|
De vrije-markt revolutie die begon met het aan de macht komen van Margaret Thatcher en Ronald Reagan aan het einde van de jaren '70 heeft eindelijk zijn Thermidor, of keerpunt, bereikt. Net zoals de Franse revolutie haalde de vrije-markt revolutie haar energie uit het vrijheidsdenken, meer bepaald in die zin dat men vond dat de welvaartsstaat te groot geworden was en dat het individu in die welvaartsstaat aan veel te veel regels en regeltjes onderworpen was. De juistheid van die stelling werd aangetoond door de plotse en onverwachte instorting van het Communisme in 1989, en door de goede prestaties van de Britse en Amerikaanse economie in de jaren '90. Deze revolutie kwam evenwel in haar Jacobijnse fase terecht met het aan de macht komen van Newt Gingrich in het Congress in de VS. Voor velen aan de rechterzijde van het politieke spectrum begon Reagan's klassieke liberalisme te evolueren in een libertarische richting, met een ideologische vijandigheid ten overstaan van de staat toe. Hoewel de scheidingslijn tussen libertarisme en klassiek liberalisme niet altijd duidelijk is, kan men stellen dat libertarisme een radicaal dogma is, waarvan de grenzen steeds duidelijker worden. De libertarische vleugel van de revolutie liep zichzelf ondertussen voorbij en voert nu nog enkel achterhoedegevechten op twee fronten: het buitenlands beleid en de biotechnologie. In de eerste plaats breidde de vijandigheid van de libertariërs ten opzichte van een groot overheidsapparaat, met de daaraan verbonden kosten, in de VS, zich uit naar het buitenlands beleid. Zo pleitte het libertarische Cato-instituut bijvoorbeeld voor een isolationistische koers omdat 'globaal leiderschap' teveel kostte en kost. Datzelfde instituut publiceerde tijdens de golfoorlog trouwens een analyse waarin het stelde dat het goedkoper was om Saddam's verovering van Koeweit niet aan te vechten, omdat een militaire operatie om hem uit Koeweit te verjagen veel duurder zou zijn, dan wanneer men met hem zou samenwerken. Een mooie kosten-baten-analyse, wanneer je natuurlijk bereid bent om abstractie te maken van het feit dat Saddam een dictator is die over massavernietigingswapens beschikt. In tegenstelling tot Reagan's visie van de Verenigde Staten als rots in de branding, zagen de libertariërs niet langer het nut in van Amerika's 'globale rol,' en zagen zij niet langer in waarom de VS democratie en vrijheid zouden promoten in de rest van de wereld. De aanslagen van 11 september maakte een einde aan dit soort denken. Door die aanslagen gingen de mensen immers weer beseffen waarom er zoiets is als een overheid, en waarom er belastingen dienen te worden betaald. Het was immers enkel de overheid, en niet de vrije-markt, of individuen op wie een beroep kon worden gedaan om brandweermannen in de brandende gebouwen te sturen, om de strijd met de terroristen aan te binden, en om controles uit te voeren op de luchthavens. De terroristen vielen ook niet de Amerikanen als individuen aan, maar symbolen van de Amerikaanse macht, zoals het Pentagon en het World Trade Center. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Amerikanen deze aanvallen beantwoordden met een uitbarsting van patriottisme en vlagvertoon, eerder dan als individuen. Het tweede domein waarop de libertariërs zichzelf voorbij gehold zijn, is dat van de biotechnologie. Op dit domein hebben ze zich gelieerd met de New York Times en belangrijke delen van de Amerikaanse linkerzijde die zich gekant hebben tegen beperkingen op het klonen van menselijk materiaal, een verbod dat momenteel bedicussieerd wordt in de Amerikaanse Senaat. Vele libertariërs zijn niet enkel tegen een verbod op wetenschappelijk klonen, maar ook tegen een verbod op reproductief klonen (de productie van gekloonde kinderen). De libertariërs gaan zelfs zover dat ze vinden dat men niet enkel het recht moet hebben om kinderen te krijgen via klonen, maar dat men ze zelf intelligenter mag maken, of knapper. Dit laatste is volgens hen immers niet meer dan een uiting van de individuele vrijheid van elk persoon. Door aldus te redeneren, zo stellen zij, stelt zich ook niet het probleem dat zich bij de Nazi's wel stelde. Immers: het eugenetische programma van de Nazi's, werd opgestart en volledig gecontroleerd door de overheid. Aangezien de libertariërs de eugenetische bevoegdheid evenwel bij elk individu afzonderlijk leggen, stelllen de eugenetische problemen die zich in Nazi-Duitsland stelden zich in casu, aldus de libertariërs, niet (Ubermenschen kweken, inferieure rassen definiëren en die vervolgens uitroeien, nvdr). Intelligenten worden immers geacht per definitie intelligente beslissingen te nemen. Zelfs al ben je het niet eens met de religieuze conservatieven die stellen dat embryos het morele statuut van een kind hebben, en dat ze daarom dezelfde rechten hebben als kinderen (dus ook het recht om niet genetisch gemanipuleerd te worden, nvdr), dan nog zijn er gegronde redenen om, in tegenstelling tot de libertariërs, te stellen dat genetische manipulatie niet gewoon een keuze is die waartoe het ouder-individu vrij kan beslissen. Om te beginnen hebben ouders en kinderen niet altijd dezelfde belangen, een gedachte die trouwens aan de basis ligt van het feit dat we wetten hebben tegen incest, kindermishandeling etc... Zo was er onlangs bijvoorbeeld een doof lesbisch koppel dat een embryo wou laten inplanten, in de hoop een kind te krijgen dat ook doof zou zijn, waarbij het maar zeer de vraag was, of dit ook in het belang van het kind was. Het feit dat de belangen van de ouders en het (ongeboren) kind niet altijd samenlopen (zoals in casu) vormt een 'negatieve externaliteit,' d.w.z. schade die wordt toegebracht aan een derde partij (hier: het kind), een schade die over het algemeen wordt gezien als zijnde een gegronde reden voor interventie door de overheid. Dit overheidsoptreden kan dus gerechtvaardigd zijn als een derde, de maatschappij bijvoorbeeld, geschaad wordt of schade dreigt te lijden. We kunnen hier bijvoorbeeld verwijzen naar India en China waar goedkope echografieën en een soepel abortusregime (in combinatie met individuele beslissingsbevoegdheid van de ouders) er toe geleid hebben dat er al 20 procent meer jongens dan meisjes geboren worden, wat natuurlijk tot maatschappelijke instabiliteit zal leiden op het ogenblik dat al die jongens mannen zullen geworden zijn, en op zoek zullen gaan naar een vrouw. Libertariërs willen de vrijheid hebben om hun kinderen te 'verbeteren', maar wat betekent dat: 'kinderen verbeteren'. Natuurlijk kan je er weinig tegen hebben wanneer ouders via genetische manipulatie hun kinderen willen behoeden voor bepaalde erfelijke ziekten, maar wat bijvoorbeeld met homofilie? Gaan we dat ook 'weg-verbeteren'? Of: zou een Afro- Amerikaans koppel haar kinderen kunnen verbeteren door ze geboren te doen worden met een blanke huid? Zouden jongens verbeterd kunnen worden door ze geboren te laten worden exclusief de genen die aanleiding geven tot agressief gedrag? Zoals je ziet zijn de mogelijkheden om 'politiek correcte' kinderen te produceren quasi onbeperkt. Natuurlijk proberen vandaag de dag ouders hun kinderen ook te verbeteren, door scholing, opvoeding etc..., maar desondanks blijft iedereen toch ook voor een stuk gedreven door zijn of haar genetische blauwdruk. Het is dan ook in het licht van al het bovenstaande dat de kloon-wet die momenteel voorligt in de Senaat (VS, nvdr) zo belangrijk is. Het klonen zelf is misschien niet zo belangrijk, omdat maar weinig mensen zichzelf willen klonen, maar het is een eerste stap in een nieuw technologisch verhaal dat kan leiden tot het genetisch manipuleren van mensen. Klonen om stamcellen te kweken om medische redenen klinkt bijvoorbeeld veelbelovend, maar impliceert ook de productie van een embryo, iets menselijks, ook al geniet het dan niet de morele status van kind. Het is dus een belangrijke ethische lijn, die we maar met de grootste terughoudendheid mogen overschrijden. Het liberalisme van de Founding Fathers was gebaseerd op natuurlijke rechten. Politieke rechten werden gezien als een middel ter bescherming van de rechten die voortvloeien uit ons mens-zijn. Thomas Jefferson stelde op het einde van zijn leven dat politieke rechten in dezelfde mate op iedereen van toepassing moesten zijn, omdat mensen, niettegenstaande ze onderling verschillen, gelijk geboren worden. Momenteel staan we evenwel op een punt in onze geschiedenis waar het technisch mogelijk is om die gelijkheid bij geboorte te doorbreken, waaarbij het maar zeer de vraag is of dat ook wenselijk is.
Francis Fukuyama |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|