Een oorlog kan niet rechtvaardig zijn

essay vrijdag 18 april 2003

Reginald Moreels

Vandaag moet men zich de vraag stellen, die Woodrow Wilson, de democratische president van de Verenigde Staten tijdens en na de Eerste Wereldoorlog, zich stelde: "Hoe moet men omgaan met leiders, die hun volk onderdrukken?" Pas na een volgende wereldoorlog kregen de eeuwenoude mensenrechten eindelijk een universeel verdrag. Mensenrechten moeten sindsdien dus toegepast worden. Daaruit volgt de plicht van zowel individuen als van staten om zich te mengen in gebieden, waar door oorlog of repressie de essentiële menselijke waardigheid geweld aangedaan wordt. De oorlog in Irak vond plaats in de internationale illegaliteit. Er werden verschillende redenen gegeven: de strijd tegen het terrorisme, de eigen veiligheid, de nieuwe wereldorde, de oliebelangen voor de binnenlandse economie, enz… Wie weet was de reden niet dat men een wrede dictator, zijn familie en zijn regime wil uitschakelen of dat men vernietigingswapens, die men zelf produceert en gebruikt, bij een ander wou vernietigen.

In 1988 was ik zelf, samen met dokter Jacques De Milliano, als Arts zonder Grenzen, getuige van de vergassing van Koerdische burgers in Halabja (Noord-Irak). In een paar minuten waren 7000 mensen vermoord door zenuw- en mosterdgas. Daarom beschouw ik Saddam Hoessein als een misdadiger tegen de mensheid. Een tribunaal ad hoc, zoals Nürenberg, Arusha of Den Haag moet dringend in het leven worden geroepen door de VN-Veiligheidsraad. Met die verschrikkelijke beelden uit Halabja in mijn geheugen, kan ik het discours van partijdige pacifistische verenigingen niet aanvaarden, alhoewel ik mezelf dagelijks oefen in actieve geweldloosheid. Ik doe weliswaar niet mee aan het vergelijken van aantallen slachtoffers. Elk wezen is uniek en een mens, zeker een medicus, moet emotioneel geraakt blijven door fysisch of psychisch lijden. Gelukkig maar, dat daar geen vaccin tegen bestaat. De afwezigheid van massaal protest tegenover de genocide in Ruanda, in Cambodja, tegen de massamoorden in Oost-Congo, in Tsjetsjenië, in Colombia, tegen de dictaturen in Noord-Korea, Zimbabwe, Birma, en Cuba, bezorgt me argwaan tegenover de 'saptiëntia' van de homo sapiens.

Maar 'selectieve verontwaardiging' is ofwel naïviteit, ofwel immoraliteit, bewust of onbewust, ethisch onaanvaardbaar, zelfs al is het 'moreel' verdedigbaar. Moraal verdedigt altijd wel zijn eigen waarheid, terwijl ethiek de universele gelijkwaardigheid nastreeft. Kant schreef ooit, dat de moraal ons een rationeel veto oplegt tegen het oorlog voeren. Akkoord, maar wat doe je dan met de mensen, staten of gemeenschappen die wel oorlog voeren? Daarom blijf ik tussen de oorlog als methode om boosdoeners uit te schakelen enerzijds en de laffe passiviteit en de onverschilligheid anderzijds een 'andere weg' voorstellen, namelijk de ACTIEVE GEWELDLOOSHEID. Niet gemakkelijk… Geweldloosheid is actief vrede afdwingen. Het getuigt van politiek realisme via onafgebroken dialoog, speciale attitudes en onderhandelingstechnieken om uitbuiters en moordenaars te laten verstaan wat ze niet graag horen. Geweldloosheid is ook een spirituele wijsheid, want geweld veroorzaakt altijd wrokgevoelens bij de overwonnene, die zich vernedert voelt en schuldgevoelens bij de overwinnaar, die dit verbergt door arrogantie en superioriteitgevoel. Vrede is echter een uitzonderingstoestand waarin mens en natuur sereen en respectvol met elkaar omgaan. Een mens bezit geen 'democratische genen'. Ook democratisering is een voortdurend onvoltooide symfonie.

De collaterale schade in Irak is enorm. Tal van onschuldige burgers werden het slachtoffer van de zogenaamde precisie-bombardementen. Het zijn zaken die ik als oorlogschirurg vaak heb meegemaakt. Mijn humanitair-politieke ervaring heeft mij ervan overtuigd, dat sancties en embargo's de grootste en meest arglistige factor vormen om een bevolking zodanig fysisch te verzwakken en psychisch te ondermijnen. Daarom vind ik het zo cynisch, als politici en intellectuelen nu beweren, dat het aan het Irakese volk ligt om zijn leiders omver te werpen. Een embargo zorgt er voor, dat de bevolking zich radicaler opstelt tegen de internationale gemeenschap; het versterkt het regime in plaats van het te verzwakken. Het maakt de bevolking alleen maar armer en het wordt een bron voor corruptie-netwerken, die onder andere van het 'olie voor voedsel'-programma van de Verenigde Naties goed geprofiteerd hebben. Ik heb me destijds zelf verzet tegen het embargo tegen Burundi. En het getuigt van politieke kortzichtigheid en weinig economisch inzicht dat sancties nooit van korte duur zijn om een regime ten val te brengen, zo dit ooit gebeurd is. Toen het embargo tegen Irak gestemd werd, 12 jaar geleden, was België voorzitter de VN-Veiligheidsraad. Zelfs in het geval van Zuid-Afrika, had de val van het apartheidsregime meer te maken met een uiteindelijk bereikte politieke consensus, de vrijlating van Nelson Mandela, dan met het jarenlange embargo. Verwondert het u niet, dat de Verenigde Naties quasi nooit een wapenembargo uitvaardigt? Het is de enige vorm van embargo, die wel eens zou kunnen een conflict bedaren, naast politieke dialoog en eventueel militaire dreiging. Er moeten permanente, professionele, internationale wapeninspectieteams opgericht worden binnen de VN-vredesoperaties. Maar ook moeten er monitoren aangesteld worden om het transport van lichte wapens en de illegale exploitatie van natuurlijke rijkdommen te controleren. Zij moeten aan de slag in de regio van de Grote Meren, Tsjetsjenië, Kasjmir, de Filippijnen, Colombia, Noord-Korea, Ivoorkust, …

De cyclus van oorlogscultuur, de natuurlijke drang van elk van ons om uit zelfbehoud te treden uit zijn mindere positie en zo de meerdere te worden van de andere, zit ingebakken in de homo sapiens. Nochtans bestaat er een ander model om een conflict, zowel op persoonlijk, familiaal, professioneel als internationaal vlak, op te lossen. Het 'Evenwaardigheidsmodel' (of E-model), is gebaseerd op luisterbereidheid, op het zich bewust plaatsen in de positie van de tegenstander en op het betrekken van deze attitude bij zijn eigen argumentatie. Zo 'onderbouwt' men een onderhandeling, in plaats van ze te beladen met argumenten, waarmee men zijn eigen gelijk wil halen om zo de andere in een inferieure positie te drukken. Om dit model eigen te maken, moet je dagelijks oefenen en cursussen volgen. Je moet leren de wil opbrengen om je eigen agressiviteit en machtsdrang in te tomen en om te zetten in een soms harde, maar oprechte dialoog; zelfs als je van binnen kookt van woede, zelfs als je een gevoel van misprijzen hebt voor de fouten van je tegenstander. De gerechtigheid zal vanzelf volgen, want het spreekt voor zich, dat er geen verzoening kan zijn, zonder dat recht geschied is. Deze dynamische geweldloosheid omzetten in daden, zal zware inspanningen vergen. Het zal een revolutie betekenen in de relaties tussen mensen. Waarom kunnen politici, militairen, bedrijfsleiders, leraars, journalisten,… geen dergelijke training in geweldloosheid volgen? Het zou hen slechts een paar dagen tijd kosten. Zou dat geen vorm van burgerzin zijn?



Reginald Moreels

Links
mailto:remoreels@hotmail.com
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be