De overheidsschuld heeft een heel slechte naam. Die schuld wordt door velen geassocieerd met potverteren en onverantwoordelijk beleid van politici. Vermits die schuld zo slecht is moet ze zo snel mogelijk afgebouwd worden. En garanties moeten ingebouwd worden om te beletten dat politici hun ingeboren zin voor onverantwoordelijkheid opnieuw zullen botvieren. Ik ga hier niet betwisten dat de overheidsschuld het resultaat kan zijn van die slechte dingen. Maar veel van ons negatief denken over de overheidsschuld berust op een aantal misvattingen. Een eerste misvatting wordt soms als volgt geformuleerd: "Overdreven schuld los je niet op door meer schuld uit te geven." Soms wel, en vandaag zeker wel. Irving Fisher, een Amerikaanse econoom uit de eerste helft van de vorige eeuw kwam reeds tot het inzicht dat meer overheidsschuld soms wenselijk is. Hij ging uit van het feit dat het kapitalisme heel onstabiel is. Periodes van euforie wisselen af met periodes van depressie. Tijdens de jaren van euforie zijn mensen bereid veel schuld aan te gaan omdat de verwachte opbrengsten van investeringen dramatisch worden overschat. Wanneer dan de krach komt, hebben miljoenen mensen te veel schuld. Ze zijn verplicht die schuld af te bouwen. Maar, en nu komt het belangrijke inzicht van Irving Fisher, als ze allen tegelijk hun schuld proberen af te bouwen wordt het alleen maar erger. Om hun schuld af te bouwen moeten die miljoenen mensen hun activa verkopen (huizen, gronden, aandelen, obligaties, enzovoort). Het resultaat is dat de prijzen van die activa dalen waardoor andere individuen die deze activa ook aanhouden in de problemen komen, zelfs als ze weinig schuld hadden opgebouwd. We komen in een neerwaartse spiraal terecht waardoor die vele individuen de last van hun schuld niet verminderen, in feite zelfs verhogen omdat de waarde van hun activa als sneeuw voor de zon smelt. De conclusie van Fisher was dat in zo een situatie de overheid zelf meer schuld moet uitgeven. Dat maakt het mogelijk dat de privésector zijn schuld afbouwt zonder de economie in de dieperik te duwen. Dat is precies wat de overheden in Europa en Amerika na de krach van 2008 hebben gedaan. En gelukkig maar. Hadden ze dat niet gedaan, dan zouden we vandaag in toestanden verkeren die onze voorouders hebben meegemaakt in de jaren dertig van de vorige eeuw. De hoge overheidsschuld van vandaag is een getuigenis van verantwoordelijk gedrag van de overheid. Het zou pas onverantwoordelijk geweest zijn de schuld na 2008 niet te laten oplopen. Er is een tweede misvatting die heel diep aanwezig is in ons collectief denken en die bij velen het immoreel karakter van de overheidsschuld op de voorgrond plaatst. Die misvatting is gebaseerd op de idee dat wanneer de overheid vandaag meer schuld uitgeeft ze onze kinderen laat betalen voor het feit dat de huidige generatie de tering niet naar de nering zet. Dat is een grote misvatting. Om dat duidelijk te maken is het goed concreet te zijn. Neem de Belgische schuld. Die bedraagt nu ongeveer 350 miljard euro. Wat zullen onze kinderen erven? Twee dingen: 350 miljard euro schulden plus 350 miljard euro obligaties. Met andere woorden onze kinderen zullen 350 miljard euro obligaties erven die recht geven op interest van de toekomstige Belgische overheid die deze interesten zal uitbetalen aan onze kinderen door belastingen te heffen aan diezelfde kinderen. Netto is er dus geen transfer van vermogen (of schuld) van de huidige generatie naar de andere. Onze kinderen erven de passiva en de activa, en die heffen elkaar op. Er zijn hier wel twee complicaties, die echter de kern van de redenering niet aantasten. Ten eerste is een deel van de Belgische overheidsschuld aangehouden in het buitenland. De interest op die schuld zal door onze kinderen moeten betaald worden. Maar daartegenover staat dat wij Belgen ook buitenlandse obligaties aanhouden, en die zullen in de toekomst interesten opbrengen voor onze kinderen. In feite is het zo dat die twee min of meer in evenwicht zijn. Een tweede complicatie is dat de erfenis van 350 miljard euro aan activa en passiva die onze kinderen zullen krijgen heel ongelijk verdeeld kan zijn. Sommigen van onze kinderen zullen veel obligaties erven, anderen weinig of geen. Het resultaat is dat de kinderen die weinig of geen obligaties hebben geërfd zullen moeten betalen aan de kinderen die veel obligaties hebben geërfd. Maar deze ongelijkheid is gewoon een weerspiegeling van de ongelijkheid die vandaag bestaat tussen mensen die veel obligaties hebben en de anderen die er geen of weinig hebben. De misvattingen over de overheidsschuld zijn diep verankerd in ons collectief bewustzijn. Ze zijn ook emotioneel geladen. Niet voor niets gebruiken we in het Nederlands (en in het Duits) hetzelfde woord ‘schuld’ om een financieel en een moreel concept aan te duiden. Deze morele connotatie belet ons echter dikwijls rationeel te denken en te beslissen.
Paul De Grauwe Paul De Grauwe Linksmailto:Paul.DeGrauwe@econ.kuleuven.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|