Ik heb mijn jeugd doorgebracht in Vancouver en elke zaterdag trok ik naar de islamitische school. Daar hoorde ik dat Joden niet te vertrouwen zijn, omdat niet Allah, maar het geld hun God is. Volgens mijn leraar denkt een Jood alleen maar aan zakendoen. Maar toen ik eens rondkeek in mijn buurt, zag ik boven de meeste nieuwe zaken Aziatische uithangborden prijken, borden in het Mandarijns, Kantonees, Japans, Koreaans, Hindi, Punjabi en heel veel Urdu, dat in heel Pakistan wordt gesproken. Hebreeuwse borden waren er evenwel niet te bespeuren. Ik werd met de neus op de werkelijkheid gedrukt en ik ging me afvragen of de religieuze school me misschien niet vormde. Wat als ze me probeerde te indoctrineren? Toen ik hoorde dat Salman Rushdie, auteur van De duivelsverzen en tien andere fictiewerken, door de Engelse koningin zal worden geridderd, schoot die vraag me opnieuw te binnen. Maandag zei de Pakistaanse minister van Religieuze Aangelegenheden dat het niet meer dan begrijpelijk zou zijn als boze moslims naar aanleiding van dat ridderschap zelfmoordaanslagen pleegden. Want had Rushdie immers niet de hele islam belasterd? Leden van het parlement en van de Pakistaanse regering versterkten de veroordeling van Groot-Brittannië nog toen ze hun ongenoegen uitten over de beledigingen aan het adres van de moslims van Europa tot Azië. En als moslim ben ik inderdaad beledigd. Maar dan wel door die absurde reacties. Ik ben beledigd omdat het niet de eerste keer is dat westerse onderscheidingen worden beantwoord met vitriool en geweld. In 1979 werd de Pakistaanse natuurkundige Abdus Salam de eerste moslim die de Nobelprijs in de wacht sleepte. Hij begon zijn dankwoord met een vers uit de Koran. Salams land had hem in de bloemetjes moeten zetten. In plaats daarvan probeerden relschoppers hem bij zijn terugkeer de toegang tot het land te ontzeggen. Het parlement noemde hem zelfs een niet-moslim, omdat hij tot een religieuze minderheid behoorde. Zijn naam blijft ook nu nog, op voorzichtig aansturen van de overheid, controverse uitlokken. Ik ben beledigd omdat er in Pakistan elk jaar meer vrouwen worden vermoord omdat ze de eer van hun familie hebben bezoedeld dan er gevangenen in Guantanamo Bay zitten. De moslims hebben de mishandeling van de gevangenen terecht aangeklaagd. Maar waar blijft onze verontwaardiging als ons eigen volk veel meer moslims om het leven brengt? Ik ben beledigd omdat de mullahs van een extremistische moskee in Pakistan in april een fatwa tegen het knuffelen hebben uitgevaardigd. De vrouwelijke minister van Toerisme liet zich een schouderklopje van haar skydiveleraar welgevallen nadat ze op een Frans benefiet ten voordele van de slachtoffers van de aardbeving van 2005 een succesvolle sprong had gemaakt. Voor de geestelijken had ze ‘een zware zonde’ begaan omdat ze een andere man had aangeraakt. Ze eisten haar ontslag. Ik ben beledigd door hun fatwa, waarin ze stellen dat vrouwen aan de haard moeten blijven en hun lichaam altijd volledig moeten bedekken. Ik ben beledigd omdat ze uitbaters van muziekwinkels en videoverkopers zo onder druk hebben gezet dat ze hun handel mochten opdoeken. Ik ben beledigd omdat de regering naar hun pijpen danst, omdat de gestoorde geestelijken dreigen met zelfmoordaanslagen als hen ook maar een strobreed in de weg wordt gelegd. Ik ben beledigd omdat zondag minstens 35 moslims in Kaboel aan flarden werden geschoten door andere moslims. Dinsdag brachten islamitische ‘opstandelingen’ in Irak nog eens 80 moslims om het leven. De Pakistaanse overheid heeft die aanvallen op medegelovigen niet hardop veroordeeld. Ik ben beledigd omdat de openlijke atheïst Salman Rushdie boven aan hun bloederige lijstje staat. Maar bovenal ben ik beledigd omdat zoveel andere moslims niet voldoende beledigd zijn om aan de zelfverklaarde ambassadeurs van God op aarde het hoofd te bieden. We heffen tegenover de hele wereld een klaagzang aan omdat de islam wordt misbruikt door de fundamentalisten. Maar als we dan eens de kans krijgen om massaal de stem te verheffen, blijft het oorverdovend stil. Wie zal zich de winnaar mogen noemen in de strijd tussen de fervente fundamentalisten en de goedmenende gematigden? Ik beweer helemaal niet dat het eenvoudig is om de intimidatie het hoofd te bieden. En de voorbije lente heeft de moslimwereld het er nog veel moeilijker op gemaakt. Een raad van 56 moslimlanden heeft de Raad voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties zover gekregen dat ze een resolutie tegen ‘de lastering van religies’ hebben aangenomen. Pakistan leidde de aanval. De resolutie is vooral gericht op de islam, en niet op religies in het algemeen, en laat repressieve regimes toe om de vrijheid van geweten verder te beknotten, en dat onder het mom van het internationale recht. Maar af en toe laten de Pakistani zien dat ze niet gemuilkorfd hoeven te worden door de geestelijken en de politici. Vorig jaar tekenden burgergroeperingen luid verzet aan tegen een aantal vrouwonvriendelijke wetten. De wetten waren drie decennia oud en zouden gebaseerd zijn op de Koran. Hun devoot respectvolle aanpak zette zelfs de mullahs ertoe aan erop te wijzen dat de wetten door de mens, en niet door God, zijn uitgevaardigd. Ook deze maand hebben de Pakistani hun regering gedwongen om de beknotting van de persvrijheden op te heffen. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat mijn boek, dat in het Urdu is vertaald, massaal van mijn website wordt gedownload. De religieuze overheden hebben de verkoop in de warenhuizen verboden. Maar ze kunnen de Pakistani, of de andere moslims, niet verhinderen hun grote honger naar ideeën te stillen. In die geest is het dan ook de hoogste tijd om een eind te maken aan de hypocrisie in naam van de islam. Niet Salman Rushdie is het probleem. De moslims zijn het probleem. Tenslotte kunnen we er niet omheen dat er oorspronkelijk een prijs van anderhalf miljoen euro op Rushdies hoofd werd geplaatst. Die werd later opgetrokken tot een kleine twee miljoen euro. En de prijs bleef maar stijgen. De belangrijkste geldschieter, de Iraanse overheid, beweerde dat het geld goed is geïnvesteerd. Blijkbaar zijn de Joden dan toch niet de enigen met een neus voor zaken.
Irshad Manji Irshad Manji Linksmailto:egbert@liberales.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|