Een vrije samenleving kan zich tijdig corrigeren

essay vrijdag 24 november 2006

Fientje Moerman

Elke brandende kwestie heeft vele aspecten met een rits aan nuances. Je moet de kern eruit halen en die proberen op te lossen. Dan volgt de rest meestal vanzelf. Al Gore heeft dat alvast goed begrepen. In zijn docu-film An Inconvenient Truth stelt hij een aantal zaken op scherp. De opwarming van de aarde is een feit. De beelden van de film blijven op het netvlies van de toeschouwer gegriefd: foto’s van ijsmassa’s toen-en-nu, close-ups van verdorde aarde, onze planeet als een stip aan het firmament.

In wezen vertelt Al Gore niets nieuws. Wetenschappers stellen al langer dat de opwarming van de aarde mede het resultaat is van menselijke activiteit. En dat door die opwarming ons klimaat aan een razend tempo verandert, met alle gevolgen vandien voor onze leefomgeving. De mens heeft de afgelopen vijftig jaar de ecosystemen sneller en ingrijpender doen veranderen dan ooit tevoren; voornamelijk om tegemoet te komen aan de stijgende vraag naar voedsel, water, hout en energie. Sinds 1945 werd meer land in cultuur gebracht dan in de 18de en 19de eeuw samen. Door ons intensief gebruik van zoet water raken de grondwatervoorraden uitgeput. De voorbije jaren realiseerden we de grootste stijging ooit van koolstofdioxide (CO2). Het uitsterven van plant- en diersoorten gaat door menselijk toedoen bijna duizend keer sneller dan een paar duizend jaar geleden. Pas nog waarschuwden wetenschappers voor de verdwijning van alle eetbare vissoorten uit zeeën en oceanen tussen hier en 50 jaar. Nochthans is biodiversiteit één van de belangrijkste bepalende factoren voor de veerkracht van een ecosysteem. Het is als het ware een levensverzekering voor de huidige en toekomstige generaties.

Er is een Chinees spreekwoord dat zegt dat het de eerste schrede op het pad der wijsheid is om de dingen bij hun naam te noemen. De opwarming van de aarde is een feit. De biodiversiteit is in het gedrang. De menselijke impact op beide gebeurtenissen is onmiskenbaar. Het is tijd voor actie. Tijd ook voor het beleid om een aantal dingen in vraag te stellen en bij te sturen. De opwarming van de aarde en de bedreiging van onze ecosystemen zijn er niet vanzelf gekomen, en zullen ook niet vanzelf weggaan. De economische groei van de voorbije decennia creeërde meer welvaart dan ooit voorheen, maar was ook zonder meer on-duurzaam. Er zit met andere woorden een spanningsveld tussen economische ontwikkeling en ecologische zorgzaamheid. Vraag is of de standaard economische benadering toereikend is voor een zinvolle benadering van milieukwesties. Afhankelijk van het ideologische uitgangspunt – conservatief of klassiek groen – is het antwoord al te gauw categoriek pro of contra, waardoor de discussie in een patstelling belandt. Typisch in de discussie tussen conservatieven en ecologisten is dat aan beide kanten egelstellingen worden ingenomen, terwijl de werkelijkheid niet gebaat is met tegenstellingen.

Pleidooi voor een liberale aanpak

Veel beter dan theoretische concepten of ideologische discussies die uitgaan van het eigen gelijk, is een liberaal beleid dat van een “en-en” aanpak vertrekt. Economie en ecologie zijn niet elkaars rivalen, ze zijn elkaars bondgenoten. Ze kunnen niet zonder elkaar: economische ontwikkeling zonder zorg voor het milieu stoot op haar eigen grenzen en omgekeerd is er zonder economische ontwikkeling onvoldoende draagvlak om milieuproblemen aan te pakken.

Centraal in een liberaal milieubeleid staan vrijheid en ontwikkeling. Om tot een vermindering van de CO2-uitstoot te komen, moet het gedrag van industrieën, ondernemingen en individuen veranderen. Dit veronderstelt de mogelijkheid tot rationeel en vrij denken, wat onmogelijk is in landen waar analfabetisme, hongersnood, onwetendheid en tirannie heersen. We mogen ons niet laten misleiden door de veronderstelling dat milieubewustzijn gescheiden kan worden van het ontwikkelingsproces, of dat het los kan staan van het concept van menselijke vrijheid. Ecologische problemen staan absoluut centraal in de hedendaagse wereld. Maar ze moeten in onze levenswijze geďntegreerd worden. Het heeft geen zin oplossingen enkel als mechanische formules of strikte reglementeringen op te leggen. Dwang bereikt weinig en vernietigt veel.

Een liberaal milieubeleid moet dus gericht zijn op een actief burgerschap dat bewust streeft naar een duurzame samenleving. De verantwoordelijkheid van elk individu werd al verwoord door Gautama Buddha, die in Sutta Nipata stelde dat mensen, precies omdat ze zoveel machtiger zijn, een verantwoordelijkheid hebben tegenover andere diersoorten. Mensen zijn geen patiënten, die constant aandacht of verzorging nodig hebben of die permanent in de gaten moeten worden gehouden. Mensen zijn vrije actoren die, omdat ze dingen kunnen inschatten en waarderen, verder denken dan de primaire bevrediging van behoeften.

Belangrijk in de relatie economie en milieu is het liberale schadeprincipe. De overheid heeft het recht om de vrijheid van het individu in te perken als die de vrijheid van anderen dreigt te schaden. Er is geen plaats voor cowboys die schermen met onbeperkte vrijheid en een gezichtsveld dat slechts reikt tot aan de grenzen van hun eigendom. “The only purpose for which power can be rightfully exercised over any member of a civilized community, against his will, is to prevent harm to others”, aldus John Stuart Mill. Geen enkele rechtgeaarde liberaal verdedigt de vrijheid om kinderen te werk te stellen of om illegaal afval te dumpen in Afrika. Vrijheid is niet zomaar een vrijbrief waarmee elk mogelijk gedrag wordt getolereerd. De politieke filosoof Joel Feinberg stelt dat milieuvervuiling te beschouwen is als een vorm van schade omdat ze bedreigend is voor vitale welzijnsbelangen van mensen, zoals schoon drinkwater, schone lucht, schoon voedsel.

Een stimulerend beleid, dat corrigeert waar nodig

Een liberaal milieubeleid kiest resoluut voor stimulering maar corrigeert ook waar nodig. Concreet wil dat zeggen dat de overheid kiest voor innovatie, voor een consequent doortrekken van het principe dat de vervuiler betaalt, voor het verschuiven van belasting op arbeid naar belasting op milieuvervuilende activiteiten en voor een sturend en stimulerend effect van de instrumenten die ze gebruikt, zoals fiscale stimuli en subidies. De verandering van de maatschappij ligt in de vernieuwing van ons denken. Door te investeren in innovatie en creativiteit zorgen ervoor dat we onze blik gericht houden op de toekomst. Dat we waar mogelijk grenzen verleggen en niet vastgeroest geraken in een ingesloten verleden. Het is een maatschappelijke en morele verplichting van de overheid om de kaart te trekken van innovatie. Dŕt is de reden waarom we in Vlaanderen resoluut kiezen voor de kenniseconomie en tegen 2010 drie procent van ons Bruto Regionaal Product (BRP) willen besteden aan onderzoek en ontwikkeling en innovatie.

Het is de taak van de overheid om de ideale randvoorwaarden te creeëren waarin een vrij individu zich als ecologisch bewust burger kan ontplooien. Maar de overheid kan ook sturen. De fiscaliteit leent zich daar bij uitstek toe. Een verschuiving van de lasten op arbeid naar een belasting op milieuvervuilende activiteit dient een dubbel doel: het houdt economische activiteit en tewerkstelling bij ons en stuurt het consumptiegedrag van zowel ondernemingen als individuen in een ecologisch verantwoorde richting. Die beleidslijn is duidelijk terug te vinden in de federale beleidsverklaring voor het nieuwe werkjaar, waar het accent in de fiscaliteit voor een deel verschuift van arbeid naar milieu.

Een voorbeeld van sturende fiscaliteit is mijn voorstel om de verkeersbelasting niet langer te berekenen op basis van het kunstmatige begrip van fiscale PK’s. In plaats daarvan moet er een systeem komen dat rekening houdt met de totale milieukost van een wagen. De “ecoscore” is zo een systeem. Die houdt niet alleen rekening met Co2-uitstoot van een auto, maar brengt ook de uitstoot van fijn stof, NOX, geluidsoverlast en recycleerbaarheid in rekening. Een verkeersbelasting op basis van een ecoscore stuurt consumenten in hun aankoopgedrag en zet op zijn minst aan tot bewust burgerschap. Het trekt bovendien consequent de lijn door dat de vervuiler betaalt.

Een goed economisch beleid kan maar gevoerd worden als beleidsmakers de keuze hebben tussen verschillende instrumenten om zo tot een optimale “policy mix” te komen. Dus niet alleen subsidies, maar ook fiscale stimuli. Getuige daarvan mijn pleidooi om bij een volgende staathervorming - naar analogie met de afcentiemen op de personenbelasting - de mogelijkheid te creeëren om afcentiemen - korting dus - te geven op de vennootschapsbelasting. In afwachting van de volgende staatshervorming is Vlaanderen echter vooral aangewezen op een subsidiebeleid. Geheel in de lijn van de dubbele doelstelling – economie en ecologie – kan de overheid ook door middel van haar subsidie-instrumentarium sturend optreden. Een mooi voorbeeld is de ecologiepremie. Bedrijven die kiezen voor de meest performante milieuvriendelijke en innovatieve investeringen krijgen een ecologiepremie. Daarvoor wordt 92 miljoen euro uitgetrokken in 2007. De ingediende projecten worden gerangschikt op basis van milieuperformantie. De beste dossiers krijgen als eerste financiële steun. Op die manier wordt het milieu geholpen en belonen we tegelijkertijd toptechnologie. In diezelfde filosofie heb ik ook geld vrijgemaakt voor de subsidiëring van roetfilters bij vrachtwagens en voor de aankoop van vrachtwagens die voldoen aan de Euro V-norm van de Europese Unie. Met deze maatregel stimuleren we een duurzame mobiliteit, zonder het economische belang van de transportsector uit het oog te verliezen.

Ik ben van mening dat de overheid in elk van haar subsidie-instrumenten een ecologische sturing moet beogen. Concreet betekent dat bijvoorbeeld het inbouwen van duurzaamheidscriteria in het nieuwe subsidiebesluit voor bedrijventerreinen dat ik voor het einde van het jaar aan de Vlaamse regering zal voorleggen. Dat besluit moet dezelfde dubbele doelstelling nastreven: via bijkomende bedrijventerreinen de economie een impuls te geven, maar gekoppeld aan duurzaamheidscriteria om in aanmerking te komen voor steun. Zo komt er een subsidie-bonus voor CO2-arme bedrijventerreinen. Toekomstmuziek? Neen. Volvo Trucks in Oostakker bij Gent, waar zo’n 30.000 vrachtwagens per jaar worden gebouwd, heeft zich er nu al toe verbonden tegen 2008 de eerste industriële site in Vlaanderen te worden ZONDER uitstoot van CO2. Wat in Oostakker mogelijk is, kan elders ook. Zonder hier in te gaan op de details, is de boodschap duidelijk. De overheid moet zich met een quid pro quo houding opstellen en eisen dat in ruil voor overheidsgeld zowel economische als ecologische doelstellingen vervuld worden. Dat moet ook het onderwerp zijn van de evaluatie van alle andere Vlaamse economische subsidie-instrumenten die er in de loop van deze legislatuur nog aankomt.

De kracht van democratie ligt in het vermogen tot correctie. Een vrije samenleving kan zich tijdig corrigeren. Dat is de verantwoordelijkheid van het beleid, maar ook van ieder van ons.


De auteur is Vice-minister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel.



Op zaterdag 9 december a.s. organiseert Liberales een studiedag omtrent 'Groen Liberalisme, een weg naar slimme welvaart?'. De hele dag zijn er debatten en uiteenzettingen omtrent dit thema. Deelnemers zijn o.a. ministers Kris Peeters, Bruno Tobback en Fientje Moerman. Inschrijven op voorhand is aangewezen en dit via het e-mailadres egbert@liberales.be. De inschrijvingsprijs bedraagt 5 euro. Studenten nemen gratis deel.

Fientje Moerman

Fientje Moerman

Links
mailto:kabinet.moerman@vlaanderen.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be