Ecologische grenzen aan de vrijheid’ van

essay vrijdag 28 mei 2010

Floris van den Berg

Hebben wij de vrijheid of het recht de natuur te verruïneren? Hebben wij de vrijheid anderen schade te berokkenen als die anderen ver weg of in de toekomst leven? Hebben wij de vrijheid dieren schade toe te brengen? Moeten wij tolereren dat anderen schade toebrengen, aan anderen, aan de natuur, aan dieren? In 1859 formuleerde de Engelse filosoof John Stuart Mill in zijn befaamde boek On Liberty het zogenaamde ‘schadeprincipe’, ook wel het ‘vrijheidsprincipe’ genoemd. Dit principe komt op het volgende neer: alles mag, zolang je anderen geen schade toebrengt. Ieder volwassen mens hoort volgens Mill in beginsel vrij te zijn om te doen en laten wat hij of zij wenst en de overheid dient zich te onthouden van moralisme en paternalisme. De overheid mag alleen het toebrengen van directe en fysieke schade aan anderen bestraffen, en indien nodig geweld toepassen om dit te voorkomen. Ieder individu heeft een rechtsvrije sfeer waarbinnen zij of hij ongehinderd zijn of haar eigen gang kan gaan en over zichzelf kan beschikken.

Een constitutionele liberale democratie, met andere woorden een open samenleving, beschermt en faciliteert de vrijheid van individuen. Mill schrijft in de introductie van On Liberty dat: ’[..] het enige doel waartoe macht rechtmatig kan worden uitgeoefend ten opzichte van een lid van een beschaafde gemeenschap, tegen zijn wil, erin ligt om schade aan anderen te voorkomen. Zijn eigen heil, hetzij lichamelijk, hetzij moreel, is niet een toereikende waarborg. Hij kan niet rechtmatig worden gedwongen om iets te doen of te laten omdat dat beter voor hem zal zijn, omdat het hem gelukkiger zal maken, omdat het, in de ogen van anderen, wijs zou zijn om dat te doen, of zelfs juist. Dit zijn weliswaar goede redenen om het met hem oneens te zijn, of om met hem te discussiëren, of om hem te overtuigen, of hem te smeken, maar niet om hem te dwingen, of om hem enig kwaad op te leggen in het geval hij op een andere manier handelt. Om dat te rechtvaardigen moet het gedrag om kwaad aan een ander te berokkenen waarvan hij moet worden afgehouden berekend worden. Het enige deel van het gedrag van een ieder waarvoor hij zich moet onderwerpen aan de maatschappij is datgene wat anderen betreft. In het deel dat slechts hem zelf betreft is zijn onafhankelijkheid, van rechtswege, absoluut. Over zichzelf en over zijn eigen lichaam en geest heerst het individu.’ (On Liberty,1859)

In zijn boek bekommert Mill zich over autonome volwassen burgers in een natiestaat. Mill heeft het over verticale vrijheid (de relatie burger – overheid) en horizontale vrijheid (de relaties tussen burgers onderling). Mill perkt de toepassing van het schadeprincipe in tot een politiek filosofisch principe binnen een staat, tussen mensen hier en nu. Maar is het niet noodzakelijk om het schadeprincipe breder en algemener te interpreteren? Bijvoorbeeld door het schadeprincipe algemeen te formuleren als: alles mag, zolang je anderen geen schade toebrengt. En die anderen omvatten dan ook dieren, toekomstige generaties, mensen in ontwikkelingslanden en de natuur als complex van ecosystemen. Bij de toepassing van het schadeprincipe is het goed om het perspectief van alle (mogelijke) slachtoffers in de gaten te houden. Peter Singer heeft er in zijn boek The Expanding Circle op gewezen dat wij kunnen trachten het domein van de moraal zo groot mogelijk te maken en de traditionele beperkinggronden op te heffen. Wie zijn de slachtoffers van een bepaalde handeling of omissie (dat wil zeggen: niet handelen)? Die slachtoffers kunnen ook dieren zijn, of mensen ver weg, of mensen na ons.

Het vervelende is dat wij allemaal in meer of mindere mate schade veroorzaken. Immers, de hele westerse levensstijl is gebaseerd op het uitbuiten van de natuurlijke hulpbronnen en het degraderen van het natuurlijke ecosysteem door de afvalproductie, waarmee schade wordt toegebracht aan toekomstige generaties en vaak aan mensen in ontwikkelingslanden op wie de lasten van het vervuilende productiesysteem worden afgewenteld. Door de industrialisering van de landbouw en de veeteelt, is het aantal dieren in de intensieve veehouderij de afgelopen explosief gestegen, terwijl de kwaliteit van de leefomstandigheden afnam. Wij leven te midden van een massavernietiging die wij wegstoppen en negeren. Een gemiddeld westers dieet en consumptiepatroon veroorzaakt onnoemlijk veel leed aan dieren, mensen in ontwikkelingslanden, toekomstige generaties, en zelfs aan onszelf (doordat de gevolgen van de ecologische crisis zich aandienen: smog, oppervlaktewatervervuiling, klimaatveranderingen enzovoort).

Een andere toepassing van het schadeprincipe is de pluralistische samenleving door de nadruk te leggen op vrijheid van het individu boven de vrijheid van de groep (om individuen in die groep te onderdrukken). De vrijheid van groepen, het pluriforme, multiculturele model, loopt het risico intolerantie te tolereren. Het doel van de overheid in een open samenleving is de vrijheid van het individu te garanderen en te bevorderen. De overheid stelt daarom duidelijk grenzen aan de vrijheid en bewaakt die grenzen dan ook. Een voorbeeld van falen en laakbaarheid van de overheid is het niet voorkomen van vrouwenbesnijdenissen in Nederland en België. In Nederland worden elk jaar tientallen meisjes besneden, vaak gebeurt dit in de zomervakantie in het land van oorspronkelijk herkomst, zoals Somalië. Het is bekend dat dit gebeurt, maar de overheid grijpt niet in en faalt daarmee om burgers te beschermen tegen fysieke mutilatie, wat helemaal erg is wanneer het om kinderen gaat. De overheid zou hier moeten ingrijpen door meisjes in risico gezinnen te medisch te monitoren en gesprekken met de ouders aan te gaan. Indien er toch besnijdenis heeft plaats gevonden dienen de ouders streng gestraft te worden. Antropologen kunnen waarschijnlijk deze risicogroepen aanwijzen. Het gaat erom dat de overheid individuen moet beschermen, zelfs tegen hun ouders en sociale groep. Deze vorm van liberalisme als individualisme wordt ook met verve bepleit door de liberale denker Dirk Verhofstadt, zoals in zijn boek Pleidooi voor individualisme.

Volgens Mill is de rol van onderwijs opvoeding tot vrijheid. De overheid dient niet alleen negatieve vrijheid (dat wil zeggen vrijheid om te doen en laten wat je wilt binnen de grenzen van het schade principe), maar ook positieve vrijheid te faciliteren, dat wil zeggen mogelijkheden om individuele vrijheid vorm te geven door een infrastructuur en ontplooiingsmogelijkheden, waarin algemeen verplicht seculier onderwijs een centrale rol speelt. Het onderwijs moet zich maximaal inspannen om kinderen en jonge mensen de capaciteiten bij te brengen om rationeel en autonoom te leven. ‘Ook al maakt hij allerlei fouten tegen de adviezen en waarschuwingen in, het is nog veel erger als men toestaat dat anderen hem dwingen te doen wat zij het beste voor hem vinden,’ schrijft Mill. De vrijheid van expressie (die de groter is van de vrijheid van meningsuiting, omdat het ook mode, hobby’s en voorkeuren omvat) is het fundament van een open samenleving. Mill schrijft met pathos: ‘Als de gehele mensheid met één uitzondering dezelfde mening had, terwijl die ene persoon een tegengestelde opvatting koesterde, dan zou de mensheid even weinig recht hebben om die ene persoon tot zwijgen te brengen dan hij zou hebben om de mensheid het zwijgen op te leggen, als hij de macht had.’ Een zo groot mogelijke vrijheid van expressie brengt met zich mee dat mensen ook mogen kwetsen en beledigen. Dat is de prijs voor vrijheid. Beledigen mag, (dreigen met) geweld niet. Dit wordt mooi verwoord in het Engelse gezegde: Sticks and stone can break my bones, but words can never hurt me.

Het serieus nemen van het ‘schadeprincipe’ kan horizontaal (burgers) en vertikaal (overheid). De overheid tolereert (en stimuleert) dat schade wordt toegebracht aan toekomstige generaties, mensen in ontwikkelingslanden en dieren. Door het vrijheidsprincipe breder toe te passen neemt paradoxaal de handelingsvrijheid af, omdat er geen schade meer mag worden gedaan. Op individueel niveau kan ieder mens zijn of haar verantwoordelijkheid nemen en trachten te streven zo min mogelijk schade aan anderen te berokkenen, dus door een duurzame ecologische voetafdruk te hebben, geen producten afkomstig uit te intensieve veehouderij te consumeren en actief te streven naar een wereld waarin er minder schade wordt berokkend, een wereld met minder leed, en meer geluk. De hoeveelheid leed/schade die iemand toebrengt kan geplaatst wordt op een schaal van heel weinig tot heel veel. Door te reflecteren over wat voor leven je wilt leven en of je schade aan anderen wilt berokkenen kun je je van deze schaal bewust worden en trachten minder schade/leed aan anderen te berokkenen. En minder schade is altijd beter dan meer, ieder keer weer.


Literatuur

Mill, John Stuart, On Liberty

Singer, Peter, The Expanding Circle

Skorupski, John, Why Read Mill Today?

Verhofstadt, Dirk (red.), John Stuart Mill. 150 jaar Over vrijheid

Verhofstadt, Dirk, Pleidooi voor individualisme

Floris van den Berg (f.vandenberg@geo.uu.nl) is directeur van de seculier humanistische denktank Center for Inquiry Low Countries, hij doceert (milieu)filosofie aan de Universiteit Utrecht en is de auteur van o.a. ‘Filosofie voor een betere wereld’.

Floris van den Berg

Links
mailto:florisvandenberg@dds.nl
Share |

De welvaart en trots van naties

Liberales organiseert op dinsdag 28 mei (20u) een gespreksavond met Olivier Boehme over zijn laatste boek 'De welvaart en trots van naties', waarin de auteur een geschiedenis geeft van het economische nationalisme, zowat het tegendeel van de liberale economische school. Klik hier voor meer info en inschrijven.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be