Een realistische kijk op de toekomst van microfinancieringessay vrijdag 11 maart 2011Patrice Viaene
Op 2 maart werd Muhamad Yunus, vermaard Nobelprijswinnaar en pionier in microfinanciering gedwongen tot ontslag als hoofd van zijn zelf opgerichte Grameen Bank. Volgens de voorzitter van de Bengaalse centrale bank heeft Yunus de pensioenleeftijd ruimschoots overschreden. Dat Yunus nu op de knieën wordt gedwongen door de overheid, die een participatie van 25 percent aanhoudt in de bekendste microfinancieringsbank, is niet zo verrassend. De gelauwerde bankier zou wel eens de handschoen kunnen opnemen tegen huidig premier Sheikh Hasina in de komende verkiezingen. Bovendien werd ook Yunus zelf beticht van fraude met Noors donorgeld in het nabije verleden. Laat deze persoonlijke dramatiek in de wereld van de microfinanciering ons echter niet afleiden van een meer fundamentele problematiek: wat is de toekomst van microfinanciering als vrije markt instrument om armoede te bestrijden? Een realistische visie is noodzakelijk. Microfinanciering als ontwikkelingsinstrument is ontstaan in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw. Het is een methode om financiële diensten te verschaffen aan mensen in de derde wereld die in principe zijn uitgesloten door de traditionele financiële sector. Het is belangrijk om microfinanciering ruim te definiëren. Arme mensen krijgen niet alleen toegang tot microkredieten. Ze hebben ook de mogelijkheid om te sparen en dus geld als deposito bij de bank te plaatsen en eventueel beroep te doen op betalingsmechanismes. Hoewel de ondernemingszin en het idealisme van velen in de sector minstens bewonderenswaardig is dienen we toch een meer pragmatische houding aan te nemen. Verschillende kwesties moeten tegelijkertijd worden aangekaart: de noodzaak van een commercieel business model voor microfinanciering, het gevaar van een asset bubble en de overschatting van microfinanciering als instrument om armoede te verminderen. Commercialisering is noodzakelijk Het huidig debat in de wereld van microfinanciers concentreert zich momenteel voornamelijk op de toenemende commercialisering van de sector. Deze discussie kwam recent sterk tot uiting nadat SKS Microfinance, een van de grootste microfinanciers in India met meer dan een miljard activa in zijn portofolio, via een IPO zijn aandelen publiek liet noteren. Daarnaast stellen we ook een sterke groei in de zogenaamde Micro Finance Investment Vehiciles ( MIV’s) vast, voornamelijk gesitueerd in Luxemburg. Zo hebben NYSE Euronext en Microfis een trading platform gelanceerd voor de verhandeling van microfinance-obligaties. Ook private equity bedrijven investeren veelvuldig in microfinanciering en hedge funds en banken beginnen hun portfolio’s op te vullen met microfinancierings-activa. Vele idealistische microfinanciers van het eerste uur stellen zich vragen bij deze evolutie. De toenemende commercialisering en aanboring van de kapitaalmarkten zou leiden tot mensonterende praktijken waarbij niet-betalers slecht worden behandeld. Bovendien voeren ze aan dat de interestvoeten voor de mensen die krediet opnemen niet substantieel zou dalen. Deze argumentatie is echter niet volledig waterdicht en dit om verschillende redenen. Vooreerst dienen we te onderkennen dat microfinanciering kansen creëert voor zowel mensen aan de activakant, de mensen die geld opnemen, als mensen aan de passivakant, de leners. Microfinanciering is een bottum-up-proces en trekt entrepreneurs aan. Dit is onontkoombaar in een vrije samenleving, waar de winstprikkel mensen aanzet om te ondernemen en maar goed ook. Voorbeelden als Microinvest in Brazilië, BancoSol in Bolivië en Rakyat in Indonesië bewijzen dat commerciële stabiliteit en een ethische bedrijfsvoering niet onverenigbaar zijn. Ook Malcolm Halper, een gereputeerd emeritus professor aan de universiteit van Cranfield die trouwens niet meteen verdacht kan worden van overdreven kapitalistische sympathieën, is die mening toegedaan. Volgens hem mag de ‘Walmartisering’ van microfinance geen taboe zijn. De deur dicht doen voor marktfinanciering is niet alleen theoretisch nadelig op lange termijn, het is ook praktisch onmogelijk. Bovendien is het dilemma tussen een puur altruïstisch business model en een profit business model vals. De markt kan deze schijnbare dichotomie perfect overbruggen. Volgens Marcus Fedder, een van de stichters van het Agoro microfinance partners LLP in Londen, kan het een niet zonder het andere worden gezien. De meeste portofolio’s zijn immers samengesteld op basis van het zogenaamde double bottom line principe. Dit is het principe waarbij financieel rendement wordt gekoppeld aan de effectieve sociale impact van een investering. Dit credo vindt natuurlijk reeds een tijdje zijn veruiterlijking in de ‘Socially Responsible Investing’ praktijk. Vele investeerders eisen daarbij dat bepaalde sociale objectieven worden behaald resulterend in strenger toezicht op inhumane praktijken. Tenslotte is de commercialisering ook op lange termijn veel leefbaarder. Zo komt een veel grotere pool van kapitaal vrij om krediet te verstrekken wat normaal zou moeten leiden tot een daling van de interestvoeten. Bovendien creëer je pas echte duurzaamheid indien je als microfinancieringsinstelling zelfbedruipend bent. Wie ooit eens eet uit overheidshanden wordt later wellicht gebeten. De recente defenestratie van Muhamad Yunus illustreert dit perfect. …maar microfinanciering is geen wondermiddel Ondanks de hypestatus die microfinanciering momenteel geniet en haar bewieroking als kind van de ‘kapitalistische revolutie’ is gezonde scepsis toch gepast. Vooreerst is microfinanciering nog steeds sterk afhankelijk van overheidssubsidies en gelijkaardige garanties. Deze marktverstoring is niet echt een perfecte illustratie van een echte vrije markt, en leidt mogelijks tot een grote misallocatie van kapitaal en uiteindelijk tot een asset bubble. Het mogelijk gevaar van een economische bubbel wordt daarnaast vergroot door de toenemende effectisering van microkredieten. Bij het effectiseren bundelt men verschillende microkredieten samen in een pool om die dan te laten fungeren als onderpand voor de uitgifte van obligaties. Volgens financiers in Luxemburg, zoals Daniel Dax van LuxFLAG, is de honger naar microfinancierings-effecten reeds groter dan het aanbod. De recente financiële crisis leert ons dat deze dodelijke combinatie van overdreven overheidsaanmoediging enerzijds en ( op zich niet negatieve ) financiële innovatie anderzijds, nefast kan zijn. Men denke bijvoorbeeld ook aan de recente historie met het Vlaams Woningfonds. Bovendien, en nog belangrijker, betaamt het niet vanuit ethisch perspectief om armen op deze manier in een schuldenspiraal te brengen. Behoedzaamheid is derhalve op zijn plaats. Een andere problematiek, die notabene ook voorwerp van debat zou moeten zijn in de reguliere financiële wereld, is de overdreven nadruk op krediet en de onderbelichting van sparen. Deze ‘kredietpathologie’ is des te meer aanwezig in de sector van de microfinanciering waar krediet als preliminaire voorwaarde wordt beschouwd voor een later project zoals een kleine onderneming, schoolgeld voor de kinderen, of zelfs een naaimachine en niet andersom. Bovendien wordt bij microfinanciering een overdreven nadruk gelegd op het verstrekken van krediet ten nadele van de wellicht nog essentiëlere vereiste om te sparen. Bankieren zorgt slechts voor waardecreatie indien het is gebaseerd op sparen, te weten een weloverwogen beslissing om consumptie uit te stellen. Het belang van sparen en duurzame projecten in de wereld van de microfinanciering werd aangetoond door onderzoeker en voormalig microfinancier Thomas Dichter. Hij toonde aan dat in de economische geschiedenis beginnende entrepreneurs hoofdzakelijk een beroep deden op eigen middelen en dus eerst gaan sparen. Met andere woorden voor ze officieel bij de bank aanklopten hadden de ondernemers al een duurzaam project. Daarenboven is de kredietrelatie tussen schuldenaar en schuldeiser in realiteit zeer complex. Zeker in ontwikkelingslanden spelen informele factoren een grote rol. Kredietverlening is een repeated game waarbij reputatie, vertrouwen en informele netwerken een grote rol spelen. Dit is ongetwijfeld het geval voor beginnende entrepreneurs die voornamelijk in hun eigen buidel tasten of te rade gaan bij familie of vrienden om hun eerste activiteiten van kapitaal te voorzien. Kortom, krediet moet tevens in de wereld van microfinanciering voornamelijk dienen voor de ondersteuning van duurzame investeringsprojecten en niet grotendeels voor excessieve consumptie-uitgaven. Een noodzakelijke grotere nadruk op sparen is tenslotte niet louter essentieel voor de ontwikkeling van de personen zonder krediet. Het is tevens fundamenteel voor de microfinancieringsinstellingen zelf. Door niet langer overheidssteun maar wel deposito’s te aanvaarden verzekeren deze instellingen hun eigen duurzaamheid op lange termijn. Concluderend kunnen we derhalve stellen dat de microfinanciering paradoxaal twee belangen dient te verenigen. Enerzijds is er meer commercialisering noodzakelijk om duurzaamheid en onafhankelijkheid op lange termijn te verzekeren. Anderzijds is behoedzaamheid en een grotere nadruk op sparen vereist om asset bubbles en schuldspiralen te vermijden. Het meest duurzame en realistische pad lijkt het besef dat microfinanciering, indien efficiënt en met mate ingezet, maar een van de instrumenten is voor armoedebestrijding in de derde wereld. De landen waar microfinanciering frequent voorkomt prijken immers ook het laagst op de meest recente rangschikking van de Index of Economic Freedom. Zo staan India, Bangladesh en Ethiopië respectievelijk op de 124ste, 130ste en 144ste plaats. Het opheffen van handelsbarrières, de bestrijding van corruptie en vooral de essentiële ontwikkeling van een rechtsstaat met sterke eigendomsrechten zijn de factoren die pas echt bijdragen tot de verlichting van armoede. Meer is dus nodig. Dringend.
Patrice Viaene Patrice Viaene Linksmailto:patriceviaene@gmail.com |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|