Over de conservatieve revolutie

essay vrijdag 25 maart 2005

Ignaas Devisch

Islam

De islam beheerst en beroert de gemoederen in onze westerse samenlevingen. Verschillende gebeurtenissen liggen aan de basis daarvan: de schandelijke fatwa tegen de Duivelsverzen van Salman Rushdie, de onvergeeflijke aanslagen van 11-9 en de daaropvolgende escalatie aan gewelddaden van moslimfundamentalisten overal ter wereld, de verscherpte strijd tussen Palestijnen en Israeli’s, de toegenomen wrijvingen tussen allochtonen en autochtonen in de westerse samenlevingen, en recentelijk nog, de moord op filmmaker en columnist Theo van Gogh en de doodsbedreigingen van fundamentalisten aan het adres van islamcritici.

Deze gebeurtenissen hebben onze samenlevingen fundamenteel getekend en zorgen voor grondige politieke en ideologische verschuivingen. Meer in het bijzonder lijkt alles erop te wijzen dat een bepaald vertoog over onze verhouding tot de inwijkelingen die de islam aanhangen, heeft afgedaan. Daarmee bedoel ik dat zijn verklarende kracht uitgewerkt is, niet omdat het per definitie fout is, maar omdat onze tijd zich massaal ervan afwendt. Dit vertoog vertrekt vanuit de gedachte dat je inwijkelingen in hun verschil ‘zichzelf’ en dus anders moet laten zijn, zowel wat culturele gewoontes als religieuze gebruiken betreft. De primaire waarde van het Westen heet immers vrijheid zodat tolerantie, het vrij laten zijn van verschillende invullingen van die vrijheid, het logische cement is van onze formeel opgevatte liberale democratie. Geef iedereen een aantal rechten en plichten, dwing het respect daarvoor af van overheidswege en laat voor de rest iedereen met rust, zo luidde het credo.

Zoals gezegd, dit vertoog is grotendeels ten einde. Vanuit verschillende hoeken slikt men de luidkeels afgeroepen of stilzwijgend goedgekeurde tolerante woorden opnieuw in. Tolerantie blijkt naderhand gelijk te staan met een laksheid of onverschilligheid. Dit zou hebben geleid tot normenloosheid, wat op zijn beurt aan de basis zou liggen van de huidige problemen. Gevolg: een totaal ander vertoog neemt vandaag de overhand. Kort samengevat komt dat hierop neer: alle inwijkelingen moeten onze cultuur en onze waarden overnemen of ze zetten zichzelf buitenspel. Gedaan met verschillen in cultuur en religie, tenzij ze alleen in de besloten huiskamer plaatsvinden, en dan nog. Vooral het openbare leven mag niet langer getuigen van al te veel opzichtige diversiteit, want dat zou aanstootgevend zijn. Hoogstens een of ander exotisch restaurant mag er ons nog aan herinneren dat niet iedereen in Vlaanderen of Nederland is grootgebracht met worst en kool of met een broodje kroket.

De West-Europese samenleving als een tolerante ruimte voor het beleven van diversiteit, transformeert daarmee zichzelf opnieuw tot een platform van uitdrukkelijk westerse, zeg maar christelijk-humane waarden – getuige de recente poging van Giscard d’Estaing om de Europese Unie te omschrijven als een in se christelijk geïnspireerd gebeuren. Die heropgeviste cluster aan waarden, waar ze ook mag voor staan, is het morele alibi om zich af te zetten tegen andere culturen en hun symbolen. De consensus hierover lijkt vrij groot te zijn, getuige de almaar grotere politieke vaandelvlucht naar de ‘moral values’.

De ‘progressieve’ reactie tegen zoveel rechts geweld is vooral onmondigheid en ongeloof. Sommigen gaan een (klein) beetje mee in het rechtse pleidooi, maar de meesten blijven de mond vol hebben van de arrogantie van de westerse cultuur die uitgaat van haar eigen superieure waarden. Alle waarden en culturen zijn gelijk, zo stelt men sinds lang vanuit deze hoek. Of exacter, geen enkele cultuur is minderwaardig aan een andere. Wee degene die ervoor pleit westerse waarden te verdedigen of ze aan anderen op te leggen. Hij of zij is per definitie een koloniaal, een imperialist of een Amerikaan, kortom een verderfelijk persoon in een verderfelijke tijd. Aldus kijkt men vol heimwee terug naar de periode van de jaren zestig, waarin de linkse revolutionaire krachten de bovenhand hadden en de inwijkeling nog welkom was vanuit zijn eigenheid. Een multiculturele samenleving was en is hier het doel, zij het dat niemand nog goed weet wat het moet betekenen of waar het nog moet voor staan. Respect, tolerantie en wederzijds begrip, het blijkt niet langer aan te slaan bij brede lagen van de bevolking.

‘Het allerergste komt nog’

Opmerkelijk genoeg delen de voormalige voorstanders van de multiculturele samenleving, hun denkstrategie met die van de huidige tegenstanders ervan: zij moraliseren het probleem. Ze herleiden de problematiek tot de kwestie van een juiste morele houding; allebei vertrekken ze vanuit de gedachte dat we door bepaalde morele waarden centraal te stellen, de geschillen zullen oplossen. De vandaag dominante positie zal getuigen dat wij onze traditionele waarden moeten opleggen aan anderen. Tenslotte zijn wij hier geboren en inwijkelingen moeten zich daarom aanpassen aan onze cultuur. Wij moeten niet langer tolerant staan tegenover andere waarden of de waarden van anderen, omdat deze zelf intolerant zijn. Intolerantie is hier het middel tegen intolerantie.

De linkse positie verdedigde eerder dat wij de diversiteit aan waarden een plaats moeten geven binnen onze samenleving en dat tolerantie, openheid en wederzijds begrip de centrale waarden moeten uitmaken. Deze positie schetste ons enkele decennia geleden een mooie multiculturele toekomst, maar weet momenteel principieel geen weg met waarden en culturen die zelf de intolerantie prediken. De tolerantie is hier uitgelopen op de opheffing ervan of is op zijn minst geëindigd in een verlammende houding tegenover intolerantie. Zij weet geen blijf met bijvoorbeeld de fatwa die wijlen Ayatollah Khomeiny afkondigde tegen de schrijver Salman Rushdie. Een algeheel relativisme van de waarden, ook wel ‘diversiteit’ genaamd, staat altijd perplex in zo’n kwestie omdat zij nu eenmaal alle verschillen moet respecteren.

Het spreekt voor zich dat de restauratieve denker een duidelijk voordeel kent in deze moraliseringsstrategie. Hij heeft een stevig fundament om op terug te vallen, namelijk zijn morele waarden. Hij kan duidelijk argumenteren waarom we momenteel een turbulente periode meemaken, hij weet de oorzaak daarvan aan te wijzen en kan een heldere oplossing ervoor aanreiken: omdat het ontwikkelde en superieure christelijke westen bedreigd is door zogenaamde premoderne moslimprimitieven, kan de enige redding erin bestaan die primitieven tot betere gedachten te brengen of ze terug te sturen naar de bakermat van hun minderwaardige culturen. Alleen dan zal de ‘morele verloedering’ ophouden te bestaan en zal onze samenleving zichzelf in ere en in alle veiligheid herstellen.

De progressief daarentegen weet geen raad met de huidige evoluties. Hij ziet zich gefnuikt in zijn eigen idealisme en kan op geen enkele manier de gestelde problemen kaderen en analyseren, omdat hij vanuit zijn formeel cultuurrelativisme nagenoeg geen enkele waarde meer heeft om op terug te vallen. De progressief staat nog steeds met beide armen open om ‘de ander’ hartelijk te ontvangen, maar moet constateren dat die ander ervan wegloopt of met veel geweld zijn open houding wegblaast. De openheid voor alle verschillen is uiteraard maar werkzaam zolang alle verschillen zichzelf a priori tot die openheid bekeren. Zodra een enkel verschil zich in zijn feitelijk handelen buiten die openheid plaatst (bv. vrouwenbesnijdenis, het verplicht dragen van een bourka), stort dit idealisme in elkaar en beleeft het zijn failliet.

Wil de progressief alsnog dit failliet afwenden, dan moet hij zich wenden tot de andere positie en mee pleiten om een aantal waarden te ‘behouden’ of in ere te herstellen. Dan kan hij niet anders dan zijn formalistische en relativistische opvatting van de samenleving achter zich laten en een aantal waarden opnieuw substantieel invullen. Kortom, wil de progressief niet over kop gaan, moet hij intellectuele zelfmoord plegen en conservatief worden.

Hoeft het nog gezegd dat daarom momenteel vooral de conservatieve krachten de klokken luiden? Als de burger kan kiezen tussen een duidelijk en origineel conservatisme of een vage en ambigue kopie ervan, dan blijft een beslissing blijkbaar niet lang uit. De Amerikaanse verkiezingen zijn een perfect voorbeeld daarvan. De keuze was niet Kerry of Bush, maar een beetje weifelende en twijfelende Bush (Kerry) of heel veel gedecideerde Bush. Liever een duidelijke smeerlap, dan een grillige bastaard. Of toegepast op Vlaanderen: liever een fors Vlaams Belang dan een schipperende VLD.

De inwijkelingen zullen het geweten hebben. Voor hen ziet het er almaar slechter uit. Integreren of buiten, zo luidt het in steeds bredere kringen. Wij schreeuwen met steeds luidere stem onze angst de straten in, daarin gesteund door de gewelddadige acties die fundamentalisten ondernemen. Maar wij teren vooral op de angst die wij zelf met onze politiek oproepen. Het betreft een angst die zichzelf in een politiek en moreel vacuüm, een condoom zo je wil, lijkt te willen opsluiten, om toch maar niet te worden aangetast door de boze en onveilige buitenwereld. Dat dit mondiaal gezien resulteert in een walgelijke en platte machtspolitiek die terrorisme genereert in plaats van het te verminderen, nemen velen onder ons er blijkbaar graag bij.

Een conservatieve revolutie staat dus voor de deur en niets lijkt haar te kunnen afremmen. Waarschijnlijk bevinden we ons pas aan het begin van een politieke verschuiving die de internationale politiek fundamenteel zal wijzigen. Om het met Schopenhauer te zeggen: “het allerergste komt nog”. Want opmerkelijk genoeg wil deze conservatieve revolutie het religieuze moslimfundamentalisme bestrijden door zelf te bogen op een moreel en religieus reveil. Zowat overal hoor en lees je dat ‘normen en waarden’ het middel zouden zijn tegen de huidige aantasting van onze westerse samenleving. Deze morele restauratie, dit conservatief terugplooien op wat ooit onze waarden zouden zijn geweest, is blijkbaar dé toverdrank om ons terug op krachten te brengen. Wij moeten ons immers wapenen tegen de dreiging van de ‘muzelmannen’ die ons hun waarden dreigen op te leggen. Het politieke middel daartoe is dat we die waarden en normen afdwingen door ‘andersdenkende mensen’ die in deze contreien zijn ingeweken, her op te voeden en te verplichten bepaalde cursussen te volgen om zich te gedragen op een wijze die passend is binnen onze cultuur. Eens de inwijkelingen fatsoenlijk zijn opgevoed als westerse burgers, zullen de problemen vanzelf verdwijnen, zo wil deze dwingende logica.

Politiseren

Waarom moeten wij de conservatieve revolutie aanvechten, zowel die van moslimfundamentalisten als die van neoconservatieven? Omdat ze kort samengevat allebei ertoe neigen de fundamenten van onze moderne seculiere samenleving onderuit te halen, de een in naam van Allah en de strijd tegen de westerse decadentie, de ander in naam van God en de strijd tegen terroristen en, last but not least, tegen dezelfde morele decadentie die in het westen zou heersen. Deze beide conservatieve stromingen zijn, rekening houdend met de maatschappelijke context, haast even fundamentalistisch qua opzet en qua doelstellingen. Niet dat men ze aan elkaar kan gelijkstellen, maar er zijn wel opvallend veel analogieën. Beide plaatsen ze God centraal in de grondwet van een land, willen ze hun doelstellingen desnoods met geweld realiseren en beroepen ze zich op conservatieve waarden om onze vrijheid in denken en handelen sterk te beknotten, beide resulteren ze in acties die de persoonlijke levenssfeer van mensen bedreigen (cf. de fysieke bedreigingen van ‘abortusdokters’ in het zuiden van de V.S.), beide plegen ze gewelddaden – de een vanuit een militante groepering tegenover de staat, de ander als staat tegenover groeperingen en burgers. Zo kunnen we nog een tijdje doorgaan.

Het allerergste dat ‘ons westen’ momenteel kan overkomen, is dat we zouden terugvallen op ‘onze’ waarden, en dat proces is zich helaas volop aan het voltrekken. Het leeft van de utopie dat er nog zonder enige ambiguïteit een gemeenschappelijke morele basis zou zijn in onze moderne samenleving waarrond wij ons kunnen verenigen. Die basis is er helemaal niet meer. Welke waarden zouden wij delen? Wij zijn verdeeld over zowat alles en dat die verdeeldheid een plaats moet krijgen in ons maatschappelijk bestel, is ongeveer het enige bindmiddel dat ons nog rest. Juist het gebrek aan morele consensus maakt onze moderne samenleving tot wat ze is, een vrije en intern verdeelde ruimte van denken en handelen. Nu beweren dat we terug moeten naar de ‘moral values’– pleiten voor terugkeer is trouwens toegeven dat deze waarden verdwenen zijn – klinkt blijkbaar goed in de oren van velen, maar is de facto nonsensicaal. Flinke moraal trouwens die enerzijds panisch de billen dichtknijpt omdat homoseksuelen elkaar liefde en trouw beloven, maar anderzijds de ogen sluit voor een wild en destructief mondiaal kapitalisme, voor een absoluut genadeloze en georganiseerde concurrentiestrijd onder burgers en voor een gigantische wapenwedloop die borg staat voor jaren oorlogsellende en waarvan de kosten zo hoog oplopen dat ze de financiering van een elementair sociaal beleid in het gedrang brengen.

Rest nog de vraag van waaruit we de conservatieve revolutie kunnen aanvechten? Wij moeten de problemen die verband houden met de islam niet zozeer moraliseren, dan wel politiseren. Daarmee bedoel ik dat we de politieke ruimte als zodanig moeten denken. We moeten de grondslagen van de samenleving analyseren, de politieke opties en de consequenties ervan blootleggen en ons de vraag stellen in welk politiek regime we (willen) leven. Als we vandaag een strijd moeten voeren, dan is het niet een met andere culturen, maar wel een met onszelf en onze democratie. Alles in ons politieke en maatschappelijke landschap geeft aan dat we niet goed meer weten waar naartoe. De traditionele waarden en instituten die ons bijeenhielden bestaan niet langer of nog slechts als een schim van zichzelf, pro forma eigenlijk. Dat dit zo is, heeft niets te maken met normvervaging, maar met modernisering en secularisering. Modernisering staat hier voor: kritische en rationele reflectie over zichzelf en de context waarin we leven, grondige en positieve twijfel aan zoveel mogelijk en een geïnstitutionaliseerde en continue discussie over de grondslagen van een samenleving.

Die moeilijke en afgrondelijke twijfel zorgt voor voortdurende onzekerheid omdat ze elke identiteit of waarde ter discussie voorlegt, omdat ze culturen doorbreekt en enkelingen soms verweesd achterlaat, omdat ze de vraag stelt naar wat het nog betekent een onderscheid te maken tussen het ‘goede’ en het ‘kwade’, het ‘eigene’ en het ‘andere’. Het gaat bijgevolg niet om de keuze tussen onze waarden of die van anderen, maar om de bevraging van wat waardevol is als precaire kern van onze democratische samenleving. In plaats van de restauratieve reflex die pleit voor herstel van de eigen waarden, hebben wij nood aan een reflectie over wat het betekent ‘eigenheid’ te bezitten, over de vraag of dit vandaag nog bestaat en waaruit het zou kunnen bestaan. Met die reflectie staat of valt een seculiere democratie. Dat betekent concreet dat wij ons niet in de laatste plaats ook de vraag moeten stellen in hoeverre we zelf die secularisering hebben voltrokken. Alles wijst er namelijk op dat het zogenaamde religieuze verleden dat wij achter ons hebben gelaten, helemaal geen voltooid verleden tijd is. Ik constateer dat men vandaag het westen vooral verdedigt in naam van ‘onze’ christelijke cultuur en niet zozeer of niet prominent in naam van de seculiere samenleving die na de verlichting zich langzaam in het westen heeft voltrokken.

Democratisch ethos

Een grote fout die wij de afgelopen decennia hebben gemaakt, is de seculiere democratie herleiden tot een vrij formeel spel van individuele burgers, elk met hun rechten en plichten. Uit emancipatorische en cultuurrelativistische overwegingen hebben we elke inhoudelijke ambitie opgegeven. We waren ervan overtuigd dat formele democratische instellingen, een afdoende basis waren van de democratie. Enige vorm van opvoeding of burgerschap refereerde teveel aan autoriteit en paternalisme en moest derhalve, in naam van de vooruitgang en van de democratie, van de sokkel worden gehaald.

Vandaag verkeert onze democratie in een grote malaise. Velen onder ons herleiden politiek tot het steunen van die kandidaten waar men ‘zich goed bij voelt’ op het eigenste ogenblik dat men verplicht – o schande! – moet kiezen. Ze komen uit een onderwijssysteem waarin kennis over de historische en filosofische grondslagen van een samenleving quasi taboe zijn geworden en zoeken vooral naar een figuur die het ‘goed kan zeggen’, wars van zijn ideologische achtergrond of de politieke keuzes waarvoor hij staat.

Wat zouden wij dan durven pleiten voor de heropvoeding van moslims of inwijkelingen in het algemeen? Hoe durven wij te beweren dat de islam als een monolithisch fundamentalistisch blok opereert, terwijl de twijfel die wij vandaag al te zeer tentoonspreiden over onze waarden, net diezelfde twijfel is waar Europese moslims dag in dag uit mee worstelen. Alles wijst er bv. op dat Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh, een bijzonder westerse jongen was die zwaar gefrustreerd is geraakt is in zijn westers zijn. Dat hij daarna zijn zwalpende identiteit heeft opgehangen aan de islam, is niet meer dan normaal. Wat restte hem anders dan daarop terug te vallen, zeker als hij en zovele van zijn generatiegenoten voortdurend op hun religieuze identiteit worden aangesproken, terwijl ze daar helemaal niet toe te herleiden zijn? Daarmee heb ik nota bene hoegenaamd deze walgelijke daad niet vergoelijkt. Ik probeer ze enkel te begrijpen.

In naam van de verlichting pretenderen we anderen te moeten opvoeden in democratie en vrije meningsuiting omdat zij er niet mee vertrouwd zouden zijn vanuit hun cultuur. Dit terwijl we er zelf alles aan doen de verlichting kapot te maken door ons restauratief in vergane waarden te wentelen. Als verlichting vandaag nog iets betekent, dan is het wel dat we in de eerste plaats onszelf moeten opvoeden. Hoog tijd dus voor een ‘democratisch ethos’, een burgerschap dat stevig gefundeerd is in opvoeding, onderwijs en cultuur, met een structurele plaats voor twijfel en kritisch bewustzijn die naam waardig. Een democratisch ethos is iets totaal anders dan het herinvoeren van verloren gegane substantiële waarden of vormen van identiteit. Het laat juist toe dat wij bekwaam zijn om de discussie hierover te voeren, om de aarzeling, de onzekerheid en de ambivalentie bij ons en bij anderen een plaats te geven, in plaats van figuren te verkiezen die elk democratisch parlement onwaardig zijn. Een democratisch ethos betekent allereerst dat we in staat zijn om zelf de vraag naar onze democratie te stellen en dat we vervolgens de kritische omgang met die vraag ook aan anderen kunnen kenbaar maken en die anderen op hun beurt aan ons.

Dat we niet goed meer weten waar democratie voor staat, dat we twijfelen over onze identiteit en onze cultuur, die twijfel en die vraag centraal inschrijven in de kern van het maatschappelijk landschap, zou een eerste stap zijn om dit ethos een gestalte te geven. Wat we momenteel doen, is net het omgekeerde: we dekken de vraag toe en pretenderen het antwoord zelfs niet langer te moeten zoeken. Op dat moment houdt een seculiere democratie die de verlichting hoog in het vaandel pretendeert te dragen, feitelijk op te bestaan.

‘Koken met Allah’

Indien we vandaag iets moeten doen, dan is het de islam en haar aanhangers bij deze moderniteit en haar noodwendige ambivalenties betrekken, in plaats van ze eruit weg te duwen. Niet door aan een soort van Tourette-syndroom te lijden en te pas maar vooral te onpas scheldwoorden de publieke ruimte in te sturen, zoals Theo van Gogh deed. Wat is de intellectuele verdienste aan het uitroepen van ‘geitenneukers’? Geen enkele en het heeft zeker weinig van doen met het zogenaamde recht op vrije meningsuiting.

Nochtans moeten wij ons zeer zeker de vraag stellen waarom wij niet durven of kunnen lachen met Allah en wel met God? Als we de moderniteit ernstig nemen, en dat lijkt mij de opgave, dan zijn God en Allah dezelfde en hebben zij in onze seculiere samenleving niet in de politieke pap te brokken. Waarom kan een rubriek ‘koken met Jezus’ (cf. het Tv-programma ‘Het peulengaleis’) wel en waagt niemand zich aan ‘koken met Allah’? Of waarom zetten we bv. geen discussiegroepen op om de Duivelsverzen van Rushdie opnieuw (of voor het eerst) te lezen en te bespreken? Waarom zouden we die oefening niet maken als eerherstel aan die grote schrijver? Wat houdt progressieve moslims, katholieken of atheïsten tegen om dit niet te doen? Waar hebben wij schrik van?

Natuurlijk hebben wij schrik van fundamentalisten, wie niet? Natuurlijk is het bestrijden van terrorisme of fysieke geweldplegingen op personen, dat vandaag nu eenmaal komt uit een hoek die vrij vaak met de islam is verbonden, een bittere noodzaak, maar niet om de redenen die men aangeeft, en de middelen waarmee men strijdt zijn ook al niet de juiste. Allereerst is het samenvatten van de hele rits aan samenlevingsproblemen van en met de islam, onder de noemer van moslimfundamentalisme of terrorisme, het slechtst mogelijke beginpunt. Tsjetsjeense rebellen of Palestijnse verzetsstrijders bijvoorbeeld, nemen het op voor een bepaald volk met als occasioneel bindmiddel de islam. Hier gaat het om de strijd tegen onderdrukking. Los van het feit dat men de barbaarse middelen om die strijd te voeren, volledig afkeurt – wat ik ten stelligste wil doen – is het niet eens zo moeilijk om begrip op te brengen voor de inzet van die strijd zelf. Daarnaast is er het fenomeen van Al-Qaida, een internationaal en op kapitalistische basis geregeerd netwerk van religieus geïnspireerd terrorisme, dat maar een doel heeft: alle andersdenkenden vernietigen. Geen middelen zijn haar te grof, geen fascistisch of barbaars geweld is haar te bruut. Hier zie ik geen andere optie dan een mondiale samenbundeling van politieke en militaire krachten om deze fundamentalistische demon zo kordaat als mogelijk te bestrijden, maar dan met respect voor de mensenrechten.

Van terrorisme en geweld hebben wij terecht schrik. Het kan ons allen treffen en het is heel dichtbij gekomen. Maar waar wij nog veel meer schrik van hebben is onze eigen angst. Wij weten geen weg met onze angst in de condoom. Niet zozeer de kwestie dat een aantal moslims van ons verschillen, boezemt ons angst in. We zijn blij om zelfgenoegzaam ons ervan te kunnen distantiëren en onszelf als moderne wezens te herbevestigen. Waar wij vooral angst voor ontwikkelen, is het feit dat de meeste moslims al te zeer op ons beginnen te lijken. Daar situeert zich de grote bedreiging. Sigmund Freud omschreef dit treffend als het ‘narcisme van de kleine verschillen’. De ander is niet zozeer bedreigend voor mijn identiteit wanneer hij radicaal anders is, maar integendeel wanneer hij sprekend op mij begint te gelijken en ik er alles moet aan doen om ‘mijn’ identiteit te laten verschillen van de zijne. Een identiteitscrisis die resulteert in een morele of religieuze herbewapening is dan voor beide partijen de meest aangewezen strategie om op korte termijn een ‘eigen’ identiteit terug te winnen. Op lange termijn lijkt verdergaande modernisering en integratie nochtans onvermijdelijk, zowel voor ‘hen’ als voor ‘ons’, hoe moeizaam en ambigu dit proces ook mag verlopen.

Nogmaals: natuurlijk is het religieuze geweld uiterst bedreigend, maar de kern van de zaak is onze en hun schrik voor een echte integratie. Enerzijds hebben wij schrik van westerse moslims. We zouden ze het liefst allemaal terug sturen naar een ver land, weg van onze ‘eigen’ samenleving. Anderzijds hebben zij schrik van ons, omdat ze zien hoe hun zonen en dochters almaar meer westers worden en almaar minder op hun religie terugplooien en zelf seculier geworden zijn. De enkele duizenden die fundamentalistisch zijn geworden, leveren een hopeloos verkeerd beeld op en doen uitschijnen dat geen enkele moslim zich wil integreren. Het tegendeel is waar.

Niet door een hele bevolkingsgroep te stigmatiseren en in een bepaalde hoek plat te drukken, zetten wij een stap vooruit in de verlichting en de moderniteit. Wij moeten de twijfel en de morele schizofrenie, de grondeloze identiteit waarmee wij allen worstelen als inwoners van een seculiere samenleving, voorop stellen in het maatschappelijke debat van vandaag en van morgen. Twijfel over onszelf, onze identiteit, over de verhouding van seculariteit tegenover religiositeit, over eigenheid en andersheid, over het waarheen met onszelf. Dat zijn de harde vragen die er vandaag toe doen. Laten we er ons in alle rust en nuance over buigen.


Dit artikel verscheen in Tertio van 12 januari 2005

Ignaas Devisch

Ignaas Devisch

Links
mailto:ignaasdevisch@tiscalinet.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be