Besparen op cultuur is kortzichtig

essay vrijdag 08 april 2011

Patrick Dewael

Het wordt hoog tijd dat politici zich meer en explicieter laten horen in het debat over cultuur- en kunstenbeleid. We hoeven immers maar even rond te kijken in sommige buurlanden én in Vlaanderen om vast te stellen dat dit beleid en de middelen ervoor onder druk staan. Het maatschappelijk, maar ook sociaal en economisch belang van cultuur kan nochtans niet voldoende onderstreept worden. ‘La culture... ce qui a fait de l'homme autre chose qu'un accident de l'univers’, aldus André Malraux. Kunst aanleren op school, het bezoek aan culturele evenementen bevorderen, het ondersteunen van kunstenaars en hun projecten, zuurstof geven aan onze musea en gezelschappen, kortom, investeren in cultuur is voor onze samenleving broodnodig. En toch is dit blijkbaar het eerste departement dat klappen krijgt als het economisch minder goed gaat. In Nederland hakt het kabinet fors in op de uitgaven in de culturele sector. Meer dan 100.000 Nederlanders kwamen op straat om te protesteren tegen de verhoging van de BTW voor voorstellingen en concerten en tegen de bezuinigingen van 200 miljoen euro op de cultuuruitgaven. En in Engeland waar een burgerinitiatief op gang kwam onder de slogan ‘Save the Arts. Don’t let them Destroy Another British Industry’.

Ook in Vlaanderen heeft de besparingsdrift in de culturele sector toegeslagen. De Vlaamse Regering schrapt zonder duidelijke visie en verantwoording miljoenen euro’s en brengt daarmee tal van onze culturele instellingen en evenementen in het gedrang. Het valt hierbij ook op hoe moeilijk minister Schauvliege het heeft met kritiek op haar beleid vanuit een sector die als van nature een luis in de pels van het bestaande gezag moet zijn. Kunstenaars zijn juist de beste waakhond voor het democratisch gehalte van een samenleving! Maar nog belangrijker is het feit dat het subsidiëren van kunst een prima investering is die zichzelf terugbetaalt. Uit een recente studie naar de financieringsstromen naar de kunstsector blijkt dat elke euro voor kunst anderhalve euro extra opbrengt. “De resultaten tonen duidelijk aan dat de ondersteuning (van kunst) geen infuus is, maar een hefboom met een grote economische impact” aldus de onderzoekers Joris Janssens en Dries Mareels (in De Morgen 4 april).

In plaats van voortdurend te wijzen op de noodzaak van besparingen in de culturele sector, wat interne verschuivingen aan te kondigen zoals ze gisteren deed in haar toespraak ‘Zuurstof en meerstemmigheid voor de kunsten’, en het aantal kunstenorganisaties dat zal gesubsidieerd worden te verminderen, zou minister Schauvliege beter de resultaten van deze studie op de begrotingstafel leggen. Voorwaar schitterende munitie om als eerste politiek verantwoordelijke het belang van investeringen in kunst en cultuur te verdedigen.

Een kwalitatief en duurzaam cultuurbeleid uitbouwen betekent uiteraard niet dat bijna elk cultuurinitiatief door de overheid moet worden ondersteund of gesubsidieerd. Elke euro die de overheid aan cultuur spendeert moet goed overwogen worden. De overheid moet zich in de eerste plaats focussen op het creëren van goede randvoorwaarden. Wat dat betreft moeten we onderzoeken of er niet een duidelijk onderscheid moet worden gemaakt tussen verschillende subsidiëringsdoelen. Zo kunnen kunstenaars meer beoordeeld worden op kwaliteit, terwijl de zalen en podia op hun diversiteit en spreiding kunnen getoetst worden. De creatieve scheppende kunstenaar moet worden erkend als zijnde de spilfiguur in het scheppen van het artistiek patrimonium van vandaag.

Met inachtname van de correcte en gezonde afweging van de keuzes waarbinnen overheidsmiddelen in de cultuursector geïnvesteerd worden, is het evenwel een vergissing om in budgettair moeilijke tijden de cultuursector als één van de eersten te viseren. De leefkwaliteit waartoe cultuur bijdraagt en de kritische zin die ze aanwakkert, zijn in crisistijden minstens even belangrijk, misschien zelfs belangrijker, dan in economisch florissante tijden. Het getuigt dan ook van weinig ambitie, noch inzicht, dat de regeringen in Vlaanderen, Nederland en Engeland op een zo botte manier het mes zet in de cultuuruitgaven. Evenmin is het aan de orde om in budgettair moeilijke tijden te verwachten of er van uit te gaan dat de kunstenaars meer in de pas moeten lopen, en hun kritische blik op de politiek en de maatschappij opzij zetten. Neen, precies dan heeft de kunstenaar een verhaal te vertellen, dat weliswaar zijn eigen verhaal is maar dat in combinatie met de verhalen van zijn collega’s ervoor zorgt dat de samenleving niet eendimensionaal puur economische wetmatigheden volgt en kritisch blijft tegenover de maatschappelijke beleidskeuzes die worden gemaakt.

Vanuit het belang dat cultuur in onze samenleving inneemt, niet alleen voor elk individu op zich maar voor de graad van openheid en creativiteit van de hele maatschappij, spreekt het voor zich dat cultuur- en kunstfinanciering geen exclusieve opdracht van de overheid alleen is, maar ook van de economische sector en de ondernemingen. De overheid moet wel haar eigen verantwoordelijkheid ten volle blijven nemen en zich niet schaamteloos terugtrekken uit een dynamiek die de burgers wakker en alert houdt. Dat zou nefast zijn voor het aanscherpen van de creativiteit waar onze 21ste eeuw zo’n behoefte aan heeft.


De auteur is volksvertegenwoordiger voor Open Vld en gewezen minister van Cultuur


Patrick Dewael

Patrick Dewael

Links
mailto:patrick.dewael@dekamer.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be