De capability approach versus het libertarisme

essay vrijdag 16 januari 2009

Martha Nussbaum

Libertarisch minimalisme is een normatieve visie die een aanzienlijke invloed heeft gehad binnen de wetgeving; in het staatsrecht is het invloedrijker geweest dan het utilitarisme. Zoals het utilitarisme vertrekt ook het libertarisme vanuit een aantal aantrekkelijke ideeën: dat mensen een grote vrije keuzeruimte zouden moeten hebben, veeleer dan geprogrammeerd te worden door een opdringerige overheid; dat mensen, eens ze een basisveiligheid van overheidswege hebben, vertrouwd kunnen worden om voor zichzelf doelstellingen te definiëren en zelf de weg ernaar te vinden. Zoals in het geval van het utilitarisme looft de capabilities approach een aantal van de diepere ideeën achter het libertarisme, in bijzonder de verdediging van de keuzevrijheid, terwijl ze het libertarisme niet volgt in haar meer gedetailleerde opvatting van wat vrijheid is en hoe dit het best moet bevorderd worden.

De echte rol van de overheid is volgens libertariërs het beschermen van burgers tegen de schending van een aantal basisrechten – vooral rechten met betrekking tot individuele veiligheid en eigendom. Buiten dit bestuurt de overheid het beste wanneer ze het minste bestuurt. Verdedigers van het libertarisme zouden zeggen dat ze ‘negatieve rechten’ begunstigen, of ‘negatieve vrijheid’, namelijk vrij van staatsinmenging, en dat ze tegen ‘positieve vrijheid’ zijn, namelijk vrijheid die actief bewerkstelligd wordt door de overheid.

De idee van negatieve rechten is echter verwarrend. Alle rechten en vrijheden zijn vrijheden om iets te doen (ze zijn positief), en ze vereisen allen ook iets negatief, namelijk voorkomen van de inmenging door anderen. Ik ben niet vrij mijn eigendom te gebruiken als jij niet verhinderd wordt, door de overheid, om het te stelen of te vernielen. Bovendien, zoals verdedigers van het libertarisme snel toegeven, vereisen alle waardevolle vrijheden positieve actie vanwege de overheid, en niet enkel een terugtreden van een deel van de overheid. Eigendomsrechten zijn waardeloos zonder wetten die het eigendomsrecht regelen of zonder afdwingbare wetten tegen diefstal of fraude. Er bestaat geen lichamelijke veiligheid tenzij mensen beperkt worden door wetten (en het effectief afdwingen ervan) tegen misdaden tegen personen – zoals vrouwen die lijden onder huiselijk geweld reeds lang beseffen. Dus kunnen libertariërs niet beweren dat de overheid haar handen moet afhouden van de levens van de burgers; ze zien duidelijk (of zouden dit moeten zien) dat er geen vrijheid kan zijn zonder overheidsoptreden – en, inderdaad, zonder overheidsuitgaven. Wat ze eigenlijk zeggen is dat deze bescherming en deze uitgaven gericht moeten zijn op een klein en specifiek aantal rechten – eigendom, contracten, lichamelijke integriteit – en dat de andere zaken aan de markt en aan de individuele keuzes van de burgers moeten overgelaten worden.

Libertariërs moeten daarom argumenteren waarom sommige dingen wel en andere niet het voorwerp zijn van overheidsoptreden en –uitgaven. Vaak wordt de mislukking om zulke argumenten te geven verdoezeld door de taal van de negatieve rechten. Libertarisme is dan geen diametraal tegenovergestelde visie ten opzichte van de capabilities approach. Anders dan het utilitarisme dringt het niet aan op de herleidbaarheid (commensurability) van al de waardevolle dingen in het leven van burgers, noch neemt het een visie van aggregatie aan die het mogelijk maakt dat het leven van sommigen wordt gebruikt om het geluk van anderen te verbeteren. Om binnen het zelfbeschikkingsrecht van zijn voorstanders te blijven, dringt het er sterk op aan dat élke burger bepaalde rechten heeft, en het komt op voor de gelijkheid van deze rechten. Dus lijkt het libertarisme geen tegenstander van de capabilities approach maar eerder een aftakking ervan.

Wat is dan het verschil tussen de twee benaderingen? Is het alleen maar dat de capabilities approach meer functies aanduidt waar de overheid een geoorloofde rol speelt? Dat is zeker een deel van het verschil: de capabilities approach ziet een belangrijke rol voor de overheid in het verzekeren van onderwijs, gezondheidszorg, niet-discriminatie, gelijke kansen op werk en een drempelniveau van basiswelvaart, terwijl libertariërs ontkennen dat de overheid hierin een geoorloofde rol speelt.

We kunnen echter een dieperliggend verschil vinden als we ons toespitsen op de idee van bekwaamheid (capability). De capability approach vraagt in welke positie mensen echt zitten, waartoe mensen echt in staat zijn om te leven. De bekwaamheden die door de capability approach worden gewaardeerd vereisen zowel interne voorbereiding als voorbereiding van de externe omgeving, zowel interne als gecombineerde bekwaamheid. Libertarische minimalisten zijn niet zo begaan met interne bekwaamheid: zij zien niet in dat bijvoorbeeld onderwijs integraal deel uitmaakt van het recht op vrije meningsuiting en politieke participatie. Ze zijn ook niet erg gedreven om de materiële en institutionele omstandigheden te onderzoeken die van invloed zijn op het al dan niet aanwezig zijn van een gecombineerde bekwaamheid. Als er een contractsysteem in voege is, dan vragen ze zich niet af of mensen op gelijke manier in staat zijn om dit systeem te gebruiken. Als er een systeem van strafrecht in voege is, dan vragen ze zich niet af of vrouwen ongelijke belemmeringen ondervinden met betrekking tot hun lichamelijke integriteit. Ze zullen dus vaak besluiten dat een vrijheid beschermd wordt in een situatie waar een voorstander van de capabilities approach zou besluiten dat de mensen niet echt vrij waren om op een relevante manier te kiezen of te handelen.

Over het algemeen willen libertariërs niet erkennen dat de meeste, zoniet alle, vrijheden die ze koesteren sociaal en economisch noodzakelijke omstandigheden nodig hebben. Het is erg moeilijk om op een gelijk niveau met anderen aan het politieke leven deel te nemen of om van de vrijheid van meningsuiting te genieten als men geen toegang heeft gehad tot basisgezondheidszorg of degelijk onderwijs. De libertariër werkt niet enkel met een kortere lijst van basisrechten, maar ook met een dunnere beschrijving van al deze rechten, waarbij ze de materiële en institutionele omstandigheden negeren die woorden op papier ombouwen tot een werkbare realiteit. De capabilities approach, echter, erkent niet dat twee burgers volledig gelijke vrijheid hebben als één van hen niet in staat is om gebruik te maken van zijn of haar rechten wegens armoede of andere sociale obstakels. Vrijheid aanzien als een bekwaamheid impliceert het ontkennen dat een vrijheid gelijk aanwezig is daar waar de ‘waarde van vrijheid’ juist sterk verschillend is.

Libertariërs zijn dikwijls voorstander van ondersteuning van de bekwaamheden van armere burgers via vrijgevigheid. Ze geloven dus dat arme mensen een brede waaier van belangrijke bekwaamheden zouden moeten hebben, maar dan wel via private liefdadigheid en niet van overheidswege. Libertariërs verdedigen vaak de wankele empirische stelling dat het beter zal uitdraaien als dergelijke zaken aan de markt en aan private actoren overgelaten worden, dan aan de overheid. Ze zijn er dus vaak gerust in dat hun minimalisme de mensen niet in de steek laat. Het verschil tussen libertarisme en de capabilities approach is echter niet alleen maar een zaak van onenigheid over de manier om te komen tot de overeengekomen doelstellingen. Anders dan het libertarisme stelt de capabilities approach dat een regering tot taak heeft om essentiële voorwaarden te bevorderen die noodzakelijk zijn om een redelijk succesvol leven te kunnen leiden. Een leven dat past bij de menselijke waardigheid. Als dat doel niet bereikt wordt, is uiteindelijk de regering de schuldige, en is minimale rechtvaardigheid niet bereikt. Het doorspelen van de zwartepiet stopt hier. Als de regering een voucher programma probeert of een publieke autosnelweg verkoopt aan een private ontwikkelaar, of de controle van het gevangeniswezen privatiseert, dan is het uiteindelijk de regering die verantwoordelijk is voor het resultaat. Steun aan de bekwaamheden van de burgers is geen kwestie van liefdadigheid, het is hun recht.


Vertaling Andreas Tirez

Dit is een vertaling van van de sectie 'Libertarian Minimalism' uit 'Foreword: Constitutions and Capabilities: "Perception" against lofty formalism' (zie pp 21-24). De pdf is hier te downloaden: http://hlr.rubystudio.com/media/pdf/nussbaum.pdf

Martha Nussbaum

Martha Nussbaum

Links
mailto:andreas@liberales.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be