In het hoofdstuk Het blozende dier in het boek Het einde van de geschiedenis en de laatste mens van Francis Fukuyama komt een passage voor waardoor een fundamenteel verschil in interpretatie kan ontstaan tussen Engelstaligen en andere sociaal-wetenschappelijke taalgebieden. Ik citeer op bladzijde 316/7 de volgende alinea (van de Nederlandse vertaling van 1992): “Het feit dat belangrijke sociale ongelijkheden zelfs in de volmaaktste liberale maatschappijen zullen blijven bestaan, houdt in dat de spanning tussen het dubbele principe van vrijheid en gelijkheid waarop deze maatschappijen berusten, ook blijft bestaan. Deze spanning, die Tocqueville met zoveel woorden heeft genoemd, zal even ‘noodzakelijk en onuitroeibaar’ zijn als de ongelijkheid waaruit ze voortkomt. Met elke poging de minder bevoorrechten een ‘gelijke waardigheid’ te geven, zullen de vrijheid of rechten van anderen worden ingeperkt, zeker wanneer de oorzaken van de achterstand diep in de sociale structuur zijn verankerd. Elke arbeidsplaats of universitaire opleidingsplaats die in het kader van positieve discriminatie speciaal aan een lid van een minderheidsgroepering ter beschikking wordt gesteld, betekent een plaats minder voor andere mensen; elke overheidsdollar die wordt uitgegeven aan een nationale ziektekostenverzekering of aan sociaal werk betekent even zoveel minder voor het bedrijfsleven; elke poging arbeiders voor werkloosheid of bedrijven voor faillissement zal minder vrijheid betekenen. Er is geen vast of natuurlijk evenwicht voor vrijheid en gelijkheid, noch is er een manier om ze tegelijkertijd te optimaliseren.” Welke kanttekeningen zijn hierbij te plaatsen? In de eerste plaats dat er geen sprake is van spanning tussen vrijheid en gelijkheid als waarden, want ze vullen elkaar aan. Zo goed als ook de waarde ‘broederschap’, die mede tot de traditionele drieslag wordt gerekend die de Franse revolutie heeft mogelijk gemaakt, een noodzakelijke aanvulling betekent. Noodzakelijk, omdat broederschap zonder vrijheid en gelijkheid inhoudsloos is, zo goed als vrijheid zonder gelijkheid op dezelfde inhoudsloosheid uitkomt. Vrijheid beschouwen als afzonderlijke waarde of beginsel leidt immers, zonder randvoorwaarden te stellen, tot het recht van de sterkste. En dan zijn we weer in de Middeleeuwen terechtgekomen, hetgeen niet de bedoeling kan zijn. Gelijkheid als fundamentele waarde perkt de absolute vrijheid in, zodat deze vrijheid niet kan ontsporen. Een beperkende waarde dus, zoals de bedoeling is. Naar mijn inschatting – zo noem ik het volgende dilemma aangezien ik geen literatuur terzake ken waarin deze vraag getoetst is – bestaat er een potentieel misverstand bij liberalen als verdedigers van het vrijheidsprincipe. Dat misverstand bestaat uit de twee denkrichtingen die een liberaal kan bewandelen. (i) Het merendeel van de aanhangers van het liberalisme zal niet beter weten, of liever: weet niet beter dan dat het liberalisme staat voor vrijheid en de sociaal-democratie staat voor gelijkheid; (ii) een minderheid weet echter dat vrijheid en gelijkheid afgeleiden zijn van een ander beginsel, te weten de menselijke ontplooiing, die daartoe de vrijheid moet hebben om zijn eigen keuzes te maken en daarnaast gelijke toegang tot opleidingsinstituten, opdat zijn talent en capaciteiten ook daadwerkelijk ontwikkeld kunnen worden. Het grote probleem en dilemma doet zich dus voor dat dat uitgaan van het denken van de een (i) of de andere (ii) optie tot twee geheel verschillende denkconstructies leidt. Mijn vermoeden is dat hier ook de bron gelegen is van het klassieke liberalisme dat gebaseerd is op het centrale thema van de vrijheid [dus (i)] en dat de sociaal-liberaal uitgaat van het ontplooiingsmodel (ii) dat de mens centraal stelt, in plaats van de vrijheid. En deze fundamenteel bestaande keuzevrijheid (geen denkrichting kan verboden worden!) leidt ertoe dat er geheel verschillende maatschappijconcepten ontwikkeld worden, die tot de dag van vandaag actueel zijn in de vorm van een conservatief of vooruitstrevend liberaal maatschappijconcept. Zoals aangeven zijn vrijheid en gelijkheid geen tegenpolen maar elkaar aanvullende waarden. Stellen dat beide begrippen spanning oproepen, zoals Fukuyama doet, is aldus een onjuiste aanname, omdat die tegenstelling noch historisch (Franse revolutie!), noch filosofisch bestaat. Het zijn, zoals net uiteengezet elkaar aanvullende en complementaire begrippen. Alleen kent de liberale traditie een dominantie toe aan het vrijheidsbeginsel, terwijl de sociaal-democratie zijn opkomst en bestaan te danken heeft aan de tekortkomingen van het liberalisme, dat onvoldoende oog had voor de negatieve effecten van het ‘pure’ vrijheids- en laissez-faire-denken. De sociaal-democratie heeft daarom ook altijd meer accent toegekend en gegund aan het gelijkheidsbeginsel. In dit kader zou zelfs verdedigd kunnen worden dat het communisme aan het broederschaps- en gelijkheidsbeginsel de absolute prioriteit heeft gegeven, zodat de fundamentele behoefte aan individuele vrijheid onvoldoende recht woerd gedaan. Wat wil hiermee gezegd worden in antwoord op de beweringen van Fukuyama? Dat de politieke beginselen waarover we hier spreken behandeld moeten worden als politieke, als ‘geestelijke’ waarden, hetgeen wil zeggen dat, parallel aan het gegeven dat politiek weinig anders betekent dan woordenstrijd, beginselen moeten worden beschouwd als gedachteconstructies, die tot taak hebben om de – ons omringende - wereld vorm te geven en dat gebeurt, zoals bekend, via politieke besluitvorming. Dit wil dus zeggen dat hieraan geen invulling kan worden gegeven zoals Fukuyama dat doet, namelijk door te stellen dat het denken in termen van vrijheid en gelijkheid vertaald moet worden in een zuiver materiële context: ‘Elke arbeidsplaats of universitaire opleidingsplaats die in het kader van positieve discriminatie speciaal aan een lid van een minderheidsgroepering ter beschikking wordt gesteld, betekent een plaats minder voor andere mensen; elke overheidsdollar die wordt uitgegeven aan een nationale ziektekostenverzekering of aan sociaal werk betekent even zoveel minder voor het bedrijfsleven; elke poging arbeiders voor werkloosheid of bedrijven voor faillissement zal minder vrijheid betekenen.’ Hierbij heb ik zelf de cursiveringen aangebracht om daarmee aan te geven waar het accent ligt. Ik geef toe, dat je zo met het vrijheids- en gelijkheidsbeginsel kunt omgaan, maar dat roept onherroepelijk ‘interne’ – binnen liberale kring – tegenstellingen op, en dan houden we ons nog niet eens bezig met ideologische tegenstellingen die bestaan met de sociaal-democratie. Het geeft overigens wel een verklaring voor het feit dat er het denken in vrijheids- en gelijkheidstermen wel een boeiende matrix oplevert, omdat er spontaan vier categorieën mogelijk worden, die zich ook in de praktijk hebben gemanifesteerd: de conservatief liberaal, de sociaal-liberaal, de liberale sociaal-democraat en de oude ‘klassieke’ socialist; allemaal loten aan dezelfde tak en dan moet hierbij de oude antithese uit de negentiende eeuw in herinnering worden gebracht toen de fundamentele tegenstelling bestond uit confessioneel en niet-confessioneel. Kortom, met deze uitwerking van deze passage is alsnog een tegenbewijs geleverd van Fukuyama’s stelling dat de historische tegenstellingen voorbij zijn en dus het einde van de geschiedenis kon worden geproclameerd. Ik stel hier tegenover dat de historische tegenstellingen op een enerzijds subtielere wijze voort blijven bestaan in de vorm van een geestelijk liberalisme (ii) tegenover materieel-liberalisme (i) en dat de liberale democratie nu tevens te maken heeft gekregen met de confrontatie met een nieuw type confessionalisme in de vorm van islamfundamentalisme, waarmee weer nieuwe verdiepingsmogelijkheden binnen het liberale denken worden geopend. Waar het beroemde boek van Fukuyama aanleiding was tot liberale zelfgenoegzaamheid, daar heeft ‘de natuur’ gezorgd voor een nieuwe tegenstelling, die de westerse zelfgenoegzaamheid krachtig tot de orde heeft geroepen.
Jan Willem Jongejans Jan Willem Jongejans Linksmailto:jw.jongejans@freeler.nl |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|