|
Hardnekkig blijft men in dit land doen alsof we pas met de komst van etnische minderheden een multiculturele samenleving geworden zijn. Nederland is mijn inziens vanouds een multiculturele samenleving en was dat voorheen zelfs meer dan nu. Van stonde af aan hebben we als Nederlanders wat ons in cultureel opzicht onderscheidt gekoesterd: tijdens de Republiek der Verenigde Provinciën vooral wat ons in lokaal- en regionaal-cultureel opzicht onderscheidt en in de vorige eeuw in het bijzonder onze verschillen in religieus-cultureel en ideologisch opzicht. In beide gevallen was het staatsbestel in sterke mate daarop gebaseerd. In de Republiek waren de Staten-Generaal een vertegenwoordiging van onze regionale verscheidenheid en geschiedde de besluitvorming door afgevaardigden met een bindend mandaat van hun achterban in de gewesten. Hand in hand hiermee ontwikkelde zich ook onze traditie van besluitvorming van overleg en consensus (nu poldermodel geheten). Vanouds was er ook sprake van religieus-culturele verscheidenheid (calvinisten, katholieken en vrijzinnig liberale protestanten) maar lange tijd wel met een calvinistisch overwicht. In de tweede helft van de 19e eeuw werd dat calvinistische overwicht uitgedaagd door een seculier-liberale tegenstroming. Uit die confrontatie is een sterk verzuild politiek en maatschappelijk bestel voortgekomen. Onze multiculturele traditie kreeg daarmee een nieuwe, nu religieus-cultureel gefundeerde expressie en een nieuwe staatkundige onderbouwing: enerzijds door de introductie van evenredige vertegenwoordiging als kiesstelsel waarmee een zo zuiver mogelijke verspiegeling van alle verschillende geestelijke en politieke stromingen gegarandeerd wordt; anderzijds door de ontwikkeling van een pacificatiedemocratie waarin de elites van de verschillende zuilen binnenskamers hun onderlinge geschillen via overleg en consensus uitpraatten en regelden. Sinds de jaren '60 is die levensbeschouwelijk gedifferentieerde multiculturaliteit in verval geraakt door ontkerkelijking en ontideologisering. En daarmee is onze samenleving en cultuur veel homogener geworden. Onderlinge tegenstellingen en verschillen zijn sterk afgevlakt zozeer zelfs dat al gesproken is van de ontwikkeling van een monocultuur en een éénpartijstaat. In tweeërlei opzicht ervaren we echter nog de nawerking van onze multiculturele traditie zoals die tijdens de verzuiling gestalte gekregen heeft. Hoewel sinds de jaren '60 is aangedrongen op staatkundige vernieuwing - een ander kiesstelstel en een andere stijl van regeren - hebben we grote moeite de tradities van onze verzuilde pacificatiedemocratie los te laten, ja het leek er zelfs op dat die zou uitmonden in een gedepolitiseerde karteldemocratie. Maar daar is nu een krachtige reactie tegen gekomen en als de tekenen niet bedriegen zijn we op weg naar een nieuw en meer aangepast politiek bestel. De nawerking van onze multiculturele traditie bespeuren we ook in de wijze waarop we sinds de jaren '60 de migrantenstroom hebben aangepakt. In zekere zin kregen we daarmee te maken met een nieuwe variant van onze multiculturele traditie. Maar die nieuwe multiculturaliteit is van een andere orde. Eerder ging het om de problematiek van het vreedzaam samenleven van autochtone multiculturele minderheden, nu om de relatie tussen allochtone culturele minderheden en een autochtone culturele meerderheid die als zodanig niet op één lijn gesteld kunnen worden. In de geest van onze verzuilingstraditie is dat in eerste instantie toch gedaan. Pleidooien voor integratie en inburgering waren daarom taboe. Sinds de jaren '90 is er wel een kentering ingetreden, maar ook op dit punt bleek het moeilijk los te komen van onze multiculturele verzuilingstraditie. Een open debat over onze nieuwe minderhedenproblematiek werd zoveel mogelijk afgeremd om controverses daarover te voorkomen en zodoende een schijnconsensus daaromtrent in stand te houden. De PvdA heeft daarbij een cruciale rol gespeeld. En dat is in het licht van de historie niet zonder ironie. Als exponent van de naoorlogse Doorbraakbeweging is zij namelijk jarenlang fel van leer getrokken tegen de toenmalige multiculturele verzuilingstraditie en de daarmee samenhangende depolitiserende consensuspolitiek. Door in die nieuwe minderhedenproblematiek zo hardnekkig vast te houden aan die consensuspolitiek heeft de PvdA zelf de voorwaarde geschapen voor de politieke doorbraak van Fortuyn die de krampachtig gekoesterde schijnconsensus inzake die problematiek hardhandig heeft aangepakt en daaraan grotendeels zijn politiek succes te danken heeft. Kort tevoren manifesteerde zich trouwens al een stroming, vertolkt o.a. door P. Schnabel van het Sociaal-Cultureel Planbureau en P. Scheffer, die het nieuwe multiculturele karakter van onze samenleving ter discussie stelde en een opgaan van migrantengroepen in de heersende liberale meerderheidscultuur bepleit. CDA-leider Balkenende is vorig jaar in die richting meer opgeschoven door op zijn beurt sterk de nadruk te leggen op een gedeeld patroon van Nederlandse normen en waarden. Tijdens de verzuiling waren het daarentegen juist de confessionelen die de sterkst mogelijke nadruk plachten te leggen op onze multiculturele diversiteit. Wat ons bindt, aldus een klassiek geworden vertolking daarvan door de anti-Revolutionaire leider Bruins Slot, is zuiver negatief van aard, te weten de erkenning van een ieder in zijn bijzondere eigen aard en afwijzing van iedere poging wat ons bindt onder een gemeenschappelijke nationale noemer te brengen. Bij de voorbereiding van de nieuwe grondwet van 1983 werd van die kant een voorstel om wat ons aan waarden bindt kort in een preambule samen te vatten dan ook vierkant van de hand gewezen. Conclusie: we zijn als land nooit over de hele linie monocultureel geweest. Wel is de Nederlandse cultuur zoals gezegd sinds de jaren '60 homogener geworden, maar tegelijk zijn we toen geconfronteerd met migrantengroepen met afwijkende culturele tradities die zodoende een nieuwe multiculturele dimensie aan onze samenleving toevoegen. In tegenstelling tot het verleden blijft die dimensie nu evenwel beperkt tot de privésfeer. Op het publieke domein heeft zij geen invloed van betekenis. Daaraan ligt een gemeenschappelijke monoculturele kern van waarden en normen ten grondslag waaraan migrantengroepen zich in principe behoren aan te passen zoals nu langzamerhand vrij algemeen wordt erkend. In de privésfeer hebben zij uiteraard alle ruimte hun culturele identiteit in stand te houden.
S.W. Couwenberg |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|