Vrijzinnig christendom, de menselijke bestemming tot vrijheid

essay vrijdag 26 januari 2007

Johan Caenen

Liberalen stellen het individu centraal, dit moet leiden naar de mens die zich volgens eigen inzichten kan ontplooien en daarvoor beschikt over gelijke rechten en plichten. Fundamenteel in deze levensvisie staat het begrip vertrouwen. Het individu is immers zelf in staat om keuzes te maken zonder dat daarbij een of andere overheid om de hoek moet komen kijken. Die individuele vrijheid wordt enkel begrensd waar ze de vrijheid van de ander bedreigt. Deze uitgangspunten komen regelmatig in conflict met de religie. De drie grote monotheïstische godsdiensten (jodendom, islam en christendom) vertrekken vanuit de goddelijke openbaring. Kort samengevat volgen deze religies volgende redenering: “God heeft, al dan niet rechtstreeks, de mens in contact gebracht met de ultieme waarheid van het bestaan, hieruit vloeien een aantal richtlijnen voort die de mens moet onderhouden om het leven te leiden zoals de Schepper het bedoeld heeft. De geïnstitutionaliseerde kerkgenootschappen beschouwen zich als de behoeders van deze goddelijke waarheid.”

Deze schijnbaar eenvoudige gedachtegang heeft grote invloed op de positie van het individu. Aangezien de waarheid al bekend is zal de mens zich daaraan moeten aanpassen. Zoniet leeft hij buiten de genade van God. De keuzevrijheid wordt beperkt tot datgene wat wordt voorgeschreven door het kerkelijke instituut. We zien dit bijvoorbeeld op het vlak van de ethiek waarbij de seksuele moraal het meest in het oog springt. Moslima’s moeten een hoofddoek dragen om geen lustobject te vormen voor de man, voorbehoedsmiddelen zijn verboden voor katholieken en het stichten van een gezin wordt door de drie monotheïstische godsdiensten beschouwt als essentieel. Zoals reeds eerder aangehaald vinden deze geboden hun oorsprong in de goddelijke openbaring zoals die neergeschreven is in Thora, Bijbel en Koran. Deze heilige teksten worden geïnterpreteerd door daartoe gemachtigde exegeten die het zogenaamde leergezag adviseren.

In de katholieke kerk gebeurt dit op een gecentraliseerde manier terwijl de Islam haar kern vindt rond de plaatselijke moskee en imam. Van de gelovigen wordt verwacht dat ze de krijtlijnen die het leergezag heeft getrokken respecteren. Het debat kan enkel plaatsvinden binnen deze grenzen. Deze redenering werd in de loop van de geschiedenis ook vaak doorgetrokken naar het domein van de wetenschapsfilosofie. Een beroemd voorbeeld is de discussie tussen de filosoof Heinrich Scholz en de bekende protestantse theoloog Karl Barth. Scholz stelde dat de theologie moest voldoen aan een aantal minimumvereisten om te kunnen doorgaan voor wetenschap. Barth verwierp dit omwille van principiële redenen, de theologie heeft een eigen epistemologisch statuut dat niet onder het juk van de algemeen aanvaarde afspraken over kennis en kennisverwerving mag gesteld worden. Met andere woorden: de goddelijke openbaring staat boven de wetenschap.

Anno 2006 bestaat er een tendens die teruggrijpt naar de orthodoxie, dit wordt zichtbaar in de opgang van het evangelisch christendom en de radicalisering van de islam. Maar ook binnen de katholieke kerk treden er steeds meer nieuwe orthodoxe gemeenschappen op de voorgrond. De complexiteit van onze Westerse samenleving zorgt ervoor dat mensen zich terugtrekken in simplistische verklaringsmodellen die de werkelijkheid herleiden tot een keuze tussen goed en kwaad. De Amerikaans-manicheïstische traditie is daar een sprekend voorbeeld van, president Bush deelt de wereld op in twee kampen, daarin gesteund door het evangelisch christendom.

In de Poolse politiek is een mix van conservatief katholicisme en homofobie de normaalste zaak van de wereld. De Poolse president Leach Kaczynski verbood in 2004 en 2005 de Gay Pride, hij was toen burgemeester van Warschau. In 2006 werd deze optocht bekogeld met flessen en eieren. Het is niet verwonderlijk dat liberalen religie met argwaan benaderen, al te vaak wordt het individu ondergeschikt gemaakt aan de zogenaamd absolute waarheid. Er bestaat echter een religieuze traditie die het individu respecteert en wars is van collectieve machtsuitoefening en geloofsdruk. Het vrijzinnig christendom omvat een relatief kleine gemeenschap maar heeft doorheen de geschiedenis een grote invloed gehad. Nog steeds proberen vrijzinnige kerkgenootschappen hun pleidooi voor tolerantie en individuele vrijheid weerklank te doen vinden in de meest uiteenlopende kringen.

Vrijzinnig geloven is verbonden met de christelijke, protestantse traditie maar laat zich niet opsluiten in orthodoxie. Samen met atheïsten en sceptici is er de waardering voor de moderne wetenschap en mensenrechten. Een al te benauwd mensbeeld wordt steeds consequent afgewezen. Het vrijzinnig geloof kan begrepen worden als een intellectuele, morele en spirituele traditie. Willem B. Drees, bijzonder hoogleraar natuur- en techniekfilosofie, spreekt van een “geuzennaam” voor een vorm van geloven die zich rekenschap geeft van nieuwe kennis en gewijzigde morele intuïties. Een glasheldere definitie die dat vrijzinnig geloven omschrijft is er niet, we kunnen echter wel stellen dat er een gebondenheid is aan het moderne, kritische denken zoals dit tijdens de Verlichting tot ontplooiing kwam. Tot slot van deze korte inleiding tot het vrijzinnig christendom is het belangrijk te stellen dat de vrijzinnige traditie geen eenduidig antwoord wil bieden op de vraag hoe wij te leven hebben. Morele intuïties veranderen immers en dit wordt positief gewaardeerd in het vrijzinnig christendom. Om de dynamiek van het vrijzinnig christendom duidelijk te maken zal ik twee vrijzinnige gemeenschappen bespreken, the American Unitarian Conference en de Remonstrantse broederschap. Maar eerst wil ik het belang van een welbegrepen individualisme in de religie aantonen.

Alfred North Whitehead, beter bekend als grondlegger van de procestheologie, maakt in zijn werk Religion in the making brandhout van begrippen als collectieve vervoering, kerken, rituelen, heilige boeken, gedragsregels enz. Volgens Whitehead is dit slechts de uiterlijke gestalte van de religie, het zijn vergankelijke vormen. Religie is ‘alleen-zijn’, de loskoppeling van het stambewustzijn is essentieel. Whitehead gebruikt de term ‘solitariness’, dit mag zeker niet verward worden met “eenzaamheid”. In de religie gaat het om een ‘Solus cum Solo’ (Alléén met de Aléne). Mensen die nooit ‘alleen’ zijn kunnen niet godsdienstig zijn. Ook bij de christelijke filosoof Kierkegaard zien we in zijn kritiek op Hegel een voorliefde voor het concreet individuele. Hij verwerpt Helgel’s ‘Weltgeist’ en introduceert het primaat der subjectiviteit. Zijn beroemde sprong of de ‘leap of Faith’ gebeurt niet in groepsverband, het is een hoogst persoonlijk gebeuren. Kierkegaard zag de officiële godsdienstbeoefening als het belachelijk maken van God.

The American Unitarian Conference (AUC) is een overkoepelende vereniging die als doel heeft het klassieke Amerikaanse unitarisme te promoten. Zowel individuen als kerken kunnen zich aansluiten. Centraal in het unitarisme staat de verwerping van de drie-eenheid. God is één, de belangrijkste gevolgtrekking hieruit is dat Christus ‘slechts’ een mens is en geen godheid. Alle nadruk wordt gelegd op de ‘unitas’ van God en de menselijkheid van Jezus. Het unitarisme is ontstaan in de rationalistische vleugel van de Europese radicale reformatie. Deze ideeën werden door zowel katholieken als protestanten (Luther en Calvijn) afgedaan als ketters. In 1553 werd de unitarische theoloog Michael Servet terechtgesteld, dit gebeurde in Calvinistisch Genève. Faustus Socinus werd omwille van zijn unitarische sympathieën uit Noord-Italië verdreven en stichtte met de steun van de verlichte adel de eerste unitarische kerk in Polen. Na een lange en woelige geschiedenis kreeg het unitarisme ook invloed in ‘New England’, in 1825 werd het unitarische gedachtegoed uiteindelijk samengebracht in The American Unitarian Association. Vandaag de dag wil de AUC deze traditie verdedigen.

De religieuze uitgangspunten van het Amerikaanse unitarisme zijn zonder meer ‘liberaal’ te noemen. Het hoofdaccent wordt gelegd op Faith, Freedom and Reason. Nederigheid, religieuze tolerantie en gewetensvrijheid vormen de grondhouding van het unitarisme. Religie moet niet enkel inspiratie opdoen uit haar eigen traditie maar ook openstaan voor de filosofie en de kunsten. Religie mag niet stilstaan maar moet het denken en de religieuze ervaring ontwikkelen op een redelijke, verlichte manier. Het Amerikaanse unitarisme is verwant met de smeltkroes van vrijheid en rede die de Amerikaanse revolutie mogelijk maakte. Thomas Jefferson voorspelde het unitarisme een grootse toekomst: “I trust that there is not a young man now living in the United States who will not die a Unitarian.” Het succes van het huidige christelijke fundamentalisme laat zien dat hij zich pijnlijk vergiste. De onvervreemdbare grondrechten, recht op leven, vrijheid en geluk waren volgens Jefferson een gave van God. Zijn godsbeeld is deïstisch, hiervan zijn heel wat sporen terug te vinden in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring.

In 1779 schreef Jefferson The Virginia Statute for Religious Freedom. Deze verordening bevat elementen die vandaag actueler dan ooit zijn: burgerlijke rechten zijn niet afhankelijk van iemands religieuze overtuiging, men mag niet verplicht worden bij te dragen voor een religie die men niet aanhangt (vergelijk met het Belgische systeem!), niemand kan verplicht worden zich te laten leiden door een religie. Heel wat moslima’s kunnen vandaag de dag alleen maar dromen van zulke vrijheden. Ondanks zijn voorliefde voor de Verlichting heeft Jefferson de slavernij niet afgeschaft, dit heeft later plaats gevonden door de verdere uitwerking van zijn ideeën en met de steun van vele unitarische vooraanstaanden. De AUC doet echter niet aan politiek, haar leden zijn vrije individuen die hun eigen persoonlijke keuzes maken. Dit onderscheidt de AUC meteen van de grotere Unitarian Universalist Association (UUA), dit Amerikaanse kerkgenootschap kiest duidelijk voor een links politiek discours en staat bekend als uitermate ‘liberal’. Kwesties als homoseksualiteit, euthanasie en abortus worden door zowel de AUC als de UUA overgelaten aan het persoonlijke geweten. Het unitarisme is in Vlaanderen een nobele onbekende, dit gedachtegoed is immers ontsproten in de reformatie. De hervormingsbeweging is in Vlaanderen met harde hand ‘onschadelijk’ gemaakt door het katholicisme met haar Spaanse stoottroepen. Tot op de dag van vandaag staat het unitarisme bij de congregatie voor de geloofsleer te boek als een ketterij.

Dichter bij huis vinden we de Remonstrantse broederschap, een Nederlands vrijzinnig kerkgenootschap. De remonstranten zijn ontstaan uit onvrede met het doctrinaire karakter van het calvinisme. Met name de leer van de dubbele predestinatie (God bepaalt voor ieders geboorte het levenslot. Bij aanvang van het leven staat de uitkomst van het Laatste Oordeel al vast. Deze gedachtegang laat geen ruimte voor de vrije wil van de mens), die Calvijn verdedigde, was aanleiding voor een kerkelijke twist die zou leiden tot de stichting van de remonstrantse broederschap in 1619 te Antwerpen. De broederschap beleefde haar hoogtepunt tijdens de negentiende eeuw, met name het modernisme bleek een aantrekkingspool te zijn voor vele vrijzinnigen uit andere kerkgenootschappen.

De remonstranten kennen geen dogma’s of bindende belijdenisgeschriften. Ieder lid schrijft zijn/haar persoonlijke geloofsbelijdenis. Er zijn in de geschiedenis van de remonstranten een drietal belijdenissen geschreven die bedoeld zijn als een baken voor het persoonlijke geloofsleven, ze zijn geenszins bindend. De laatste belijdenis dateert van 2006 en ademt een sfeer van vrijheid uit. Medeauteur van deze belijdenis, prof.dr. Johan Goud, stelt dat dit geschrift start bij de mens die beseft dat er ‘iets’ is dat het menselijk bestaan niet vrijblijvend maakt. De tekst is tegelijk ook een verweer tegen fanatisme en geloof dat vaak oorzaak van onverdraagzaamheid is. Het ondogmatisch karakter van de remonstrantse broederschap wordt meteen geaccentueerd in de eerste zinnen van de belijdenis:

“Wij beseffen en aanvaarden dat wij onze rust niet vinden in de zekerheid van wat wij belijden, maar in verwondering over wat ons toevalt en geschonken wordt …”

Prof. Th. M. van Leeuwen, verbonden aan het remonstrantse seminarie te Leiden, spreekt van een ‘lof der voorlopigheid’. In zijn Arminius-lezing, gehouden in de remonstrantse kerk van Rotterdam op 15 november 2000, geeft van Leeuwen mooi weer dat de mens geroepen is tot vrijheid: “Lof van de voorlopigheid dus. Omdat niet alles voor eens en voor altijd in een of ander plan is beschikt en er voor ons mensen dus een speelruimte blijft (het ‘vrijheidsmotief’). En omdat wij de waarheid nooit in onze formuleringen, theorieën, belijdenissen volledig kunnen vatten; we zijn er voorlopig nog niet, wie weet zullen we onze visie straks moeten bijstellen, herzien…” en verder “… voorlopigheid is ook ‘vooruitlopen op’. Soms, als je ziet tot welk handelen werkelijk vrije mensen in staat zijn of als je grote kunst leest, ziet of hoort, dan weet je: nu zien we dan nog wel alles voorlopig, als in een spiegel (1 Kor. 13), maar er zijn al sporen die vooruitlopen op hoe het allemaal is bedoeld. En daarmee moet het geloof, dat nog niets definitief kan vastleggen, het voorlopig dan maar doen.”

Prof.dr.mr. Wibren van der Burg, voorzitter van de Remonstrantse broederschap, ziet een verwantschap tussen het vrijzinnig christendom en de vrijzinnige politieke traditie. Hij verwijst naar het artikel ‘vrijzinnig links’ van Femke Halsema (Groen Links) maar ook naar de beginselverklaring van de jong democraten (jongerenorganisatie van D66), de PvdA en de links-liberale vleugel binnen de VVD. In zijn remonstrantenlezing van 2005 stelt van der Burg dat de Nederlandse samenleving de vrijzinnigheid broodnodig heeft: “Wat onze samenleving nodig heeft, is een duidelijke vrijzinnige visie. Waarin tolerantie en open dialoog voorop staan. Waarin men pragmatisch kijkt naar wat het beste werkt in plaats van zich vast te bijten in ideologische scherpslijperijen. Waarin de rechten van individuen en van minderheden worden beschermd, omdat men beseft dat juist in tijden van crisis die altijd als eerste in het gedrang komen. Dat leidt niet altijd tot simpele slogans. Vrijzinnigheid is de houding van de nuance, van het enerzijds – anderzijds.”

De traditie van het vrijzinnig protestantisme toont aan dat ook religie vertrouwen kan hebben in het individu en niet per definitie bevoogdend moet optreden. De mens als zingever van zijn bestaan wordt serieus genomen, het christendom is één van de bronnen waaruit die mens kan putten om zijn leven in volle vrijheid vorm te geven.


De auteur is unitarisch christen en verbonden als belangstellende aan de remonstrantse kring Zuid-Limburg.

Johan Caenen

Johan Caenen

Links
http://caenen.blogspot.com/
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be