|
Voorvechters in de anti-globaliseringscampagne beweren dat de rijken rijker worden. Dat is in meer dan één opzicht waar. Maar rijke landen zijn ook aan het verouderen. En de vergrijzing van 's werelds rijkste landen zal deze samenlevingen diep raken en ook zijn effect niet missen in armere landen. Volgens de VN staat de wereldbevolking op 6,3 miljard en dit zal 9,3 miljard zijn in het midden van deze eeuw. Mensen van 60 jaar of ouder zullen in aantal toenemen van 629 miljoen naar bijna 2 miljard in 2050. En daarbij veroudert de ouderenpopulatie zelf ook nog. Het segment 80 jaar en ouder is daarbinnen het snelst groeiend. Dit aandeel zal binnen de groep van 60 en ouder groeien van 12 naar 19% in 2050. De vergrijzing van de wereld is een natuurlijk gevolg van vruchtbaarheidscijfers en toenemende levensverwachtingen. Terwijl er een globale afname heerst van vruchtbaarheid, varieert de snelheid daarvan per land. Rijke landen hebben een duidelijk groter deel ouderen dan de ontwikkelingslanden. De afname van vruchtbaarheid heeft in de rijkere landen de bevolkingsgroei al teruggebracht tot bijna nul. Ook is door verbeterde toegang tot de gezondheidszorg en door betere leefomstandigheden de levensspanne hier vele malen langer geworden dan in de ontwikkelingslanden. Mensen ouder dan 60 nemen al 20% in van de bevolking in rijke landen, terwijl ditzelfde percentage over de hele wereld gerekend zelfs in 2050 nog niet te verwachten is. Tegen die tijd zal deze bevolkingsgroep eenderde van het rijke werelddeel bedragen. Terwijl het een eeuw zal duren voordat de hele wereldbevolking dit aandeel heeft ingehaald.Een van de resultaten van dit alles is dat het relatieve aandeel van de werkenden, dat wil zeggen in de leeftijd van 15 tot 64 jaar, veel sneller afneemt dan in de ontwikkelingslanden, waar de bevolking jong blijft en snel blijven groeien. Op den duur zal dus een kleinere groep werkenden het geld moeten opbrengen voor een grotere groep pensioengerechtigden. Tenzij er gespaard, in de toekomst geinvesteerd wordt. Het begint door te dringen tot rijke economieën, die proberen de pensioengelden veilig te stellen, daarmee knagend aan hun fiscale balansen. Met het slinken van het aandeel van de werkende klasse, zullen de effecten van het ouder worden van de populatie in de komende decennia alleen maar duidelijker worden. Ook omdat ouderen de neiging vertonen om meer uit te geven en minder te sparen, zal dit zich tevens vertalen in veranderende verhouding van spaargelden tot de consumptiegraad binnen het nationaal inkomen; beleidsdoelen zullen daaraan moeten worden aangepast. Deze demografisch geïnduceerde ontwikkelingen zullen niet alleen de investeringen en groeipatronen van industriële economieën beïnvloeden, maar ook invloed hebben op de toewijzing van de beschikbare voorraden. In een geglobaliseerde wereld heeft alles wat in de rijke landen geschied ook invloed op de ontwikkelingseconomieën. En toch leeft er weinig discussie over de kansen en uitdagingen wat dit kan geven. Internationale kapitaalstromen zullen zulke effecten volgen en vergroten als kapitaal verhandeld wordt tegen rentetarieven die bepaald worden door grote industriële economieën. Deze tarieven zullen meer en meer beïnvloed worden door de veranderende leeftijdssamenstelling binnen de ontwikkelde landen. Omdat ouderen minder sparen zullen er minder buffervoorraden ontstaan wat de kapitaalstroom naar arme landen zal doen afnemen. De krachtige combinatie van globalisering en veroudering zal de kwetsbaarheid van arme landen vergroten, afhankelijk als zij zijn van rentetarieven en veranderingen in het handelsverkeer. Alle ontwikkelde landen zouden dit goed moeten blijven monitoren, ook als zij nog niet de effecten van veroudering ondervinden. Relatief jonge landen als Mexico en Turkije zouden extra moeten oppassen door hun sterke economische banden met NAFTA en Europa, waar het proces van veroudering al langzaam is gestart. Aan de hand van lage vruchtbaarheidscijfers en een groeiend anti-vreemdelingenbeleid in Europa, wordt in een nieuwe VN-studie* gesuggereerd dat er een significante migratiestroom nodig zou kunnen zijn om de bevolkingsaantallen op peil te houden. Meer vreemdelingen zouden tevens Europa kunnen bijstaan in de competitie met de VS, waar de babyboomgeneratie veroudert en wordt ondersteund door een constante stroom arbeiders; vreemdelingen die jaarlijks naar de VS komen, 1,1 miljoen elk jaar vanaf 1960 tot 1996, aldus het rapport van VN. In tegenstelling tot andere scenario wordt in dit VN-rapport gezocht naar de benodigde aantallen arbeiders die de onevenwichtige verhouding werkenden-gepensioneerden in verouderende landen zouden kunnen opheffen. De statistieken helpen hierbij, omdat de ouderen bijvoorbeeld meer diensten zullen afnemen, met name in de gezondheidszorg. Omdat de vruchtbaarheidscijfers in Japan, Zuid Korea en Europa - dat de laagste geboortecijfers heeft - niet dramatisch lijken toe te nemen in de komende decennia, stelt de VN dat migratie het enige realistische antwoord is op de problematiek van de vergrijzing. Negen wegen waardoor voordeel wordt behaald met grotere vrijheid van migratie: (1) Het zal de totale output en het inkomen vergroten in de rijke gastlanden. (2) Het zal een efficiënt gebruik van 's werelds voorraden bevorderen, zowel in rijke als in arme landen. (3) Het zal het entrepreneurschap vergroten en de haperende economieën in West-Europa en Japan nieuw leven inblazen en de economie van Noord-Amerika helpen groeien. (4) Het zal het scheppen van kleine ondernemingen stimuleren. (5) Spaartegoeden zullen toenemen, evenals investeringen, en ook menselijk kapitaal zal kunnen worden geformeerd in de rijke landen. (6) De graad van vernieuwingsprocessen zal toenemen. (7) De financiële stromen naar arme landen kunnen toenemen. (8) De groei van het inkomen per hoofd van de bevolking versnellen in beide groepen landen. Denk aan de groei van West-Europa in de jaren '60, de groei in de jaren '70 in het Midden Oosten en zelfs ook de groei in de late 19e en vroege 20e eeuw. Al deze periodes worden gekenmerkt door een hoge mate van immigratie. (9) Tot slot, voor diegenen die bezorgd zijn over de sociale veiligheid in hun oudere dagen: immigratie zal de economische problemen opheffen die met de veroudering van de rijke landen zullen ontstaan. Wat is dan het probleem? Waarom alle drukte? De verdedigers van de restrictie van mobiliteit in arbeid gaan uit van drie argumenten. Migratie, wordt beweerd, verhoogt de werkloosheid. Dit is eenvoudig niet waar. De meeste migranten zullen de lagelonenbanen innemen. Banen die voor de autochtone bevolkingen niet meer attractief zijn. Zij vormen dus geen competitie voor de lokale populatie. Ten tweede creëert een hoog aandeel migranten hun eigen banen, hun eigen zaak. En ten derde, bij een gestimuleerde groei van de economie zal het werkloosheidscijfer juist afnemen. Migratie, wordt beweerd, zou de ongelijkheid doen toenemen. En inderdaad zullen de lonen die door de migranten worden geaccepteerd mogelijk lager uitvallen dan de reguliere lonen van de lokale bevolking, maar het kwantitatieve effect hiervan is slecht marginaal. De hoge stijging van de ongelijkheid in de VS heeft bijvoorbeeld weinig te maken met de immigratie. Belangrijker is dat bij bezorgdheid op dit punt men maatregelen zou moeten verwelkomen die een meer liberale internationale markt mogelijk maken, omdat vanuit het wereldperspectief migratie globalistische ongelijkheid reduceert.
Farhad Golyardi Linkshttp://www.eutopia.nl |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|