Het comfort van een werkloze regering

essay vrijdag 05 november 2010

Paul De Grauwe

In België, waar de regering geen vinger uitsteekt om het begrotingstekort te doen dalen, is dat tekort sinds 2009 van 6 procent tot 5 procent gedaald. Is een besparingsbeleid dan overbodig? Grotendeels wel. Het meest merkwaardige aspect van de ontwikkeling in het Belgische begrotingstekort sinds 2008 is dat het nauwelijks verschilt van die in Duitsland en Nederland. Sinds 2007 kenden deze drie landen ongeveer dezelfde toename van hun budgettaire tekorten. Deze bedragen nu ongeveer 5 procent in de drie landen. De Europese Commissie voorspelt dat de tekorten in deze drie landen in 2011 ook ongeveer dezelfde zullen zijn, namelijk 5 procent. Dat is heel merkwaardig, omdat Duitsland en Nederland een besparingsplan hebben, terwijl België uitmunt door de afwezigheid van zo een besparingsplan.

Vergeleken met Frankrijk doet België het stukken beter. Het budgettaire tekort in Frankrijk is nu opgelopen tot 8 procent en volgens de voorspellingen van de Europese Commissie zal het Franse tekort in 2011 nog altijd boven de 7 procent liggen ondanks een stevig besparingsplan. Vele andere EU-landen zitten in nog slechtere papieren. Probleemlanden zoals Griekenland, Ierland, Spanje, en het Verenigd Koninkrijk hebben tekorten ver boven de 10 procent. Ze hebben ook zware besparingsprogramma's ingesteld, maar volgens de voorspellingen van de Europese Commissie zullen die tekorten in 2011 nauwelijks onder de 10 procent duiken, met het gevolg dat de overheidsschuld in een aantal van die landen op sneltreintempo het Belgische niveau zal halen en overtreffen.

Heropleving helpt

Hoe komt het dat België, dat nu al drie jaar geen effectieve regering heeft en sinds juni van dit jaar een regering heeft die niets kan doen, en zeker geen besparingsplan kan opstarten, toch relatief gunstige begrotingsresultaten kan voorleggen? Zijn besparingsplannen dan irrelevant? Mijn antwoord is: niet helemaal maar toch in grote mate. De crisis heeft enkele belangrijke lessen in herinnering gebracht. De eerste werd door Keynes in de jaren dertig duidelijk gemaakt: pogingen om budgettaire tekorten weg te werken gedurende periodes van recessies, zijn contraproductief. Recessies ontstaan omdat de privésector meer wil sparen (minder wil consumeren), bijvoorbeeld om de schuld opgebouwd tijdens de hausse te verminderen. Als de overheid dan tegelijk ook meer wil sparen, want dat is het wat een besparingsplan wil doen, begint iedereen meer te sparen en de economie geraakt niet uit de recessie. Het gevolg daarvan is dat de overheid minder inkomsten heeft en dat het budgettaire tekort niet of nauwelijks daalt. Na een tijdje moet een nieuw besparingsplan opgezet worden. Ierland en Griekenland zijn nu al aan hun tweede plan.

Een tweede les is dat de economische groei de belangrijkste factor is die het budgettaire tekort bepaalt. Als landen hun economische groei zien stijgen, vermindert het budgettaire tekort meteen. Sinds ongeveer een jaar geleden is er een heropleving aan de gang in het Noorden van Europa, in grote mate gedreven door een toegenomen export van Duitsland, een land dat profiteert van een sterke verbetering van de competitiviteit en van de economische heropleving in andere delen van de wereld. Het gevolg is dat de belastingopbrengsten in België, Duitsland en Nederland stijgen en dat de budgettaire tekorten dalen. In België, het land waarvan de regering geen vinger uitsteekt om het tekort te doen dalen, is dat tekort sinds 2009 gedaald van 6 procent tot 5 procent.

De kern van het Belgische succes is dat het land profiteert van de economische heropleving waar het niets heeft moeten voor doen. Een regering van lopende zaken, die dus ook geen nieuwe uitgaven doet is dan helemaal geen handicap. Sommige cynische mensen zullen zeggen dat het zelfs een voordeel is.

Cyclisch of structureel

Zal de economische heropleving (als ze zich doorzet) voldoende zijn om het evenwicht in de begroting vanzelf te bereiken? Als dat waar is, zal de volgende Belgische regering (als ze er komt) geen noemenswaardige budgettaire sanering moeten doorvoeren. Dit is de vraag of het begrotingstekort cyclisch of structureel is. Mijn analyse impliceert dat de cyclische component groot is en dat dus een belangrijk deel van het tekort vanzelf zal verdwijnen. Maar toch niet volledig. Er is ook een structurele component. Deze werd onlangs nog eens duidelijk in de verf gezet door de belangrijke studie van professor Luc Sels van de KU Leuven. De babyboomers trekken zich massaal uit de arbeidsmarkt terug en nestelen zich comfortabel in hun luie pensioenzetels. Vele van de openstaande plaatsen zullen niet opgevuld geraken door jongeren, omdat dezelfde babyboomgeneratie te weinig kinderen heeft 'geproduceerd'. Het gevolg is dat de potentiële groei van de Belgische economie zal dalen.

We zullen dus de groeicijfers van voor de recessie niet zo snel meer halen, met het gevolg dat de belastinginkomsten onvoldoende zullen toenemen om het begrotingsgat te dichten. Voeg daaraan toe dat de pensioenuitgaven structureel zullen stijgen en de conclusie is dat zelfs als de hoogconjunctuur terug komt, het Belgische overheidstekort niet zal verdwenen zijn. We zullen dus toch een regering nodig hebben. De luxe te beschikken over een regering die niets hoeft te doen zal spijtig genoeg slechts tijdelijk zijn.


De auteur is hoogleraar internationale economie aan de Katholieke Universiteit Leuven


Paul De Grauwe

Paul De Grauwe

Links
mailto:Paul.DeGrauwe@econ.kuleuven.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be