Zwijg niet over onvrijheid van de islam

essay vrijdag 05 mei 2006

Michiel Hegener

Joost Eerdmans en Marco Pastors bepleiten (NRC Handelsblad Opinie & Debat van 11 maart) dat de overheid “pal staat voor moslims die hun nek durven uitsteken. De vrees onder moslims voor de (dood)straf die in de islam is gesteld op afvalligheid, is groot.” Dat is juist, maar twee belemmeringen voor dat overheidsbeleid zien ze over het hoofd.

Om te beginnen is er een retorisch probleem. Nederlandse niet-moslims hebben geen idee van de vrees voor wraak en uitstoting die leeft bij aspirant islamverlaters. De islam is de enige religie ter wereld die uittreding verbiedt. Mohammed stelde de doodstraf in voor het verlaten van de door hem zelf gestichte religie. In een reeks landen is die doodstraf wettelijk vastgelegd, een paar Maleisische deelstaten hebben heropvoedingskampen voor islamverlaters. En het vrije Westen zwijgt in alle talen. De meeste moslims in het Westen mogen hun geloof wel laten versloffen, maar als ze met opgaaf van redenen breken met de islam en vervolgens openlijk overstappen op het christendom, het atheďsme, het boeddhisme, het hindoeďsme of wat dan ook, moeten ze rekenen op grote problemen: hier al, en zeker bij bezoek aan het land van herkomst. Wie twijfelt aan het bovenstaande leze Leaving Islam: Apostates Speak Out (2003) van Ibn Warraq. Of surf naar websites waar ex-moslims anoniem hun verhaal vertellen. Een voorbeeld uit honderden: een Engelse jongen van Pakistaanse afkomst schrijft dat hij dolgelukkig is dat hij met de islam heeft gebroken, maar tegelijk bedroefd omdat hij de rest van zijn leven zal moeten veinzen moslim te zijn.

De geloofsonvrijheid van bijna een miljoen Nederlanders krijgt nauwelijks aandacht in de politiek en de media, en het is hoog tijd om de schijnwerpers te zetten op het verbod de islam te verlaten. Dat is nodig om het maatschappelijke debat te laten losbranden, wat weer voorwaarde is voor de oplossing van deze misstand. Een hindernis bij het bestrijden van het probleem is het wijdverbreide idee dat religie in wezen niks anders is dan cultuur. Religie mag culturele aspecten hebben, in essentie gaat het over een wereld geregeerd door God (christenen) of Allah (moslims), door meer goden (hindoes) of geen god (boeddhisten), waar de menselijke ziel na de dood en voor de conceptie vertoeft. Wat daarvan waar is maakt in dit verband niet uit, punt is dat het geen cultuur is.

Religie is een stelsel van opvattingen over een vermeend of werkelijk bestaand transcendent universum; gebed en/of meditatie zijn sleutels om tijdens het aardse leven toegang te houden tot het transcendente. De drager van die opvattingen en sleutels is het individu en niet de groep, dat is de essentie van vrijheid van godsdienst. Door het verbod op afvalligheid stelt de islam de groep boven het individu, en schendt daarmee de vrijheid van godsdienst stelselmatig en grootschalig. Respect voor de islam ontneemt ons het zicht op het totale gebrek aan respect binnen de islam voor de vrijheid van godsdienst van het individu.

Dat voert naar het tweede probleem dat Pastors en Eerdmans in hun overigens uitstekende stuk onbesproken laten: de schending van de vrijheid van godsdienst van Nederlandse islamitische kinderen. Ze krijgen ingepeperd dat ze als moslim zijn geboren en dat uittreden niet mag. Als daarin geen radicale verandering komt, als die kinderen niet leren dat geloof een individuele keus is, wordt dat “pal staan van de overheid” dweilen met de kraan open. In 1995 ondertekende Nederland het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). In de ontwerptekst stond dat elk kind, ongeacht leeftijd, zelf een godsdienst mocht kiezen, maar dat werd geschrapt op verzoek van islamitische landen, Polen en Vaticaanstad. Opmerkelijk is dat het overwegend hindoeďstische India, en Israël, bolwerk van het Joodse geloof, geen probleem hadden met die ontwerptekst. In 1992 liet Nederland in een "interpretatieve verklaring" inzake het definitieve IVRK weten de godsdienstige keuzevrijheid van kinderen wel te zullen respecteren. Ieder Nederlands kind mag van religie of levensbeschouwing veranderen, op papier dan. Het is een dode letter in onze wetgeving.

Daar valt iets aan te doen met een apart schoolvak vrijheid van godsdienst, en dan niet alleen voor islamitische leerlingen. Alle andere religies erkennen het recht op afvalligheid, maar in hoeverre wordt dat duidelijk gemaakt aan de kinderen uit die groepen? En hoeveel kinderen uit een atheďstisch milieu krijgen te horen dat zij, en niet hun ouders, bepalen wat ze geloven? Leer kinderen dat niemand iets te zeggen heeft over hun geloof en dat zij niets te zeggen hebben over het geloof van anderen. En maak ze duidelijk waar ze kunnen aankloppen als hun vrijheid van godsdienst wordt geschonden, thuis of waar dan ook.

Het verbod op afvalligheid is een schending van artikel 6 (over vrijheid van godsdienst en levensbeschouwing) van de Grondwet: niet verticaal, van overheid naar burger, maar horizontaal, tussen burgers onderling. Toen we in de jaren zestig en daarna gingen beseffen dat de horizontale werking van artikel 1 (het discriminatieverbod) ernstig werd geschonden, is daar van alles aan gedaan. Aanpassingen in het strafrecht, het civiel recht, voorlichting en laagdrempelige klachtenprocedures moeten sindsdien verhinderen dat burgers elkaar discrimineren. Nu is het tijd om gestalte te geven aan de horizontale werking van artikel 6.


De auteur is journalist. Hij schreef het boek Vrijheid van godsdienst (2005)



Deze tekst verscheen in NRC Handelsblad van 21 maart 2006




Michiel Hegener

Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be