De mythe van de seculiere morele chaos

essay vrijdag 26 oktober 2007

Sam Harris

Het is niet mogelijk om lang de religieuze dogma's te bekritiseren zonder te worden geconfronteerd met de volgende bewering, al lijkt het ook vanzelfsprekend: er is geen seculiere basis voor de moraal. Het verkrachten en vermoorden van kinderen kan alleen maar echt fout zijn als er een God is die dit zegt, zo klinkt het. Anders zou goed en fout alleen maar een maatschappelijke constructie zijn, en elke maatschappij zou helemaal vrij zijn om te beslissen dat het verkrachten en vermoorden van kinderen eigenlijk een gezellig familiepretje is. In afwezigheid van god zou John Wayn Gacy een beter mens zijn dan Albert Schweitzer, als meer mensen het met hem eens waren.

Het is verbazingwekkend hoe groot de angst voor de seculiere morele chaos is, gegeven het grote aantal misvattingen over de moraal en de menselijke aard dat nodig is om die angst te laten rondspinnen in iemands hersens. Er is ongetwijfeld veel te zeggen over het vervalste verband tussen geloof en de moraal, maar de volgende drie punten moeten voldoende zijn.

1) Als een boek als de bijbel de enige betrouwbare blauwdruk voor menselijk fatsoen was die we hadden, zou het zowel praktisch als logisch gezien onmogelijk zijn hem in morele termen te bekritiseren. Maar het is ontzettend simpel om de moraal te bekritiseren die we in de bijbel vinden, omdat het meeste wat erin staat verfoeilijk is en onverenigbaar is met een beschaafde maatschappij.

Het idee dat de bijbel een perfecte morele gids is, is eigenlijk verbazingwekkend, de inhoud van het boek in aanmerking genomen. Mensenoffers, genocide, slavernij en vrouwenhaat worden constant aangeprezen. Natuurlijk is de raad van god aan de ouders verfrissend recht door zee: als kinderen iets doen wat niet mag, moeten we ze slaan met een roe (Spreuken 13:24, 20:30 en 23:13-14). Als ze schaamteloos genoeg zijn om wat terug te zeggen, moeten we ze doden (Exodus 21:15, Leviticus 20:9, Deuteronomium 21:18–21, Marcus 7:9–13, and Mattheus 15:4–7). We moeten ook mensen stenigen voor ketterij, overspel, homoseksualiteit, het werken tijdens de sabbath, het vereren van gesneden beelden, het bedrijven van tovenarij en een grote verscheidenheid aan andere ingebeelde misdaden.

De meeste christenen verbeelden zich dat Jezus al deze barbarij heeft afgeschaft en een doctrine van pure liefde en tolerantie heeft afgeleverd. Dat deed hij niet. (Zie Mattheus 5:18–19, Lucas 16:17, Timotheus 3:16, Petrus 20–21, Johannes 7:19 en de complete Openbaringen). Iedereen die gelooft dat Jezus uitsluitend de gulden regel en het liefhebben van je naaste leerde, moet het Nieuwe Testament nog een keer lezen. En hij moet speciale aandacht schenken aan de moraal die we te zien krijgen als Jezus ooit, omgeven door een vlammend vuur, terugkeert naar deze aarde (bijvoorbeeld Thessalonicenzen 1:7–9, 2:8; Hebreeën 10:28–29; 2 Petrus 3:7 en de complete Openbaringen).

Het is geen toeval dat Thomas van Aquino dacht dat ketters moesten worden gedood en dat Augustinus dacht dat ze moesten worden gemarteld (vraag je eens af, wat is de kans dat deze goede verkondigers van de kerk het Nieuwe Testament niet goed genoeg hebben gelezen om erachter te komen dat ze er helemaal naast zaten?) Als bron van een objectieve moraal is de bijbel een van de vreselijkste boeken die er bestaan. Het zou zelfs het ergste boek kunnen zijn eigenlijk - als we niet ook nog de koran hadden gehad.

Het is belangrijk te benadrukken dat we bepalen wat er goed is aan het Goede Boek. We lezen over de gouden regel en oordelen dat het een briljant destillaat is van veel van onze ethische impulsen. We lezen dat een vrouw waarvan wordt ontdekt dat ze geen maagd is tijdens haar huwelijksnacht ter dood moet worden gestenigd, en we (als we beschaafd zijn) oordelen dat dit de weerzinwekkendste krankzinnigheid is die je je kan voorstellen. Onze eigen ethische intuïtie is dus primair. Daarom is de keuze simpel: of we kunnen een 21e-eeuwse discussie voeren over ethiek - waarbij we beschikken over alle argumenten en wetenschappelijke inzichten die zich in de laatste tweeduizend jaar van het menselijk discours hebben opgebouwd - of we binden ons aan de conversatie uit de eerste eeuw zoals die is bewaard gebleven in de bijbel.

2) Als godsdienst nodig was voor de moraal, zou er enig bewijs te vinden zijn dat atheïsten een lagere moraal hebben dan gelovigen.

De katholieke Hitler liet zich inspireren door het christendom. Dat is gedocumenteerd in zijn propaganda, zijn uitspraken, op foto's en in zijn boek Mein Kampf.

Gelovigen beweren regelmatig dat het atheïsme verantwoordelijk is voor een aantal van de meest afgrijselijke misdaden van de 20ste eeuw. Zijn atheïsten inderdaad minder moreel dan gelovigen? Terwijl het waar is dat Hitler, Stalin, Mao en Pol Pot in verschillende mate areligieus waren, waren ze niet speciaal rationeel. Hun uitspraken waren weinig minder dan een litanie van waanvoorstellingen - waanvoorstellingen over ras, economie, nationale identiteit, het verloop van de geschiedenis of de morele gevaren van het intellectualisme. In veel opzichten was godsdienst hier bovendien direct de schuldige. Denk bijvoorbeeld aan de holocaust: het antisemitisme waar de nazi's steen voor steen hun crematoria op bouwden was een directe erfenis van het middeleeuwse christendom. Eeuwenlang hadden de Europese christenen de joden beschouwd als de ergste soort ketters, en elk maatschappelijk kwaad toegeschreven aan hun aanwezigheid onder de gelovigen.

Terwijl de jodenhaat in Duitsland zich manifesteerde op een overwegend seculiere manier, waren de wortels ervan zonder twijfel religieus - en het expliciete demoniseren van de joden in Europa duurde voort tijdens deze hele periode. (Het Vaticaan zelf zette de beschuldigingen van joods kannibalisme in hun kranten voort tot in 1914). Auschwitz, de Goelag-archipel en de Killing Fields zijn geen voorbeelden van wat er gebeurt als mensen te kritisch nadenken over onverantwoorde ideeën; integendeel, deze gruwelijkheden getuigen van het gevaar om niet kritisch genoeg te denken over bepaalde seculiere ideologieën. Onnodig te zeggen dat een rationeel argument tegen religieus dogma geen argument is tegen het blind omarmen van het atheïsme als dogma. Het probleem dat de atheïst opwerpt is geen ander probleem dan het probleem van het dogma zelf - waar elke godsdienst meer dan zijn deel van heeft. Ik ken geen samenleving in de opgetekende geschiedenis waarin mensen leden omdat de mensen te redelijk waren.

Volgens het Human Development Report (2005) van de Verenigde Naties zijn de meest atheïstische landen - zoals Noorwegen, IJsland, Australië, Canada, Zweden, Zwitserland, België, Japan, Nederland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk - in feite de gezondste landen, zoals blijkt uit de statistieken over levensverwachting, alfabetisme onder volwassenen, inkomen per hoofd van de bevolking, opleiding, gelijkheid der geslachten, moordcijfers en kindersterfte. Daartegenover staat dat de vijftig landen die bij de VN onderaan staan in termen van ontwikkeling stuk voor stuk religieus zijn. Natuurlijk tonen dit soort gegevens geen verbanden aan van oorzaak en gevolg - het geloof in god kan er wel toe leiden dat een maatschappij niet functioneert, of het niet functioneren van een maatschappij kan leiden tot een sterker geloof in god, elke factor kan de andere beïnvloeden, of beide ontspringen misschien aan een diepere bron van ellende. Maar oorzaak en gevolg niet meegerekend, deze feiten bewijzen dat atheïsme helemaal verenigbaar is met de meest basale ambities van een beschaafde maatschappij. Ze bewijzen ook dat religie niets te maken heeft met de gezondheid van een maatschappij.

3) Als godsdienst werkelijk de enige voorstelbare objectieve basis voor moraal is, zou het onmogelijk zijn een niet-theïstische basis voor een moraal te bedenken? Maar dat is niet onmogelijk; het is nogal makkelijk.

Het is duidelijk dat we objectieve morele bronnen kunnen bedenken zonder dat die het bestaan van een wetgevende god vereisen. In The End of Faith beargumenteerde ik dat vragen over de moraal in werkelijkheid vragen zijn over geluk en lijden. Als er objectief betere en slechtere manieren zijn om te leven en het geluk in de wereld zo groot mogelijk te maken, zou het de moeite waard zijn deze objectieve morele waarheid te kennen. Of we in een positie zijn om deze waarheden te ontdekken en het ermee eens te zijn kun je niet van tevoren weten (en dat is het geval met alle vragen omtrent wetenschappelijke feiten). Maar als er psychische wetten bestaan die ten grondslag liggen aan het menselijk welbevinden - en waarom zou dat niet zo zijn? - dan zijn deze wetten potentieel te ontdekken. Kennis van deze wetten zou een duurzame basis verschaffen voor een objectieve moraal. Intussen suggereert alles rond de menselijke ervaring dat liefde beter is dan haat als het doel is dat we in deze wereld gelukkig leven. Dat is een objectieve eis voor de menselijke geest, de dynamiek van maatschappelijke relaties en de morele orde van onze wereld. Terwijl we niet iets hebben als een definitieve wetenschappelijke benadering om het menselijk geluk tot het maximale te verheffen, lijkt het veilig te stellen dat het verkrachten en vermoorden van kinderen geen bouwstenen voor een gelukkige maatschappij zijn.

Een van de grootste uitdagingen voor de beschaving van de 21ste eeuw, is dat mensen leren te spreken over hun diepste persoonlijke zorgen - over ethiek, spirituele ervaringen en de onvermijdelijkheid van het menselijk lijden - op een manier die niet totaal irrationeel is. Niets vormt een grotere barrière voor dit project dan het respect dat we toekennen aan religie. Onverenigbare religieuze doctrines hebben onze wereld gebalkaniseerd in gescheiden morele eenheden, en deze divisies zijn een voortdurende bron voor conflicten geworden. Het idee dat er een noodzakelijk verband bestaat tussen geloof en de moraal is een van de voornaamste mythes die de godsdiensten een goede reputatie geven onder anderszins redelijke mannen en vrouwen. En toch is het een mythe die zo is doorgeprikt.


De auteur is schrijver van The End of Faith: Religion, Terror en The Future of Reason.



Dit artikel is een vertaling van het artikel The Myth of Secular Moral Chaos van Sam Harris, te lezen op de website van Council for Secular Humanism.



Vertaling door Els Geuzebroek



Deze tekst verscheen eerst op de website http://www.atheisme.eu/nl/

Sam Harris

Sam Harris

Links
http://www.atheisme.eu/nl/
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be