Een vrije samenleving biedt de voorwaarden voor geluk

essay vrijdag 23 december 2005

Johan Norberg

Gedurende eeuwen hebben filosofen en dichters proberen te begrijpen wat geluk is en welke factoren ertoe bijdragen. In recente decennia, zijn er wetenschappers met antwoorden op de proppen gekomen. Geluk is elektrische activiteit in de linkerhersenhelft en je krijgt het door te huwen, door vrienden te krijgen, door rijk te worden en door niet onder het communisme te leven. Dat zijn tenminste enkele deeltjes van het antwoord dat ‘gelukswetenschappers’ gegeven hebben in dit onderzoeksdomein dat voortdurend toeneemt. Er is een constante stroom van theorieën en studies over het menselijk welzijn en geluk. Deze werden zeer vaak vertaald in beleidssuggesties.

De Britse econoom Richard Layard schreef hierover één van de meest ‘gelauwerde’ werken Happiness Lessons from a New Science. Zijn uitgangspunt is dat de groei in de rijke landen vanaf de jaren ’50 niet heeft bijgedragen tot meer geluk. Hij geeft daartoe een aantal verklaringen. Omdat geld een kleiner wordend rendement heeft, geraken we gewoon aan hogere inkomens en hebben we veel meer nodig om ons niveau van geluk te handhaven. Omdat we veel belang hechten aan onze relatieve positie in de samenleving, maakt het feit dat iemand anders een hoog inkomen verwerft (en zo gelukkiger wordt) anderen minder gelukkig. Rijk worden, heeft negatieve neveneffecten – Layard noemt het vervuiling. Het dwingt anderen om harder te werken om hun relatieve positie te handhaven. Als ze dat doen, geraken ze dat inkomensniveau gewoon waardoor ze uiteindelijk niet gelukkiger worden dan daarvoor. Om deze heidense tredmolen te stoppen, zouden we belastingen moeten verhogen, hard werken ontmoedigen en mobiliteit en heropbouw bemoeilijken. Zo zullen we meer tijd hebben voor de dingen die ons werkelijk gelukkig maken zoals familie, vrienden en het lezen van Layards boeken.

Rijkdom en geluk

Het is echter simplistisch te stellen dat groei niet bijdraagt tot geluk. Eén van de weinige dingen waarover een consensus bestaat in dit jonge onderzoeksdomein is dat je met geld wel geluk koopt. Er is een sterke correlatie tussen rijkdom en geluk. In arme landen, zie je een laag niveau van geluk, in gemiddeld rijke landen zie je een gemiddeld niveau van geluk, in rijke landen zie je een hoog niveau van geluk.

Wat onderzoekers wel vaststellen is dat deze correlatie nivelleert op een nationaal inkomensniveau van ongeveer 10.000 $ per jaar. Na 20.000 $ zorgt bijkomend inkomen niet voor extra geluk. De econoom Richard Easterlin presenteerde deze verrassende conclusie in een studie over Japan. Sinds de jaren ’50 is het gemiddeld inkomen in Japan bijna vertienvoudigd, maar de Japanners zijn vandaag niet gelukkiger dan 50 jaar geleden.

Dit is de meest besproken bevinding uit het onderzoek, maar eigenlijk moet dit nog bewezen worden. Het feit dat een hoger inkomensniveau zich niet vertaalt in meer geluk, betekent niet dat economische groei geen geluk met zich meebrengt. Wat we zeker weten, is dat er een hoge sprong is in geluk wanneer landen van een gemiddeld inkomen van 5.000$ naar 15.000$ gaan. Deze vaststelling is consistent met een veel dynamischere interpretatie dan die van Easterlin en Lavard.

Geluk en hoop

Uit onderzoek weten we dat een tekort aan hoop en kansen sterk spoort met ongelukkigheid. Als je gelukkige Europeanen zoekt, probeer dan iemand te vinden die vindt dat zijn huidige situatie beter is dan vijf jaar geleden, of beter nog, iemand die denkt dat zijn situatie er binnen vijf jaar veel beter zal uitzien. Als je een gelukkige Australiër wil ontmoeten, vraag dan iemand die denkt dat mensen zoals hijzelf veel kans hebben om hun levensstandaard te verbeteren. In arme en slecht bestuurde landen lijden hele samenlevingen aan hopeloosheid. Als gemiddeld individu heb je weinig kansen, geen overtuiging dat wat je doet je positie beïnvloedt, geen hoop dat morgen een betere dag zal zijn. Je verwacht weinig en je krijgt weinig.

We weten ook dat systemen waarbij individuen weinig kansen kregen om hun leven te verbeteren - zoals communistische systemen - rampzalig waren voor het algemeen welzijn. Er is veel te doen geweest rond de vaststelling dat mensen in post-communistische staten kort na de val van het communisme minder gelukkig waren, maar dit is niet zo verrassend, gezien nationale instabiliteit zeer slecht is voor geluk.

Minder aandacht ging naar het feit dat mensen in communistische landen ongelukkiger waren dan in andere landen vóór de val van het communisme. Het World Values Project van Ronald Inglehart maakte begin de jaren ’80 studies in twee communistische landen, Hongarije en een representatieve regio van de Sovjet Unie, Tamboy Oblast. Het tekort aan vrijheid en de groei in deze landen werden niet gecompenseerd door een hoger niveau van geluk. Er werd integendeel minder algemeen geluk vastgesteld dan in gelijk welk geïndustrialiseerd land en de mensen waren veel ongelukkiger dan in andere landen met gelijk inkomensniveau. Zelfs in landen als Indië, Bangladesh en Turkije, lieten mensen een hoger niveau van algemeen geluk optekenen dan de sovjets.

Geloof in de toekomst neemt toe wanneer arme landen groei beginnen te kennen, wanneer markten bevrijd worden, wanneer inkomens stijgen en wanneer de beslissingen van mensen hun plaats in de samenleving kunnen beïnvloeden. Een recent voorbeeld daarvan is Ierland. Daar stelde men een daling in de levenstevredenheid vast in de vroege jaren ’70 en de late jaren ’80. Ierland was in die periode niet armer geworden, maar er was een lage economische groei en veel werkloosheid. Tekort aan kansen voor jongeren leidde tot hoge emigratie.

In de jaren ’90 veranderden de zaken. Snelle liberalisering, buitenlandse investeringen en informatietechnologie verdubbelden het Ierse BNP op tien jaar tijd. Het werd gemakkelijk om een zaak op te starten en een job te vinden. Werkloosheid viel terug van 15% naar 5% en emigranten keerden terug. Op hetzelfde moment steeg het niveau van algemeen geluk snel met ongeveer één punt op een schaal van tien, een spectactulaire wijziging voor zo’n traag bewegende indicator. Vandaag is Ierland één van ’s werelds gelukkigste landen.

De Ierse case zou kunnen helpen verklaren waarom het algemeen geluk grote hoogtes bereikte in westerse landen na de tweede wereldoorlog wanneer ze dicht bij de Ierse situatie waren. Met snel groeiende economieën begonnen mensen te denken dat hun kinderen een beter leven zouden genieten dan ze zelf gehad hadden. Het feit dat economische groei sindsdien het algemeen geluk niet heeft doen stijgen, betekent niet dat ze nutteloos is. Juist het feit dat de groei doorgaat maakt het mogelijk te geloven in de toekomst en een hoog niveau van algemeen geluk te behouden. Critici die uit het feit dat geluk stabiel gebleven is denken te mogen concluderen dat een nulgroei te verkiezen is, vergeten dat inkomensverlies geluk ondermijnt. Groei maakt ‘zero-sum games’ mogelijk. Zonder groei zou er altijd iemand moeten verliezen opdat een ander ergens in zou kunnen slagen en winst maken.

Geluk opdrijven

Maar er is een veel fundamenteler probleem met Layard’s interpretatie van het geluksonderzoek. In feite is het geluk nooit gestagneerd in het westen. Integendeel, in de meeste westese landen die onderzocht zijn sinds 1975 is het algemeen geluk toegenomen. Er is weliswaar een verminderende groei, maar zelfs op onze levensstandaard worden mensen gelukkiger wanneer onze samenlevingen rijker worden, ofschoon de groei vertraagt. Japan lijkt de uitzondering, niet de regel.

Merkwaardig genoeg geeft Layard dit toe in de eerste voetnoot van zijn boek, waarin hij schijft dat de data sinds 1975 een lichte opwaartse trend in geluk vertonen, maar in de rest van zijn boek negeert hij dit feit volledig, waarmee hij zijn stelling compleet ondergraaft. In plaats daarvan blijft hij beweren dat voor de meeste categorieën mensen in het westen, geluk niet gestegen is sedert 1950.

Hij kan ook niet verklaren waarom de meest gelukkige en tevreden plekken op de wereld deze zijn die het meest dynamisch, individualistisch en rijk zijn: Noord-Amerika, Noord-Europa en Australië. Dus waarom zouden we daar niet zoeken naar het geheim van geluk? Zelfs Layard geeft toe dat we vandaag in het westen gelukkiger zijn dan in gelijk welke vroegere samenleving.

Geluk en vrijheid

Een reden voor dit geluk is dat een liberale en markt-georiënteerde samenleving mensen de vrijheid biedt te kunnen kiezen. Bij gebrek aan autoritaire leiders en Layard-aanhangers die ons dwingen te leven op een manier zoals zij denken dat best is voor ons, kunnen we de identiteit en levensstijl die ons best past, vrij kiezen. En als we gewoon zijn te kiezen en de dingen naar waarde te schatten, zullen we steeds beter worden in het kiezen om te leven, te werken en met mensen in onze omgeving om te gaan zoals we dat zelf willen. In traditionele maatschappijen daarentegen, moet een individu zich aanpassen aan vooropgestelde rollen en eisen.

Nauutrlijk voelt niet iedereen zich aangetrokken tot alle elementen van een moderne samenleving, maar vrijheid betekent ook de vrijheid om nee te zeggen. Als je denkt niet gelukkiger te worden door hard werk en meer mobiliteit, dan kan je dat laten vallen. Onderzoek heeft aangetoond dat 48% van de Amerikanen in de laatste vijf jaar zijn aantal werkuren verminderde, een promotie weigerde, materiële eisen verminderde of naar een rustigere plek verhuisde. Fast food of slow food, no logo of pro logo? In een liberale samenleving, beslis je zelf.

Dus waarom zou een overheid hard werk en mobiliteit moeten ontmoedigen? Layard geeft enkel indirecte correlaties om te staven dat deze dingen schadelijk zijn voor ons geluk. Hij beweert bijvoorbeeld dat hard werken de familie ondermijnt en dat verhuizen naar een nieuwe buurt het vertrouwen tussen mensen doet afnemen en de misdaad doet toenemen. Gezien zwakke familiebanden, een verminderd vertrouwen en hoge criminaliteit, slecht is voor het algemeen welzijn, zouden we dat moeten tegengaan. Maar het een volgt niet uit het ander. Het zou best kunnen dat de voordelen van hard werken en te gaan wonen op de plaats die je wil, deze risico’s ruimschoots compenseert. Tenzij Layard een direct verband tussen minder werk/mobiliteit en geluk kan aantonen, is zijn stelling onzin.

Geluk en activiteit

In feite worden de hoogste niveaus van geluk gemeld door mensen met een actieve levensstijl die veel werken. Het lijkt dat de evolutie ons een menselijke natuur heeft bezorgd die geniet van intellectuele inspanning, net zoals ons lichaam deugd heeft aan lichamelijke oefening. Dit is niet echt verrassend, gezien we ontwikkeld zijn als jagers-verzamelaars waarbij individuen continu keuzes moesten maken in complexe en constant veranderende omgevingen.

Geld is inderdaad niet het doel van het leven. Een klassiek mysterie in de gelukstudies is dat lotto-winnaars niet gelukkiger zijn dan de rest van de bevolking. Het is niet het geld op zich dat grootverdieners gelukkiger maakt dan laagverdieners. Veel belangrijker is hun manier van leven. Actief en creatief zijn en het gevoel hebben je eigen leven onder controle te hebben. Het is zoals Aristoteles zei dat geluk geen bestemming is, maar een manier van reizen.

De psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi poneerde de verrassende stelling dat mensen die gevraagd werden wanneer ze geluk en vreugde ervaren, meer geluk meldden tijdens het werk dan in hun vrije tijd bij hun familie. Het bleek dat mensen de meeste tevredenheid ervaren wanneer ze creatief waren, wanneer ze bezig waren met een activiteit en voelden dat deze zowel uitdagend als mogelijk was. Wanneer men mij vraagt een artikel te schrijven over een veel te ingewikkeld onderwerp dat ik niet echt aankan, dan voel ik angst en onzekerheid. Als ik iets moet schrijven over iets dat te gemakkelijk is dan geraak ik verveeld. Maar wanneer ik het juiste evenwicht vind en iets schrijf dat ingewikkeld, maar beheersbaar is, dan ervaar ik de creatieve sensatie die Csikszentmihalyi ‘flow’ noemt. Schijnbaar geeft een gevoel van bekwaamheid en efficiëntie ons geluk, een gevoel van controle te hebben in complexe situaties. Dat is niet verrassend aangezien het zeer moeilijk is om je een eigenschap voor te stellen die de mensheid meer geholpen heeft om te overleven en zich voort te planten dan deze, maar de implicaties zijn interessant.

Het werk biedt het leven veel mogelijkheden voor ‘flow’, aangezien het ons vaak een systeem van uitdagingen, stimuli en feedback biedt, die ons het gevoel geven dat we dingen zelf bepalen en dat is van betekenis voor onze daden. Het kan vergeleken worden met vrije tijd die gespendeerd kan worden voor de televisie. Mensen kunnen hun vrije tijd echter bewust ingewikkeld maken door moeilijke boeken te lezen, spelletjes te spelen of door vreemde nieuwe gerechten klaar te maken. Kijk hoe kinderen regels uitvinden als ze spelen. Het maakt het spel uitdagender en dus leuker. Dat is de reden waarom we proberen te leren over meer complexe onderwerpen en waarom we simpele en monotone werkjes meer veeleisend proberen te maken, bijvoorbeeld door onszelf een tijdslimiet op te leggen.

Geluk en de welvaartsstaat

Dit verlangen naar uitdagingen verklaart mede waarom de groei van de welvaartsstaat het algemeen geluk niet verhoogd heeft. Dat was de bevinding van een hele reeks studies van een van de meest gerenommeerde geluksonderzoekers, de Nederlandse professor Ruut Veenhoven. Hij was beginnen te kijken naar de correlatie tussen sociale zekerheid en welzijn waarvan hij dacht dat die bestond, omdat hij op zoek was naar argumenten tegen economisten die beweerden dat de welvaartsstaat slecht was voor de economie. “Tegenover dat verlies op het materiële vlak, hoopte ik de winst in psychologisch welzijn te kunnen plaatsen. Het resultaat was echter niet wat ik verwacht had. Er bleek geen welzijnssurplus te zijn.”

Hoewel herverdelende staten een meer gelijke toegang tot middelen en welvaart kennen (die meer geluk creëren), wordt het voordeel ondergraven door het feit dat we dit in de schoot geworpen krijgen zonder er zelf te moeten voor werken. Veenhovens resultaten tonen aan dat herverdeling er niet in geslaagd is een meer gelijke verdeling van geluk te bekomen. Eigenlijk maakt de welvaartsstaat lottowinnaars van de mensen. De gekregen middelen geven de ontvanger niet het gevoel meer actief te zijn of zijn leven te bepalen, misschien zelfs integendeel, en wanneer de mensen de nieuwe middelen gewoon geworden zijn, is het algemeen geluk niet groter dan voordien.

Als geluk voortvloeit uit een gevoel van bekwaamheid en efficiëntie, is de welvaartsstaat erger dan een loterij. Als de welvaartsstaat doet wat ze moet doen, problemen en risico’s uitschakelen en een zeker materieel resultaat garandeert, gelijk wat we doen, dan neemt ze ons veel van onze uitdagingen en verantwoordelijkheden af. Dat onze daden gevolgen hebben, zowel beloningen als straffen, is niet alleen goed omdat het ons helpt betere beslissingen te maken, het is ook belangrijk omdat het ons het gevoel van controle geeft. Zonder deze directe feedback groeit ons gevoel van hopeloosheid en frustratie.

Onderzoek leert dat optimisme werkt. Mensen die denken dat ze hun leven in eigen handen hebben, zijn meer succesvol dan anderen, terwijl zij die zich wentelen in een slachtofferrol en altijd denken dat een ander schuld heeft aan hun problemen, meestal gelijk krijgen in hun pessimisme. Het creëen van de paternalistische instituten die Layard en anderen voorstellen, zou ons vrijheid en het gevoel van controle ontnemen en daardoor hoogst waarschijnlijk ons geluk.

De overheid kan ons het geluk niet bieden

Een overheid die beweert dat ze ons gelukkig wil maken, mist het vanzelfsprekende feit dat een overheid haar burgers geen geluk kan bieden. Het kan ons alleen het recht geven om geluk na te streven, want geluk is wat we krijgen als we ons leven in eigen handen kunnen nemen en verantwoordelijkheid voelen voor onze eigen daden. Het is een manier van reizen, geen bestemming.

Met andere woorden, het citaat van de Franse 19de eeuwse liberaal Benjamin Constant geldt nog steeds: ‘De machthebbers zijn klaar om ons te redden van allerlei problemen behalve deze van gehoorzamen en betalen! Ze zullen ons vertellen: “Wat is uiteindelijk het doel van je inspanningen, het motief van je arbeid, het voorwerp van al je hoop? Is het niet het geluk? Wel, laat dat geluk over aan ons en we zullen het je geven.” Nee, heren, we moeten het niet aan hen overlaten. Hoe ontroerend zo’n engagement ook mag zijn, laat ons de machthebbers vragen om binnen hun grenzen te blijven. Laat hen zich beperken tot het rechtvaardig zijn. We zullen de verantwoordelijkheid om gelukkig te zijn zelf wel opnemen’.


De auteur publiceerde het boek 'Leve de Globalisering'.

Johan Norberg

Johan Norberg

Links
http://www.johannorberg.net/
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be