Individuen zijn gelijkwaardig, culturen niet

essay vrijdag 06 juni 2008

Paul Cliteur

In de nieuwsbrief van Liberales (nummer 208 van 30 mei 2008) staat een volslagen verward betoog van August Hans den Boef waarin hij de begrippen ‘multiculturalisme’ en ‘cultuurrelativisme’ probeert te herijken. Deze begrippen zouden opnieuw een positieve betekenis moeten krijgen, meent Den Boef. In het vervolg blijkt dat Den Boef niet op de hoogte is van de relevante literatuur over dit onderwerp, maar vooral ontbreekt het hem aan het analytisch vermogen om tot een heldere analyse te komen. Nu is dat allemaal niet zo erg en zeker geen reden voor mij om in de pen te klimmen. Ik moet dat alleen wel doen wanneer ten onrechte mijn naam in opspraak wordt gebracht doordat aan mij zeer verwerpelijke opvattingen worden toegeschreven die ik helemaal niet huldig.

Den Boef schrijft: ‘In het licht van deze obscurantistische relativismeoppositie heb ik het altijd merkwaardig gevonden dat liberalen als Paul Cliteur vrijwel categorische bezwaren tegen cultuurrelativisme koesteren. Voor hem betekent cultuurrelativisme dat alle culturen in principe gelijk zijn en dat een ongeletterde burger, afkomstig uit het Rifgebergte of Anatolië, daarmee gelijk wordt gesteld aan een blanke autochtone hoogleraar. Cliteur heeft gelijk dat hij zulk relativisme absurd vindt. Maar de reden dat wij in een multi-etnische en niet in onze ideale multiculturele maatschappij leven, is juist het gebrek aan cultuurrelativisme bij veel van deze nieuwkomers. Die stellen ongeletterde islamitische burgers, afkomstig uit het Rifgebergte of Anatolië, zelfs boven een ongelovige, autochtone hoogleraar.’

Het is juist dat ik cultuurrelativisme afwijs. Dat houdt namelijk volgens de courante omschrijvingen in de vakliteratuur (zie de literatuurverwijzingen hieronder) in dat alle culturen gelijk zijn en dat men nooit vanuit cultuur A cultuur B zou mogen afwijzen of zelfs maar van kritische kanttekeningen zou mogen voorzien. Mensen die in de ban zijn van deze opvatting – de zogenaamde cultuurrelativisten – kunnen dus nooit meer tot een kritisch morele evaluatie komen van culturele praktijken die zich buiten hun cultuurkring afspelen. Zij worden daardoor min of meer gedwongen kwalijke praktijken als uithuwelijking, eerwraak, vrouwenbesnijdenis en dergelijke te gedogen omdat tenslotte ‘alle culturen gelijk zijn’. Geen liberaal, maar volgens mij ook geen zinnig mens, kan die opvatting tot de zijne maken. Waarom niet? Omdat het strijdig is met de gelijkwaardigheid van elk individueel mens. Kortom, de stelling dat alle culturen en culturele uitingen gelijkwaardig zijn, botst met het beginsel van de gelijkwaardigheid van mensen.

Dat brengt mij op het tweede deel van het citaat van Den Boef en daarin ligt eigenlijk de reden van mijn schrijven en mijn verontwaardiging. Daarin schuift Den Boef mij de opvatting in de schoenen dat ik van mening zou zijn dat een ongeletterde burger uit het Rifgebergte niet gelijk zou mogen worden gesteld aan een blanke (!) autochtone hoogleraar. Maar dat heb ik helemaal nooit gezegd! En dat zou ik natuurlijk ook nooit beweren. Een ongeletterde burger uit het Rifgebergte is volstrekt gelijkwaardig aan een blanke autochtone hoogleraar. Ik gebruik het woord ‘racisme’ niet lichtvaardig, maar de opvatting die Den Boef hier aan mij toedicht (en waarvoor hij mij paradoxaal genoeg nog gaat prijzen ook) is ronduit ‘racistisch’. Door dit soort malle begripsgymnastiek kom ik in de buurt bij de ‘bedenkelijke figuren’ waarmee Den Boef zijn essay begint.

Ik ga uit van de goede trouw van Den Boef en hou het erop dat hij zijn ‘essay’ (tenslotte een ‘probeersel’) eerst nog even heel goed had moeten doorlezen voordat hij het met een achteloze muisklik de wereld inzond. Maar misschien moet hij ook serieus wat gaan lezen over het onderwerp. Als hij kennis wil nemen van mijn opvattingen over cultuurrelativisme dan kan hij terecht bij: Paul Cliteur, Moreel Esperanto (2007); Tegen de decadentie (2004), pp. 29-47; De filosofie van mensenrechten (diverse drukken), met name hoofdstuk 2 over cultuurrelativisme als uitdaging voor universaliteit). Mijn eigen omschrijving van cultuurrelativisme sluit aan bij: Gensler, Harry J., Cultural Relativism, in: Ethics, Routledge, London & New York 1998, pp. 11-20; Nielsen, Kai, Ethical Relativism and the Facts of Cultural Relativity, in: Social Research, 33 (4), 1966, pp. 531-551.


Professor dr. P.B. Cliteur is hoogleraar encyclopedie van de rechtswetenschap aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Leiden

Paul Cliteur

Paul Cliteur

Links
mailto:paulcliteur@gmail.com
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be