Wat er vooral storend is aan het huidige discours van de Belgische conservatieven is het begrip van de warme samenleving. De manier waarop het wordt gebruikt wijst op een diepgaande afkeer van het vrije en kritische individu. Op lange termijn vormt het een bedreiging voor een samenleving die de waarden van diversiteit, pluralisme en tolerantie hoog in het vaandel draagt. Persoonlijk associeer ik warmte met aangebrande vis, oververhitte motorkappen, blaren onder mijn voeten en moslimas die op een snikhete dag over straat lopen in een boerka. Waar ik echter vooral aan moet denken is de hete adem in mijn nek van paternalistische bevoogders die over mijn schouders meekijken bij iedere keuze die ik maak over mijn leven. Schrijnend is het veelbesproken verhaal van de Italiaan Piergiorgio Welby. Deze man moest de laatste jaren van zijn leven doorbrengen als een gevangene in zijn eigen lichaam. Omdat hij leed aan een chronische spierziekte kon hij nagenoeg niet meer bewegen. Zijn verstandelijke capaciteiten bleven echter zo goed als intact. Jarenlang smeekte hij de Italiaanse autoriteiten om euthanasie te mogen toepassen. Iedere keer werd zijn roep om een einde te maken aan zijn mensonwaardig bestaan afgewezen. De christelijke leer bepaalt nu eenmaal dat alleen God mag beslissen over leven en dood. Voor Welby werd het inderdaad zeer warm. In september 2006 vroeg Welby in een boodschap op de nationale televisie om zelf te mogen beslissen over het al dan niet stopzetten van zijn leven. Welby was moe gevochten, zijn leven werd iedere dag steeds meer een last, de pijn werd ondraaglijk. De Italiaanse arts Mario Ricco besliste in december dan toch om een einde te maken aan het leven van Welby. Ricco is een moedig man, zijn denken is niet oververhit en de ratio haalt het bij hem boven de warmte van de dogma's van de kerk. De reactie van de Italiaanse christen-democraten was ontluisterend. Luca Volonté noemde Ricco een moordenaar en eiste dat hij onmiddellijk zou worden gearresteerd. De katholieke kerk weigerde zelfs om een begrafenis te organiseren voor Welby. Piergiorgio Welby leefde in een warme samenleving. De hete adem van de paternalistische bevoogders maakte van zijn laatste jaren een helletocht. Misschien is dat geen toeval. Is de hel niet bij uitstek dé plaats die wordt geassocieerd met warmte? Het vrije individu staat niet graag in de kou, maar te veel warmte bedreigt zijn voortbestaan. Dit kernidee van het liberale westerse denken wordt onderbouwd door de vooraanstaande Amerikaanse politieke filosofie Martha Nussbaum. In haar laatste boek, over democratie en de opkomst van het rechtsnationalistische Hindoeïsme in India, schrijft ze op bladzijde 89 het volgende: “True self-rule requires citizens who can think for themselves, who can imagine the situation of others and who are continually challenging themselves by seeking examples from other cultures and other ways of life.” Dit citaat slaat de nagel op de kop. Het geeft aan dat individuen nooit los staan van hun traditie of hun omgeving, maar benadrukt tegelijkertijd ook het feit dat deze inbedding nooit mag leiden tot onderdrukking van het kritische denken, verbeeldingskracht en openheid voor andere levensstijlen. De liberale benadering van de invloed van de omgeving op de mens verschilt fundamenteel van de benadering die wordt aangenomen bij monde van de Belgische huisfilosoof van de CD&V Wouter Beke. Hij schrijft in zijn laatste boek dat veel individuen zich pas vrij voelen wanneer gemeenschappen beslissingen nemen voor hen. Volgens hem zijn individuen vrij wanneer ze afstand doen van het kritische denken. Dit is precies waartegen Martha Nussbaum en veel andere liberale filosofen zich sinds John Stuart Mill tegen verzetten. Liberalen gaan op zoek naar vruchtbare manieren om zich als rationeel individu vanuit zijn of haar omgeving te ontwikkelen. Beke bepleit een opsluiting van het individu in zijn of haar omgeving. Individuen hebben nood aan hun omgeving voor het bepalen van hun levensloop. Het is onzinnig om te beweren dat religie, cultuur en sociale omgeving geen rol spelen in de ontwikkeling van iemand zijn leven. De Ghanees-Amerikaanse filosoof Kwame Anthony Appiah houdt in zijn boek The Ethics of Identity één lang pleidooi om duidelijk te maken dat het liberalisme geen tegenstander is van socialiteit, cultuur of zelfs religie. Ook andere liberale denkers zoals Amartya Sen, Will Kymlicka hebben de laatste jaren uitvoerig de moeite genomen om principes van het liberalisme te verzoenen met het gegeven dat mensen vanaf het moment dat ze worden geboren ingebed zijn binnen een bepaalde omgeving. Martha Nussbaum dicht religie in meerdere van haar werken een belangrijke rol toe binnen een liberale democratie. Ze sluit hiermee aan bij John Rawls. Deze schreef in 1999 het volgende over de relatie tussen liberalisme en religie: “Public reason, far from requiring citizens to suspend or withdraw their religious convictions, in fact presupposes that citizens have a variety of comprehensive conceptions, including religious ones, whose overlapping consensus is consistent with the institutions of liberal democracy.” Niemand komt terecht op deze wereld als een rationeel en kritisch individu. Dit zijn vaardigheden die moeten worden aangeleerd tijdens de ontwikkeling van iemand zijn leven. Zelfs vanuit een religieus raamwerk is het mogelijk om zichzelf te ontwikkelen tot een kritische geest zoals hierboven beschreven door Nussbaum, zoveel is voor de meeste liberalen ondertussen duidelijk. Dat blijkt uit het citaat van John Rawls. Wat echter ook meer dan duidelijk is, is dat het samenlevingsmodel van iemand als Wouter Beke ten strijde trekt tegen de kracht van mensen om hun eigen leven vorm te geven. Toegegeven, doorheen zijn boek hanteert hij een discours dat dicht in de buurt komt van datgene wat liberalen zoals Kymlicka en Appiah al meer dan tien jaar verkondigen, maar toch is er sprake van een groot verschil. Het idee dat mensen vrij zijn wanneer anderen beslissingen nemen voor hen is een foutief en gevaarlijk idee. Het ondermijnt het belang dat we binnen onze westerse samenleving stellen in de kracht van de rede en de deugdzaamheid van autonomie. Zelfs voor mensen die het moeilijk zullen hebben om geheel autonoom te worden, blijft autonomie als normatief ideaal een belangrijk streefdoel. Immanuel Kant wees er in zijn werken terecht op dat autonomie gesitueerd is in het domein van het menselijke denken en handelen en niet in het domein van de natuurwetten of de bovenmenselijke causale mechanismen. Wanneer we stoppen met denken dat we vrij en autonoom zijn, onderwerpen we ons gewillig aan de weten van onvrijheid. Zelfs wanneer we durven toegeven dat het voortdurende maken van beslissingen voor individuen een zware last kan zijn die in sommige gevallen beter kan worden overgelaten aan een collectieve actor zoals de staat, is het belangrijk om niet in de val van Wouter Beke en de apologeten van de warme samenleving te lopen. Verkondigen dat het individu niet vrij is, is een self-fulfilling prophecy bij uitstek. Wanneer individuen keuzes overlaten aan anderen zijn ze niet vrij. Een samenleving dat het ideaal van vrijheid overboord gooit wordt een oververhitte samenleving die verstikkend is voor haar inwoners. Kijken we maar naar het voorbeeld van Piergiorgio Welby. Het is een samenleving waarin de macht van paternalistische bevoogders opnieuw de bovenhand dreigt te nemen. Maar er is nog een ander gevaar. Een samenleving zonder vrij individu betekent ook het einde van het kritische denken. Het signaleert de opkomst van een maatschappij waarin het niet meer belangrijk wordt geacht dat mensen leren van elkaar. Mensen die het maken van beslissingen overlaten aan collectieven zijn niet in staat om op rationele basis te debatteren met anderen. Hoe kan een burger die niet weet waarom hij deze of gene religie aanhangt een secularist overtuigen van de deugdzaamheid van zijn leven? Zonder kritisch denkvermogen kan men alleen maar uitvoeren, gehoorzamen en zwijgen. Stellen we ons even deze imaginaire reactie van de ideaalburger van Wouter Beke voor: “Ik ben lid van partij A en jij bent lid van partij B, waarom dat zo is weet ik niet, ik ben immers niet vrij om te denken. Ik maak zelf geen beslissingen meer, sorry.” Een liberale democratie en haar concept van burgerschap is gebaseerd op het gebruik van de publieke rede. Zonder de aanwezigheid van rationele argumentatie is het zinloos om te spreken van burgers. Dit is de kern van de theorie van het communicatieve handelen die werd uitgewerkt door de Duitse filosoof Jürgen Habermas. Een samenleving zonder kritisch denkvermogen staat synoniem voor het bouwen van metaforische muren tussen gemeenschappen en groepen die afzonderlijk leven van elkaar en zich terugtrekken in hun eigen grote gelijk. In deze zin is het pleidooi voor een warme samenleving inderdaad een terugkeer naar de verzuilde maatschappij van de jaren zestig uit de vorige eeuw. Het is veelzeggend dat zelfs een doorwinterde katholieke historicus zoals Michael Burleigh zwaar uithaalt naar de tendens van religies om mensen op te sluiten binnen hun eigen gemeenschap. Om dit fenomeen te beschrijven gebruikt hij de term religieuze endogamie. Hieronder verstaat hij het fenomeen dat mensen vanaf het moment dat ze worden geboren moeten luisteren naar de geboden van hun religieuze gemeenschap. In Noord-Ierland werden mensen van de wieg tot aan het graf opgesloten binnen hun eigen religieuze gemeenschappen. Iedere beslissing over hun leven werd genomen door de leiders van hun religieuze gemeenschap: politieke leiders, lokale dorpspastoors, leiders van vakbonden en ga zo maar door. Op geen enkel moment in hun leven leerden de inwoners van Noord-Ierland om zich in te leven in het denken van hun religieuze tegenhangers. Het gevolg was een onophoudelijke burgeroorlog tussen katholieken en protestanten en het bouwen van muren doorheen steden zoals Belfast. Zonder kritische individuen is dialoog onmogelijk. De recente geschiedenis van Noord-Ierland schetst een afschrikwekkend beeld van een samenleving waarin mensen vrij zijn wanneer anderen in hun plaats beslissingen nemen. De ontkenning van de vrijheid van het individu effent het pad naar de ondermijning van het kritische denken. Het zou lachwekkend zijn om iemand als Wouter Beke te beschrijven als een directe vijand van rationaliteit, diversiteit, pluralisme en wederzijdse communicatie. Doorheen zijn boek hanteert hij veel principes en idealen die ook worden verdedigd door liberalen zoals Appiah. Wouter Beke is geen ayatollah uit Iran zoals hij zelf terecht aangeeft op zijn website. Toch is het ontegensprekelijk dat de ondermijning van het ideaal van individuele vrijheid op lange termijn alleen maar kan leiden tot mensen die worden onderworpen aan het juk van mensen die extern gaan bepalen hoe ze moeten leven en tot het ondergraven van de capaciteit van kritische burgers om met elkaar in debat te gaan op basis van rationele argumenten. De warme samenleving leidt tot schrijnende verhalen zoals we terugvinden bij Welby en endemische onverdraagzaamheid zoals waar te nemen valt in de geschiedenis van Noord-Ierland. Natuurlijk kan een open samenleving niet van de ene op de andere dag veranderen in een religieuze dictatuur. Het zou getuigen van apocalyptisch doemdenken om de opkomst van denkers zoals Wouter Beke te zien als een acute bedreiging voor de open samenleving. Anderzijds mogen we er ons ook niet toe laten verleiden om onder deze dekmantel in slaap te vallen. We mogen nooit stoppen met het aantonen van het belang van kritische individuen. Om onduidelijkheid te vermijden herhaal ik de kernboodschap van dit korte essay: “Het vrije individu staat niet graag in de kou, maar te veel warmte bedreigt zijn voortbestaan.”
Christophe Andrades Christophe Andrades Linksmailto:Chris.Andrades@HISTORY.unimaas.nl |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|