In het teken van de angst

essay vrijdag 08 januari 2010

Yves Desmet

Het nieuwe decennium begon in het teken van de angst: twee minuten na middernacht op 1 januari 2000 ging er een alarm af in een Japanse kerncentrale. Computerspecialisten overal ter wereld hielden de adem in, bang dat dit het eerste teken was dat de millenniumbug, die volgens zelfverklaarde specialisten computers over de hele wereld tilt zou doen slaan, had toegeslagen. Maar het bleek een geïsoleerd incident. Vliegtuigen vielen niet uit de lucht, couveuses bleven draaien en na een tijdje werd duidelijk dat we onszelf een nodeloze paniek hadden aangepraat. Het was een mooi voorbeeld van wat de Britse journalist Nick Davies ‘flat earth news’ noemde: een niet voldoende gecheckt verhaal, aangeblazen door mensen die er een persoonlijk belang bij hadden en ook niet ontkend door de verantwoordelijken die beter konden weten, omdat ze, mocht er wel iets gebeurd zijn, voor onverantwoordelijken zouden kunnen worden uitgescholden.

Het decennium eindigde ook in angst: toen de eerste twee gevallen van de Mexicaanse griep in België werden vastgesteld werden daarvoor heuse persconferenties gehouden en vacuümkamers met als marsmannetjes uitgedoste verplegers klaargehouden. Nu, enige honderdduizenden gevallen later, is het duidelijk dat de gevreesde pandemie minder slachtoffers zal maken dan het jaarlijks opduikende gewone griepje. We zijn verslaafd geworden aan mediatiek opgefokte angst, ook al is er geen reden voor. Des te erger wordt het wanneer er wel een reden voor is, en ook die waren er in overvloed, in dit nieuwe decennium dat iets totaal anders bracht dan de voorspellers in de jaren negentig dachten. Het vorige decennium stond immers in het teken van de val van de Muur, het symbool dat een oude wereldorde definitief begraven werd. Vijftig jaar Koude Oorlog, een bipolaire wereld met twee elkaar wederzijds afdreigende en in evenwicht houdende grootmachten, werd naar de geschiedenis verwezen toen de communistische wereld verkruimelde. Het deed de tot dan vrij onbekende academicus Francis Fukuyama zelfs wereldberoemd worden, toen hij het einde van de geschiedenis uitriep, de definitieve overwinning van het kapitalistische vrijemarktmodel, waarin hooguit de mate van sociale verzorging en bescherming nog voor wat achterhoedediscussies zou zorgen en waarin de heerschappij en het primaat van de Verenigde Staten nooit meer ter discussie zouden worden gesteld.

Hij leek zelfs gelijk te hebben. Madeleine Albright noemde de VS de ‘onmisbare natie’, en dat bleek ook toen in 1999 Bill Clinton besloot dat de terreur van Slobodan Milosevic in Servië lang genoeg geduurd had en dat hij uit Kosovo moest worden verdreven. Dat gebeurde, en zelfs alleen dankzij het optreden van de Amerikaanse luchtmacht, terwijl Europa zwak en in schaamte toekeek hoe de VS het grootste etnische conflict in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog oplosten. Het zegevierende kapitalisme zorgde eveneens voor een zelden vertoonde reeks van vijftien jaar steil klimmende beurswinsten en een onafgebroken economische groei, die bankiers en managers deed geloven dat ze niet alleen de recessie definitief hadden bedwongen maar zelfs het concept van risico zelf hadden uitgeschakeld.

Terreur

Tot die ene stralend blauwe dag in september 2001, toen de glinsterende torens van de Amerikaanse droom in enkele uren veranderden in een massagraf en rokend puin. De Twin Towers zullen het iconische beeld blijven van dit eerste decennium, op de dag waarvan iedereen zich zal blijven herinneren waar hij toen was. Op 9 september 2001 startte de eenentwintigste eeuw voorgoed, maar nog niet onmiddellijk. De eerste reactie van Bush, de aanval op Afghanistan waar de aanval was beraamd en waar de vermoedelijke opdrachtgevers zich schuilhielden, kon rekenen op wereldwijde steun en sympathie. ‘Wij zijn allemaal Amerikanen’, kopte Le Monde boven een hoofdartikel, en dat vatte de situatie behoorlijk samen.

Maar toen volgden twee bijzonder zware misrekeningen in Washington. De eerste was de beslissing om Irak binnen te vallen, onder voorwendsels die later absoluut vals bleken te zijn. De afzetting van Saddam Hoessein en zelfs de beveiliging van de olievoorraden wogen niet op tegen het geschokte vertrouwen in de supermacht. Zelfs bij de trouwste geallieerden ontstond een antiamerikanisme dat niet meer gezien was sinds de Vietnamoorlog. Het is waarschijnlijk de meest contraproductieve oorlog ooit, ook al omdat het woord ‘Irak’ zou volstaan om overal opduikende opleidingskampen voor islamitische fundamentalisten vol te laten stromen. De omvorming van een niet eens zo grote Arabische dictatuur tot een zeer fragiele democratie was niet de honderden miljarden dollars, de honderdduizenden dode en gewonde Amerikanen en Irakezen en de schade aan de Amerikaanse reputatie waard. Zeker niet omdat als rechtstreeks gevolg van die interventies een oplossing voor de Midden-Oostenproblematiek, van Iran tot Israël, verder weg lijkt dan ooit.

De tweede vergissing was de beslissing van de Amerikaanse Centrale Bank om het economische dipje dat na de aanslag van 9/11 ontstond te counteren met veel te grote renteverlagingen en die vervolgens jarenlang kunstmatig laag te houden. Dat leidde tot de zeepbel op de huizenmarkt, tot de kredietcrisis en uiteindelijk tot de bijna volledige financiële meltdown die de huidige wereldwijde economische crisis opleverde. Bin Laden kan niet voorzien hebben hoe hij het door hem verfoeide westerse kapitalistische systeem bijna op de knieën gekregen heeft, zij het niet op de manier die hij had gepland.

Het eerste decennium zal echter niet de geschiedenis ingaan als dat van het terrorisme. Na 9/11 kregen de Verenigde Staten zelfs geen enkele aanval meer te verwerken. In Europa volgden nog Madrid in 2004 en Londen in 2005, maar veruit de meeste slachtoffers van het islamitische fundamentalisme zouden onder moslims zelf vallen. Maar wat 9/11 wel duidelijk maakte, was dat er langzaam een einde kwam aan de wereld waarin de Verenigde Staten de enige echte supermacht waren. We evolueerden naar een geopolitieke toestand waarin de overmacht van het land van de ‘Stars and Stripes’ steeds verder afnam. Amerika beschikt nog altijd over het machtigste leger ter wereld, maar Afghanistan en Irak laten tot vandaag zien dat militaire antwoorden vaker wel dan niet tot uitzichtloze stellingenoorlogen leiden. De balans is niet doorgeslagen naar Europa, steeds meer het bange bejaardentehuis van de wereld, dat het decennium verlaat zoals het dat aanvatte: zonder al te veel impact op wat er in de rest van de wereld gebeurt. De balans sloeg ook niet door naar de oude aartsrivaal Rusland of naar de opkomende economieën in Zuid-Amerika, maar wel naar het Oosten: India en vooral China ontwikkelden zich tot de nieuwe drijvende economische wereldmachten.

Ook dat heeft te maken met de ‘war on terror’. De Amerikanen hebben wel de oorlog gevoerd, maar ze vergaten hem te betalen. Bush gaf het golfen op omdat hem dat pr-gewijs geen goede zaak leek, maar hij hief nooit nieuwe belastingen om de exploderende Amerikaanse overheidsschuld te betalen. Nochtans waren het altijd Amerikaanse beleidsmakers geweest die, al dan niet via het IMF, de rest van de wereld uitlegden wat ze economisch moesten doen: fiscale discipline, open markten zonder al te veel regulering en de buikriem voor de overheid. Die recepten werden keer op keer bepleit en zelfs opgelegd aan anderen. Maar in de nasleep van Irak golden die regels niet voor zichzelf, waardoor de VS vandaag de grootste schuldenaar ter wereld zijn geworden – in die mate zelfs dat wanneer China morgen om de onmiddellijke terugbetaling van de schuld zou vragen, de Verenigde Staten één gigantisch IJsland zouden worden. De kans daartoe is gering, de bankencrisis heeft geleerd dat sommige instituten immers too big to fail zijn.

Klimaat

Ondertussen hield China zich ver weg van ieder militair avontuur en bouwde het met ondernemen en niet met speculeren een kolossaal surplus op, waarmee het Amerika feitelijk opkocht. Dat mag niet in de meest mensenrechtenvriendelijke omgeving gebeurd zijn, feit blijft dat China nog één tot twee decennia nodig zal hebben om de grootste economie van de wereld te worden. Het kon vrijwel ongestoord gebeuren, omdat de Verenigde Staten ondertussen vonden dat speculeren winstgevender was geworden dan ondernemen. Een immobiliënzeepbel gevoed door supergoedkoop geld en overdreven lenen, tot in de perfectie uitgewerkt in de zogenaamde derivaatproducten die de bankiers zelf niet meer begrepen maar die uiteindelijk wel de échte weapons of mass destruction bleken. Ze leverden naast een wereldwijde financiële crisis een nieuw symbool van het Amerikaanse ongereguleerde kapitalisme op: Bernie Madoff, die nu honderdvijftig jaar cel uitzit voor de grootste financiële zwendel uit de geschiedenis van de mensheid. Het praktische resultaat is dat het decennium dat zich aankondigde als de ultieme overwinning van het kapitalisme op het einde van dat tijdperk moet vaststellen dat de Amerikaanse beurs in tien jaar tijd een kwart van haar waarde verloren heeft.

In een zeldzaam zelfkritisch artikel somde het Amerikaanse weekblad Time de redenen daarvoor op: de verwaarlozing van de Chinese opkomst en van de terreurdreiging vóór 9/11 door een Amerikaanse cultuur die alleen naar haar navel keek, de hebzucht die woekerde en zorgde voor een onverantwoorde deregulering met de organisatie van een free-for-all vrije markt zonder enige supervisie. Het kortetermijndenken en de snelle winst, waardoor kwartaalcijfers belangrijker werden dan een langetermijnvisie op nieuwe producten en nieuwe consumentenbehoeften. Het afwijzen van verantwoordelijkheid, waardoor de publieke infrastructuur verwaarloosd werd door politici die alleen verkiezingen konden winnen door te beloven geen nieuwe belastingen te heffen. New Orleans verdronk in de orkaan Katrina omdat niemand de al jaren aangeklaagde verwaarlozing van de dijken ernstig had genomen. We hebben onze leiderspositie verloren aan ons financiële narcisme, besloot Time.

Orkaan Katrina was trouwens maar één van de steeds talrijkere en heftiger opduikende natuurrampen die dit decennium te noteren vielen. Er waren meer orkanen, meer aardbevingen, meer dodelijke hittegolven en er was de tsunami in Zuidoost-Azië, die honderdduizenden mensenlevens kostte. Een overgrote meerderheid aan wetenschappers ziet een causaal verband met de opwarming van de aarde, die wordt voortgezet omdat we in een verschroeiend tempo fossiele brandstoffen blijven opgebruiken die miljoenen jaren nodig hebben gehad om zich te vormen. Voor het eerst werd een globaal planetair probleem ernstig genomen, maar net als in de financiële sector is het onvermogen om te beslissen over concrete maatregelen, laat staan over de uitvoering ervan, een zoveelste bewijs dat globaal bestuur nog altijd niet bestaat in een zich steeds meer globaliserende wereld. In vergelijking met die evoluties is de vaststelling dat de woorden cyberseks, blog, podcasting, YouTube, Wikipedia en iPod op 1 januari 2000 nog niet eens bestonden slechts een geringe voetnoot in de geschiedenis.

Onbehagen

Het is wonderlijk om te zien hoe die evolutie van het decennium – van het einde van de geschiedenis en de belofte van verandering naar een groeiende onbeheersbaarheid, multipolariteit en het daaraan verbonden onbehagen – naadloos haar weerslag vond in ons eigen land. Het nieuwe decennium ging hier van start met de onuitgegeven paarse formule, die zeker in de eerste jaren werd aangevoeld als een heilzame alternantie na vijftig jaar onafgebroken christendemocratische machtsdeelname. Maar paars ging aan zijn eigen succes ten onder, toen het in zijn tweede periode verstrikt geraakte in een steriele machtsstrijd over wie de dominante partner was.

Parallel met de versplintering van de invloedsgebieden in de wereld begon ook de versplintering van het partijpolitieke landschap, nog versneld door het verschroeiende verkiezingsritme dat de partijen zichzelf oplegden. In een politiek landschap waar haast geen enkele partij nog 20 procent van de stemmen haalt, zijn onbestuurbaarheid en besluiteloosheid een haast logische uitkomst. Het is de paradox van het onbehagen: geconfronteerd met een ongrijpbare en steeds onvoorspelbaardere wereld, geregeerd door internationale fenomenen die buiten de eigen invloedssfeer liggen, kiest men niet langer voor duidelijke maar voor radicale alternatieven. Gestuurd door de angst de controle te verliezen over de eigen leefomgeving kiest men voor mensen die de heimwee en de illusie naar het verleden levendig houden, naar de tijd toen we nog ‘onder ons’ waren en men de indruk had zijn eigen leven te kunnen regelen, zonder bloot te staan aan de soms woeste grillen van een steeds geglobaliseerdere wereld.

De traditionele staatsdragende partijen, die het altijd van een langetermijnvisie op politiek ondernemerschap hadden moeten hebben, verloren veel terrein aan politieke entrepreneurs met kortetermijnbeloften, en sommigen namen die strategie van de ‘vijf minuten politieke moed’ zelfs met succes over. Het wakkerde de antigevoelens aan tegen iedereen in de naaste omgeving die werd geïdentificeerd met de boze buitenwereld. Gastarbeiders en hun kinderen die hier al generaties wonen, werden plots, haast van de ene dag op de andere, moslims genoemd – en bijgevolg geassocieerd met alles wat de traditionele levensstijl leek te bedreigen. Het groeiende onbehagen over een te snel veranderende wereld was de voeding voor een hernieuwde roep om normen en waarden en maakte plots weer een item als de ‘identiteit’ brandend actueel.

Het zorgde voor onwaarschijnlijke fenomenen. Zo werd Herman Van Rompuy, die zorgde dat er niets veranderde en dat alles rustig bleef, immens populair omdat men snakte naar de ‘rustige vastheid’ in deze ongrijpbare wereld. Al zal hij zelf de eerste zijn om toe te geven dat de werkelijke macht van Belgische politici in het afgelopen decennium de facto verdampt is. Angst en nostalgie roepen veel sterkere emoties los dan de poging om te proberen zich aan te passen aan een grondig veranderde wereld, die nog steeds in transitie is en een nieuw evenwicht zoekt.

In de Verenigde Staten is men daar langzaam mee begonnen. De verkiezing van Barack Obama, het opgeven van de Bushdoctrine en de war on terror, het herstel van de beginselen van de rechtsstaat, de poging om door een veralgemeende gezondheidszorg een sociale rem te zetten op een losgeslagen kapitalisme: het is niet zeker dat het lukt, maar men probeert alvast. China zal moeten bewijzen dat het de grenzen van de groei kan beheren. Europa en België sukkelen ondertussen verder, met een bevolking die van onbehagen en van heimwee naar toen vervuld is en steeds ouder wordt, en die gretig de herauten volgt die hen wijsmaken dat de nieuwe wereld aan hen voorbij zal gaan, dat ze eeuwig hun verworven rechten zullen blijven behouden en de geprivilegieerden van de wereld zullen kunnen blijven, en dat ze daar zelfs niets meer voor hoeven te doen. Het is geen opwekkende, laat staan dynamische en oplossingsgerichte mentaliteit om het nieuwe decennium mee binnen te stappen.


De auteur is politiek commentator bij De Morgen.



Deze tekst verscheen in De Morgen van 26 december 2009.

Yves Desmet

Yves Desmet

Links
mailto:Yves.Desmet@demorgen.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be