|
Voor de verandering Komend jaar viert D66 zijn veertigste verjaardag. In die vier decennia zijn ons land, en de wereld om ons heen, grondig veranderd. Ook D66 heeft daarin, als hervormingspartij, zijn rol gespeeld. Er zijn urgente kwesties in de Nederlandse samenleving en daarbuiten, die dringend om een oplossing vragen. Maar de traditionele politiek is onmachtig en durft geen radicale breuk te forceren. Nederland moet boven zichzelf uitstijgen. We moeten ophouden met navelstaren, breken met het conformisme, en weer een land worden van initiatiefrijke en optimistische wereldburgers. Een land, waarin solidariteit niet primair op onszelf is gericht maar op nieuwe generaties en op kansarmen, óók over onze grenzen. Een land, waarin mensen hechten aan hun individuele vrijheid zonder egoïstisch te zijn. Een land waarin de overheid niet meer automatisch zijn toevlucht neemt tot betutteling en wegkijkt van problemen, maar kansen creëert en optreedt. Een land dat weer vertrouwen heeft in de toekomst. Want als wij het niet doen, wie dan wel? Aan het begin van de nieuwe eeuw staan we voor grote uitdagingen waarvoor progressieve, sociaal-liberale politiek noodzakelijk is. We moeten nieuwe samenhang creëren in onze veranderde samenleving, waarbij we uitgaan van de kracht van mensen en van actief burgerschap. We moeten vastbesloten de strijd aangaan met vervuiling en verspilling en kiezen voor duurzaamheid. Voor schone en kennisintensieve activiteiten. We moeten voluit kiezen voor Europese samenwerking en een actieve rol spelen in het oplossen van internationale vraagstukken. De sociaal-economische verhoudingen in ons land moeten worden hervormd en op individuele leest worden geschoeid. De overheid en de publieke dienstverlening moeten zo worden georganiseerd dat ze weer voldoen aan de wensen van mensen zélf, in plaats van aan bureaucratische behoeftes. We hebben nieuwe politiek nodig, die mensen centraal stelt en gericht is op de toekomst en op nieuwe generaties. Daarover gaat dit pamflet. Het stuk bevat nieuwe denkrichtingen en lijnen en – in aparte kaders – een aantal concrete doelstellingen op verschillende gebieden. Deze zijn bedoeld als suggesties voor de discussie in de partij over concrete oplossingen. Dit pamflet is gericht tot de leden van D66, maar ook tot alle anderen die de noodzaak van verandering voelen. Het is bedoeld als begin van een gesprek, niet als bezegeling. Steeds meer Nederlanders – binnen en buiten bestaande partijen - zijn op zoek naar een brede sociaal-liberale beweging. Een beweging die niet technocratisch is, maar die voluit gaat voor de vernieuwing van Nederland. Ik vind dat we die brede beweging moeten gaan vormen. D66 is onderdeel van een grote, Europese en internationale familie van liberaal-democratische, progressieve partijen die in hun eigen land streven naar vrijzinnige, toekomstgerichte politiek. Die uitgaat van de vrijheid en verantwoordelijkheid van mensen zélf. Ook voor Nederland blijft zo’n politiek noodzakelijk. Ik zie dat niet alleen als een kans. Ik zie het als onze plicht. Want Nederland is nog niet hálf af. 1. Vóór optimisme en inspiratie, tégen de klaagcultuur De drijfveren van D66 en onze positie in de Nederlandse politiek Wij Nederlanders zijn redelijk tevreden over ons eigen leven: ons werk, onze vriendenkring, onze eigen woning. Maar zodra we onze voordeur opendoen worden we gegrepen door een groot gevoel van onbehagen over bijna alles wat zich in de buitenwereld afspeelt. Het lijkt alsof Nederland in de greep is van cynisme en neerslachtigheid. Veel politici, van links en van rechts, voeden dat onbehagen. Ze zeggen dat we worden overspoeld door criminaliteit. Ze benadrukken de gevaren van immigratie. Ze doen alsof onze sociale zekerheid wordt afgebroken. Ze zeggen dat een vrije markt slecht is voor mensen. Of dat Nederland verdwijnt in een groter Europa. Zo bespelen ze de ontevredenheid voor electoraal gewin. Ze handelen in angst, presenteren zich als de verdedigers van het kleine, enge eigenbelang en creëren tegenstellingen in de samenleving die er niet zijn. Hun hang naar het verleden bederft al bij voorbaat de toekomst voor de mensen die vooruit willen. Mensen sterker maken, niet mensen klein houden Een collectieve klaagcultuur heeft het land bevangen. En dat moet radicaal anders. We hebben een nieuw, optimistisch geluid nodig. En nieuwe politiek, die de kracht van mensen bevestigt. We moeten de talenten van mensen aanspreken en ze in staat stellen om vérder te reiken, in plaats van ze naar beneden te trekken en terug te duwen in de grauwe middelmaat. We moeten ambitie en ondernemingszin honoreren, streven naar succes stimuleren, niet iedereen die nieuwe paden inslaat bekritiseren. Niet elke fout hoeft onmiddellijk te worden afgestraft. We moeten af van de futloosheid en het land weer activeren. De lat moet omhoog. En we moeten mensen in staat stellen over die lat heen te springen. Grote maatschappelijke ontwikkelingen als de ontzuiling, de ontkerkelijking, de toename van informatiestromen en de immigratie hebben ons land in veertig jaar een heel ander aangezicht gegeven. We zijn geïndividualiseerd. Het is hoog tijd dat de politiek óók bij de tijd komt. En dat we ervoor gaan zorgen dat we niet vervallen in egoïsme, maar dat de individualisering wordt voltooid: vrije, verantwoordelijke en betrokken mensen die samen nieuwe samenhang tot stand brengen. De mens centraal Al sinds haar oprichting is D66 gericht op het vernieuwen van Nederland. Vanaf het begin hebben we niet het geloof, niet de staat, niet de vakbond en niet het bedrijfsleven als uitgangspunt genomen, maar de mens zelf. We zagen dat de samenleving veranderde en hebben altijd keuzevrijheid en individuele ontplooiing centraal gesteld. We zijn anti-ideologisch, omdat we vinden dat dogmatische wereldbeelden en levensopvattingen leiden tot verkeerde oplossingen. Tot verstarring, en soms tot extremisme en fundamentalisme. We willen problemen oplossen door een zakelijke beoordeling te maken van de feiten die voorliggen, niet door uit te gaan van rigide overtuigingen die geen rekening houden met de omstandigheden en met de verschillen tussen mensen. We willen staan voor hervorming en vernieuwing. Voor individuele keuzevrijheid en ontplooiing. Het activeren van en investeren in mensen. We zijn vrijzinnig en sociaal betrokken. We zijn gericht op de toekomst, en op de wereld om ons heen. We zijn voor liberale politiek, zowel in de economische als in de sociale verhoudingen. Dat zijn onze kernwaarden. Zij vormen de leidraad van dit pamflet. In veertig jaar zijn we een land geworden waarin ruim 16 miljoen mensen evenzoveel verschillen vertonen als het gaat om achtergrond, overtuigingen, ambities, en voorkeuren. Nederland is een pluriform land. Dé burger bestaat niet. Daarbij hoort een politiek die het individu zélf centraal stelt. Zeggenschap en afrekenbaarheid De democratische ‘kroonjuwelen’ van D66 zijn een uiting van een onderliggend, en door de jaren heen consequent volgehouden streven: meer zeggenschap van mensen over hun eigen dagelijks leven, en dus ook meer invloed en controle op wat hún overheid hen te bieden heeft. Veel mensen associëren D66 bijna uitsluitend met een streven naar bestuurlijke vernieuwing. Dat is aan onszelf te wijten: we hebben die perceptie zelf laten ontstaan. En lange tijd waren we ook de enige partij met de visie en durf om de noodzaak van veranderingen in de formele democratie aan de orde te stellen. Maar er is een kentering zichtbaar. Want inmiddels lijken de grote politieke partijen ervan overtuigd dat ons democratisch bestel beter moet functioneren. Daarvoor zijn hervormingen nodig. Alleen het hoe is nog onderwerp van discussie. Dat ons streven nu breed wordt gedeeld is goed. Er zijn voorbeelden te over van wat we op het gebied van zeggenschap en afrekenbaarheid hebben geïnitieerd in de afgelopen jaren. Denk bijvoorbeeld aan het spreekrecht voor slachtoffers tijdens strafrechtszaken; meer zeggenschap voor ouders op de scholen van hun kinderen; versterking van de positie van patiënten in de gezondheidszorg; het tegengaan van pensioenbreuk bij verandering van baan; de verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd; belastingkortingen voor elke werkende ouder; emancipatie en gelijkheid op de werkvloer; het openbreken van de gesloten wereld van commissarissen en directies van bedrijven; de verruiming van de winkeltijden; het homohuwelijk; de liberalisering van abortus en euthanasie; het mogelijk maken van referenda op lokaal niveau. Het zijn maar een paar voorbeelden van steeds dezelfde politieke agenda: mensen zijn zelfstandige individuen die zich niet hoeven te laten welgevallen dat de staat, of welke andere ondoorzichtige instelling dan ook, beslissingen voor hen neemt waarin ze niet worden gekend, waarop ze geen invloed kunnen uitoefenen en waarin hen geen enkele keuzevrijheid wordt gelaten. De grote administratieve vestingen van dit land, bijvoorbeeld in de gezondheidszorg, de uitkeringssfeer en de jeugdzorg, moeten grondig worden hervormd. Mensen hebben er recht op de instrumenten in handen te krijgen om bureaucratische instellingen ter verantwoording te roepen, die niet wezenlijk in hun belangen geïnteresseerd lijken en waar niemand de plicht lijkt te voelen om rekenschap af te leggen. We mogen kwaliteit verwachten van publieke dienstverleners. Solidair met mensen die buiten de boot vallen We willen solidair zijn met de nieuwe generaties en met de allerzwaksten, ook al zijn die vaak niet zo goed georganiseerd en spreken ze zelden door een megafoon. Toekomstige generaties hebben vaak helemaal geen stem, maar wel recht op een welvarend land en een gezonde leefomgeving. Solidair is een partij die aandacht geeft aan mensen die elders in de wereld sterven aan ondervoeding, Aids, oorlog of totale uitzichtloosheid. Wij leggen prioriteit bij mensen wier mensenrechten worden geschonden. En we zullen altijd een veilige thuishaven bieden aan mensen die vluchten voor vervolging. We zijn ook solidair met gehandicapten die onnodig beperkt worden in hun vrijheid. Met ouderen die onvoldoende verzorging en kwaliteit van leven krijgen. Geld mag nooit een obstakel zijn om mensen een menswaardig bestaan te garanderen. En om dat zeker te stellen zijn we voor een sober sociaal-economisch beleid. Want de komende decennia zal een geldverkwistende overheid geen hoogwaardig sociaal vangnet meer kunnen financieren. Nederland is nog niet hálf af D66 is hard nodig. We zijn tegen gevestigde en behoudzuchtige structuren. Tegen de politiek van de angst. Tegen de leemlaag waardoor publieke dienstverleners eerder een bureaucratische hindermacht zijn dan een helpende kracht. Tegen betutteling. Maar we zijn vóór grondige hervorming. Van de overheid, van de sociale zekerheid. Voor een open, internationale en transparante samenleving. Want Nederland is nog niet hálf af. Er zijn nog zoveel dogma’s te doorbreken en heilige huisjes omver te trappen. We moeten de bestuurders, uitvoeringsinstanties, ambtenaren en poldervergaderaars ter discussie stellen, omdat zij het mensen vaak eerder lastig dan gemakkelijk maken. We willen de oneerlijke verdeling van lusten en lasten agenderen, die de solidariteit van de babyboomers met de jongere generaties onder druk zet. We zullen politiek kapitaal blijven investeren in de zo broodnodige vernieuwing van de formele democratie. We leggen onze financiële prioriteiten niet bij de korte termijn, maar bij langetermijninvesteringen zoals het onderwijs, de natuur en de kenniseconomie. We zijn geen belangenpartij. We lopen niet aan de leiband van de vakbond, de milieubeweging, de asfalt- of de werkgeverslobby. Dat maakt ons uniek in Nederland. Onafhankelijk, vrijzinnig, verantwoordelijk We willen geen getuigenispolitiek bedrijven. We willen niet aan de zijlijn staan, maar verantwoordelijkheid nemen. Dus willen we in beginsel regeren, als de kiezer en het regeerprogramma dat tenminste toelaten. In Nederland coalitieland betekent dat altijd: compromissen sluiten. Maar voor ons is dat een bewuste, en vooral een zélfbewuste keuze. Wij zijn niet bang om problemen op te lossen. We zijn bereid om moeilijke beslissingen te nemen die nodig zijn voor de toekomst. En zo hebben wij in veertig jaar meer bereikt dan politici die alleen maar getuigenissen afleggen, en alleen maar tégen zijn. Op die manier hebben we meer gedaan voor bijvoorbeeld het milieu, dan andere zogenaamde milieupartijen ooit zullen doen. We zijn een onafhankelijke, vrijzinnige partij. We hebben geen vaste, machtige achterban. Dat is soms onze zwakte, maar vaker nog onze kracht. Soms kan onze agenda het beste worden gerealiseerd met links; en soms met rechts. We zijn een progressieve, liberale partij. Maar als linkse politiek verwordt tot het ontkennen van nieuwe problemen, een krampachtig alles bij het oude houden en de rekening doorschuiven naar later, dan zijn we beter af met een eigen, vrije rol. De vakbondsleiders die in 2004 op het Museumplein stonden, pretendeerden het sociale gezicht van Nederland te zijn. Maar wie goed keek naar hun eisen, zag dat zij vooral demonstreerden vóór hun eigenbelang en tégen solidariteit met de volgende generaties of met mensen die nu aan de kant staan. Wij wijzen dat af. Net zoals we de kille, naar binnen gekeerde politiek van rechts afwijzen. Niet naar links, niet naar rechts, maar vooruit! De termen ‘links’ en ‘rechts’ kunnen versluierend werken. Maar toch, als we dit alles op een schaal van links naar rechts moeten plaatsen: hoewel wij ons in onze motieven en inspiratie eerder verbonden voelen met het oorspronkelijke links van vooruitgang, vernieuwing en échte solidariteit, vormt D66 het ‘radicale midden’ van de Nederlandse politiek. Wij zetten ons af tegen het conservatisme van links en het conservatisme van rechts. Wij strijden tegen betutteling van links en de betutteling van rechts. Wij willen niet meedoen aan de kortetermijnpolitiek en opportunistische belangenbehartiging waar beide kanten zich soms schuldig aan maken. Dit land heeft verstandige politiek voor de lange termijn nodig. We moeten ons niet laten meeslepen met de waan van de dag. Onze positie in het midden en ons vermogen om met zowel links als rechts een deel van onze agenda te verwezenlijken maken ons invloedrijk. In de regering, maar ook wanneer we in de oppositie zitten en een serieus alternatief vormen voor de zittende macht. 2. Voor nieuwe samenhang Investeren in opvoeding, jeugdzorg, onderwijs en kennis, en in ouderen We willen dat onze samenleving wordt gebouwd op de talenten en ambities van mensen zelf. We moeten af van de hokjesgeest. We hebben mensen nodig die als zelfstandige, mondige, verantwoordelijke inwoners van dit land, samen werken aan nieuwe samenhang. Waarbij ze bouwen op eigen kracht, maar de wil hebben elkaar in hun waarde te laten, en te ondersteunen. Opdat er nieuwe sociale samenhang ontstaat, gebaseerd op ontplooiing en betrokkenheid. Investeren in mensen En dat begint bij de jeugd. Daarom is het onverteerbaar dat zoveel kinderen zich thuis of op school niet veilig kunnen voelen. Dat ze de school verlaten zonder diploma, soms zelfs zonder goed te kunnen lezen en rekenen. Dat het voor werkende ouders vaak onmogelijk is om arbeid en zorg voor de kinderen goed met elkaar te combineren. We moeten ons onderwijs, onze jeugdzorg en de opvoeding drastisch verbeteren. Het kind zélf, niet de bureaucratie moet centraal komen te staan. Als een kind om wat voor reden dan ook in de problemen komt, kunnen we nu geen directe en daadkrachtige oplossing bieden. Dat is een schande, en dat moet ánders. In een land met een vergrijzende bevolking is het ook nodig dat ouderen zo lang mogelijk actief blijven: in het arbeidsproces, en in het maatschappelijk leven. Bovendien moeten we ons voorbereiden op een steeds groter beroep op de gezondheidszorg en oudedagsvoorzieningen. We moeten af van een systeem waarin ouderen worden uitgerangeerd en gemarginaliseerd. We willen ouderen betrokken houden, en ze zekerheid blijven garanderen. Ons land is geïndividualiseerd. Dat is goed omdat het mensen emancipatie, meer zelfstandigheid, en keuzevrijheid heeft gebracht, en minder bevoogding door de overheid, de familie, de pastoor of vakbondsleider. Maar het mag niet leiden tot egoïsme en minder solidariteit. We moeten nieuw evenwicht vinden in de sociale verhoudingen. Daarom is het nodig om actief burgerschap te bevorderen. Mensen kunnen niet langer lijdzaam blijven toekijken als hun omgeving verslechtert. Mensen zijn geen consumenten. We moeten weer gaan inzien dat de samenleving van onszelf is. Dat iedereen erbij hoort, en dat iedereen zijn verantwoordelijkheid moet nemen. Door nieuwe technieken en innovaties ontstaan nieuwe vraagstukken rond het menselijk leven, meestal in relatie tot de gezondheidszorg. Nieuwe ethische dilemma’s dienen zich aan. Als progressief-liberalen benaderen we dit soort vraagstukken met respect voor het menselijk leven, maar ook met oog voor de vooruitgang en de te verbeteren kwaliteit van het leven. Telkens opnieuw zal er een afgewogen keuze moeten worden gemaakt. Door de jarenlange sturing van boven is de zorg verbureaucratiseerd. Dat heeft noch de kwaliteit, noch de toegankelijkheid bevorderd. Het hoort in de zorg te gaan om het primaire proces: het contact tussen patiënt en hulpverlener. Het nieuwe zorgstelsel, dat zich op die vraagsturing baseert, is een eerste stap om de gezondheidszorg weer dichter bij dit uitgangspunt te brengen. Op die ingeslagen weg willen we verder. Integratie op z’n best: trots op je verleden, trots op je toekomst Het is beschamend dat we de kinderen en kleinkinderen van immigranten in ons land nog steeds betitelen als ‘allochtoon’. En dat we ze als groep behandelen die soms ‘geholpen’ moet worden, maar vaker gewantrouwd wordt. Door mensen in een apart hokje te plaatsen worden ze gedwongen zich anders te voelen. Worden ze gedwongen om te ‘kiezen’. We creëren een probleem van afkeer enerzijds en uitsluiting anderzijds, dat er niet hoeft te zijn. Laten we gaan inzien dat iemand heel goed trots kan zijn op eigen afkomst en cultureel erfgoed, en tegelijk ook voluit kan kiezen om Nederlander te zijn. Maar de problemen die er zijn praten we niet meer weg. Op basis van de feiten gaan we nuchter aan de slag. Wij Nederlanders, van welke afkomst dan ook, moeten alle middelen inzetten die een weerbare, democratische samenleving nodig heeft om zichzelf te verdedigen. Tegen iedereen die zich blijft afkeren. Tegen iedere vijand van een open, vrije samenleving, waarin iedereen recht heeft op een eigen mening en eigen levenskeuzes. We moeten niet naïef zijn. Sommige problemen zijn op dit moment geconcentreerd in specifieke bevolkingsgroepen. Maar we moeten de balans hervinden tussen preventie en repressie. Een individuele aanpak, mensen benaderen als zelfstandige individuen en ze op hun eigen verantwoordelijkheid aanspreken, werkt beter dan ze als groep behandelen en beoordelen. De beste bescherming voor een vrije, open en tolerante samenleving is datgene te blijven doen waarin zo’n samenleving het beste is: onze mening blijven geven. Het debat blijven aangaan. De vrijheid van meningsuiting is geen obstakel voor onze samenleving, maar een noodzakelijke voorwaarde. Juist in de komende tijd. Een kleine, maar krachtige overheid Juist nu traditionele verbanden zijn weggevallen, juist nu groepscontrole niet meer voldoende is om verruwing te bestrijden en goede omgangsvormen te bevorderen, is een overheid nodig waar mensen op kunnen rekenen. In plaats van te betuttelen, in plaats van dingen te ordenen en te regelen die mensen prima zelf kunnen beslissen, moet de overheid snel en beslissend optreden als grenzen worden overschreden. Soms door actief burgerschap te bevorderen en nieuwe verbanden tussen mensen te stimuleren, maar soms ook door zelf weer veel nadrukkelijker aanwezig te zijn in de openbare ruimte en het maatschappelijk verkeer. Bij nieuwe sociale verhoudingen hoort een nieuwe overheid. Een overheid die niet wegkijkt, maar optreedt. Gedogen kan nuttig zijn, als het een probleem oplost. Soms is gedogen het ventiel van de rechtsstaat. Maar gedogen om onmacht en gebrek aan daadkracht te verhullen, is verkeerd. Bij een samenleving die verandert hoort ook een nieuwe, nuchtere blik op de rechtsstaat. We willen openstaan voor nieuwe maatregelen die misschien afwijken van traditionele opvattingen over bijvoorbeeld privacy, maar die wel effectief zijn en de samenleving beschermen tegen nieuwe gevaren. Daarbij zal wel altijd één centrale notie voorop blijven staan: elke beperking van de vrijheid van een individu moet uiteindelijk door een onafhankelijke rechter kunnen worden getoetst. Want we willen blijven waken voor willekeur en de waan van de dag. 3. De blik naar buiten Voor een internationaal georiënteerde en milieubewuste politiek De wereld is geworden tot één, onderling afhankelijk, samenhangend systeem. Door snellere vervoersmogelijkheden, door de opening van markten, door de toename en grotere verspreiding van informatie is de internationale context fundamenteel veranderd en is er sprake van een groeiend mondiaal bewustzijn. Mensen zwermen in steeds grotere getale steeds verder over de wereld uit. Voor vakantie, voor werk of op zoek naar een ander, beter bestaan. En soms om oorlog te voeren. Nieuwe economische machten ontstaan; de druk op het milieu aan de ene kant van de planeet doet zich aan de andere kant steeds zwaarder voelen. Waar andere politici kiezen voor een angstige, van de wereld afgekeerde houding, willen wij onze blik nadrukkelijk naar buiten richten. Want een open houding naar de wereld is goed. Dat heeft ons altijd vrede en welvaart gebracht. De wereld op onze deurmat We moeten niet proberen de wereld buiten de deur te houden. We hebben internationale samenwerking nodig om verdeeldheid te bestrijden en om problemen op te lossen die te groot zijn voor één land. Nederland heeft, als ondernemend handelsland, altijd geprofiteerd van zijn internationale oriëntatie. Duurzame vrede in Europa is verankerd in de economische en politieke samenwerking die we vormgeven in de Europese Unie. Onze welvaart is Europees. Ons welzijn is Europees. En onze veiligheid moet Europees zijn. Europa helpt ons grensoverschrijdende problemen aan te pakken. Denk bijvoorbeeld aan milieuvervuiling, terrorisme, migratie en criminaliteit. De Europese integratie heeft Nederland altijd grote voordelen geboden. Globalisering is geen modieuze term, maar een echte ontwikkeling. Nederland moet zijn blik naar buiten richten. En dat kunnen we niet alleen. De urgentie van verandering en van hechte Europese samenwerking is groot. Ook omdat nieuwe economische grootmachten, zoals China, India en Brazilië, de concurrentie met ons opzoeken. En vanwege de internationale veiligheid, want in de komende decennia zal de strijd om fossiele brandstoffen en de toegang tot andere natuurlijke voorzieningen alleen maar toenemen in de wereld. We moeten in Europa gezamenlijk optrekken om onze eigen rol te kunnen blijven spelen op het wereldtoneel, en om ons eigen geluid krachtig te laten doorklinken. We willen de voordelen genieten van een grote Unie, omdat economische, sociale, milieu- en veiligheidsvraagstukken niet stoppen bij onze landsgrenzen en omdat we alleen in gezamenlijkheid de strijd aan kunnen gaan met de problemen in de wereld om ons heen: armoede, achterstelling, onrechtvaardigheid en schending van mensenrechten. Oók omdat wat vandaag een probleem is in de straten van Damascus of Dar-es-Salaam, morgen een probleem is op de deurmat in Deventer of Diemen. Tegen verspilling en vervuiling De verslechtering van ons leefklimaat heeft onwerkelijke vormen aangenomen. We moeten uitkijken dat Nederland niet de viespeuk van Europa wordt. Wie een satellietfoto bekijkt van de luchtkwaliteit boven Nederland, ziet één grote vlek van vervuiling. Dat kost dagelijks levens, en het kost economische groei. Het bevorderen van duurzame ontwikkeling in de wereld wordt bovendien steeds meer een zaak van internationale veiligheid. Want fossiele brandstoffen raken op, terwijl de opkomst van nieuwe economische grootmachten de vraag ernaar alleen maar stimuleert. Als die ontwikkeling niet wordt gekeerd, zullen de internationale spanningen toenemen. Strijden tegen de verspilling en vervuiling moet de eerste prioriteit worden in ons denken en doen. We moeten werken aan drastische maatregelen op het gebied van het transport, de industrie en de energievoorziening. Ook de uitwassen van de bio-industrie zijn onverteerbaar. We willen een diervriendelijke landbouw, te beginnen in Nederland. We moeten ons concentreren op schone en kennisintensieve economische sectoren. In Europees verband, maar ook in eigen land, zelfs als dat ons minder aantrekkelijk maakt als distributieland. Vervuiling moet voelbaar worden in de portemonnee. Modern duurzaamheidsbeleid zet marktconforme instrumenten in. Beprijzing bijvoorbeeld, en verhandelbare rechten. Dat zal weerstand oproepen. Maar niets doen is een groter risico geworden dan het risico van stevig ingrijpen. 4. Voor radicale hervorming Modernisering van de economie, de sociale zekerheid en de overheid Ontwikkelingen als de globalisering, individualisering, technologische vooruitgang en vergrijzing leiden tot de noodzaak van radicale sociaal-economische hervormingen. Er is nieuwe solidariteit nodig, welvaartsverdeling op maat en een betere, bij de tijd passende overheid. De sociale zekerheid moet minder worden gericht op collectiviteit en meer op activering. Veel oudere en welvarende Nederlanders zijn huiverig om maatregelen te nemen om ook jongeren een welvarende en sociale toekomst te geven. Ondanks de vergrijzing, ondanks dat te weinig mensen werken, ondanks dat we te vroeg met pensioen gaan. In die schroom voor verandering worden ze gesteund door politici en maatschappelijke organisaties die zeggen voor solidariteit te zijn. Wat ze daarmee bedoelen is : laten we de toekomst negeren; laten we solidair zijn met onszelf; laten we die grote groep van vergrijzende kiezers naar de mond praten. Maar wij denken dat ook de oudere generaties beseffen dat in de komende decennia een andere vorm van solidariteit nodig is. Als we onze welvaart, onze gezondheidszorg en onze sociale voorzieningen ook in de toekomst bereikbaar en betaalbaar willen houden, is óók solidariteit nodig van ouderen met jongeren. Of het nu gaat om de kosten van de gezondheidszorg, het arbeidsproces, de sociale zekerheid of ouderdomsvoorzieningen: zij die het kunnen betalen zullen meer eigen verantwoordelijkheid moeten nemen, en zij die het aankunnen, zullen langer moeten werken. Welvaartsverdeling op maat In de 21e eeuw is het niet sociaal meer om zonder meer een vervangend inkomen te verstrekken. Het gaat erom mensen te activeren en ze in de positie te brengen - en te houden - om een bijdrage te leveren aan de economie, en aldus zelf een inkomen te verwerven. Het nieuwe fundament van de sociale zekerheid moet scholing zijn, niet een uitkering. Iedereen moet worden uitgedaagd zijn potentieel maximaal te benutten: we moeten een volledig beroep doen op ieders mogelijkheden. De herverdeling van welvaart moeten fundamenteel anders. Ook hier moeten we uitgaan van mensen zélf: hun individuele draagkracht en mogelijkheden, en hun individuele behoeftes. We willen alleen die mensen financieel bijstaan die het écht nodig hebben. Maar dan ook ruimhartig. Ontbrekende koopkracht moet zo precies en “op-maat” mogelijk worden aangevuld. Dat kan bijvoorbeeld door veel meer gebruik te maken van heffingskortingen in het fiscale stelsel, en door een einde te maken aan het sturen van geld naar mensen, die ook zonder die steun kunnen. De hypotheek-renteaftrek, de kinderbijslag, mensen met een goed pensioen zonder dat zij AOW-premie betalen: het zijn voorbeelden van maatregelen die veel geld overhevelen naar mensen die het zonder deze tegemoetkomingen óók uitstekend redden. Dat moet anders. Want we willen ook in de toekomst hoogwaardige voorzieningen kunnen bieden, en solidair zijn met iedereen dat nodig heeft. De overheid: van hindermacht naar helpende kracht Naast een sterke markt is een sterke overheid nodig. Wij doen niet dogmatisch over onderwerpen als liberalisering, privatisering, marktwerking of overheidssturing. We zijn voor markt waar het kan, en overheid waar het móet. De organisatie van de overheid, en van veel publieke voorzieningen, gaat nog altijd uit van hiërarchische structuren en van het aanbod. Alleen al met de jeugdzorg houden zich vier verschillende departementen bezig. Dat leidt tot versnippering, gebrek aan effectiviteit en het lost geen problemen op. Dat vraagt om vernieuwing van het functioneren van de overheid, het politiek bestuur en de maatschappelijke diensten die door of vanwege de overheid worden verleend. De manier waarop de overheid werkt, en de taakverdeling tussen de verschillende overheidslagen, moet door de vraag van de individuele burger, en door het maatschappelijke probleem dat zich voordoet, worden bepaald. Het onderwijs, de gezondheidszorg, maar ook de manier waarop de democratie werkt, moeten worden aangepast aan de wensen en behoeftes van mensen zélf. 5. Nieuwe politiek voor nieuwe tijden Een vernieuwde partij Nederland staat voor de uitdaging om boven zichzelf uit te stijgen. We moeten ophouden met navelstaren, breken met het conformisme, en weer een land worden van initiatiefrijke en optimistische wereldburgers. Een land, waarin solidariteit niet primair op onszelf is gericht, maar op nieuwe generaties en op kansarmen, ook over onze grenzen. Een land waarin de overheid niet meer automatisch zijn toevlucht neemt tot betutteling en wegkijkt van problemen, maar kansen creëert en optreedt. Een land dat weer vertrouwen heeft in de toekomst. Dit pamflet gaat over oplossingen voor de problemen die wij als de grote vraagstukken van de komende decennia zien: duurzaamheid en internationale oriëntatie; nieuw maatschappelijk evenwicht en actief burgerschap; en hervorming van de economie, de sociale zekerheid en de overheid. Het gaan dan om een nieuwe koers op het gebied van duurzaamheid; kennis, innovatie en het onderwijs; de overheidsorganisatie en de formele democratie; sociale samenhang, solidariteit en integratie; sociaal-economisch beleid en welvaartsverdeling; de rechtsstaat; de internationale oriëntatie; de mentaliteit van de Nederlandse samenleving. Op deze terreinen zien we grote maatschappelijke knelpunten. Hervormingen zijn dringend noodzakelijk. Vooral de samenhang van onze uitgangspunten maakt D66 een unieke partij in Nederland. Delen van onze agenda zullen we steeds met andere politieke partijen kunnen uitvoeren. Wij staan in het midden van het politieke krachtenveld. Maar de hervormingsgedachte geldt ook de partij zelf. Na veertig jaar moeten we ook onszelf onder de loep durven nemen. Een partij is een middel, geen doel op zich. Het gaat erom het progressief-liberale gedachtegoed zo goed mogelijk te laten meetellen in de samenleving en in het politieke krachtenveld. Zo moeten we weer, net als in het begin, een activistische partij worden: het zou goed zijn als we de organisatie van onze partij meer gaan richten op permanente aanwezigheid in het land. We moeten ook buiten de politieke arena meer van ons laten horen als er problemen aan de orde zijn waarvoor wij oplossingen te bieden hebben. We moeten de organisatorische banden van de partij met onze zusterpartijen in het buitenland verder versterken. Denk bijvoorbeeld aan de Liberal Democrats in Groot-Brittannië, de VLD (Vlaamse Liberalen en Democraten) in België en Radikale Venstre in Denemarken. Verder moeten we nadrukkelijk de hand willen reiken naar andere progressief-liberaal denkende mensen en groeperingen in het Nederlandse politieke landschap. Dat moet geen verholen oproep zijn om op te gaan in D66. We willen een eerlijk en open gesprek over het aangaan van allianties. Laten we met iedereen die zich in dit pamflet herkent een brede sociaal-liberale beweging vormen. Voor de verandering. Want als wij het niet doen, wie dan wel?
Boris Dittrich Boris Dittrich Linksmailto:a.dwolff@tweedekamer.nl |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|