Hoe komt het dat heel gewone mensen soms heel ongewone dingen doen? Die vraag hoorde je her en der opduiken in columns en lezersbrieven in de nasleep van het grote pestschandaal. Een werknemer van een bedrijf in Henegouwen werd er jarenlang door zijn collega's gepest. Mismeesterd en gefolterd. Gekooid en vernederd. Mensontwaarding. Je kan het niet anders noemen: de mens zijn menselijke waardigheid ontnemen. De feiten spelen zich af voorbij het bevattelijke en voorbij wat we onder woorden kunnen brengen. Tom Naegels meende dat het ietwat komisch zou klinken om die feiten onder woorden pogen te brengen. Hij hoorde het immers al de Nederlandse komiek Hans Teeuwen zeggen: “Vastgebonden op paletten terwijl een arbeider zijn geslacht tegen zijn gezicht slaat.” Humor om droef van te worden. Naegels vond het eigenlijk ook helemaal niet grappig. Ook hij vroeg zich in zijn zaterdagse column (21/11/2010) in De Standaard af wie dan wel die gewone mannen waren die 's zondags hun zonen naar het voetbal brachten en zich de dag erna overgaven aan zulke sadistische pesterijen. In Het Laatste Nieuws klonk dan weer een oproep tot de herwaardering van het individu. Eén moedig individu dat zijn stem verheft, kon de grove pesterijen misschien een halt toeroepen. Het kwaad geschiedt namelijk niet door duivels of demonen, maar door heel gewone mensen die… niets doen. Het zijn de toeschouwers, zij die lachend toekijken langs de zijlijn, zij die onverschillig de schouders ophalen of wat ontzet de blik afwenden. Daar gedijt het kwaad: in de aanschijn van die onbetamelijke lach, die onfatsoenlijke onverschilligheid, in die gemakzuchtig afgewende blikken. De Ierse filosoof Edmund Burke zou ooit opgemerkt hebben dat het kwade niet meer nodig heeft om te triomferen dan dat goede mensen niets doen, niet reageren, niet ingrijpen, verwijlen in laksheid en passiviteit. De inertie van de goede mens zet het kwade in beweging. Daarop wees ook Fjodor Dostojevski in zijn meesterlijke romans, in het bijzonder in de Herinneringen uit het ondergrondse. Die ondergrondse man, naamloos en zonder ruggengraat, is gegrepen door dat nietsdoen en die inertie. En waartoe leidt dat? Rancune, woede, venijn, morele onverschilligheid. Tot een verderfelijk mens, zoals de roman ook opent. De Duitse filosoof Max Scheler greep deze verderfelijke mens van Dostojevski ook aan in zijn studie van het ressentiment. Het ressentiment, zo schreef hij, wortelt in de menselijke onmacht en onverschilligheid. Het onvermogen van het individu om op te staan en op tafel te kloppen. De wortels van het ressentiment en het kwaad lijken soms zo onschuldig en zo banaal, zo alledaags dat het moeilijk te geloven is dat daaruit zoveel onheil opschieten kan. Meer nog dan Burke heeft Hannah Arendt dit gegeven op scherpe wijze geanalyseerd, doordat zij het gruwelijkste kwaad denkbaar koppelde aan de alledaagse indruk die mensen als Adolf Eichmann opriepen. Ze sprak van de banaliteit van het kwaad. De banaliteit die ontspoort, waardoor heel gewone mensen elkaar soms vreselijke dingen aandoen, zonder moreel motief, zonder verantwoorde aanleiding, zonder rechtvaardiging. Wat is daarvan de voedingsbodem? De voedingsbodem van het kwaad is niet zozeer de kwaadaardigheid zelf, als wel de tamme stompzinnigheid. Daaraan hebben al die pestkoppen en toeschouwers zich bezondigd. Met Oscar Wilde kunnen we daardoor inderdaad alleen maar concluderen dat zulk een stompzinnigheid en dwaasheid moreel verwerpelijk zijn. There is no sin except stupidity, zei de Ierse dandy immers. Zo worden we ook weer herinnerd aan de morele betekenis van Immanuel Kants adagium: Habe Mut, dich deines eigenen Verstandes zu bedienen! Want wie zelf zijn verstand gebruikt of luistert naar de rede van zijn hart, zal misschien dat ene individu worden dat zijn stem verheft. Pesten is uiteraard geen banaliteit, hoe alledaags de pestkoppen ook mogen lijken. Het dreigt levens te verpesten. De man die jarenlang in Henegouwen getreiterd werd, hield er een spraakgebrek aan over. Een andere gepeste collega schieten nog altijd de ogen vol als hij erover vertellen moet. En tien jaar geleden pleegde een eenentwintigjarige postbode nog zelfmoord na aanhoudende pesterijen. Waar was toen dat individu dat zijn hart volgt en zijn verstand laat spreken? Zo iemand is elke dag nodig, altijd en overal, want steeds gaan de pesterijen door. Dat was toen zo, in 2000. En zo is het ook nu weer, in 2010. Dat ene individu dat neen zegt en opstaat en daarmee een kleine heldendaad stelt. Want net zoals het kwade is ook het goede soms een heel banale aangelegenheid van de allergrootste betekenis. Alicja Gescinska Alicja Gescinska Linksmailto:Alicja.Gescinska@UGent.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|