De actualiteit van Karl Popper

essay vrijdag 07 oktober 2011

Lieven Monserez

Vorige week hield de Nederlandse Minister-president Mark Rutte de Vijfde Popperlezing van Liberales. Daarbij legde hij de nadruk op het actuele belang van de ideeën van Karl Popper op de huidige politieke, sociale en economische ontwikkelingen. Maar het lijkt me absoluut nodig dit ook te doen voor de financiële sector die de voorbije jaren zo vaak negatief in het nieuws was. Het is de hoogste tijd dat topmanagers, politici en de financiële sector zich meer zouden laten leiden door The Open Society and Its Enemies van Popper. Voor een goed begrip: in dit boek heeft Popper het gemunt op denkers als Plato, Hegel en Marx. Volgens Popper vertrokken ze van de totaal verkeerde vooronderstelling dat alle maatschappelijke fenomenen in één allesomvattend schema konden worden gevat. Zo zou een pasklaar en wetmatig antwoord op alle maatschappelijke problemen kunnen worden gevonden. Volgens Popper daarentegen hangt de ontwikkeling van de geschiedenis af van de groei van kennis. En het valt gewoon niet te voorzien hoe de groei van de kennis zal verlopen. We kunnen de samenleving dan ook niet radicaal omvormen op basis van vermeende ‘wetten van de geschiedenis’. Men kan de samenleving slechts stap voor stap verbeteren.

In zijn boek Lost in Management komt de Franse organisatiesocioloog François Dupuy tot een gelijkaardig besluit. Dat is dan wel op het terrein van het leiden van bedrijven. De ondertiteI van zijn werk is dan ook niet voor niets La vie quotidienne des entreprises au XXIe siècle. Als organisatiesocioloog gaat François Dupuy na hoe organisaties zoals bedrijven echt werken. Op basis van een gedegen analyse formuleert hij dan verbeteringsvoorstellen aan zijn opdrachtgever. In Lost in Magement beschrijft hij 18 onderzoeken die hij vanaf 2006 heeft uitgevoerd. 16 onderzoeken gebeurden bij private ondernemingen, 2 onderzoeken bij organisaties uit de publieke sector. Daarbij interviewde hij bijna 800 personen. Het beeld dat daarin naar voren komt wijkt, zacht gezegd, sterk af van wat topmanagers zich inbeelden en van wat business schools als model naar voor schuiven. De centrale boodschap van François Dupuy is de volgende. De laatste decennia is de macht verschoven naar de klanten. Klanten weten steeds beter wat er in de markt staat. Internet heeft de zaken een flink stuk transparanter gemaakt. Tevens is de concurrentie fors toegenomen door de globalisering en de vrijmaking van de wereldhandel. Zo worden ondernemingen gedwongen om productiever te werken en/of de kosten te drukken.

Een managementterm die dan snel opgeld maakt is ‘integratie’. Plotsklaps, van het ene moment op het andere, moeten departementen, die tot dan niets met elkaar gemeen hebben, zich houden aan dezelfde processen. Door overal te werken met dezelfde doelstellingen, dezelfde procedures, dezelfde prestatie-indicatoren hoopt het topmanagement dat alle neuzen in dezelfde richting zullen wijzen. Maar helaas, driewerf helaas. Op die manier zal men geen greep krijgen op de realiteit. Daarvoor is de werkelijkheid te complex en te weerbarstig. Eén voorbeeld maar. Dergelijke integratieprocessen zorgen ervoor dat topmanagers een overvloed aan rapporten, audits en andere documenten over zich heen krijgen. Dergelijke stortvloed aan gegevens krijgen ze uiteraard niet verwerkt. Wat doet men dan in dergelijk geval? Men zal zich op bepaalde kwesties concentreren. Problemen op andere domeinen kunnen dan lang onopgemerkt blijven. Wat is dus het uiteindelijke resultaat? Alles wordt gecontroleerd, maar niets is meer echt onder controle. Of nog, te veel toezicht doodt het toezicht.

Hoe zou het dan wel moeten? Volgens François Dupuy moeten managers zich ontdoen van hun rol als controleur. Ze moeten zich integendeel ontpoppen als interne consultants, door goede raad en daad te geven en door steun te verlenen aan beloftevolle projecten. Zo bewijzen ze hun bedrijven veel betere diensten dan in hun rol van bureaucraat die uitgebreide verslagen opvraagt die dan uiteindelijk stof vergaren in een bureaulade. In dergelijke omgeving doet de titel er helemaal niet meer toe. De macht en invloed die men heeft, kunnen hun bestaansreden niet meer vinden in de positie die men bekleedt in de hiërarchische pikorde. Men zal daarentegen zijn ideeën moeten kunnen verkopen. Men zal eveneens naar bondgenoten op zoek moeten gaan om samen sterker te staan. Men zal dus in debat moeten gaan om met overtuigende argumenten de anderen te kunnen overtuigen. Men mag zich eveneens moeten bekwamen in het geduldig onderhandelen om coalities te smeden. Alleen zo zal men zijn eigen doel stap voor stap kunnen bereiken. Op die wijze zal tegelijkertijd de organisatie zelf stap voor stap beter kunnen werken. Klinkt nogal Popperiaans, niet …

Een gelijkaardige gedachte ontwikkelt John Kay, een Britse econoom die regelmatig een column in de Financial Timesschrijft. in zijn recente boek Obliquity stelt hij het volgende. De kortste weg is de omweg. De ondertitel, Why Our Goals are Best Achieved Indirectly, zegt het eigenlijk allemaal. Recht op je doel afgaan is de beste wijze om dat doel niet te bereiken. Wil je iets bewerkstelligen, dan is het beter om gewoon te starten en stap voor stap te werk te gaan. De werkelijkheid is immers te complex om meteen alles te kunnen snappen en beheersen. Een gelijkaardig inzicht formuleerde John Stuart Mill al in zijn autobiografie uit 1873. Met het volgende citaat van Mill begint John Kay ten andere zijn eigen boek: “I never, indeed, wavered in the conviction that happiness is the test of all rules of conduct, and the end of life. But I now thought that this end was only to be attained by not making it the direct end. Those only are happy (I thought) who have their minds fixed on some object other than their own happiness; on the happiness of others, on the improvement of mankind, even on some art or pursuit, followed not as a means, but as itself an ideal end. Aiming thus at something else, they find happiness by the way.” Of hoe je het geluk vindt, niet door het als een direct doel na te jagen, maar door het aan te treffen langs het pad op weg naar een ander doel. Dat de directe aanpak inderdaad niet werkt, bewijst John Kay onder meer aan de hand van de oorlog in Irak. Deze operatie werd dat opgezet vanuit de vaste overtuiging in het hoofd van een aantal neoconservatieven dat deze oorlog zou bijdragen tot de democratisering van het Midden Oosten. Deze vaste overtuiging zorgde er echter voor dat men geen rekening wilde houden met feiten en argumenten die deze opinie op losse schroeven konden zetten. Men zette door, no matter what…

Dat de werkelijkheid te complex is om alles in één groot allesomvattend schema te vatten, zoals Popper betoogt, is door de recente financieel-economische crisis eens te meer aangetoond. De leerling-tovenaars van de financiële wereld hebben zich door hun eigen wiskundige modellen laten betoveren. In modellen kan men echter niet alles stoppen. Modellen moeten noodzakelijkerwijze de zaken versimpelen. Anders is het model niet te hanteren. Dit betekent dat een aantal factoren uit het model moet worden gelaten. Als dan later blijkt dat zo relevante factoren buiten beschouwing zijn gebleven, is er evident een probleem, en daar zijn we allemaal de dupe van. Daarom ook mogen de Europese politici zich nu bij de aanpak van de eurocrisis niet laten meeslepen door de financiële markten. Die smeken om een plan die alle problemen als bij toverslag en met onmiddellijke ingang oplost. Maar zoals Popper en ook John Kay betogen, de geschiedenis heeft al herhaaldelijk laten zien dat dergelijke gedirigeerde en directeaanpak niet kan werken. Er zullen altijd wel weer obstakels opduiken die roet in het eten zullen gooien.

Ons rest de indirecte aanpak, de weg van de geleidelijkheid. Het gaat erom dingen uit te proberen. Alleen zo kan men zien of iets werkt of niet. Zo kan men stap voor stap vooruitgaan en dichter bij het uiteindelijke doel terechtkomen. Met vallen en opstaan nadert men het doeleinde. John Kay heeft in dit verband zelfs letterlijk over aanmodderen, ‘muddling through’. Let wel, dit aanmodderen gebeurt wel doordacht en georganiseerd, op basis van ‘trial and error’. Men formuleert een hypothese en men gaat na of die werkt of niet. Of hoe men met Popper aan de slag gaat. De grote maatschappelijke problemen moeten we stap voor stap oplossen. Elke andere manier leidt tot chaos of onvrijheid.


Toespraak gehouden ter inleiding van de Vijfde Popperlezing van Liberales op 27 september 2001.


Lieven Monserez

Links
mailto:lmonserez@laga.be
Share |

De welvaart en trots van naties

Liberales organiseert op dinsdag 28 mei (20u) een gespreksavond met Olivier Boehme over zijn laatste boek 'De welvaart en trots van naties'. Klik hier voor meer info en inschrijven.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be