Regionalisering van het dierenwelzijn?

essay vrijdag 11 november 2011

Michel Vandenbosch

“Naar de gewesten.” Zonder boe of ba bezegelt het communautaire akkoord van de onderhandelaars voor een nieuwe regering het lot van het dierenwelzijn in ons land. Dierenwelzijn wordt dus geregionaliseerd. Biedt dit voor het dierenwelzijn in het koninkrijk der Belgen dat voor de zoveelste keer hervormd wordt, uitzicht op een rooskleuriger toekomst? Ik betwijfel het. Waarom moet dierenwelzijn zo nodig geregionaliseerd worden? Wie wordt daar beter van? Ik vrees dat het niet de dieren zullen zijn. Wie wordt daarmee bediend? Geen enkele vereniging met enig aanzien of belang die opkomt voor dieren in dit land, is vragende partij. Maar in de wandelgangen van het parlement ving ik op dat de Waalse boerenorganisatie Fédération Wallonne des Agriculteurs (FWA) het de PS zou ingefluisterd hebben.

Zowel Boerenbond-voorzitter Piet Vanthemsche (!) als ondergetekende pleitten de voorbije weken voor het behoud van dierenwelzijn als een federale bevoegdheid, uitgerekend op Werelddierendag, in het parlementair halfrond tijdens een colloquium over 25 jaar federale dierenwelzijnswet. “Hopelijk zullen we ons niet moeten afvragen waar een dier het gelukkigst is, in Vlaanderen, Brussel of Wallonië, “ deed Vanthemsche de regionalisering van dierenwelzijn af als “onzin”. “Laat de 25ste verjaardag van de kaderwet betreffende de bescherming en het welzijn der dieren niet de laatste zijn,” pikte ik in. Het heeft niet mogen baten.

O bittere ironie: het zijn de betere federale ministers voor dierenwelzijn die hun eigen bevoegdheid hebben verloochend. Eerst Magda Aelvoet, die zich in het kader van de Lambermontakkoorden niet verzette tegen het PS-dictaat (toen nog sterk onder de invloed van Happart) om de gewestregeringen de facto het vetorecht over het zogenaamde nutsdierenwelzijn te geven. “Het moet gedaan zijn met die zever over foie gras,” schonk politiek zwaargewicht Philippe Moureaux klare wijn. Aelvoet was namelijk van plan het dwangvoederen van eenden en ganzen voor foie gras te verbieden. Ze werd meteen teruggefloten. En nu levert Laurette Onkelinx dus haar eigen federale bevoegdheid helemaal over aan de gewesten.

De regionalisering van dierenwelzijn zal de zaken niet vereenvoudigen, maar juist onnodig compliceren. Niets wijst op een duidelijk aantoonbare en effectieve meerwaarde voor het dierenwelzijn. Een paar voorbeelden: gaan de federale Raad voor Dierenwelzijn, het Deontologisch Comité dat de minister nu advies geeft inzake dierproeven, de Dierentuinencommissie, die over o.a. huisvestingsnormen voor het houden van (wilde) dieren adviseert, allemaal opgedeeld worden in een Vlaamse, Brusselse en Waalse tak? Totaal inefficiënt. Ziet u het al gebeuren: een tijger of olifant die meer ruimte krijgt in een Vlaamse dierentuin en minder in een Waalse zoo of omgekeerd. Absurd in een land dat een zakdoek groot is.

Hoe zal men concurrentieverstoring vermijden wanneer in het ene Gewest andere normen gelden dan in het andere? Hoe zal men voorkomen dat in het ene Gewest voor de handhaving van de dierenwelzijnswetgeving, de controle op de naleving op het terrein, minder strenge regels gelden dan in het andere? Vandaag is de FOD Volksgezondheid, Dienst Dierenwelzijn, bevoegd voor de normering inzake dierenwelzijn. Voor de controle op de naleving van de wetgeving in alle schakels van de voedselketen staat het FAVV in, onder de voogdij van de minister van Volksgezondheid – niet van Landbouw! Als het FAVV, dat federaal blijft, zich daarmee niet langer bezig hoeft te houden, wie dan wel? Worden er dan gewestelijke controleorganen opgericht? Dat zal de gewesten uiteraard extra geld kosten. Dierenwelzijn komt ook aan bod op EU-niveau. Hoe zullen de gewesten tot een gezamenlijk standpunt komen? Belandt dierenwelzijn in de politieke ijskast, zolang de regionalisering niet uitgevoerd is? Over dat alles hebben de onderhandelaars geen seconde nagedacht.

Maar de reactionairen hebben gegarandeerd gedacht aan de gelegenheid die zich aandient om dierenwelzijn opnieuw in de tota(litair)e greep van landbouw- en andere economische belangen te versmachten? Zij weten verdomd goed waarom. De vooruitgang van de afgelopen 12 jaar, die voor dierenwelzijn is geboekt op het wetgevend niveau, is voor een belangrijk deel te danken aan het feit dat de bevoegdheid sinds 1999 is losgekoppeld van landbouw. Ere wie ere toekomt: dat gebeurde onder paarsgroen, uitgerekend onder impuls van Aelvoet en het toenmalige Agalev. Sindsdien worden landbouw- en andere economische belangen, weliswaar niet zonder slag of stoot, evenwichtiger afgewogen tegenover het dierenwelzijn. De regionalisering van dierenwelzijn dreigt die onmiskenbaar positieve evolutie teniet te doen. Wie de lat zo laag mogelijk wil leggen, verdere vooruitgang voor het dierenwelzijn in de kiem smoren of minstens zo veel mogelijk afremmen, en de klok zelfs achteruit zetten, ligt nu op de loer. Voor wie opkomt voor meer dierenwelzijn, is uiterste waakzaamheid geboden.


De auteur is voorzitter van de dierenrechtenorganisatie GAIA (Global Action in the Interest of Animals vzw), en auteur van Recht voor de beesten (Hadewijch, 1996), en De Dierencrisis (Houtekiet, 2005).


Michel Vandenbosch

Michel Vandenbosch

Links
http://www.gaia.be/nl
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be