Enkele maanden geleden kreeg de Turkse schrijver Orhan Pamuk de Nobelprijs voor literatuur omdat hij volgens het Nobelcomité ‘in de zoektocht naar de melancholische ziel van zijn geboortestad nieuwe symbolen ontdekte voor het botsen en vervlechten van culturen’. In zijn geboorteland lijken intussen vooral de oude symbolen in opmars te zijn: processen tegen intellectuelen voor het beledigen van de Turkse identiteit, discussies over de Armeense volkerenmoord, hoog oplopende ruzies over de relaties met Cyprus... Het beeld dat we in Europa van Turkije hebben, maakt dat het debat over uitbreiding er ook een is over meer fundamentele vragen: over waarden en culturen, over de 'grenzen van Europa', over de capaciteit van de EU om ondanks de uitbreidingen werkbaar te blijven met 25, 27 en meer lidstaten. Dat velen met gemengde gevoelens naar een mogelijke toetreding van Turkije kijken, is niet meer dan normaal. Toch is het Belgische standpunt onder paars altijd geweest dat de uitbreiding een goede zaak is en dat ook Turkije het voordeel van de twijfel moet krijgen. De uitbreiding van de Unie van zes tot zevenentwintig landen is tot dusver een geweldig succesverhaal gebleken, zowel economisch als politiek. De opeenvolgende toetredingen hebben de interne markt verruimd tot nu ongeveer vijfhonderd miljoen mensen, wat een krachtige spoorslag heeft gegeven aan groei en werkgelegenheid in de oude én in de nieuwe lidstaten. Maar de win-winsituatie gaat veel verder dan het economische: de prille democratieën, tijdens de jaren tachtig in het Middellands Zeegebied en later in Centraal- en Oost-Europa, hebben zich dankzij de toetreding kunnen consolideren. Zonder Europees perspectief was de kans groot dat een aantal onder hen zou hervallen zijn in een autoritair regime. Vrede en vrijheid in zo goed als het hele continent zijn de belangrijkste verwezenlijkingen van Europa. Transitland Turkije is natuurlijk een ander paar mouwen. De identiteit en ligging van het land werpen bijkomende argumenten op. De zeventig miljoen Turken zijn voor 99 procent moslim, maar ze leven wel in een democratische lekenstaat, zowat een unicum in de islamwereld. Tegen de achtergrond van de onmiskenbare religieuze en politieke radicalisering in tal van islamlanden, waarbij men zich hevig afzet tegen het Westen en zijn waarden, is het van groot belang dat Turkije een stabiele, seculiere democratie blijft. De toetreding tot de westerse club die de Europese Unie is, zou een zeer krachtig signaal uitsturen naar de hele wereld dat een 'clash of the civilizations' niet onontkoombaar is. Dat landen met een sterk verschillende cultuur en religie zeer intens kunnen samenwerken en grote stukken van hun soevereiniteit kunnen delen wanneer ze een aantal fundamentele waarden op papier en in de praktijk naleven. Een sterker symbool voor het samenleven van moslims en het 'christelijke' Westen is moeilijk denkbaar. De stabiliteit van Turkije is des te belangrijker gezien de strategische ligging. Als niet-Arabisch land grenst het aan het Midden-Oosten, waar het goede banden met Israël onderhoudt. Ook Iran en Irak zijn buurlanden, en in het licht van de ontwikkelingen in die landen wordt het strategische belang van Turkije steeds groter. Voor de toekomstige energiebevoorrading van Europa is Turkije een belangrijk transitland. Turkije heeft dus een aparte plaats in het uitbreidingsdebat. Het land stabiliseren en moderniseren is voor Europa van cruciaal belang en de aantrekkingskracht van de EU heeft bewezen daartoe een uitstekend instrument te zijn. Want vergeet niet wat toetreding inhoudt: het vervullen van de politieke criteria van Kopenhagen (zoals vrije meningsuiting, godsdienstvrijheid, bescherming van minderheden, eerbiediging van mensenrechten, gelijkheid tussen man en vrouw, erkenning van alle andere lidstaten, normale relaties met buurlanden...) en het omzetten van meer dan 70.000 bladzijden Europees recht in nationale wetgeving transformeren een samenleving zeer ingrijpend, van onder tot boven. Een Turkije dat kan toetreden zou niet meer het Turkije van vandaag zijn. Betekent de speciale positie van Turkije dat we dan maar het lidmaatschap aan een gunsttarief moeten aanbieden? Helemaal niet. Ik heb steeds gesteld dat de Europese Unie veel te waardevol is om snel uit te breiden om louter redenen van buitenlandse politiek. Dat geldt voor Turkije, maar óók voor de westelijke Balkan. Onze bevolking is wantrouwig ten opzichte van uitbreiding en we mogen de geloofwaardigheid van de Unie niet op het spel zetten. Aan alle toetredingsvoorwaarden moet worden voldaan. Anderzijds moet het land wel beloftes nakomen die het zelf heeft gemaakt. Het niet-openstellen van Turkse havens en luchthavens voor Cypriotische vrachtschepen en -vliegtuigen tegen het eind van dit jaar kan dan ook niet anders dan evenredige tegenmaatregelen tot gevolg hebben. Ook de EU moet de afspraken nakomen. Zo moeten de EU en al haar lidstaten - inclusief de Republiek Cyprus - werk maken van de beloofde economische ontsluiting van Turks Cyprus. Cyprus kan niet alleen maar lid van de EU zijn om veto's te stellen. Onderhandelingen zijn steeds een proces van geven en nemen, vanuit het geloof dat uiteindelijk alle partners beter af zullen zijn. Turkse publieke opinie Bij dat alles mogen we niet vergeten dat ook de Turkse publieke opinie mee aan boord moet zijn. Een democratisch land in volle evolutie kan het zich niet veroorloven de steun van de bevolking te verliezen. En geef toe: we hebben het Turkse politici die geloven dat de toekomst van hun land in Europa ligt, ook niet makkelijk gemaakt. Het lijkt wel of we de Turken ervan willen overtuigen dat ze mogen doen wat ze willen, ze komen er toch niet in. Wie de hand uitsteekt voor samenwerking - en dat heeft de EU sinds 1963 met Turkije gedaan - moet daar ook consequent en open in zijn. De relaties tussen Turkije en Europa zijn doorheen de geschiedenis altijd boeiend en vaak stormachtig geweest. Met zo'n sterke buurman onderhandelen kan niet anders dan een moeizaam en tijdrovend proces zijn, waarvan het resultaat geen uitgemaakte zaak is. Maar ik blijf een kritische voorstander. Ook Pamuk is een groot voorstander van de toetreding, net omdat de Unie zijn land ‘de kans biedt om een einde te maken aan een lange traditie van onverdraagzaamheid, autoritair bestuur en schending van de mensenrechten’. Turkije een eerlijke kans weigeren zou een historische fout zijn. We zouden daarmee de lessen van Pamuk negeren en zijn ‘symbolen voor het botsen en vervlechten van culturen’ verengen tot enkel de botsing overblijft.
Karel De Gucht Karel De Gucht Linksmailto:egbert@liberales.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|