Misschien moeten we besluiten in deze verwarrende dagen van nationalisme, populisme, opportunisme en christendom om oude begrippen als multiculturalisme en (daarmee vaak verbonden) cultuurrelativisme op een positieve manier te herijken, zo niet herwaarderen. De laatste jaren zijn ze immers dusdanig gekaapt door bedenkelijke figuren en daarbij zo onherkenbaar van gedaante veranderd dat ze bijna als pejoratief zijn gaan gelden. Voor links (-liberalen) was multiculturalisme ooit het verlangen naar een samenleving waarin een divers gezelschap van individuen in zelfgekozen verbanden met elkaar leeft tot aller utilitaristisch geluk. Niet langs elkaar heen als in een multi-etnische samenleving met haar getto’s en villawijken verdeeld naar het inkomen van de bewoners volgens het onverbiddelijke dictaat van de markt. Cultuurrelativisme heeft in het verleden gezorgd voor vreedzame coëxistentie van religies, voor het besef dat het ene volk het andere niet kan koloniseren, dat ook een laaggeschoolde stemrecht heeft, dat vrouwen het recht hebben op een volwaardige opleiding en dito arbeid, dat seksuele geaardheid voor ieder vrij staat en dat een dier geen zielloos ding is. Cultuurrelativisme was de attitude dat de wereld niet ophoudt bij de landelijke, respectievelijk Europese grenzen. Dat daarbuiten heel andere conventies een rol kunnen spelen dan de thuis vanzelfsprekende. Het rationele besef dat conventies, net als huidskleur er niet toe doen. De attitude dat je anderen tegemoet treedt met ‘fairness, decency and compassion’. Compassie met hun lot, begrip voor de andere conventies en redelijkheid in de manier waarop je hen behandelt als burger. Want enige relativering, ook in cultureel opzicht, is een belangrijke exponent van beschaving. Wat de boer niet kent, vreet hij niet. Het tegendeel is namelijk het cultuurabsolutisme van gelovigen. Er is geen God dan Allah; velen zijn geroepen, maar weinigen zijn uitverkoren; in het isolement ligt onze kracht; liever Turks dan Paaps, er moet toch Iets zijn, de Markt regelt Alles, maak een Democratie van Irak, monarchie is de Bindende Kracht, wij mogen niet voor God spelen, gentechnologie is de Satan, etc, etc. In het licht van deze obscurantistische relativismeoppositie heb ik het altijd merkwaardig gevonden dat liberalen als Paul Cliteur vrijwel categorische bezwaren tegen cultuurrelativisme koesteren. Voor hem betekent cultuurrelativisme dat alle culturen in principe gelijk zijn en dat een ongeletterde burger, afkomstig uit het Rifgebergte of Anatolië, daarmee gelijk wordt gesteld aan een blanke autochtone hoogleraar. Cliteur heeft gelijk dat hij zulk relativisme absurd vindt. Maar de reden dat wij in een multi-etnische en niet in onze ideale multiculturele maatschappij leven, is juist het gebrek aan cultuurrelativisme bij veel van deze nieuwkomers. Die stellen ongeletterde islamitische burgers, afkomstig uit het Rifgebergte of Anatolië, zelfs boven een ongelovige, autochtone hoogleraar. Onlangs las ik in Het Parool een interview met een Somalische Nederlandse. Zij stelde dat in haar etnische omgeving kinderen meer respect hebben voor hun ouders dan de autochtone leeftijdgenoten die hun ouders bij de voornaam noemen. Ik zou deze dame cultuurrelativerend voorhouden dat voornamen en tutoyeringen slechts op een conventie berusten en dat respect voor ouders zich ook heel wel binnen deze conventie kan bevinden. Op hun beurt respecteren Somalische ouders ook hun kinderen: een jongen hoeft zijn moeder niet met het huishouden te helpen. Cultuurrelativerend zou ik kunnen riposteren dat autochtone Europeanen deze vorm van respect eerder als een onjuiste, seksistische bejegening van een mini-macho als prinsje beschouwen, die het ventje in de toekomst veel problemen zal opleveren. Cultuurrelativisme komt bij laagopgeleide mensen dan ook weinig voor. Ze kennen weinig anders dan de eigen cultuur. De reden dat (hoogopgeleide) liberalen enig relativisme zouden moeten koesteren. Want ook veel laagopgeleide autochtonen worden door een gebrek aan cultuurrelativisme door angsten en vooroordelen geleid. Voor wie boven de veertig is, lijkt een groepje jonge mannen altijd dreigend. Zeker als ze een andere culturele achtergrond hebben en een andere taal spreken. Waarschijnlijk hebben deze mannen geen kwaad in de zin, maar ze worden gekwalificeerd als een urgent veiligheidsprobleem dat de overheid dient op te lossen. Net als het probleem van de armen. Voor mensen uit de middengroepen zijn arme mensen afstotelijk. Slecht gekleed, ongezond dik of juist vel over been, lawaaierig, lui, onaardig, ontevreden en afgunstig. Ze fokken vaak naar hartelust. Het exacte omgekeerde geldt voor de elite, die nooit enig fysiek contact heeft met armen. De elite vindt juist de middengroepen afstotelijk in hun afkeer van armen, vide de representanten van het Nederlandse koningshuis. Maar de middle class in de landen van herkomst denkt over deze armen meestal net zo als die in Noordwest-Europa. Die lokale middengroepen kunnen ons nog veel meer leren. Over zichzelf bijvoorbeeld. Het gaat immers niet zelden om goed geklede, gezond ogende, kalme, actieve, vriendelijke en hulpvaardige lieden. Het eigen beschaafd gedrag in deze landen. Aan te leren kennelijk. Relativeer dus de arme allochtonen in je omgeving en stel vooral niet voor ze naar het land van herkomst te verplaatsen. Zo ook met gelovigen. Veel vrouwelijke moslims dossen zich uit met bedekkende kledij. Soms bedoelen zij dat kwaad, als zij kleren kiezen uit verre streken waarvan hun moeders en grootmoeders zelfs nog nooit hebben gehoord. Om zich af te wenden van de ‘westerse’ samenleving. Om daardoor ondanks hun opleiding niet te hoeven werken, maar zich met een uitkering fulltime aan de opvoeding van hun kinderen te kunnen wijden. Bedenk dat de radicaalste dames vaak autochtone bekeerlingen zijn. Blies een autochtone Belgische die met een moslim was getrouwd en zich daarna bekeerde tot de islam, zich niet een paar jaar geleden in de mislukte staat Irak op? Winnie Sorgdrager, ex-minister van Justitie en nu lid van de Nederlandse Raad van State en de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie, over een radicale afwijzing van de samenleving: ‘Als iemand zich hier niet thuis wil voelen, moet hij bij zichzelf te rade gaan of hij hier wel wil wonen.’ Soms echter willen moslimvrouwen alleen maar een beetje vrijheid veroveren op al die controlerende macho superego’s in hun omgeving. Om te kunnen studeren. Om te kunnen werken. Om zelf een partner te kunnen kiezen. Wie zou hen dat willen beletten? Relativeer dus de hoofddoeken en stel vooral niet voor om ze te verbieden. Links-liberalen werkten vroeger nauw samen met geestverwanten die om politieke redenen uit het land van herkomst waren gevlucht. En die het vervolgens in het land van aankomst door de Grijze Wolven en de Amicales moeilijk werden gemaakt. We zouden daarom de begrippen multiculturalisme en cultuurrelativisme moeten terugbrengen naar hun oorspronkelijke links (-liberale) posities. Ieder individu heeft gelijke rechten voor de wet, maar moet ook gelijke kansen krijgen. Ieder individu wordt door de overheid beschermd in zijn ontplooiing, maar ook door haar verdedigd worden tegen tal van belemmeringen. Er zijn nog steeds zwakken die verdedigd moeten worden. Steeds meer in een globaliserende wereld waarin een ongecontroleerde markt voor een onrechtvaardige verdeling zorgt in winnaars en verliezers. En ja, er bestaan nog steeds slachtoffers en in Europa zijn dat vooral arme, laaggeschoolde migranten. Rechts heeft multiculturalisme en cultuurrelativisme geperverteerd. Hoezo? Lieden als Wilders en Dewinter zijn toch geharnaste tegenstanders van deze politieke begrippen? Die propageren immers een monoculturele blanke identiteit waaraan nieuwkomers zich moeten aanpassen of anders mogen vertrekken? Zij beschouwen op hun beurt moslims als een monocultureel, premodern blok waarvan de cultuur niet met de democratische seculiere rechtsstaat valt te verenigen? Ik bedoel een ander soort rechts. Het rechts van sommige nieuwkomers en hun autochtone apologeten. Die zijn erin geslaagd ongeletterde, laaggeschoolde plattelanders te laten gelden als de representatieve vertegenwoordigers van hun gehele landscultuur. Wie kritiek op deze achterstandsgroepen heeft, wijst in hun ogen dan ook een hele cultuur, een hele traditie, ja, een hele samenleving af. De nieuwkomers kwalificeren zichzelf immers als een monocultureel blok en zoals we recent gezien hebben, worden ze hierin gesteund door politici uit hun landen van herkomst. Spreken van de ‘Nederlandse’, ‘Marokkaanse’ dan wel ‘Turkse’ ‘moslimgemeenschap. Moge het vaak onduidelijk zijn wie hun zelfbenoemde vertegenwoordigers precies vertegenwoordigen, hun politieke overtuiging is helder als glas: rechts, nationalistisch en zeer loyaal jegens het politiek-religieuze establishment in het land van herkomst. Deze nieuwkomers stellen uiteraard met zoveel woorden dat hun cultuur moeilijk met die van een seculiere, democratische rechtsstaat is te verenigen. Integendeel, uit die rechtsstaat weten ze heel selectief elementen te shoppen. Vrijheid van godsdienst, vrijheid van onderwijs, vrijheid van voortplanting, vrijheid om te kiezen voor louter zorgtaken, vrijheid van kledij. Vrijheden die vooral worden gebruikt om de vrijheid van anderen te beperken. Zo legitimeert de vrijheid van onderwijs een legitimatie om ongelovigen, anders- of ongelovigen, vrouwen, kinderen en homoseksuelen te discrimineren. Om kinderen vrijwel hermetisch af te sluiten van de omringende samenleving. Een recent voorbeeld in Nederland vormt de beslissing van artsen om in principe het verzoek van moslimvrouwen te honoreren die een vrouwelijke medicus wensen. Zeker begrijpelijk als het om gynaecologische behandelingen gaat. Veel vrouwen en niet alleen feministen, gingen hun voor. Helaas blijken in de praktijk vooral mannelijke islamitische superego’s op die vrouwelijkse artsen aan te dringen. Verzoeken van mannelijke moslims om mannelijke zorgemployees zijn dan ook niet bekend. Net als traditionele joden en christenen ontkennen dito moslims enerzijds het bestaan van vrouwelijke (actieve) seksualiteit en kwalificeren ze de vrouw als een uitdaging voor de uiteraard actieve mannelijke seksualiteit. Wie zich bezorgd maakt over deze praktijken is intolerant en misgunt de gelovigen - meestal moslims, maar ook hindoes – het recht om van de vrijheden in de rechtstaat gebruik te maken. Daar komen de apologeten op de proppen. Want de verontwaardigde gelovigen krijgen hierbij steun van eveneens gelovige politici uit zowel christelijke als niet-religieuze politieke partijen die een geheel andere agenda hanteren dan Wilders c.s. Volgens hun ideologie dient de samenleving op drie pijlers te steunen: godsdienst, gezin en gemeenschap. Omdat ze niet (al te) gecharmeerd zijn van de seculiere, democratische rechtsstaat, beschouwen ze moslims als hun bondgenoten. Als die niet al, bijvoorbeeld in de christen-democratie en vooral de sociaal-democratie, vertegenwoordigers van hun partij zijn in bestuursorganen. Een project van het christelijke kabinet Balkenende IV is het gebruiken van de moslimaanwezigheid om de kwijnende positie van het traditionele christendom te herstellen en hiermee religie haar dominante rol in de samenleving te hergeven. Naast deze politieke steun kunnen de verontwaardigde gelovigen rekenen op een groep die bij uitstek multiculturalisme en cultuurrelativisme heeft geperverteerd: de (academische) diversiteitsideologen. Deze concentreren zich op één punt: de strijd tegen wat ze de ‘dominante witte cultuur’ noemen. Die cultuur is verantwoordelijk voor de problemen die allochtonen ondervinden. De ‘dominante witte cultuur’ zou allochtonen, met name moslims, buitensluiten en discrimineren op de arbeidsmarkt. Diversiteitsideologen hanteren in hun strijd een scala aan trucjes. Hun opvatting van cultuurrelativisme is het herdefiniëren van negatieve zaken in positieve. Een laaggeschoolde allochtoon die slecht Nederlands spreekt en zijn weg in de samenleving niet goed weet te vinden, herschrijven ze tot een transnationale burger. Deze supermens kan immers uit verschillende identiteiten putten waarmee hij het monoculturele witte Nederland kan verrijken. Zo zijn alleenstaande zwarte tienermoeders behalve slachtoffers van de slavernij ook ‘sterke vrouwen’. En vrouwen die in hun afwijzing van de Nederlandse samenleving zo ver gaan dat ze een boerka dragen, worden juist ‘heel geëmancipeerd’ genoemd. Mannen die vrouwen, kinderen en anders gelovigen als minderwaardig behandelen, doen dit uit ‘respect’ en uit andere goede bedoelingen. Verstikkende en soms tot suïcide leidende sociale controle wordt geherdefinieerd tot een warmbloedige gemeenschapszin waarop de ‘dominante witte cultuur’ jaloers kan zijn.
De bijna-getto’s in de multi-etnische samenleving herschrijven ze tot een verzameling speelplaatsen waarin onbelemmerd geëxperimenteerd moet worden met de sharia. Diversiteitsideologen eisten ook tevoren een ruimhartig beleid van de politie bij aangifte naar aanleiding van Geert Wilders’ populistische en islamofobe film Fitna. Ondanks het feit dat de religieuze overtuiging een kwestie van Maar deze ‘multiculti’s’ zijn toch links? Dat was vroeger zo. Tegenwoordig werken velen van hen als adviseur, hebben lucratieve bureautjes die onderzoek doen naar de ‘dominante witte cultuur’ in bedrijven, overheid en andere instituties. Die cursussen aanbieden over ‘multiculturele communicatie’ waarin je behalve de latente racist in jezelf ook de transnationale multipele en superieure identiteit van je allochtone collega ontdekt. En wat er bij de laatste multiculti’s nog aanwezig mocht zijn aan linkse rudimenten, dat verbleekt bij hun besef dat de huidige Nederlandse regering religie weer op de kaart en op de agenda heeft gezet. Vooral het respect voor geloof en gelovigen. Andere kwesties zullen hen een zorg zijn. Als er maar opdrachten binnenkomen. De rechtse politiek van blinde marktwerking en de gevolgen daarvan, het afwentelen van globalisering op de zwaksten in de samenleving, de lange armen van koning Mohammed en premier Erdogan. Of de onderdrukking van afvalligen, vrouwen, kinderen en homoseksuelen. Maar ze hebben het een enkele keer wel degelijk over allochtone vrouwen die worden onderdrukt? Inderdaad. Het gaat dan echter niet om allochtone mannen, maar om de ‘witte feministen’ die hen onderdrukken. Of om de overheid, als die wenst of zelfs eist dat vrouwen werken of studeren in plaats van thuis tutten met de kinderen. Immers ingegeven door de ‘dominante witte cultuur’. In hun wetenschappelijk onderzoek naar discriminatie gaan de diversiteitsideologen uit van gevoelens van allochtonen: als die zich gediscrimineerd voelen, dat is dat een feit. Wanneer echter autochtonen – inderdaad ten onrechte – het gevoel hebben dat de integratie van migranten is mislukt, telt dat gevoel opeens niet als wetenschappelijk betrouwbare input. Er zijn de rattenvangers uit de wahabitische en salafistische hoek die hiervan misbruik maken, maar vooral het hoger geschoolde deel van de gefrustreerde moslims vindt steun in de diversiteitsideologen. Ook al gaat het om obscurantistische wetenschappers, bij hun allochtone en multiculti studenten zijn ze uiterst populair. Omdat ‘multiculti’s’ oorspronkelijk uit de linkse hoek kwamen, werden hun ideeën nog zeer lang gereproduceerd door politici uit links en centrum-links. Het sterkst door de babyboomers in de PvdA. Door Pim Fortuyn en anderen werden deze sociaal-democraten gekwalificeerd als de ‘linkse kerk’, vooral ook omdat veel journalisten van zijn generatie links als vanzelfsprekend identificeerden met de sociaal-democratie. Gelukkig ziet het er naar uit dat een jongere generatie in de linkse en links-liberale partijen voorzichtig begint met dit bedenkelijke gedachtegoed te breken. Laten zij het kind niet met het badwater weggooien. Blijf kleurenblind, ook al lacht iedereen je uit. Zoek weer zorgvuldig naar bondgenoten in de democratische en seculiere oppositie uit de landen van herkomst en speur vooral naar de nieuwe Nederlanders die daarvan de vertegenwoordigers zijn. Erken en steun pragmatische schipperaars als zodanig in een overgangsstadium, maar promoveer hen niet tot de ultieme rolmodellen. Drink thee met moskeebestuurders met het doel om hen uit te leggen dat wat volgens de Nederlandse wet is toegestaan als uiting van godsdienstvrijheid, tegelijkertijd maatschappelijk zeer onwenselijk en in eerste instantie zeer nadelig kan zijn voor het dagelijks leven van hun parochianen. Ga vooral vaak naar de landen van herkomst met vakantie en praat met mensen uit de middengroepen. Lees literaire auteurs als Pamuk, luister naar de muziek van N’Dour. Zelfs de columnist Jan Blokker vindt de Polen in de buurt abjecte en kwalijk naar zuurkool riekende armoedzaaiers. Maar kijk eens naar de films van Borowczyk, Holland, Skolimowski, Wajda, Kieślowski, Zanussi en Zulawski. Allen op dvd te bekomen. Luister naar de muziek Paderewski, Lutosławski, Górecki, Penderecki en Szymański. Allen op cd. Lees Schulz, Gombrowicz, Miłosz, Lem, Borowski, Konwicki en Mrożek. Allen vertaald. Niet omdat de vertaler door multiculti-motieven werd gedreven, maar omdat zijn uitgeverij het werk van deze auteurs belangrijk vond. Vergeet ook de poëzie van Herbert en Szymborska niet. Hebben Pamuk, Miłosz en zij niet de Nobelprijs voor literatuur gekregen? Welke Belgische of Nederlandse auteur had ook al weer die eer? Elke cultuur heeft domme, arme en domme rijke –Berlusconi, Bush – vertegenwoordigers. Kijk dus naar de andere kant. Kortom, herstel de begrippen multiculturalisme en cultuurrelativisme in haar oude politieke luister. Voor die bedorven werd door rechtse nieuwkomers en hun apologeten.
August Hans den Boef Linksmailto:ahdenboef@euronet.nl |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|