De verschillende godsdiensten in onze samenleving hebben de laatste jaren voor veel controverse gezorgd in de mediaberichtgeving. Wanneer we ze allemaal onder de loep nemen, komen we uit bij één gemeenschappelijke kenmerk, nl. de regels. En uiteindelijk hebben ze allemaal hetzelfde verhaal te bieden, straf en beloning als goede/slechte christen, moslim of jood. Men heeft als individu uiteraard het recht om te kiezen voor de vele dogma’s die een religie met zich meebrengt. Ik kan mij voorstellen dat vele mensen het geluk zoeken bij het opzeggen van een gebedje, door zelfstudie of door het blindelings volgen van de regels. Toch mogen we religie niet als vanzelfsprekend beschouwen en moeten we zorgen voor een platform om de regels in vraag te stellen. Blindelings vertrouwen in de mens is een zeer mooi gegeven. We hebben echter allemaal wel onze momenten waarop we de vriendschap van de ander in vraag stellen. En meestal krijgen we daar een antwoord op terug. Wat is religie? En hoe kunnen mensen een antwoord vinden als er een blindelings vertrouwen is in iets wat niet zichtbaar en tastbaar is? De regels zijn er om het de mensen makkelijk te maken in hun levenswijze. De ervaringsdeskundigen in de religie zijn zuinig met hun raadplegingen. Zodra er ook maar iemand een vraag stelt, wordt hem de mond gesnoerd door hem te wijzen op de regels in het boek. Zelfontplooiing is vaak ver te zoeken. Toch zijn er nog mensen die geloven dat er meer moet zijn dan alleen maar een predikant en het woord van God. Deze mensen zijn niet goedgelovig maar staan sceptisch tegenover het leven, tegenover religie en de maatschappij. In hoeverre zij vrij zijn in hun denken, hangt meestal af van hun omgeving. Is hun omgeving klaar voor een manier van denken die zonder invloed en zonder dogma’s kan functioneren? Is bekrompenheid eigen aan een religie? Is men klaar om de wereld te beschouwen als een geheel met zijn diversiteit en tal van religieuze stromingen? Wat maakt de één superieur en de ander ondergeschikt? Ver van ons en zonder stem zijn ze niet meer, de godsdiensten. Onze buren zijn moslims, sikhs of joden en geen haan die ernaar kraait. Of zo zou het moeten zijn. Het alevitisme is daarom een mooi voorbeeld van humanisme binnen een religieuze stroming. Vrijwel kenmerkend is dan ook meteen dat er zo goed als geen geschreven regels zijn in hun geloofsbelijdenis. Men zoekt naar de god in de mens in plaats van naar God buiten de mens. Veel alevieten hebben het soms moeilijk om hun eigen geloof uit te leggen aan buitenstaanders juist omdat er geen regels zijn. Sommigen onder hen beschouwen het als een filosofie, een levensweg, zonder gebonden te zijn aan een god. Sommigen onder hen willen uitblinken in hun geloof omdat de moslimbuurvrouw vijf keer per dag bidt. Sommigen zijn op zoek naar de waarheid van hun afkomst en spitten elk religieus boek uit totdat ze het opgeven. De waarheid is echter dat men niet moet zoeken naar een spirituele waarheid. Het individu is al een waarheid op zich. Toch zijn er verschillende vraagstukken die ook hier onbeantwoord blijven. De vrijheid van de mens zal enkel van toepassing zijn als hij zijn geloof of levensweg openlijk en zonder dogma’s zal kunnen beleven. Eeuwenlang zijn alevieten opgejaagd en uitgeroeid geweest door de zogezegde gelovige moslims omdat ze niet vijf keer per dag bidden en geen moskees bezoeken. Het feit dat bij alevieten de vrouw evenwaardig is aan de man, dat ze pleiten voor een scheiding tussen godsdienst en staat, en openstaan voor wetenschap en kennis, maakt het leven niet gemakkelijker voor hen in een islamstaat. Kijk maar naar de gebeurtenissen in de provincie Sivas in 1993. In de zomer van dat jaar werden er festiviteiten georganiseerd ter ere van de troubadour Pir Sultan Abdal, een bekende poëet, humanist en aleviet. De bekende schrijver Aziz Nesin was ook aanwezig, niet omdat hij een aleviet was, maar omdat hij een atheïst en humanist was. De fundamentalisten van Sivas waren niet opgezet met zijn aanwezigheid in hun heilige stad en wilden hem vermoorden. Vol woede en haat stormden ze na het vrijdaggebed naar het hotel waar al de gasten verbleven. Levend werden mensen verbrand in het hotel: jonge mensen, filosofen en bekende zangers. Aziz Nesin werd gered maar stierf in 1995 verteerd door schuldgevoelens. De alevieten zijn een volk apart onder de Turken, een minderheid met liberale visies over de maatschappij. Maar hoe liberaal kan men zijn als men niet eens de kans krijgt om zichzelf te ontplooien? We kunnen praten over opvoeding en onderwijs, over de wil en de bereidwilligheid van het individu, maar we kunnen het ook hebben over de individuele identiteit binnen een gemeenschap. Het behoud van die identiteit kan men naleven als men niet meer bang is om verstoten te worden door zijn omgeving. Men kan zich sterk opstellen door te leren over zijn afkomst en door vragen te stellen. Zelfstudie is een must in het zoeken naar een identiteit, kennis maakt een mens sterker en zelfzekerder. Maar als je in een omgeving verkeert die zich dagelijks onderwerpt aan regels, is het moeilijk om zich te vrijwaren van al die dogma’s. Conform gedrag of assimilatie en een verloedering van cultuur en eigenheid zijn niet vreemd in dergelijke gevallen. Jarenlang werd er in Turkije gepleit voor een afschaffing van de verplichte godsdienstlessen in de scholen. De alevieten meenden dat als ze toch die godsdienstlessen zouden krijgen, ze evengoed over hun humanisme zouden onderricht moeten worden. Een humanisme binnen een godsdienst dus, een ware clash tussen de godsdienstgeleerden van beide stromingen, de soennitische en de alevitische. Baanbrekend was het dan ook toen men op een gegeven moment niet langer verplicht was om deel te nemen aan de godsdienstlessen in Turkije. Vrijheid van religie kan verrijkend zijn voor het individu. Men kan over de verschillende religies lezen en leren en dan zijn eigen keuze maken, een soort van identiteit verwerven eigenlijk. Idem voor de identiteitskaarten in Turkije: de Turkse staat vermeldde op de pasjes de islam als godsdienstige overtuiging van elke inwoner van Turkije. De alevieten hebben uiteindelijk een rechtszaak aangespannen: sinds 2006 blijft het veldje waar de godsdienstvermelding zou moeten staan blanco. Het feminisme in Turkije is samen met Duygu Asena gestorven in 2006. Duygu Asena was een pionier in Turkije: haar boeken gingen over vrouwenemancipatie, de vrouw die studeert, die carrière maakt, de vrouw in een relatie, in een huwelijk en haar seksualiteit. Maar ze schreef ook over homoseksualiteit, ik denk niet dat er iemand anders was die eerder over dit onderwerp had geschreven in Turkije. Tijdens een bloemlezing op een universiteit in de provincie Tunceli vroeg een student aan haar of zij een aleviet was. De link kwam er omdat ze zo vrij van geest was en niemand veroordeelde omwille van zijn of haar levenswijze. Volgens haar moest men streven naar het eigen geluk, los van alle opgelegde regels, religieus of maatschappelijk. Haar antwoord was dat ze graag aleviet had willen zijn en dat ze de alevieten bewonderde omwille van hun emancipatie en honger naar kennis. Dit zijn exact dezelfde woorden die ik als student heb gelezen in een persoonlijke mail van haar naar mij gericht. Religie is spiritueel en is een privé-aangelegenheid. Waarom zou men zich alleen maar moeten beperken tot de godsdienst of tot een geloof? Wat de alevitische cultuur zo uniek maakt, is dat men de keuze heeft om te geloven of niet te geloven. Men hanteert een liberale manier van denken en pleit voor de vrijheid van het individu binnen een gemeenschap: niks moet, alles mag. Maar toch… Alhoewel de alevieten graag doorgaan als een geëmancipeerd volk, bestaat de mannelijke overheersing ook hier. De rolpatronen zijn hier evengoed zichtbaar. Onder druk van de gemeenschap slaagt men er niet in om de verschillende rolpatronen te overstijgen. Toch merk ik een vooruitgang en die kan ik alleen maar toejuichen en verder motiveren. Maar om eerlijk te zijn heb ik nog altijd niet de eerste alevitische homoseksueel of lesbienne ontmoet. De alevieten zijn trots op hun vooruitstrevende houding en zijn bereid tot zelfontplooiing. Maar toch is hier ook een soort van groepsdruk, een terughoudendheid aanwezig, een schrik om veroordeeld te worden. Een ander punt is de emancipatie van de alevitische vrouwen. Volgens de cultuur is de vrouw evenwaardig aan de man. En ja hoor: de meisjes studeren, halen hun rijbewijs, ze gaan uit en kleden zich modern. Maar er zijn genoeg alevitische gezinnen waar de mannelijk overheersing en de vrouwelijke onderdanigheid duidelijk aanwezig zijn. Ik nodig de alevitische vrouwen dan ook uit om in hun verenigingsleven meer activiteiten te organiseren waar ze verlost kunnen geraken van hun huisvrouwenmentaliteit. Een paar keer per jaar een barbecue en ontbijt organiseren en pochen met je kookkunsten draagt niet bij tot een individuele vorming. Klagen dat de kinderen niks weten over hun cultuur en dat men de soennieten benijdt zou misschien een eerste aanleiding moeten zijn om de werking en de activiteiten binnen een vereniging te herzien. Meermaals ben ik getuige geweest van een sterfgeval binnen een alevitische gezin: de vrouw sterft en binnen het jaar hertrouwt de man. Het omgekeerde, waar de weduwe hertrouwt, heb ik nooit meegemaakt. De geëmancipeerde alevieten zijn hier ook hypocriet. Hetzelfde geldt voor de maagdelijkheid: men juicht de jongen toe als hij met zijn eerste vriendin thuiskomt, men geeft hem schouderklopjes en spreken hem aan als jongeman. Het meisje moet nog altijd stiekem afspreken met haar vriendje. De eerste moeder die haar dochter naar een gynaecoloog begeleidt voor een voorschriftje van de pil, moet ik ook nog altijd tegenkomen. Toch zijn er ook positieve evoluties. Tien jaar geleden was het ondenkbaar dat een alevitische vrouw op haar eentje kon wonen. Anno 2010 genieten meer en meer vrouwen van hun economische onafhankelijkheid, bijvoorbeeld om een lening af te sluiten en alleen een eigen huis te kopen. Ze zijn niet meer gedoemd om netjes te wachten tot ze kunnen trouwen en zo het ouderlijke huis te verlaten. De meerderheid van de vrouwen is nu van mening dat je meer vrijheid kan verwerven door de eigen onafhankelijkheid af te dwingen. De vader is niet meer de persoon die de beslissingen neemt in het gezin en de moeder steunt meer en meer haar dochter omdat zij lessen heeft getrokken uit haar eigen beslissingen, al dan niet met goede gevolgen. Cultuurgebonden restricties zijn er, maar niets is voor eeuwig. Een mens evolueert op zijn manier, hij observeert en leert bij. Hij is niet gemaakt om op één punt te blijven staan. De generaties na ons zullen hopelijk meer de principes van het alevitisme opvolgen en het liberale, humanistische denken meer toepassen in het leven en aan hun kinderen bijbrengen. De vrijheid van het individu in de alevitische leer is een feit maar de toepassing ervan is dus helaas nog niet volledig zichtbaar. Het liberale denken, het laïcisme en de emancipatie die de verlichte denkers in Turkije nastreven, moeten nog overwaaien naar de alevieten die in het moderne westen leven. Toch koester ik hoop: zulke evoluties moeten in verschillende stadia gebeuren en onze ouders hebben evenzeer verschillende hindernissen moeten nemen om ons te vormen tot de personen die wij vandaag zijn. Een andere opmerkelijke eigenschap van de alevieten is dat ze als minderheid in Turkije hun rechten op een juridische en legale manier hebben afgedwongen, ondanks de jarenlange uitroeiingen en pesterijen. Geweld is geen optie voor hen. De beelden die in Sivas heersten, waren dan ook zorgwekkend: fundamentalistische vaders die hun kinderen op hun schouders droegen en hen toonden wat er zou gebeuren met afvalligen als ze de islamitische regels niet zouden volgen. Het kind werd op die leeftijd al getraumatiseerd door de geur van brandend vlees... Alevieten houden niet van demagogie en willen hun eigen weg vinden binnen een samenleving. In verschillende lyrische teksten van Pir Sultan Abdal gaat het dan ook over liefde, meer bepaald over de liefde voor en van de mens. Tot slot zou ik graag Open VLD willen oproepen om een duidelijk standpunt in te nemen inzake religieuze symbolen in overheidsinstanties. Zolang wij pleiten voor een scheiding tussen kerk en staat, kunnen we niet pleiten voor een absolute vrijheid van het dragen van religieuze symbolen in overheidsfuncties. Een genuanceerd beleid met duidelijke maatschappelijke richtlijnen kan de partij alleen maar ten goede komen. Hoe ver kunnen wij gaan in het laïcisme eigenlijk? De vrijheid van het individu kan hier uiteraard in het gedrang komen. Als check-in agente word ik elke dag geconfronteerd met verschillende nationaliteiten. Zelfs in een internationale omgeving als de luchthaven worden wij verplicht om ons zo neutraal mogelijk op te stellen. Waarom zou dat dan niet kunnen in een gemeentehuis of op een school? Pinar Akbas Pinar Akbas Linksmailto:pinar@skynet.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|