Auschwitz. Aankomen met de trein. Geroep. Bevelen. Angst en onzekerheid. De meesten naar links, sommigen naar rechts. Waarom? Monowitz. Zinloze arbeid voor een fabriek die nooit zal werken. Honderden zinloze regels. Altijd koud, altijd uitputting, altijd honger. En steeds opnieuw die selecties. Waarom eigenlijk? Birkenau. Dat is de Pijp, de schoorsteen. Het zekere einde van iedereen die hier ooit arriveerde. Vier jaar lang, aan één stuk door. Anderhalf miljoen mensen. Mannen, vrouwen. Kinderen. Waarom? Dat is nog altijd de vraag die door ieders hoofd suist. Waarom? Waarom zijn zovele miljoenen mensen van over heel Europa bijeengedreven? Met als enige doel vernietiging? Omdat ze Joods waren, zigeuner waren. Gewoon omdat ze er waren. Omdat ze bestonden. Omdat ze toevallig zo geboren waren. Het is nog altijd even onbegrijpelijk. Onbegrijpelijk wat hier is gebeurd. Wat hier is kunnen gebeuren. Hier in Auschwitz. In Treblinka. In Belzec, Sobibor, Chelmno, Majdanek, Maly Trostenets. De vernietigingskampen. En de zovele andere kampen zoals Bergen-Belsen, Buchenwald, Dachau, Mauthausen, Sachsenhausen,Warschau. Wat hier is gebeurd gaat ieder bevattingsvermogen te boven. Ik lees bij Primo Levi: “‘Honger’, ‘vermoeidheid’, ‘angst’, ‘pijn’, dat zijn vrije woorden, gemaakt en gebruikt door vrije mensen die leefden en gelukkig of ongelukkig waren in hun eigen huizen. Als de Lager langer waren blijven bestaan, zou er een nieuwe, grimmige taal zijn ontstaan; en die taal zou nodig zijn om uit te leggen wat het is om de hele dag in de wind en de vrieskou te werken met aan je lichaam niets dan een hemd, onderbroek en linnen jasje en broek, en erin uitputting, honger en het besef van het komende einde. In het Lager leer je af om te hopen en je verliest het vertrouwen in je eigen oordeel. In het Lager is denken nutteloos, omdat de dingen haast altijd gebeuren op een manier die je niet kunt voorzien: en het is ook schadelijk, omdat het een gevoeligheid levend houdt die je doet lijden, en die door een voorzienige natuurwet wordt afgestompt als het lijden een zekere grens overschrijdt.” Hier in Auschwitz zijn alle grenzen overschreden. Dit is een plaats waar de laatste sporen van de beschaving jaren aan een stuk zijn uitgewist. Door een regime van haat, nationalisme, racisme. Doelbewust. Simon Wiesenthal herinnerde zich een SS’er die er plezier in had de gevangenen cynisch te zeggen: “Hoe deze oorlog ook afloopt, de oorlog tegen jullie hebben wij gewonnen. Niemand van jullie zal overblijven om te getuigen, en ook al zou er iemand kunnen ontkomen, dan zal de wereld hem niet geloven. Er zullen misschien twijfels zijn, discussies, naspeuringen van historici, maar er zal geen zekerheid zijn, omdat wij tegelijk met jullie de bewijzen zullen vernietigen. En ook al zou er ergens een bewijs overblijven, en al zou iemand van jullie overleven, dan nog zullen de mensen zeggen dat de dingen die jullie vertellen te monsterlijk zijn om geloofd te worden. Ze zullen zeggen dat het overdrijvingen zijn van de geallieerde propaganda. Ze zullen ons geloven, die alles zullen ontkennen, en jullie niet. De geschiedenis van de concentratiekampen zal door ons geschreven worden.” Om dat juist te verhinderen. Om te getuigen van de waarheid. Om te getuigen van de wrede gang van de geschiedenis, staan we hier vandaag. Van de Holocaust moet elk verhaal verteld worden, moet elk detail bewaard blijven, moet elk feit bekend worden gemaakt. Dat zijn wij aan alle slachtoffers, doden én overlevenden, verplicht. Het is onze plicht hun verhaal door te geven. Aan onze kinderen, aan onze kleinkinderen. En we moeten ervoor zorgen dat zij op hun beurt hetzelfde doen. Generatie na generatie. Want het gaat hier niet om anderen. En ook niet over een ver verleden. Het gaat hier om ons, om onszelf, om wat wij van de toekomst willen maken. Daarom hecht ik zoveel belang aan dit museum. Het vertelt het verhaal van bij ons. Hoe vierentwintigduizend zigeuners, maar vooral mensen van Joodse afkomst na razzia’s in de Dossin-kazerne in Mechelen werden opgesloten. Hoe zij per trein rechtstreeks naar Auschwitz werden gedeporteerd. Mannen, vrouwen, kinderen. De meesten van hen werden bij hun aankomst in Birkenau vergast. Het oudste slachtoffer was 92, het jongste pas 36 dagen oud. De anderen hadden bij aankomst een levensverwachting van drie maanden. Slechts twaalfhonderd onder hen keerden weer. Het is hún verhaal dat hier wordt verteld. Niet met cijfers, maar met gezichten. Er zijn ook hoopgevende verhalen bij, verhalen van moed. Die mogen we evenmin vergeten. Van alle transporten naar Auschwitz is er één, slecht één dat ooit is tegengehouden en dat was in België. Op 19 april 1943 hebben drie jongens uit Ukkel het Twintigste Transport tot een noodstop gedwongen en hebben op die manier meer dan tweehonderd gedeporteerden uit de trein en dus van de dood gered. Of de heldendaad van Paul Halter, zelf overlevende van Auschwitz, die 14 meisjes die eerder verraden waren, redde van de dood door hen te bevrijden. Het museum vertelt ook de verhalen van zij die ondergedoken waren en werden gespaard. Ik wil vandaag dan ook eer betuigen aan al die landgenoten die door hun moedig verzet zovele mensenlevens van een zinloze dood hebben gered. Vorig jaar op 27 januari (2005), de dag van de herdenking van de zestigste verjaardag van de bevrijding van Auschwitz, heb ik beloofd dat we in het Belgisch Paviljoen zouden renoveren. Uiteindelijk hebben we beslist om een nieuw museum bouwen. Ik denk dat we vandaag fier mogen zijn op het resultaat. Dat is te danken aan heel wat mensen. De leden van de stuurgroep, de Sauvegarde Auschwitz et Birkenau, de Fondation Auschwitz, het Mechels Museum voor Deportatie en Verzet, de Fondation du Judaisme de Belgique. Zij wezen bedankt voor hun financiële bijdrage en hun inzet. Ik dank ook de historici, het leger, de Nationale Loterij en de directie van Auschwitz. Ik bedank tot slot Ward Adriaens voor de coördinatie en Paul Vandebotermet, die in dit Belgisch Paviljoen een museum heeft uitgedacht en gerealiseerd. Een museum waarvan de bezoekers de beelden en gezichten zullen meedragen naar huis. In Mechelen is een museum op de vertrekplaats van de vele deportaties. Vandaag staat een nieuw museum op de eindhalte, Auschwitz. Het eindpunt van de beschaving. Een eindpunt waar we nooit meer mogen belanden. En de wegen die naar dit punt leiden, nationalisme, fanatisme en racisme zullen we met alle macht blijven versperren. Wij zullen hen die hier waren, nooit vergeten. We mogen ze nooit vergeten. Om op die manier er zeker van te zijn dat deze genocides en deze misdaden nooit meer plaatsgrijpen.
Guy Verhofstadt Guy Verhofstadt |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|