Laudatio voor Mario Vargas Llosa

essay vrijdag 14 februari 2003

Nadia Lie

Een laudatio is een vreemd genre. Het probeert de verwezenlijkingen van een heel leven in een paar minuten samen te vatten, het impliceert een alomvattend oordeel over een persoon, en het maakt van die persoon een soort fictionele held, met louter deugden. Als degene die geprezen moet worden de schrijver Mario Vargas Llosa is, wordt het genre nog vreemder. Want Vargas Llosa's complexe romans samenvatten in enkele regels, is een onmogelijke opgave; een alomvattend oordeel uitspreken, is iets wat hij als romancier altijd angstvallig vermeden heeft; en helden met louter deugden zijn wel het laatste wat hem als schrijver kan bekoren. Literatuur moet, zo zegt de epigraaf van zijn boek, Lof van de stiefmoeder, mensen hun ondeugden teruggeven, zodat zij die kunnen dragen als een koninklijke mantel, met waardigheid, en zonder haast. Misschien is deze laudatio dus wel een soort van misverstand, en daardoor een ironische illustratie van wat Jorge Luis Borges in een van zijn kortverhalen over beroemde schrijvers zegt: dat hun roem altijd gebaseerd is op een misverstand: "que la gloria es una incomprensión". En toch. Als er één schrijver is die begrip zal opbrengen voor de misverstanden van deze laudatio, dan is het wel Mario Vargas Llosa. Want in verschillende essays heeft hij betoogd dat niet alleen een laudatio, maar het leven zelf, gebaseerd is op misverstanden en leugens. En dat literatuur juist literatuur is, omdat het leugens op een bewuste manier gebruikt, zo bewust, dat er paradoxaal genoeg een diepere waarheid ontstaat: de waarheid van de leugens, zoals de Spaanse titel van een van zijn essaybundels het zegt. Als er iemand is die vandaag niet verwacht een natuurgetrouw portret van zichzelf te vinden, is het wel deze schrijver, die in 1936 in Arequipa geboren werd. Voor wie in de jaren dertig in Peru het licht zag, was schrijver willen worden meer dan een moeilijke keuze: het was, zoals hij ooit verklaarde, een bewijs van krankzinnigheid. Want in dat land waren er geen mensen die goede boeken lazen, konden schrijvers nooit van hun pen leven, en kwamen literaire standaards altijd van elders. Peru leek de verste uithoek van de literaire wereld. Maar Mario Vargas Llosa was er de man niet naar om zich bij dit soort omstandigheden neer te leggen. Hij maakte zich los van familie en vrienden en kwam naar Europa om er zijn droom te verwezenlijken. Ondertussen bleef de Peruaanse maatschappij in zijn hoofd rondspoken, een maatschappij van tegenstellingen en geweld, van geografische diversiteit en diepgeworteld racisme, van dictators en corruptie. Voor elk van zijn boeken groef hij diep in zijn geheugen om een wereld op te roepen die hij haatte en liefhad terzelfder tijd. Zijn zelfgekozen ballingschap in Europa en het kritische beeld dat hij van Peru schiep, leverden hem niet alleen bewondering op, maar ook vijanden in eigen land. Zij begrepen niet dat Vargas Llosa iets heel belangrijks aan het doen was: Latijns-Amerika op de literaire kaart zetten. Niet als een vergeten, onderontwikkelde uithoek, maar als een plaats waar nieuwe dingen gebeurden, en waarvan men iets kon leren. Wat leerde men van Vargas Llosa? Dat auteurs, die de literatuurgeschiedenis zorgvuldig gescheiden had, perfect combineerbaar waren: de veeleisende stilist Gustave Flaubert met de veelschrijver Alexandre Dumas. De modernisten Joyce en Faulkner met de realist Balzac. En zij allen op hun beurt met Latijns-Amerikaanse stemmen als Borges en Arguedas of populaire genres als de radio soap. Vargas Llosa aarzelde niet om bij al deze schrijvers in de leer te gaan, maar besefte tegelijkertijd dat hij hetgeen hij leerde op een creatieve manier moest gebruiken en aanvullen om zijn eigen, veelzijdige en complexe Peru op te roepen. Zijn oeuvre werd een toetssteen voor narratologen, die zich verplicht zagen nieuwe termen te introduceren om deze werken te beschrijven. Een van Vargas Llosa's technieken bestaat erin om verschillende verhalen tegelijk te vertellen, ze zich elk te laten afspelen op een eigen plaats en ruimte, maar ze zodanig in de globale structuur op te nemen dat het 'communicerende vaten' worden: verhalen die elkaar beginnen te ontmoeten en op een geheimzinnige manier elkaars betekenis vergroten. Hoewel deze betekenis vaak kritisch was en politiek geladen, verdedigt Vargas Llosa consequent het belang van literatuur als autonoom gebied, een gebied waar de schrijver nooit gedwongen kan worden een politiek standpunt in te nemen, en waar ruimte moet blijven voor irrationaliteit en spel. Politieke standpunten innemen doet hij wel klaar en duidelijk in zijn essayistische werk, een genre dat hij zijn leven lang beoefend heeft. Hoewel zijn ideologische standpunten in de loop der jaren veranderd zijn, is hij steeds trouw gebleven aan eenzelfde ideaal: dat van de kritische intellectueel die niet bang is zich van zijn eigen verstand te bedienen, ook al is het om impopulaire dingen te zeggen of eigen standpunten openlijk te herzien. Zelfs toen hij in 1989 concrete politieke verantwoordelijkheid wilde opnemen en het voorwerp werd van dagelijkse bedreigingen en aanslagen, ook voor zijn familie, liet Vargas Llosa zich niet intimideren. De vrijheid van de literatuur die hem zo dierbaar is, veronderstelt een vrije maatschappij waarin niemand het woord ontnomen wordt. En aan zijn literaire kosmopolitisme, volgens hemzelf nu een kenmerk van de Latijns-Amerikaanse literatuur, beantwoordt zijn consequent verzet tegen elke vorm van racisme en xenofobie, van nationalisme en fanatisme. Zijn enthousiasme over de huidige globalisering, moeten we in deze context begrijpen, niet als een geloof in een onvermijdelijke uniformisering, maar in een wereld waarin wat vroeger gescheiden was door vlaggen en grenzen, plots, op een verrassende manier verbonden blijkt, en culturen die vroeger afgezonderd waren, van elkaar kunnen leren. Als wij dan vandaag Mario Vargas Llosa vragen de mantel der deugden aan te trekken, is dat niet om van hem een unidimensioneel mens te maken, maar omdat wij in hem die persoon herkennen wiens huidige preoccupaties op zo'n bijzondere manier resoneren in de onze, als waren literatuur en wetenschap geen gescheiden werelden, maar eveneens 'communicerende vaten'. Want meer dan ooit staan wij voor de noodzaak om van nieuwe en illustere voorbeelden te leren, maar tegelijk willen we dat blijven doen vanuit een eigen en eeuwenoude inspiratie. Een inspiratie die in de opdrachtsverklaring van de KULeuven beschreven staat, en waarden als vrij onderzoek en internationale gerichtheid combineert met kritische reflectie en maatschappelijke betrokkenheid. Een inspiratie, ook, die al te vinden is bij Eramus, die eminente geleerde en humanist, die hier te Leuven werkte, en die een Lof der zotheid schreef, omdat hij vond dat krankzinnigheid niet thuishoort bij de ondeugden, maar bij datgene wat recht van spreken heeft, en waarnaar geluisterd moet worden.


Dit laudatio werd uitgesproken te Leuven op 3 februari 2003 naar aanleiding van het eredoctoraat voor Mario Vargas Llosa.

Nadia Lie, Professor KULeuven

Nadia Lie

Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be