Over de scheiding van Kerk en Staat

essay vrijdag 09 januari 2004

Jacques Chirac

Fragmenten uit de toespraak “het respect van het principe van de scheiding van Kerk en Staat”, uitgesproken door de President van de Republiek Frankrijk, op 17 december 2003, op het Elysée.

Het debat over het principe van de scheiding van kerk en staat weergalmt in het diepste van ons bewustzijn. Het weerspiegelt onze nationale samenhang, onze geschiktheid om samen te leven, onze capaciteit om ons te verenigen rond het fundamentele (…).

Reeds meer dan 200 jaar wordt de Republiek opgebouwd en vernieuwt ze zich door zich te baseren op de vrijheid. Dit wordt verzekerd door de wet op de particuliere belangen, op de gelijkheid van vrouwen en mannen, op de gelijkheid van kansen, van rechten en van plichten, op de broederschap tussen alle Fransen, welke ook hun rang of afkomst is.

In onze Republiek wordt éénieder gerespecteerd in zijn verschillen omdat éénieder de gemeenschappelijke wet respecteert. Overal ter wereld wordt Frankrijk erkend als het vaderland van de mensenrechten.

Maar de wereld verandert, de grenzen worden neergehaald, en de interactie tussen mensen neemt toe. In deze veranderende wereld willen steeds meer mensen hun identiteit benadrukken, wat soms leidt tot meer egoïsme en onverdraagzaamheid.

Hoe zal de Franse maatschappij aan deze evolutie een antwoord kunnen bieden? (…)

Ik roep alle Fransen op om zich te verenigen om het principe van de scheiding van Kerk en Staat te verdedigen, want dit is immers de hoeksteen van onze republiek, van onze gemeenschappelijke waarden van respect en verdraagzaamheid.

*

Onze Republiek, ons volk, onze natie wordt verbonden door gemeenschappelijke waarden. Die worden niet lichtzinnig opgelegd. (…)

Sinds het begin van de monarchie tot aan de tragedies van de laatste eeuw, heeft de lange weg naar eenheid ons land en onze Staat vorm gegeven. Sinds het edict van Nantes tot de wetten van scheiding van Kerk en Staat, hebben de religieuze vrijheid en de verdraagzaamheid zich een weg gebaand doorheen de godsdienstoorlogen en de vervolgingen. De mensenrechten en de burgerrechten werden, sinds de verklaring van 1789 tot aan de Préambule van 1946, geleidelijk aan opgenomen, verworven en verdiept. Dit gebeurde door de bevestiging van het algemeen kiesrecht en van het stemrecht voor vouwen, de persvrijheid, de vrijheid van vereniging en natuurlijk de strijd ter erkenning van de onschuld van kapitein Dreyfus.

Vanaf de afschaffing van de privileges tot aan die van de slavernij in 1848, heeft de Republiek haar geloof in de gelijkheid krachtig verkondigd en heeft ze zonder ophouden gestreden voor de sociale rechtvaardigheid, met historische overwinningen zoals het gratis en verplicht onderwijs, het recht op staken, de vakbondsvrijheid, de Sociale Zekerheid. Ze heeft ervoor gezorgd dat we gelijkheid van kansen krijgen, dat verdiensten worden erkend en dat vrouwen en mannen uit meer bescheiden milieu’s de hoogste functies kunnen bereiken. Ook nu blijven we verdere stappen ondernemen om de rechten van de vrouw te verstevigen.

Juist deze waarden weerklinken in de hele wereld. Zij zijn de pijlers van onze natie.

*

Frankrijk, is een land van ideeën en principes. Het is een open, gastvrij en vrijgevig land. Verenigd rond onze bijzondere erfenis die haar macht en trots voorbrengt, is het Franse volk rijk in haar diversiteit. Een diversiteit die de kern vormt van onze identiteit.

Diversiteit in geloof, in dat oude christelijke land van waar ook de Joodse traditie reeds 2000 jaar haar wortels heeft. Een katholiek land dat de verdeeldheid van de godsdienstoorlogen heeft overleefd en dat ook de protestanten heeft erkend op de vooravond van de Revolutie. Tot slot, een land van openheid voor de Fransen met een moslimtraditie, die integraal deel uitmaken van onze natie.

Diversiteit van de regio’s die mee vorm hebben gegeven aan het gezicht van ons land, van “Ile de France” tot aan de hertogdommen van Bretagne, van Aquitaine, van de Bourgogne, van de Elzas en van de Loire-streek tot aan de graafschap van Nice, tot aan de Caraïben, de Indische Oceaan of de Zuid-Pacific.

En uiteraard, de diversiteit van die vrouwen en die mannen die, in elke generatie, de nationale gemeenschap zijn komen vervoegen en voor wie Frankrijk eerst een ideaal was alvorens het hun vaderland werd.

Italiaanse immigranten zijn tijdens de eerste industriële revolutie naar ons land gekomen met al hun talent en energie. Spanjaarden, weggejaagd door de verschrikkelijke vernietigingen van de jaren ’30 en die hun toevlucht gezocht hebben in Frankrijk. Portugezen, aangekomen in de jaren ’60, vol werklust en moed. Maar ook de Polen, Armeniërs, en Aziaten. Staatsburgers van de Magherblanden en van Zwart Afrika, die zo sterk hebben bijgedragen tot de groei van de “roemrijke 30” alvorens stamvader te zijn op onze bodem. Allen hebben bijgedragen om ons land te vorm te geven, om het sterker en welvarender te maken, en om zijn uitstraling in Europa en in de wereld te doen toenemen (…).

*

Ofschoon globalisering nieuwe kansen met zich meebrengt, zorgt ze voor onrust bij de bevolking en leidt ze soms tot meer egoïsme.

Op het moment dat de grote ideologieën verzwakken, winnen het obscurantisme en het fanatisme aan terrein in de wereld.

Tussen de Franse natie en dat Europa van de burgers dat we wensen, moet éénieder opnieuw houvast vinden. De ongelijkheden die nog steeds bestaan en zelfs groter worden, slaan een kloof tussen de probleemwijken en de rest van het land. Ze ondermijnen het principe van de gelijkheid van kansen en dreigen ons republikeins pact te vernietigen.

Eén zaak is zeker: het antwoord op die uitdagingen ligt niet in het zich opsluiten in een eigen culturele identiteit of in het communautarisme. Integendeel het ligt in onze wens om samen te leven, in het behoud van onze gemeenschappelijke bezieling, in de trouw aan onze geschiedenis en aan onze waarden (…).

Het gevaar is de verheerlijking van datgene wat ons scheidt, van het laten primeren van traditionele regels op de gemeenschappelijke wet, van het zaaien van tweedracht, discriminatie en confrontatie.

In tal van landen waar men zich baseert op tradities bestaan er onaanvaardbare ongelijkheden.

Het communautarisme kan niet de keuze zijn van Frankrijk. Het zou tegengesteld zijn aan onze geschiedenis, aan onze tradities, aan onze cultuur. Het zou haaks staan op onze humanistische principes, op ons geloof in de sociale vooruitgang, en aan onze gehechtheid aan de waarden van gelijkheid en broederschap tussen alle Fransen.

Daarom weiger ik Frankrijk te laten afglijden in die richting. Ons land zou er haar erfenis mee opgeven. Ons land zou er haar toekomst mee compromitteren. Ons land zou er haar ziel mee verliezen (…).

*

De strijd van onze Republiek is altijd de gelijkheid van kansen geweest. Hoe kan je aan inwoners in gettowijken vragen zich te vereenzelvigen met onze natie en haar waarden als ze in onmenselijke omstandigheden moeten leven waar de wet van de sterkste geldt? (...). We moeten de onverdraagzaamheid en discriminatie bestrijden. Ik begrijp het onbegrip, de ontreddering en zelfs de opstandigheid van jonge Franse immigranten die niet aan een job geraken omwille van de klank van hun naam, omdat ze geen huis kunnen huren of omdat ze de toegang wordt ontzegd in het uitgangsleven.

We moeten ons daar meer van bewust zijn en er krachtig tegen reageren. Het wordt ook de opdracht van een onafhankelijke autoriteit die belast wordt met de strijd tegen alle vormen van discriminatie en die geïnstalleerd zal worden vanaf begin volgend jaar. Alle Franse kinderen, ongeacht hun afkomst of geloof, zijn zonen en dochters van de Republiek. Ze moeten aldus volgens de wet erkend worden maar vooral ook in de feiten. Alleen door respect voor deze regel, een herziening van ons immigratiebeleid, en de verzekering van de gelijkheid van kansen kunnen we opnieuw dynamiek geven aan onze nationale samenhang.

*

Het principe van de scheiding van kerk en staat, zoals voorzien in onze Grondwet, moeten we strikt naleven. Het drukt onze wens uit om samen te leven in respect, in dialoog en in verdraagzaamheid. De scheiding van kerk en staat waarborgt de vrijheid van mening en geloof. Ze beschermt de vrijheid om te geloven of niet te geloven. Ze verzekert aan individu de mogelijkheid zich uit te drukken en zijn geloof te praktiseren, vreedzaam en vrij, en zonder dreiging dat men andere overtuigingen of een ander geloof opgelegd krijgt (...).De neutraliteit in het publieke domein waarborgt de harmonieuze samenleving van verschillende religies

Zoals alle vrijheden, kent de vrijheid van religie slechts grenzen in de aantasting van de vrijheid van een ander en in het respect van de maatschappelijke regels. De vrijheid van religie, die door ons land gerespecteerd en beschermd wordt, mag niet misbruikt worden. Ze mag geen afbreuk doen aan de vrijheid van de overtuiging van anderen. Het is dit subtiel en fragiel evenwicht dat gedurende tientallen jaren opgebouwd werd dat het principe van de scheiding van Kerk en Staat verzekert. En dat principe is de basis van onze Republiek. Het is het eerste artikel van onze Grondwet. En het is niet onderhandelbaar! De scheiding van kerk en staat is één van de grote verwezenlijkingen van de Republiek (...). We moeten er alles aan doen om het te behouden.

Alle grote spirituele families moeten kunnen rekenen op eenzelfde respect. In die zin heeft de islam - de meest recente godsdienst op ons territorium - wel degelijk haar plaats tussen de grote godsdiensten die hier al langer aanwezig zijn. De oprichting van de ‘Franse Raad van de Moslimcultuur’ laat voortaan toe de verhoudingen te organiseren tussen de Staat en de islam in Frankrijk. De moslims moeten in Frankrijk de mogelijkheid hebben om te beschikken over plaatsen om hun godsdienst in alle waardigheid en rust te praktiseren. Ondanks alle vooruitgang moeten we toegeven dat er op dit vlak nog veel te doen is.

Het respect, de verdraagzaamheid, de dialoog, zullen juist groeien door de kennis van en het begrip voor de andere, iets waaraan we allemaal veel aandacht moet schenken.

We moeten met kracht en overtuiging strijd voeren tegen xenofobie, het racisme, en in het bijzonder het antisemitisme. We mogen de banalisering van de belediging niet verdragen! Laat ons geen enkel gebaar minimaliseren, geen enkele houding, geen enkel woord! We mogen niets aan ons laten voorbijgaan! Het is een kwestie van waardigheid. We moeten de neutraliteit van onze publieke diensten krachtig herbevestigen. Elke publieke ambtenaar moet ten dienste staan van allen en van het algemeen belang. Het is een publieke ambtenaar dus niet toegestaan om zijn of haar eigen geloof en overtuiging te etaleren. Dit is een regel van ons recht, want geen enkele Franse burger mag door een vertegenwoordiger van de publieke overheid worden beoordeeld, verdacht of beschuldigd omwille van zijn of haar persoonlijke overtuiging. Op dezelfde manier, mogen de overtuigingen van de burger geen enkele publieke ambtenaar op voorhand beoordelen, verdenken of beschuldigen.

De scheiding van kerk en staat moet vooral gelden op school. De school is de plaats bij uitstek waar onze gezamenlijke waarden worden verworven en overgedragen. Daar wordt de republikeinse idee gevormd. Het is de plaats waar vrije en kritische burgers gevormd worden. Waar de sleutel wordt aangereikt tot zelfontplooiing, waar aangeleerd wordt om het eigen lot in handen te nemen en waar iedereen een brede waaier aan mogelijkheden krijgt aangereikt.

De school is een republikeins heiligdom dat we moeten verdedigen, om de gelijkheid te bewaren met betrekking tot de verwerving van de waarden en van de kennis, de gelijkheid tussen meisjes en jongens, het gemengd zijn van alle onderwijs, en in het bijzonder van de sport. Om onze kinderen te beschermen zodat ze niet ten prooi vallen van slechte invloeden die mensen verdelen, tweedracht zaaien en die de enen tegen de anderen opzetten. Het is natuurlijk niet de bedoeling om van de school een plaats te maken van uniformiteit, van anonimiteit, of een plek waar een bepaald geloof zou worden voorgeschreven. Het gaat erom de leraren, leraressen en schoolhoofden, die vandaag als eersten geconfronteerd worden met echte problemen, toe te laten hun opdracht uit te voeren in alle sereniteit met duidelijke regels en afspraken. Leerlingen zijn natuurlijk vrij zijn om hun geloof te beleven, maar dat betekent niet dat ze naar school, het college of het lyceum moeten komen in religieuze kleding.

Het gaat er niet om nieuwe regels uit te vinden noch om de grenzen van de scheiding tussen kerk en staat te verleggen. Het gaat erom om duidelijk een regel te stellen die in onze gebruiken en onze praktijk reeds lang bestaat. Ik heb advies ingewonnen en de studie van de commissie Stasi bestudeerd. Ik heb de argumenten van de ‘Mission de l’Assemblee Nationale’, van de politieke partijen, van de religieuze overheden, van de vertegenwoordigers van de grote denkstromen onderzocht. Ik acht in geweten, dat het dragen van kledij of van symbolen die een duidelijke religieuze aanhorigheid demonstreren in scholen, colleges en lycea moet verboden worden.

Natuurlijk blijven discrete tekens zoals een kruis, een Davidster of een hand van Fatima, toegestaan. Maar opvallende tekens waarvan het dragen tot doel heeft om zich te laten opmerken en het onmiddellijk herkennen van een religieuze aanhorigheid, kunnen niet worden toegelaten. Die tekens – de islmatische hoofddoek, wat de naam ook is die men eraan geeft, het keppeltje of een kruis van opvallende grootte – zijn ongepast in gebouwen van openbare scholen. Openbare scholen blijven neutrale plaatsen.

Een wet is dus noodzakelijk. Ik wens dat ze aangenomen wordt door het parlement en dat ze volledig in werking gesteld wordt tegen het volgend schooljaar. Tegelijk vraag ik aan de regering om haar dialoog verder te zetten, ondermeer met de religieuze overheden.

Een andere zaak betreft de nieuwe feestdagen. Ik denk niet dat we nieuwe feestdagen moet toevoegen in de schoolkalender, die er reeds veel telt. Dat zou zware problemen met zich meebrengen voor de ouders die die dagen werken. Daarbij, voor zover reeds grotendeels gebruikelijk is, wens ik dat geen enkele leerling zich hoeft te verontschuldigen voor een afwezigheid die gerechtvaardigd wordt door een groot religieus feest zoals de Kippour of de Aïd el-Kebir, op voorwaarde dat de school er op voorhand over wordt ingelicht. Het spreekt vanzelf dat belangrijke toetsen of examens op die dagen niet georganiseerd moeten worden. Instructies in die zin zullen gegeven worden aan de rectors door het Ministerie van Onderwijs.

Laat ons ook de elementaire regels van het samenleven in herinnering houden. Ik denk aan het ziekenhuis, waar niets kan rechtvaardigen dat een patiënt weigert, omwille van het principe, zich door een arts te laten verzorgen van het andere geslacht. De wet zal deze regel moeten verduidelijken voor alle zieken die zich richten tot de openbare dienst.

Op dezelfde manier zal de Minister van Arbeid het nodige overleg moeten plegen en, indien nodig, een voostel indienen bij het Parlement, die aan een bedrijfschef toelaat het dragen van religieuze tekenen te reglementeren, omwille van veiligheid - dat spreekt vanzelf - of in contacten met de klanten.

Ik denk dat er een « code van scheiding van kerk en staat » moet komen die alle principes en regels met betrekking tot de scheiding van kerk en staat verenigt. Die code moet dan verstrekt worden aan alle ambtenaren op de dag dat ze in functie treden. *

Onze strijd voor de waarden van de Republiek moet ons leiden tot een resoluut engagement ten gunste van de rechten van de vrouw en van hun echte gelijkheid met de mannen. De graad van beschaving van een samenleving meet zich immers eerst aan de plaats die de vrouwen erin bekleden.

We moeten ook waakzaam en onverzettelijk zijn tegenover de dreigingen van een achteruitgang, en ze bestaan.

We kunnen niet aanvaarden dat sommigen, zich schuilend achter een misbegrepen concept van de scheiding van Kerk en Staat, andere verworvenheden van onze Republiek zoals de gelijkheid van de geslachten en de waardigheid van de vrouw, ondermijnen. Ik zeg u plechtig: de Republiek verzet zich tegen alles wat scheidt en aan alles dat uitsluit! De regel is het gemengd zijn van mannen en vrouwen omdat ze alle individuen op voet van gelijkheid plaatst, en omdat ze weigert onderscheid te maken volgens geslacht, oorsprong, kleur, godsdienst.

Voor de rechten van de vrouw, moet onze maatschappij nog veel stappen zetten. Iedereen moet er zich van bewust worden en in die zin handelen. En ik ben van plan me persoonlijk ervoor te engageren. *

De debatten over de scheiding tussen Kerk en Staat, over de integratie, over de gelijkheid van kansen, over de rechten van de vrouwen, stellen ons steeds dezelfde vraag: welk Frankrijk willen we, voor onszelf en voor onze kinderen ?

We hebben via erfenis een land gekregen dat rijk is aan geschiedenis, aan taal, aan cultuur. Een natie sterk dankzij haar waarden en idealen (...).

Laat ons de uitdagingen van vandaag omzetten in troeven voor morgen. Door onze gehechtheid aan een open en concrete scheiding van Kerk en Staat zoals we ze al jaren kennen. Door beter de gelijkheid van kansen, de geest van verdraagzaamheid en solidariteit te beleven. Door resoluut de strijd aan te gaan voor de rechten van de vrouw. Door ons te verenigen rond de waarden die Frankrijk gevormd hebben en zullen vormen (...).

Dat is één van de grote uitdagingen voor onze generaties. Die uitdaging, kunnen we, moeten we en zullen we samen aanpakken. Allemaal samen.



Jacques Chirac

Jacques Chirac

Links
http://www.elysee.fr
Share |

4de Karl Popperlezing met Hans Achterhuis

Deze lezing vindt plaats op dinsdag 5 oktober om 20u in het Liberaal Archief, Kramersplein 23 te Gent. Na de lezing is er een receptie. Toegang is gratis, maar gelieve wel in te schrijven op verhofstadt.dirk@telenet.be.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be