Het evangelie van de vrijheid

essay vrijdag 25 februari 2005

Tom Claerhout

Bij zijn eedaflegging liet George Bush weinig twijfel bestaan over de richting van het Amerikaanse buitenlandse beleid in zijn tweede ambtstermijn. Het woord ‘freedom’ kwam welgeteld achtentwintig keer voor in zijn toespraak, en het woord ‘liberty’ vijftien keer. Twee weken later, in zijn ‘State of the Union’, deed hij dat nog eens dunnetjes over, met eenentwintig keer ‘freedom’ en zeven keer ‘liberty’. Betreft het hier een wederrechtelijke toe eigening van het bij uitstek liberale vrijheidsbegrip of, mirabile dictu, zou het buitenlandse beleid van de zo verfoeide Bush au fond misschien liberale trekjes kunnen vertonen?

De messianistische zendingsdrang van George Bush heeft diepe wortels in de Amerikaanse geschiedenis. Reeds in 1630 sprak John Winthrop vanop de boeg van de Arabella, waarmee een groep religieuze vluchtelingen de oversteek naar de Nieuwe Wereld had gemaakt, de woorden die nog steeds nazinderen in het Amerikaanse bewustzijn: ‘We shall be as a city upon a hill. The eyes of all people are upon us.’ Die pretentie van moreel leiderschap, verwant met de calvinistische idee van predestinatie, is ook te vinden bij Woodrow Wilson, die de deelname aan de Eerste Wereldoorlog in 1917 voorstelde als een idealistische kruistocht, ‘a war to make the world safe for democracy’. Tijdens de hele Koude Oorlog, van Truman tot Reagan, beschouwde Amerika zichzelf als de aanvoerder van het vrije Westen, wiens taak het was onderdrukte of bedreigde volkeren bij te staan. Zo verklaarde Kennedy bij zijn eedaflegging in 1961: ‘Let every nation know that we shall pay any price, bear any burden, meet any hardship, support any friend, oppose any foe to assure the survival and the success of liberty.’ George Bush doet daar nu nog een schepje bovenop. Het uiteindelijke doel van het Amerikaanse buitenlandse beleid is niets minder dan de wereldwijde overwinning van de democratie. Amerika geldt als lichtend voorbeeld, als ‘city upon the hill’, voor de hele mensheid, voor alle verdrukten en vertrappelden die vanuit de kerkers van de tirannie naar vrijheid hunkeren. Gebrek aan ambitie kan men Bush alvast niet verwijten.

Uiteraard werd het Amerikaanse beleid in de eerste ambstermijn van Bush geplaagd door vele tegenstrijdigheden. Bush ijvert onverdroten voor de mensenrechten in het buitenland, maar ondermijnt ze in eigen land, bijvoorbeeld door de beruchte Patriot Act en de recente benoeming van Alberto Gonzales, die een onrustwekkend enge definitie van foltering hanteert, tot Minister van Justitie. Guantánamo valt bovendien al helemaal niet te verzoenen met de elementaire principes van een rechtsstaat. Bush wil dictators ter verantwoording roepen, maar verzet zich tegen het Internationaal Strafhof, dat nochtans precies met dit doel is opgericht en, in tegenstelling tot wijlen onze genocidewet, ruime garanties biedt tegen politieke spelletjes en afrekeningen. Bush beoogt ingrijpende hervormingen in het Midden Oosten in het belang van de eigen nationale veiligheid, maar traditionele bondgenoten zoals Saoedi Arabië, waarvan nota bene vijftien van de negentien kapers van elf september afkomstig waren, blijven buiten schot. Ook Israël wist zich al te gemakkelijk verzekerd van de onvoorwaardelijke steun van Amerika, hetgeen het vredesproces geenszins bevorderde, al was ook de destabiliserende aanwezigheid van Arafat daar niet vreemd aan.

Wie echter beweert dat de ideeën van George Bush op alle vlakken indruisen tegen het liberale gedachtengoed, gaat een stap te ver. Wat men ook moge beweren over de intellectuele capaciteiten van Bush, zijn geloof in de heilzaamheid van democratie is oprecht. Persoonlijk ben ik geneigd democratie, samen met vrijheid en mensenrechten, te beschouwen als de kern van het liberalisme. De geslaagde verkiezingen in Afghanistan en Irak waren pas mogelijk door de enorme offers van de Amerikanen en hun bondgenoten. De democratische aanduiding van Arafats opvolger lijkt te wijzen op een nieuwe wind in het ooit zo autocratische Midden Oosten. Ook de rozenrevolutie in Georgië en de hartverwarmende oranje revolutie in Oekraïne werden financieel gesteund en openlijk aangemoedigd door de Verenigde Staten. Aan het begin van de tweede ambtstermijn vielen nog meer bemoedigende signalen op te vangen. Amerika lijkt meer druk uit te oefenen op Israël om de pijnlijke toegevingen te doen die noodzakelijk zijn voor een duurzame vrede. Er wordt ook meer nadruk gelegd op multilateralisme en diplomatie, bijvoorbeeld met betrekking tot non-proliferatie (Iran, Noord Korea). Bovenal kondigde Bush in zijn eedaflegging het einde aan van de Realpolitik: ‘We will encourage reform in other governments by making clear that success in our relations will require the decent treatment of their own people.’ Zo riep hij Saoedi-Arabië en Egypte in zijn ‘State of the Union’ op om ‘de weg te wijzen naar democratie in het Midden Oosten’. De nieuwe Minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice sprak herhaaldelijk haar bezorgdheid uit over de beknotting van de persvrijheid in Rusland en de machtsconcentratie in het Kremlin (helaas geen woord over Tsjetsjenië). Hoe dan ook, als Bush een tiende doet van wat hij belooft, zal de wereld al een stuk vrijer en democratischer zijn.

Het hernieuwde idealisme van Bush werd in Europa lauw tot uitgesproken vijandig ontvangen. De Duitse krant ‘Die Tageszeitung’ noemde de inaugurele rede zelfs ‘waanzin’. Zo'n oordeel is nogal misplaatst, want de Europeanen zelf boter op het hoofd. Zo stevent Europa af op de opheffing van het wapenembargo tegen China, ingesteld na het bloedbad op het Tienanmenplein in 1989. Dat is leuk voor de Franse wapenindustrie en bevordert ongetwijfeld de handelsrelaties, maar in ruil werden geen verbeteringen op het vlak van de mensenrechten afgedwongen. In 2003 werden de diplomatieke relaties tussen de EU en Cuba bevroren na de opsluiting van vijfenzeventig politieke tegenstanders. Onder druk van Spanje werden de plooien echter gladgestreken, en dat terwijl eenenzestig dissidenten nog steeds gevangen zitten. De Tsjechische ex president en voormalige dissident Vaclav Havel schreef daarover in Le Figaro: ‘Er valt moeilijk een betere manier te bedenken waarop de EU haar idealen van vrijheid, gelijkheid en respect voor de mensenrechten kan vernietigen.’ Ook de Europese kritiek op de steeds ondemocratischer koers van Vladimir Poetin blijft beperkt, omdat goede relaties met Rusland nu eenmaal nodig zijn voor de implementatie van het Kyotoverdrag en voor onze energiebevoorrading. En als de Irakoorlog toch alleen om de olie draaide, dan was het Franse en Duitse verzet allicht gemotiveerd door de lucratieve oliecontracten van Saddam. Het lot van de vijfentwintig miljoen Irakezen kon hen geen moer schelen. In al deze gevallen lijken de Europese commerciële belangen alvast zwaarder te wegen dan mensenrechten en democratie.

Mogelijks zijn de verschillen in houding en retoriek tussen Europa en Amerika te verklaren doordat Amerikanen al hun eisen aan de grote klok hangen, terwijl Europeanen liever achter de schermen onderhandelen. Een minder onschuldige verklaring is dat Europeanen naïef zouden zijn in de strijd tegen nucleaire proliferatie en in de oorlog tegen het terrorisme. De chantage in verband met de hoofddoekenwet door de ontvoering van twee journalisten was zeker een koude douche voor de Fransen die hadden gehoopt dat zij voor hun anti Amerikanisme zouden worden beloond. De meest fundamentele oorzaak van de transatlantische kloof is wellicht het gaullistische streven naar een multipolaire wereld, gekoppeld aan een overdreven vertrouwen in de Verenigde Naties als embryonale wereldregering. Dit neemt niet weg dat, zelfs in het post 11 september tijdperk, de consensus tussen Amerika en Europa veel groter is dan de meningsverschillen. Beide zijn kinderen van de Verlichting en delen haar humanitair idealisme. Veel Europese kritiek op de VS wegens haar selectieve aandacht voor de mensenrechten is gegrond, maar ze zou minder hypocriet klinken indien Europa zelf hogere morele standaarden zou hanteren in haar buitenlands beleid. Onze eigen Minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht heeft altijd de mond vol van mensenrechten als het gaat over het Vlaams Belang. Misschien zou hij beter eerst Valentina Melnikova, voorzitster van de Russische Soldatenmoeders, en de dalai lama een Belgisch visum geven in plaats van zich door de Russen en de Chinezen te laten dicteren wie terrorist is en wie niet. Bij zijn aantreden beloofde De Gucht grotere aandacht voor de economische diplomatie. Eerlijk is hij wel.

Weldenkend Europa gaat zich nog vier jaar ergeren aan het Amerikaanse beleid. Ik niet, althans wat het buitenlands beleid betreft, want ondanks zijn evidente blunders en onhebbelijkheden heeft George Bush het juiste instinct. Isolationisme en ‘containment’ zijn geen optie in de strijd tegen het internationale terrorisme. Zoals ‘The Economist’ het verwoordt: ‘The trouble with Mr Bush’s new doctrine is not that he has naively embraced freedom and democracy, but that he hasn’t embraced them tightly enough.’ En dat geldt ook voor Europa.


De auteur is bestuurslid in het LVSV-Gent


Tom Claerhout

Tom Claerhout

Links
mailto:t_claerhout@hotmail.com
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be