze zichzelf als lid van deze of gene religie op basis van sociale, emotionele en culturele motieven. Deze motieven zijn legitiem op voorwaarde dat er niet dogmatisch wordt aangenomen dat alles wat er in de heilige schriften staat correct is en als er religieuze argumenten geen belangrijke rol krijgen aangemeten in het publieke debat over de inrichting van de moderne staat. Hierbij komen we op een cruciaal punt van het liberalisme dat door haar tegenstanders vaak over het hoofd wordt gezien. Liberalen hebben helemaal geen probleem met religie an sich. Problematisch is het verkondigen van leugens, het verkondigen van onwaarheden en het creëren van angst met behulp van de donkere profetieën die staan beschreven in sommige passages van de heilige schriften. Wanneer een individu er op rationele basis voor kiest om een bepaalde religie te belijden is dit vanuit liberaal standpunt onbetwistbaar. Dit geldt zowel voor katholieken, protestanten als moslims.

Toch moet er één zaak duidelijk worden gesteld aan de lezers van de Koran: het kan niet dienen als een gids voor politiek binnen een liberale democratie. De redenen hiervoor zijn vanzelfsprekend. De Koran is net als de Bijbel en de Thora opgeschreven met als doel om mensen te misleiden met onwaarheden over de geschiedenis van de mensheid, de aard van menselijke relaties, de toekomst van de aarde of het leven in het hiernamaals. Grof gezegd: het staat vol met onwaarheden. Contra Wilders moet er worden benadrukt dat er in de Koran niet alleen wordt opgeroepen tot haat en oorlog, er worden inderdaad ook vreedzame boodschappen verkondigd. Op veel plaatsen in de Koran lezen we dat moslims goed moeten zijn, niet alleen voor elkaar, maar ook voor mensen die een ander geloof aanhangen. Hierin heeft de reeds vernoemde Tariq Ramadan gelijk. Het punt is dus niet dat de Koran een boek is zoals Mein Kampf, het punt is dat het doorspekt is met tegenstellingen. Hetgeen logisch is gezien de aard van alle heilige schriften die zonet werd beschreven. Bovendien staat het boek vol met onwaarheden en contradicties die wetenschappelijk kunnen worden aangetoond.

Gelovige moslims zullen dit zien als een belediging. Een fout in de Koran? Blasfemie! Maar dit is een vreemde redenering. Zo is het ontegensprekelijk dat alle grote boeken uit de westerse seculiere geschiedenis fouten bevatten. John Rawls, Isaiah Berlin, Jürgen Habermas, Karl Popper en andere denkers die ik, tot ergernis van sommigen, herhaaldelijk aanhaal als mijn grote liberale voorbeelden hebben ook fouten geschreven. Hoe kan het ook anders? Het gaat om menselijke wezens die zich bezighielden met complexe vraagstukken over de samenleving en politiek. Wanneer iemand beweert dat er in een boek fouten en onwaarheden staan, is dat geen aanval op de auteur of de lezers van het boek, maar een teken van aanvaarding van de aard van kennis binnen het kader van de menselijke beperktheid.

Hierbij kom ik terug op de rol van de Koran. Wat moeten we met dit boek binnen een liberale democratie? Ten eerste is het uitstekend studiemateriaal voor theologen en bijbelexegeten, laat hen onderzoeken wat de grondbeginselen zijn van de islamitische godsdienst. Voor vergelijkende godsdienstwetenschappers is het interessant om de inhoud van de Koran te vergelijken met de inhoud van de Bijbel en de Thora. Het bestuderen van de Koran is een legitieme wetenschappelijke discipline, net zoals archeologie en paleontologie hun bestaansredenen hebben. Ten tweede kan de Koran dienen als een instrument tot meer tolerantie en aanvaarding van diversiteit. Als westerlingen kunnen we immers in de Koran lezen wat de religieuze wortels zijn van mensen die om historische en politiek-economische redenen hun weg hebben gevonden naar onze westerse en seculiere maatschappij. Als volwassen modernisten zou het een uitermate grote overwinning zijn om te beweren: “wij geven toe dat we niet geloven in de waarheid van de Koran, toch respecteren we jullie verbondenheid met dit boek en nemen we de moeite om er meer over te weten te komen”. Kortom: interesse in de Koran is een teken van tolerantie en kan leiden tot een beter multicultureel samenleven binnen een samenleving van rationele individuen. Hierin volg ik de mening van de Belgische theoloog Rik Torfs die hij verkondigde in De Morgen in de nasleep van de controverse over het opiniestuk van Geert Wilders. Hij beargumenteerde overtuigend dat de lezers van de heilige boeken niet altijd de primaire bron zijn van fundamentalistische religies maar net diegenen die de complexe en soms contradictoire boodschap van de bijbelboeken herleiden tot enkele simpele en schijnbaar coherente dogma’s. Paradoxaal genoeg kan een betere en grondige kennis van de Koran dus leiden tot meer gematigde moslims, zo meen ik te mogen afleiden uit het denken van Rik Torfs.

Ten vierde, en dit punt verdient bijzondere aandacht binnen dit essay, de Koran kan niet dienen als politiek argument binnen de publieke sfeer. Het kan niet worden gebruikt als gids om de westerse samenleving opnieuw in te richten, en het kan zeker niet dienen om waarheden te postuleren over de mens, zijn afkomst, zijn aard of zijn toekomst. Een open samenleving kan volgens mij alleen worden gebaseerd op een overlappende consensus die kan worden gedeeld door alle leden van de samenleving. Niet alleen de waarde zelf, maar de ook rechtvaardiging ervan moet aanvaardbaar zijn voor iedereen. Om deze test te doorstaan moet iedere waarde met andere woorden voldoen aan de test van de ‘sluier van onwetendheid’ bedacht door de Amerikaanse politieke filosoof John Rawls. Hoewel hij deze theorie postuleerde in het kader van een poging om een sociaal rechtvaardige samenleving te creëren is volgens mij zonder meer van toepassing op een samenleving gekenmerkt door pluralisme en diversiteit.

Filosofen beweren vaak dat de sluier van onwetendheid van Rawls niet toepasbaar is voor het inrichten van een pluralistische samenleving. In zijn boek Political Liberalism uit 1994 poogt hij in ieder geval om deze kritieken te weerleggen. De sluier van onwetendheid betekent (beknopt) dat de waarden waarop de samenleving moet worden gebaseerd aanvaardbaar moeten zijn voor iedereen zonder dat deze personen in kwestie weten wat hun eigen sociale, economische of politieke achtergrond is. Zo zou het bijvoorbeeld logisch zijn dat een rijke aristocraat tegen de sociale welvaartstaat is omdat deze hem financieel minder voordelig uitkomt dan een traditionele aristocratie of een neoliberale laissez-faire economie. Wanneer de rijke aristocraat echter niet weet dat hij een aristocraat is dan verandert het verhaal. Vanachter de ‘sluier van onwetendheid’ zal hij volgens Rawls beargumenteren dat wanneer een kleine groep aristocraten aanspraak kan maken op de rijkdommen van de staat op basis van het geboorterecht en overlevering er sprake is van een fundamenteel onrechtvaardige toestand. De rijkdom die wordt geaccumuleerd door de eeuwen heen moet worden herverdeeld opdat ieder individu min of meer kan genieten van gelijke kansen wanneer hij op de wereld verschijnt. Dit is een notendop de kern van de theorie van de ‘sluier van onwetendheid’ van John Rawls.

Sta me nu toe om dit principe te gebruiken tegen de Koran als leidraad voor het inrichten van de westerse samenleving. Hetzij geheel, hetzij zelfs maar gedeeltelijk. Volgens mij is het zonneklaar dat het vanuit een toestand van onwetendheid over de eigen positie onaanvaardbaar is om religieuze principes afkomstig uit een ‘heilig’ boek te gebruiken als funderingen voor de publieke moraal of structuur van de basisinstellingen van de samenleving. Waarom zou iemand die geen moslim is moeten aanvaarden dat een leven zoals dat staat beschreven staat in de Koran superieur is aan een andere vorm van leven? Hetzelfde geldt voor principes die staan beschreven in de Bijbel. Wanneer religieuze denkers vanuit hun geloofsovertuiging bepaalde argumenten naar voren willen brengen om de samenleving in te richten dan moeten ze er met andere woorden voor zorgen dat deze argumenten aanvaardbaar zijn voor ieder lid van de samenleving in de originele positie van onwetendheid die ontstaat achter de ‘sluier van onwetendheid’. Wanneer een moslim wil pleiten voor meer verdraagzaamheid en tolerantie moet hij dat doen op basis van universele en algemeen aanvaardbare principes en niet vanuit particularistische argumenten die hij destilleert uit een lezing van de heilige schriften afkomstig uit zijn religie.

Bovenstaande impliceert dus zonder meer dat religieuze boeken, vanuit welke strekking dan ook, niet kunnen dienen als leidraad voor het inrichten van de samenleving in directe zin. Hoewel dit binnen de seculiere en liberale democratie de laatste decennia is uitgegroeid tot een fundamentele basisaanname van de normatieve politieke theorievorming zien we tegenwoordig islamitische denkers zoals Tariq Ramadan opduiken die aan dit principe beginnen te morrelen en zichzelf en hun achterban voorhouden dat de Koran wél kan dienen als basis voor de inrichten van de maatschappij. Erger dan Ramadan zijn natuurlijk de fundamentalisten die in moskees over het hele Europese continent pleiten voor een invoering van de sharia, de islamitische wetgeving, in Eurorpa.

Het mag duidelijk zijn dat een verbod op de Koran onzinnig is. Het is strijdig met de meest fundamentele principes van de westerse verlichting. In plaats van het boek in toto te verbieden zou ik daarom willen voorstellen om het boek gratis en voor niets te distribueren onder alle inwoners van moderne westerse open samenlevingen, ongeacht hun religieuze of etnische afkomst. Voorwaarde is dat er iemand een inleiding schrijft die duidelijk maakt hoe de Koran kan worden gebruikt binnen een open samenleving die is gebaseerd op een overlappende consensus van waarden die kunnen worden aanvaard door ieder rationeel individu. We moeten duidelijk maken welke de grenzen zijn die binnen een liberale democratie niet kunnen worden overschreden. Deze grenzen heb ik in dit essay proberen aan te geven door middel van een korte verwijzing naar het principe van de sluier van onwetendheid van de politieke filosoof John Rawls. Omdat de ruimte mij hier te kort schiet om verder in te gaan op dit complexe argument van deze grote liberale denker verwijs ik voor verdere kennisneming ervan naar primaire en secundaire literatuur over deze in 2002 overleden denker.

Door een duidelijke, zei het complexe visie (maar complexiteit is nu eenmaal onvermijdbaar wanneer we het hebben over moeilijke aangelegenheden zoals het inrichten van pluralistische samenleving), kan er eindelijk komaf worden gemaakt met radicale moslimfundamentalisten die pleiten voor een herinrichting van de westerse samenleving op basis van de principes van heilige schriften én met rabiate moslimhaters en antimodernisten zoals Geert Wilders, die onwetend over hetgeen ze spreken, zich geroepen voelen om mensen te choqueren en verdeeldheid en haat te zaaien. Angst voor moslims en de Koran is nergens voor nodig op voorwaarde dat we leren op een rationele manier om te gaan met hun aanwezigheid binnen de open westerse samenleving. Als liberaal verdediger van de open samenleving reik ik daarom de hand naar rationele moslims die lid willen zijn van onze maatschappij en de Koran gebruiken op een liberale manier. In mijn andere hand houd ik mijn eigen versie van de Koran vast: eat that Geert Wilders.


De auteur is docent politieke filosofie en politieke geschiedenis aan de Universiteit van Maastricht



Literatuur



Dawkins, R. (2006). The God Delusion. Houhgton Miffin.

Israel,J. (2006). Enlightenment Contested. Philosophy, Modernity and the Emancipation of Man. 1670-1752.

Ramadan, T. (2005). Western Muslims and the Future of Islam. Oxford Univeristy Press.

Ramadan, T. (2006). In The Footsteps of the Prophet: Historical Lessons from the Life of Muhammed. Oxford University Press.

Rawls, J. (2005/1993). Political Liberalism. Revised Edition. Columbia University Press.

Rietbergen, P. (2006/1996). Europe: A Cultural History. Routledge.

Scruton, R. (2007). The Sacred and the Human. In, Prospect, August 2007.

Wilders, G. (2007). Genoeg is genoeg: verbied de Koran. In, De Volkskrant, 8 augustus 2007

Christophe Andrades

Christophe Andrades

Links
mailto:Chris.Andrades@HISTORY.unimaas.nl
Share |

4 Liberales-sessies over Economie

Om het economisch nieuws beter te begrijpen, organiseert Liberales in januari en februari vier sessies over Economie (te Brussel). De sessies behandelen pensioenen, strategisch gedrag, financieringswet en de financiële crisis. Toegang is 3 euro per sessie. Plaatsen zijn beperkt. Inschrijven via deze link. Meer info onder Activiteiten.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be