|
De minister van economische zaken presenteerde onlangs een nieuw wetsontwerp dat tot doel heeft een vaste boekenprijs in te voeren. Een vaste boekenprijs, zo beweert de minister samen met de hele sector, is essentieel om het boek te beschermen en de leescultuur te bevorderen. Voor de niet-ingewijde kan dit redelijk klinken. De realiteit is echter heel anders. De vaste boekenprijs betekent een gevaar voor het boek en de leescultuur in Vlaanderen. De vaste boekenprijs is een eufemisme voor een prijsverhoging. Immers, het ontwerp vaste boekenprijs voorziet dat boekhandelaars geen prijskortingen van meer dan 5% zullen mogen toestaan. Het boek zal onvermijdelijk duurder worden. Sommige voorstanders van de vaste boekenprijs blijven bij hoog en bij laag beweren dat de vaste boekenprijs het boek goedkoper zal maken. Het verbod om prijskortingen toe te staan dat de overheid straks zal uitvaardigen, kan niet anders dan het boek duurder maken. Hoe kan een maatregel die de prijs van het boek zal verhogen de leescultuur bevorderen, zoals door de voorstanders wordt beweerd? Ik heb op deze vraag nog geen zinnig antwoord gekregen. Wel worden allerlei verhalen verteld die zouden moeten aantonen dat op termijn een vaste boekenprijs goed is voor het boek en voor de leescultuur. Een veel gehoord verhaal is het volgende. De prijskortingen worden vandaag vooral op de bestsellers verleend. Door deze prijskortingen te verbieden zullen de winstmarges op de verkoop van bestsellers stijgen. Deze hogere winstmarges geven dan aan de boekhandelaars de mogelijkheid om de prijs van het "goede boek" dat moeilijker verkoopt, te verminderen en zo bij te dragen tot de Vlaamse leescultuur. Dit verhaal gaat ervan uit dat de boekhandelaar een filantroop is. Waarom een boekhandelaar dit zou zijn is niet duidelijk. Is het niet beter ervan uit te gaan dat hij zijn extra winst op zak zal steken in plaats van een geschenk te geven aan een elite van lezers die graag moeilijke boeken leest? Maar laten we even veronderstellen dat boekhandelaars filantropen zijn en graag geschenken uitdelen. Is het zinnig dat de overheid dit gedrag stimuleert door de vaste boekenprijs? Het antwoord is negatief. Immers, het betekent dat de vaste boekenprijs er zou toe bijdragen dat de lezers van bestsellers (een grote groep) betalen voor het plezier van de lezers van moeilijke boeken (een kleine groep die meestal wel de middelen heeft om duurdere boeken te betalen). Hoe dit de leescultuur moet bevorderen is een mysterie. Een ander veel gehoord verhaal over de wonderen die de vaste boekenprijs voor de leescultuur zal verwezenlijken is als volgt. De hogere winstmarge die gerealiseerd zal worden op de verkoop van bestsellers (opnieuw) zal de boekhandelaars ertoe aanzetten betere service te verlenen. Bovendien zorgen deze extra winstmarges ervoor dat meer kleine boekhandelaars in leven blijven. Door het groter aantal boekhandelaars wordt de leescultuur indirect gediend. Het probleem met dit verhaal (en ook met het vorige trouwens) is dat de hogere prijs van de boeken de mensen er toe zal aanzetten minder boeken te kopen. Wat men hierover ook moge beweren, het boek is als een ander product: als het duurder wordt kopen de meeste mensen er minder van. Het is dan ook helemaal niet zeker dat de boekhandelaars veel extra winst zullen maken dank zij de vaste boekenprijs. Als dit prijseffect groot genoeg is zou het wel eens kunnen dat hun winst daalt. Door de concurrentie van de electronische substituten van het boek (video, dvd, internet) die alsmaar goedkoper worden, zal het beleid dat erin bestaat het boek duurder te maken de neergang van het boek nog kunnen bespoedigen. En deze achteruitgang van het boek zal de boekhandelaars meesleuren in de afgrond. Dit laatste wordt bevestigd door de ervaring met een vaste boekenprijs in Frankrijk. De Franse wet Lang voerde in het begin van de jaren tachtig een vaste boekenprijs in. Deze wet heeft niet belet dat de kleine boekhandelaars in Frankrijk minstens even snel uit het straatbeeld zijn verdwenen als bij ons. Een opvallend nevenverschijnsel van de wet Lang was dat de grote boekhandelaars (FNAC bij voorbeeld) hun commerciële inspanningen en hun dienstverlening hebben verhoogd en op die manier een intensere concurrentie hebben gevoerd tegen de kleine boekhandelaars. Zowel in Frankrijk (met een vaste boekenprijs) als in België (zonder vaste boekenprijs) is het aantal kleine boekhandelaars op dramatische wijze gedaald. Hun plaats werd ingenomen door grote boekhandels met een ruimer aanbod van titels. Dit is een onvermijdelijke trend die in vele andere takken van de distributie wordt waargenomen. En deze trend gaat helemaal niet gepaard met een verschraling van het aanbod, integendeel. De daling van het aantal boekenwinkels in de laatste twintig jaar is gepaard gegaan met een stijging van het aantal titels, en dus van de keuzemogelijkheden van de lezer. Hetzelfde fenomeen heeft zich voorgedaan in de voedingssector waar het aantal voedingswinkels drastisch is gedaald en tegelijk het aanbod van voedingswaren enorm is verruimd. De vaste boekenprijs heeft niets met cultuur te maken. De boekensector is erin geslaagd de minister van economie voor haar kar te spannen. De minister verdedigt de commerciële belangen van een sector in naam van de leescultuur. Paradoxaal genoeg zal de vaste boekenprijs noch de commerciële belangen van de sector noch de leescultuur dienen. Door het duurder maken van het boek zal dit broos product nog sneller ten prooi gegooid worden van de electronische concurrenten. Dit zal de achteruitgang van het boek versnellen zodat ook de inkomsten van de boekhandelaars dalen. Bovendien zal een duurder boek het grote publiek er toe aanzetten nog minder te lezen. De vaste boekenprijs, als instrument van het cultuurbeleid, is een vijand van het boek en de leescultuur.
Paul De Grauwe |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|