“People by and large are natural geniuses at spotting deception in others, and equally brilliant in constructing deceptions of their own.” E.O. Wilson, The Future of Life. Het doel van journalistiek is het zo objectief mogelijk berichten over zaken van algemeen belang om zodoende een vrije samenleving te creëren waarin leugens, onzin, corruptie, misdaad en smakeloosheid aan de kaak kunnen worden gesteld. Gesloten samenlevingen kennen censuur, repressie en terreur. Het vrije woord is het belangrijkste wapen tegen terreur en repressie. Vrije journalistiek is een pijler van de open samenleving. Dat is ook de essentie van de filosofie van Jürgen Habermas in zijn theorie van het communicatief handelen. De journalistiek controleert het culturele, maatschappelijke en economische leven door het onafhankelijk en kritisch monitoren. Onderzoeksjournalistiek (zoals bijvoorbeeld in Nederland het actualiteitenprogramma NOVA) kan zaken politiek aanhangig maken - zoals is geschied met de Islamitische haatpredikers in Nederland. Journalisten dienen zich bewust te zijn van hun specifieke rol als onafhankelijke rechercheurs naar misstanden. Een prangend probleem heden ten dage is hoe er in de multiculturele samenleving wordt bericht over verschillende bevolkingsgroepen, met name moslims. De aandacht van de media licht bepaalde problemen uit en laat andere problemen onderbelicht. De media lijken op een vastgelopen vuurtoren die weliswaar straalt, maar slechts op één plek. De ophef over de Islam is begrijpelijk omdat het mogelijk gaat om een bedreiging van de democratische rechtsorde en het niet direct duidelijk is hoe reëel die dreiging is. Journalisten moeten dat onderzoeken. Maar tegelijkertijd is het wel bedenkelijk dat andere religies, waarin de vrijheid van het individu (met name van vrouwen) ook beperkt wordt, zoals het jodendom en christendom, buiten het licht van de vuurtoren van de media blijven. Journalisten en de pers moeten naast het verstrekken van informatie een podium bieden voor meningen die in de maatschappij leven. Het hele palet aan meningen moet zichtbaar worden gemaakt in de media. Het is daarom goed dat er aandacht is voor bijvoorbeeld extreemrechtse ideeën en politici, het is goed dat er aandacht is voor islamitische haatpredikers, maar ook aandacht voor gematigde moslims (zoals de Alevieten) is nodig. Het is beter als er ook percentages zouden kunnen worden vermeld over hoewel procent van de bevolking een dergelijke mening steunt. Bij objectieve berichtgeving hoort een numerieke nuancering. Het is echter wel goed te beseffen dat een extreem kleine groepering de openbare orde ernstig kan verstoren, zoals de RAF en de bende van Nijvel. Het rekening houden met (vermeende) ressentimenten van groepen of individuen die zich mogelijkerwijs beledigd zouden kunnen voelen door kritiek op hun levensbeschouwing, identiteit of religie leidt tot zelfcensuur die het boven water halen van de waarheid en rechtvaardigheid verdoezeld. Dirk Verhofstadt heeft in zijn boek De derde feministische golf aan de hand van interviews met feministische (ex)moslima's laten zien dat er kritiek mogelijk is op de positie van vrouwen (en homo's en kinderen en atheïsten en joden) in de islam. Indien journalisten zelfcensuur betrachten lopen zij het risico intolerantie en onwaarheid toe te dekken. Arabist Hans Jansen spreekt van zelfislamisering wanneer (linkse) intellectuelen (en dus ook journalisten) menen voor de islam te moeten opkomen. Geen enkele mening of uitspraak is in een open samenleving gevrijwaard van de mogelijkheid van kritiek. Geen enkele persoon is in principe gevrijwaard van de mogelijkheid van kritisch onderzoek naar zijn/of haar handelen. Imams, zakenlui, bisschoppen, projectmakelaars, politici, presidenten, hangjongeren, het koningshuis, journalisten (journalisten houden ook elkaar in de gaten, net zoals wetenschappers dat doen) allen kunnen aan kritisch onderzoek van hun handelen onderworpen worden. Religie behoort geen geprivilegieerde status te hebben. Indien er sprake is van bedreigingen, zoals naar aanleiding van de Deense cartoons, moeten journalisten en media een front vormen om op te komen voor het principe van de vrijheid van meningsuiting – ongeacht of zij het met die mening eens zijn. De hele (westerse) pers had zich solidair moeten tonen met de Jylland Posten en de cartoons integraal moeten publiceren. De moord op Van Gogh is een aanslag op de open samenleving. Journalisten en intellectuelen moeten dat in de felste bewoordingen veroordelen. Het vergoelijkend spreken over deze brute moord, in de trant van ‘het is ook wel een beetje aan hemzelf te danken, want hij maakte het wel erg bont’ getuigt van een diepe minachting voor de principes van de open samenleving. Het vrije woord – zonder fatsoensrestricties – is de grondslag van de open samenleving waarin de vrijheid van het individu centraal staat. Zelfcensuur leidt tot het ondergraven van het fundament van de open samenleving.
Floris van den Berg Floris van den Berg Linksmailto:florisvandenberg@dds.nl |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|