Monotheïsme en hedendaagse burgerlijke vrijheden

essay vrijdag 28 januari 2011

Paul Cliteur

Discussies over religie roepen veel emoties op, maar zelden een accurate samenvatting van het standpunt van de opponent. Helaas geldt dat ook voor de wijze waarop Asher Ben Avraham de teneur van mijn onlangs verschenen boek Het monotheistisch dilemma probeert samen te vatten. En hoewel Yoram Stein het beter doet, mist toch ook hij het centrale punt dat ik wil maken. Dat punt is dat ik mij niet bezighoud met hoe Ben Avraham, Stein, Karen Armstrong en de overgrote meerderheid van de gelovigen de heilige schrift lezen, maar hoe die schrift wordt gelezen door extremisten als Abdulmutallab, Jigal Amir en Scott Roeder. Ik benader de schrift dus door de ogen van een terrorist en wil dan laten zien dat de verhaallijn die hij daarin onderkent aanknopingspunten heeft in de tekst zelf. Die ambitie herhaal ik om de tien bladzijden in mijn boeken (ook The Secular Outlook) en staat zelfs op kaft van Het monotheistisch dilemma als waarschuwing vermeld. ‘Pas op, dit gaat niet over godsdienst maar over radicale interpretaties van godsdienst!’ Maar Ben Avraham, Stein en trouwens ook Amanda Kluveld en Bart-Jan Spruyt hebben niet gezien dat ik geen bijdrage lever aan de vergelijkende godsdienstwetenschap. Ik zeg dus ook niet dat alle drie de monotheïstische godsdiensten ‘even erg’ zijn. De enige recensenten die mijn boek op dit punt goed hebben gelezen zijn Carel Brendel en Dirk Verhofstadt.

Ben Avraham is de slordigste van allen wanneer hij denkt mijn argumentatie te kunnen samenvatten met ‘religion sucks’. Waarbij hij wel eerlijk aangeeft dat dit ‘kort gezegd’ is. En ‘met een beetje fantasie’. Inderdaad, want één zin verder moet hij al constateren dat het mij natuurlijk niet gaat om religie in het algemeen, maar om radicalisering in de drie monotheïstische godsdiensten. Dat is dus iets heel anders. Terwijl ik betoog dat in de heilige geschriften van alle drie de monotheïstische godsdiensten teksten zijn te vinden die geweld legitimeren (ook in het Nieuwe Testament, in tegenstelling tot een wijdverbreid vooroordeel) probeert Ben Avraham aannemelijk te maken dat voor één van de drie monotheïstische godsdiensten, het Jodendom, ‘mijn theorie’ niet zou opgaan. Zijn argument daarvoor is erg zwak. Hij zegt dat de gewelddadige elementen van de Tora (de eerste vijf boeken van de Tenach, de Hebreeuwse bijbel) zijn verzacht in de Talmud. De harde leefregels uit de Tora (Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri, Deuteronomium) worden vrijwel niet meer toegepast, zegt hij, omdat de rabbijnen ze zodanig hebben geïnterpreteerd dat zij in feite buiten werking zijn gesteld. Dit wordt ook keer op keer in de boeken van Karen Armstrong betoogd, maar het is een zwak argument omdat Ben Avraham hiermee in tegenstelling tot zijn pretenties juist het punt bevestigt wat ik in Het monotheistisch dilemma gemaakt heb. Namelijk: ook in het Oude Testament (of de Hebreeuwse bijbel) zijn leefregels te vinden die geweld legitimeren.

Wat religieus terroristen als Jigal Amir kenmerkt (die in 1995 premier Jitzak Rabin vermoordde met een beroep op religieuze overwegingen) is dat zij geen boodschap hebben aan die vredelievende interpretaties van de Tora door vrijzinnige rabbi’s. Zij luisteren naar de gewelddadige interpretaties door hun collega’s die menen dat iemand vermoord mag worden die de belangen van Israel schendt. Zo hield Rabbi Shumuel Dvir zijn studenten voor dat het geoorloofd zou zijn Rabin te vermoorden, wat ook gebeurd is na het uitspreken van bezweringsformules uit Deuteronomium 11:26-29, het vijfde boek van de Tora. Daarmee zeg ik niet (ik herhaal het nog maar eens, met de moed der wanhoop) dat in de monotheïstische godsdiensten geen aansporingen tot naastenliefde zijn te vinden. Ik zeg ook niet dat alle aanhangers of zelfs maar de meeste aanhangers van de monotheïstische godsdiensten tot geweld neigen. Verder zeg ik niet dat de drie monotheïstische godsdiensten precies hetzelfde zijn. Wat ik wel zeg, is dat een overeenkomst tussen de drie monotheïstische godsdiensten kan worden geconstateerd, namelijk dat in alle drie een kleine maar niet te veronachtzamen minderheid te identificeren valt die een radicale logica volgt die tot geweld leidt.

Net als Paus Pius V in de bul Regnans in excelsis (1570) uiteenzette dat trouwe katholieken Koningin Elizabeth I van de troon zouden moeten stoten en Ayatollah Khomeini in 1989 meende dat Salman Rushdie zou moeten worden vermoord, zo meenden ook radicale rabbi’s dat Rabin moest worden vermoord. Natuurlijk kan men allerlei vragen stellen: hoe kan het dat Khomeini aan het einde van de 20ste eeuw nog steeds deed (of wéér deed) wat een hedendaagse paus wel uit zijn hoofd zou laten? Hoe kan het dat het islamistisch terrorisme van de gearresteerde mannen die een aanslag op de burelen van de Jyllands Posten wilden plegen in december 2010 zo wijd verbreid is, terwijl het Joodse extremisme van Amir of Meir Kahane (Joodse extremistische rabbijn, 1932-1990) over het algemeen beperkt blijft?

Komt dat omdat slechts 0,25 procent van de wereldbevolking de Joodse godsdienst aanhangt en 21 procent de Islam? Maar waarom leveren de 32 procent aanhangers van de christelijke godsdienst dan niet meer terroristen op? Daarvoor zijn verklaringen te geven, die ik ook behandel in mijn boek, maar naar mijn idee hebben die verklaringen niet te maken met het feit dat één heilig boek volstaat met aansporingen die als ‘license to kill’ kunnen worden gelezen en dat andere heilige boeken alleen maar mooie kerstverhalen bevatten. Vooral het Nieuwe Testament heeft een onverdiende reputatie van zachtmoedigheid. Velen die nog nooit een blik in het evangelie of de brieven van Paulus hebben geworpen denken dat het hier alleen maar gaat om het toekeren van de andere wang (Lucas 6:27), het liefhebben van onze vijanden (Matth. 7:21), de gulden regel (Lucas 6:31) en een rudimentaire verwoording van het mooie ideaal van de scheiding van kerk en staat (Mattheus 22:21). Paradoxaal genoeg zijn het vaak ongelovigen die hiermee komen. En ook Yoram Stein denkt dat de scheiding van kerk en staat ons cadeau is gedaan in het evangelie. Hij ziet niet dat deze het product is van een eeuwenlange en bloedige strijd tussen paus en keizer.

Ander voorbeeld. Karen Armstrong en haar vele volgelingen (waaronder Dick Lieftink en Herman Wijffels, zie VK 28 december 2010) willen ons doen geloven dat het Nieuwe Testament voornamelijk compassie predikt. Maar tegen de apostelen van Karen Armstrong moeten we zeggen dat wie de zuivere compassie wil volgen beter terecht kan bij Arthur Schopenhauer dan bij Jezus Christus. Christus vergeeft geen zonde tegen de heilige geest (Matth. 12:30). Op de dag des oordeels zal men zich hebben te verantwoorden voor zijn geloof (en ongeloof, Matth. 12:36) en al het onkruid toch echt verbrand moeten worden (Matth. 13:30). Meindert Fennema, wees gewaarschuwd!

Tussen kerst en nieuwjaar heb ik in het Parijse Louvre wat staan te mijmeren voor het schilderij van Eustache Le Sueur (1616-1655), Le Prédication de saint Paul à Éphèse (1649). Het is een kolossaal doek met in het midden de apostel Paulus die predikt in Efese. Voor de apostel bevindt zich een vuurtje van brandende boeken dat een volgeling van het nieuwe geloof ijverig aan het aanblazen is (had Terry Jones, in tegenstelling tot wat Obama, Clinton, de paus en Angelina Jolie dachten, dan toch een beetje gelijk?). Het schilderij verwijst naar een passage uit de Handelingen van de Apostelen (19:19) waarin beschreven wordt dat toen Paulus in Efese aankwam, berouwvolle volgelingen boeken kwamen aandragen van vóór de tijd dat het geloof in de Heer Jezus hen had verlicht. Die boeken moesten kennelijk worden verbrand. “Zo zegevierde het woord van de Heer en vond het steeds meer gehoor”, vermeldt het boek Handelingen. Waarom zei de apostel niet het volgende? “Bewoners van Efese, ik breng u een nieuw geloof! Het geloof in de Heer Jezus. Maar voelt u zich vrij ook iets anders te geloven. Voelt u zich vrij elk geloof, in welke God of heiland u ook maar wilt geloven, aan te hangen. Op geloof in andere goden dan de heer Jezus staat geen straf. Nu niet en ook niet in het leven na dit leven. Want onze God is een barmhartige God, een tolerante God, een God die burgerlijke vrijheden en de rechten van andere gelovigen respecteert. Dus geen boekverbrandingen, geen doodstraf op godslastering, maar échte vrijheid van godsdienst”.

Dat zou erg prettig zijn geweest. Maar dat zei Paulus, de grondlegger van het christelijk geloof niet, omdat ook Paulus, net als Jezus, Mozes, Mohammed, Boeddha of welke andere historische persoonlijkheid dan ook, zijn tijd niet kon overstijgen. Heilige geschriften zijn op zijn best verenigbaar met hedendaagse burgerlijke vrijheden. Maar die verenigbaarheid ontstaat pas op het moment waarop men morele autonomie als principe aanvaardt. Dat gebeurt in de heilige schrift slechts mondjesmaat. Het is te vinden in het verhaal van Job en het verhaal van Abraham die met God discussieert over Sodom en Gomorra. Het is terecht dat Stein dat nog eens releveert (zoals ik zelf trouwens ook doe in mijn boeken). Maar helaas voor Stein: het is niet de ‘protesterende Abraham’ of Job die in de bijbel door God worden geprezen. Geprezen wordt de ‘gehoorzame Abraham’ die als blijk van zijn gehoorzaamheid zelfs zijn eigen zoon wilde offeren.


Paul Cliteur is auteur van Het monotheïstisch dilemma en The Secular Outlook. Hij is hoogleraar aan de universiteit van Leiden.


Paul Cliteur

Paul Cliteur

Links
mailto:paulcliteur@gmail.com
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be