De sprookjes van Bart Jan Spruyt

essay vrijdag 30 oktober 2009

Isabelle Buhre

Sinds Edmund Burkes Reflections on the Revolution in France (1790) gaan conservatieven er prat op dat zij pragmatisch zijn, met beide benen op de grond staan en de maatschappij aanvaarden zoals zij is, in tegenstelling tot rationalisten die menen ‘van achter de bureautafel’ de samenleving te kunnen herscheppen. Paradoxaal genoeg is tegenwoordig precies het omgekeerde het geval. De conservatieve reactie verliest zich in valse romantiek en véél te geïdealiseerde plaatjes van vroeger tijden en instituties, die kunstmatig hersteld moeten worden, terwijl juist liberalen pragmatische overwegingen belangrijker vinden dan rolpatronen.

Een bizar voorbeeld is de column Gratie van Bart Jan Spruyt in Elsevier (2 mei 2009). Hierin beschrijft hij een huwelijksplechtigheid van twee studenten. Het is niet mijn bedoeling om de studenten, of ieder ander die wil huwen, aan te vallen – dat zou ongepast zijn, en ik wens hen natuurlijk alle geluk van de wereld. Maar de manier waarop Spruyt het huwelijk an sich idealiseert, vind ik wel te bekritiseren. In Spengleriaanse termen beschrijft hij de Nederlandse polder: ‘Dit hier is het land van Maarten Schakel, ooit commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten en Kamerlid voor de ARP, laatste der mannenbroeders (1917-1997): een gelaagd land van stug verzet, van een hard leven onder Gods open hemel, van stoere mannen en hun sterke vrouwen, stamhouders.’ Een achterhaalde omschrijving waarin weinig Nederlanders van vandaag zich zouden willen herkennen.

Het institutionaliseren van de liefde heeft niets van doen met innerlijke trouw. Als je iemand echt vertrouwt, vind je het niet nodig dat hij een eed zweert bij de wet of bij God. Alleen de trouw zelf telt, een persoonlijke kwaliteit, die geen instituties nodig heeft. Maar daar gaan zij die het huwelijk idealiseren aan voorbij. Het uiterlijke plaatje telt voor hen, het verzekeren van de schijnorde. Dit sluit perfect aan op het wantrouwen in een individu met morele kwaliteiten. Trouwen, allemaal!… of dit nu goed uitpakt of niet. Het lijkt bovendien alsof het voortzetten van het volk, een procreatio ad infinitum, als doel op zich wordt beschouwd, zonder na te denken: waarheen? Alle nu nog levenden worden ten dienste gesteld van een komende generatie, die hetzelfde lot wacht, enzovoorts.

Het kleine, protestantse dorp waar het betreffende huwelijk plaatsvond, weerspiegelt voor Spruyt zijn ‘ideale wereld’. Ver verwijderd van elk pragmatisme wil hij dat ook wij zijn sprookje nastreven: ‘Niet achterom kijken, niet terugverlangen naar vroegere vrijheid, maar samen, onder één juk, het oog gericht houden op het reisdoel (…) samen aan de basis van nieuw leven te staan’, schrijft hij. – Alsof dat doel bij voorbaat vast staat! Moet eenieder dit, al wil men niet, of gaat dat niet…? Dat lijkt mij niet. Niet eens wordt de eenvoudige opmerking gemaakt, dat het huwelijk op zichzelf niet goed of slecht is, maar dat dit, in elk geval opnieuw, geheel afhangt van de invulling die de betrokkenen er aan geven, van de positie en het geluk van beiden. De liberaal houdt dit als moreel criterium in het achterhoofd, en kijkt door de aanschijn heen: pragmatisch dus.

Het ideale dorp hoeft bovendien nog lang zo ideaal niet te zijn. Lees bijvoorbeeld de getuigenissen van Simone de Beauvoir (1908-1986). In Quand prime le spirituel (Met kramp in de ziel, 1979) beschrijft ze beklemmend hoe het zogenaamd christelijk-morele plaatje dat de mensen in zowel dorp als stad als blinde paarden nastreven, het geluk van met name jonge meisjes kapot maakt. Met angst voor hun lichaam en voor seksualiteit worden ze opgevoed, in ambitie worden ze gefrustreerd en vrije partnerkeuze is er nauwelijks: men moet uit de eigen kring afkomstig zijn en de toetsing van de omgeving doorstaan. De beschrijving van de huwelijksnacht van een op deze manier verminkt meisje doet je werkelijk huiveren. Overtrokken tragisch is het verhaal van een verliefd meisje dat van haar ouders niet mag gaan met de jongen van haar keuze. Men heeft besloten haar naar een kostschool in Engeland te sturen, om de twee uit elkaar te houden. Is de moraal krachtig? Nee, het individu is krachtiger. Op de avond voor vertrek slaat het meisje met een bijl op haar voet in. Zo kan ze tenminste een week langer bij hem blijven…

Terug naar Bart Jan Spruyt en de bruiloft. Daar werd, volgens hem ‘een fundament gelegd dat elders meer en meer is gaan ontbreken’, een ‘cultureel fundament’. Is in de kerk (welke?) trouwen op jonge leeftijd een ‘cultureel fundament’? Quod non! Of althans: niet per se. Het jong trouwen als vast geponeerd ideaal nastreven, zorgt voor een samenleving waarin degene die dit niet wil of kan, wordt geweerd, als melaatse gezien of alsnog gedwongen. Dankzij de vooruitstrevende strijd van mensen als De Beauvoir, maar ook de homorechtenbeweging zijn we hier, op de schaal van de Europese geschiedenis beschouwd, pas nét vanaf. Het plaatst eveneens – en dat is nog veel kwalijker – alle mensen die niet religieus zijn en niet getrouwd, al zijn ze nog zo van goede wil en doen ze nog zo veel voor de maatschappij, buiten de cultuur. Een beleid dat ons christelijke kabinet overigens onderschrijft, met fiscale nadelen voor ongehuwden. Een beleid ook, dat het doel was van de door Spruyt zo bewonderde Antirevolutionaire Partij: volgens oprichter Abraham Kuyper (1837-1920) was zijn politieke partij alleen maar nodig, omdat een deel van het volk de waarheid nog niet had ingezien. Nu nog was het een deelbelang, maar het moest algemeen belang worden, wanneer de ‘gehele volksgemeenschap’ verenigd zou zijn onder de ‘banier van het Christelijke geloof’ (Kuyper, Ons Program, 1880). Dat ook sommige seculiere conservatieven in Nederland vandaag de dag zo weglopen met Kuyper, is derhalve onbegrijpelijk. Het bewijst ook, dat zij die zich conservatief noemen, ten opzichte van een belangrijk deel van onze cultuur, de liberale erfenis, allerminst conservatief zijn. Ergens wordt een grens gesteld aan de cultuur: voor de katholieke conservatief ligt deze bij de reformatie, voor de protestantse conservatief bij de verlichting, terwijl de waarheid is dat de cultuur is verdergegaan.

Nu in de zomer van 2009 het World Congress of Families plaatsvond in Amsterdam, liet de liberale partij D66 het verstandigste geluid horen. Juist deze partij profileert zich als gezinspartij: een partij voor álle gezinnen, niet alleen het door het Congress gepropageerde. Een groot gezin vind ik ook prachtig – maar niet voor degenen die dat niet willen of kunnen, dan leidt het namelijk tot ongeluk. Het huwelijk kan ook prachtig zijn, maar er zijn ook goede relaties op een andere manier (en slechte huwelijken). Het gaat ons, kortom, nergens om een gefixeerd ideaal, maar om de praktijk. En in de praktijk blijkt dat een liefdevolle omgeving waarin een kind de beginselen van goed en kwaad krijgt aangeleerd, meerdere vormen kan aannemen.


De auteur is eindredacteur van Driemaster, het lijfblad van de liberale jongerenorganisatie JOVD

Isabelle Buhre

Isabelle Buhre

Links
mailto:isabelle.buhre@student.uva.nl
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be