De vrijheid van meningsuiting is het fundament van de open samenleving. In een open samenleving gaat het erom dat mensen met verschillende denkbeelden en culturen vreedzaam naast elkaar leven en de opvattingen en cultuur van anderen tolereren. Mensen hoeven geen respect te hebben voor elkaars opvattingen of cultuur. Tolerantie is genoeg. Zoals ook Erik van Ree schreef in De Groene Amsterdammer: ‘Tolerantie is de aanvaarding van de afwezigheid van respect.’ En, andersom: ‘Respect eisen is de essentie van intolerantie.’ Wanneer een groep mensen samen woont op een beperkt grondgebied is het noodzakelijk om over enkele fundamentele regels te beschikken om vreedzaam met elkaar te kunnen samenleven (1). In een multiculturele en multireligieuze samenleving als Nederland anno 2007 is er geen levens- en wereldbeschouwelijke consensus. In Nederland wonen christenen van allerlei pluimage, moslims, joden, ongelovigen en zwevers naast elkaar. De taak van de overheid is om er voor te zorgen dat iedereen zijn of haar eigen levens- of wereldbeschouwing mag hebben in zoverre deze niet in strijd is met de individuele vrijheid van anderen. De overheid is religieus neutraal en bevoorrecht geen enkele religie. Daarnaast beschermt de overheid individuen tegen geweld en onderdrukking door andere individuen of groepen. De vrijheid van meningsuiting (in woord, beeld (2) en geschrift) is het fundament van de open samenleving. Een vrije pers en media zonder censuur maken dat er in het publieke debat ruimte is voor discussie en kritiek. Door vrijheid van meningsuiting en de vrije pers is er kritiek mogelijk op alle uitingen. Wie beweert dat de aarde plat is, moet rekening houden met de publicatie van foto’s vanuit de ruimte waarop te zien is dat de aarde rond is. Wie beweert dat de Holocaust of de Armeense genocide niet heeft plaats gevonden, moet rekening houden met felle kritiek en een overweldigende hoeveelheid bewijs. Wie beweert dat homoseksualiteit een ziekte is zal repliek krijgen van sociologen en biologen. Wie beweert dat god/Allah bestaat kan kritiek verwachten van atheďsten die de argumenten voor het bestaan van god weerleggen. In een open samenleving zijn alle stellingen die mensen poneren vatbaar voor kritiek. Er zijn geen no go areas. Een groot voordeel van het primaat van de vrijheid van meningsuiting is dat misstanden en onwaarheden aan de kaak gesteld kunnen worden. In de open samenleving hebben uitspraken een feilbaar (fallibilistisch) karakter. Dat wil zeggen dat elke stelling onderworpen kan worden aan kritiek. Er dienen zo min mogelijk beperkende gronden te zijn voor de vrijheid van meningsuiting. Alleen als er sprake is van ‘clear and present danger’ waarbij mensen lichamelijk bedreigd worden moet de overheid de vrijheid van meningsuiting inperken. Zoals bijvoorbeeld het roepen van ‘BRAND!’ in een volle schouwburg, wanneer er geen brand is. Deze inperking moet achteraf door de rechter goedgekeurd worden waarbij de bewijslast ligt bij de overheid die moet bewijzen dat er inderdaad sprake was van onmiddellijk en duidelijk gevaar. Het vrije woord is het fundament van een open samenleving. Het zijn met name de grenzen van het vrije woord die de open samenleving bepalen. Beledigen en bespotten kan pijn doen, maar, zolang er geen sprake is van direct gevaar valt ook dat onder de vrijheid van meningsuiting. De Islam, of wat voor levensbeschouwing dan ook, in Nederland verdient dus geen (extra) rechtsbescherming of respect. Een open samenleving is gebaseerd op tolerantie. Tolerantie betekent het accepteren – desnoods met gekromde tenen – van de opvattingen van anderen waarvoor je nu juist helemaal geen respect hebt. Het klinkt paradoxaal, maar de vrijheid om te beledigen en te bespotten is een teken van beschaving. Dat betekent dus dat de overheid geen rekening hoeft te houden met het beschermen van waarden en gevoeligheden van (religieuze) groeperingen. Beledigen en spot moeten mogen. Er is wel zoiets als fatsoen, etiquette en beleefdheid, maar dat kun je niet juridisch afdwingen. Het probleem met beledigen (al dan niet als het gevolg van spot en humor) is dat het subjectief is. Een gelovige kan zich beledigd voelen door kritiek, wellicht in de vorm van humor, of kan zich gekrenkt voelen door bijvoorbeeld de Gay Parade. Politici kunnen zich beledigd voelen door cabaret of columnisten. Joden kunnen zich beledigd voelen door islamitische uitspraken, etc. etc. Het klinkt misschien paradoxaal, maar dat er in een samenleving vrijelijk beledigd mag worden is een teken van beschaving en een open samenleving. In een totalitaire samenleving zijn er geen cabaretiers, polemische columnisten, demonstranten of Gay Parades. Dat beledigen onderdeel is van beschaving vergt een Gestallt-switch. Wanneer de overheid zich gaat inspannen om mensen (of groepen) die zich beledigd voelen te beschermen, door het toepassen van straffen of censuur, is dat het begin van een politiestaat en het einde van de open samenleving. Beschaving is om personen, situaties en opvattingen in woord en geschrift te mogen beledigen, kunstwerken af te kraken, tegendraadse meningen te spuien over uiterlijk en gedrag, opvattingen en religie. Zonder deze vrijheid geen cabaret, geen polemieken, geen Mandarijnen op zwavelzuur, geen Gerard Reve, geen secularisering, geen liberale democratie. Schelden, beledigen, ongezouten of juist genuanceerde kritiek uiten, horen bij een open samenleving; sterker nog: ze zijn de essentie van de open samenleving. Er zijn fatsoensnormen, maar ook die mogen op de hak worden genomen, door cabaretiers, columnisten, critici en mondige burgers. In een liberale rechtstaat worden de rechten van individuele burgers beschermd, met name het recht op leven. De staat moet haar geweldsmonopolie kunnen garanderen en haar burgers beschermen tegen bedreigingen en aanslagen. Woorden en tekeningen kunnen niet doden, maar tekeningen en woorden kunnen wel aanzetten tot of dreigen met geweld. Dat mag pertinent niet. Dat zijn de duidelijke grenzen van de vrijheid van het woord en de tekening. In NRC Handelsblad stond onlangs een cartoon uit de Islamitische wereld waarin een westerse cartoonist de keel werd door gesneden en de tong werd uitgerukt. Dat is ontoelaatbaar in een open samenleving, omdat het gaat om een brute bedreiging (3). De vrijheid van het woord kan pijn doen. Alleen een dictator wordt nimmer tegen gesproken en doet alles altijd fantastisch. Vrijheid van meningsuiting levert kritiek en commentaar op. Dat kan pijnlijk zijn voor degene die het betreft, maar het komt de maatschappij ten goede. De vrijheid van het woord en een vrije en onafhankelijke pers zijn steunpilaren van waarheidsvinding en rechtvaardigheid. Het heeft geen pas om bij voorbaat onderwerpen of personen uit te sluiten van commentaar. Door het immuniseren van personen of onderwerpen kan de waarheid nooit boven tafel komen, maar dat is ook de bedoeling van immunisering. Linkse politiek correcte opiniemakers merken nog al eens op dat kritiek wel mag mits het subtiel wordt gebracht. Met andere woorden, degene die kritiek uit moet rekening houden met de mogelijke sentimenten van degene die het betreft. Wie de weg inslaat van het proberen te vermijden van gevoelens sluit niet alleen de deur voor kritiek, maar ook de deuren van het theater. Wie wel eens een cabaretvoorstelling bezoekt zal weten dat cabaretiers balanceren op de grenzen van het betamelijke. Bespotten en beledigen is juist hun metier. Het mooie van een open samenleving is dat ook een cabaretier weer kritiek krijgt in recensies. Als niemand de cabaretier wil horen, blijven de zalen leeg. Beschaving is het hebben van eelt op je ziel. Beledigingen moet je langs je heen laten gaan, bedreigingen moet je melden bij de politie en kritiek zou je je moeten aantrekken. Heeft de criticaster misschien een punt? Heb ik misschien ongelijk? De gepaste houding jegens kritiek is een kritisch zelfonderzoek en als blijkt dat je er onjuiste of immorele opvattingen op nahoudt deze te wijzigen. Dat vergt moed. Hoe fundamentalistischer de opvattingen, des te meer men immuun is voor rationele argumentaties en hoe minder grappen en beledigingen men aan kan. Of het nu gaat om communisten, religieuze fanatici of extreme milieuactivisten, met ideologische scherpslijpers valt meestal niet te lachen. De homo’s in Nederland hebben een goede strategie om om te gaan met beledigingen. Zij hebben tal van scheldnamen als geuzennaam aangenomen: homo, relnicht. Zo verliest schelden z’n kracht. Schrijver Gerrit Komrij pleitte in zijn column ‘Gouden woorden’ in NRC in februari 2006 voor het hooghouden van de vrijheid van meningsuiting als bolwerk tegen barbarij: ‘Er bestaat niet zoiets als een beetje vrijheid van meningsuiting.’
Floris van den Berg Floris van den Berg Linksmailto:florisvandenberg@dds.nl |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|