De invisible hand van Adam Smith behoort tot de geestelijke bagage van ieder ontwikkeld mens. Het is een metafoor die duidt op de mogelijkheid van samenwerking tussen mensen, zonder dwang via het marktmechanisme. Maar wat voor voorstelling moeten we ons precies maken van die onzichtbare hand? Smith zèlf heeft daar weinig over geschreven. Meer dan anderhalve eeuw nadat Adam Smith zijn opus magnum, An Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Na-tions, voltooide, heeft Leonard Read echter in deze lacune voorzien. Hij schreef Ik, Pot-lood, een opmerkelijke verhandeling over één van de eenvoudigste producten die we kennen. Het werd geschreven als antidotum ten gunste van de vrije markt in een periode dat het geloof in de superioriteit van overheidsplanning van de economie in opmars was. Zoals Milton Friedman opmerkte: ‘Niemand van de duizenden mensen die betrokken waren bij het produceren van het potlood deed dat omdat hij een potlood wilde hebben. Sommigen van hen hadden nog nooit een potlood gezien, en zouden niet eens weten waar zo’n ding voor diende. Iedereen zag zijn bijdrage als een manier om de goederen en diensten te verwerven die hij nodig had; goederen en diensten die wij op onze beurt weer produceerden om juist het potlood te krijgen dat wij wilden heb-ben. Telkens als we naar de winkel gaan om een potlood te kopen, ruilen we een klein beetje van ónze diensten voor de oneindig kleine hoeveelheid diensten die elk van al die duizenden personen bijdroeg aan de productie van het potlood.’ De auteur, Leonard E. Read (1898-1983), richtte in 1946 de Foundation for Economic Education (FEE) op en was tot zijn dood de president van deze stichting (zie ook: www.fee.org). Ik, Potlood is zijn beroemdste essay. Het verscheen voor het eerst in het nummer van The Freeman van december 1958.(1)1 Ik ben een potlood: een gewoon houten potlood, dat iedereen kent. Schrijven is zowel mijn roeping als mijn beroep. Het is alles wat ik doe. Je vraagt je misschien af waarom ik over mijn stamboom zou beginnen. Wel, allereerst omdat mijn achtergrond interessant is. En daarnaast ben ik een mirakel; een groter mirakel dan een boom of een zonsondergang, of zelfs een bliksemschicht. Maar helaas wordt mijn bestaan vanzelfsprekend gevonden door degenen die mij gebruiken, alsof ik maar een niemendalletje van laag allooi zou zijn. Deze hooghartige mentaliteit degradeert mij tot het niveau van het alledaagse. Dat is een misverstand dat de mensheid zich niet langer kan veroorloven zonder gevaar te lopen. Want, zoals de wijze G. K. Chesterton opmerkte, ‘we gaan ten onder vanwege het verlangen naar wonderen, niet vanwege het gebrek aan wonderen.’ Ook al lijk ik, Potlood, simpel, toch verdien ik respect – een stelling die ik zal proberen te bewijzen. In feite kun je, als je mij begrijpt – nee, dat is misschien te veel gevraagd – als je je bewust kunt worden van het wonder dat ik belichaam, dan kun je de vrijheid redden die de mensheid helaas bezig is te verliezen. Van mij kun je nog wat leren; meer dan van een auto, vliegtuig of afwasmachine. Waarom? Omdat ik ogenschijnlijk zo simpel ben. Simpel? En toch weet bijna niemand hoe ik word gemaakt. Dat klinkt ongelooflijk, nietwaar? Vooral als je beseft dat er ieder jaar ongeveer anderhalf miljard van mijn soort in Amerika worden geproduceerd. Neem me in je handen en bekijk mij. Wat zie je? Op het eerste gezicht niet zoveel: een beetje hout, een beetje lak, een gedrukt opschrift, de grafietstaaf, een beetje metaal en een gum. Ontelbare voorgangers Net zoals de meeste mensen niet ver komen met het onderzoek van hun eigen stamboom, is het onmogelijk voor mij om ál mijn voorgangers te achterhalen. Maar ik zal je er genoeg over vertellen om je een indruk te geven van de rijkdom en complexiteit van mijn achtergrond. Mijn stamboom begint met een boom: een ceder met rechte draad die groeit in Noord-Californië en Oregon. Stel je nu alle zagen en vrachtwagens en touwen en talloze andere gereedschappen voor die gebruikt worden bij het kappen van de bomen en het transport van het cederhout naar het spoorwegstation. Denk aan alle mensen en ontelbare soorten vakkennis die nodig waren voor de vervaardiging ervan: het delven van het erts, het maken van staal en het bewerken daarvan tot zagen, bijlen en motoren; het telen van hennep en alle benodigde bewerkingsfasen daarna om er dik en sterk touw van te maken; de hout-hakkerskampen met hun bedden en lunchruimtes, de keuken en het bereiden van al het voedsel. Dui-zenden mensen hebben bijgedragen aan iedere kop koffie die de houthakkers drinken! De houtblokken worden getransporteerd naar een houtmolen in San Leandro, Californië. Kun je je alle mensen voorstellen die de goederenwagens, rails en treinmotoren maken en die alle bijbehorende communicatiesystemen installeren? Deze legioenen behoren tot mijn voorgangers. Neem een kijkje in de houtzagerij. De blokken cederhout worden in kleine dunne latjes gesneden die minder dan een centimeter dik zijn. Deze worden geëest (2)2, en dan gekleurd om dezelfde reden dat vrouwen rouge op hun gezicht smeren. Mensen willen immers dat ik er mooi uitzie – niet bleekwit. De stokjes wor-den in de was gedoopt en opnieuw geëest. Hoeveel vaardigheden waren er niet nodig voor het maken van de verf en de eest, voor het produceren van de warmte, het licht en de elektriciteit die nodig is om de lopende-banden, de motoren en alle andere dingen die een zagerij nodig heeft aan te drijven? Schoonmakers in de zagerij zijn mijn voorgangers. Jazeker, en ook de mensen die het beton hebben gestort voor de dam van een waterkrachtcentrale van de Pacific Gas & Electric Company die de energie aan de zagerij levert! Vergeet ook niet de huidige en verre voorouders die hebben meege-holpen om zestig vrachtwagens vol met latjes door het hele land te vervoeren. Zodra we in de potloodfabriek zijn – 4.000.000 dollar aan machinerie en vastgoed, allemaal kapitaal dat is vergaard door mijn zuinige en spaarzame ouders – krijgt ieder latje machinaal acht groeven. En daarna legt een andere machine lood in elk tweede latje, brengt lijm aan en plaatst er een ander latje bovenop – een soort loden sandwich. Zeven broers en ik worden mechanisch uitgesneden uit deze houten sandwich. Mijn ‘lood’ zelf – dat trouwens helemaal geen lood bevat – is complex. Het grafiet wordt gewonnen in Ceylon. Denk aan die mijnwerkers, en aan hen die hun vele gereedschappen ma-ken, aan de producenten van de papieren zakken waarin het grafiet wordt verscheept, aan hen die de touwtjes maken om de zakken dicht te binden, degenen die ze op schepen laden, en de mensen die de schepen maken. Zelfs de bewakers van de vuurtorens langs de route hebben bijgedragen aan mijn geboorte – zo ook de havenloodsen. Het grafiet wordt gemengd met klei uit Mississippi waarin ammoniumhydroxide wordt gebruikt in het zuiveringsproces. Dan worden natmakende stoffen toegevoegd zoals met zwavel bewerkt kaarsvet – dierlijke vetten die chemisch zijn bewerkt met zwavelzuur. Nadat ze door talloze machines zijn gegaan, verschijnt het mengsel als een eindeloze rij persprofielen – als uit een worstenmaler – op de juiste maat gesneden, gedroogd, en gedurende enkele uren gebakken op 1.050 graden Celsius. Om de sterkte en gladheid te verbeteren, wordt het lood dan behandeld met een heet mengsel met daarin candelillawas uit Mexico, parafinewas, en gehydrogeneerde natuurlijk vetten.Mijn ceder ontvangt zes lagen lak. Ken jij alle ingrediënten van lak? Wie had gedacht dat de telers van ricinuszaden en de producenten van ricinusolie daarbij zijn betrokken? Zelfs de processen waarmee de lak wordt omge-zet in een mooie gele tint, vereisen de vaardigheden van meer personen dan men kan tellen! Bekijk het label. Dat is een laag die gevormd wordt door hitte toe te passen op koolstofpoeder gemengd met hars. Hoe maak je hars, en leg me eens uit wat is koolstofpoeder precies is. Mijn stukje metaal – de ring – is van messing. Denk aan alle personen die zink en koper delven en die de over de vaardigheden beschikken om glanzende messingplaten te maken uit deze natuurproducten. Die zwar-te stroken op mijn ring zijn van zwart koper. Wat is zwart koper er hoe wordt het gemaakt? Het complete verhaal waarom het midden van mijn ring geen zwarte nikkel heeft zou pagina’s vereisen om uit te leggen. Dan is er mijn mooiste aspect, het ‘gum’, het deel dat de mens gebruik om de fouten uit te wissen die men met mij maakt. Een ingrediënt genaamd ‘factice’ zorgt voor de gumwerking zorgt. Het is een rubberachtig product dat gemaakt wordt door koolzaadolie uit Indonesië te laten reageren met zwa-velchloride. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht wordt, is het rubber er alleen voor de bin-ding. Dan zijn er nog vele vulkaniserende en reactieversnellende stoffen. De puimsteen komt uit Ita-lië, en het pigment dat het ‘gum’ zijn kleur geeft is cadmiumsulfide. Niemand heeft het totaaloverzicht Zou iemand nu nog willen twijfelen aan mijn eerdere opmerking dat niemand ter wereld weet hoe ik gemaakt wordt? Eigenlijk hebben miljoenen mensen bijgedragen aan mijn totstandkoming, en geen van hen weet méér dan zelfs een klein aantal anderen. Nu zou je kunnen zeggen dat ik te ver ga wan-neer ik een koffieboon in Brazilië en voedseltelers ergens anders in mijn ontstaansgeschiedenis op-neem. Maar goed, ik blijf bij mijn standpunt. Er is niemand onder al deze miljoenen mensen, inclu-sief de directeur van de potloodfabriek, die meer dan een klein, ja zelfs minuscuul deel bezit van de kennis die nodig is voor mijn productie. Wat kennis betreft: het enige verschil tussen de grafietmijn-werker in Ceylon en de houthakker in Oregon betreft het soort kennis. Noch de mijnwerker noch de houthakker kan worden gemist, net zo min als de scheikundige in de fabriek en de arbeider in de oliewinning - aangezien paraffine een bijproduct van petroleum is. Het is ongelooflijk: noch de arbeider in het olieveld, noch de scheikundige, noch degenen die grafiet of klei leveren, noch de roergangers van de schepen of bestuurders van treinen of vrachtwagens, noch degene die de machine bedient die de ribbel in mijn stukje metaal aanbrengt, noch de directeur van de potloodfabriek verrichten hun arbeid omdat zij mij willen hebben. Elk van hen heeft minder behoefte aan mij dan bijvoorbeeld een kind op de lagere school. Sterker nog, er zullen sommigen in deze grote menigte zijn, die nog nooit een potlood hebben gezien, en al evenmin weten hoe ze zo’n ding moeten gebruiken. Hun motivatie is niet gelegen in mij als Potlood. Misschien werkt het onge-veer als volgt: elk van deze miljoenen weet dat hij een heel klein beetje kennis kan ruilen voor de goederen en de diensten die hij nodig heeft of wil hebben. Ik hoef daar niet noodzakelijkerwijs toe te behoren. Geen ‘Grote Planner’ Er is een feit dat nog ongelooflijker is: de afwezigheid van een grote planner, van iemand die met dwang deze ontelbare handelingen stuurt die aan mijn geboorte bijdragen. Geen spoor van zo’n per-soon kan worden gevonden. In plaats daarvan vinden we de werking van de onzichtbare hand. Dit is het mirakel waarnaar ik eerder verwees. Het wordt wel eens gezegd: ‘Alleen God kan een boom maken’. Wie kan het daar niet mee eens zijn? Is het niet omdat we beseffen dat we er zelf geen zouden kunnen maken? Kunnen we een boom zelfs maar omschrijven? Dat kunnen we niet, behalve in de meest oppervlakkige termen. We kunnen bijvoorbeeld zeggen dat een bepaalde moleculaire configuratie zich manifesteert als een boom. Maar bestaat er een planner onder de men-sen, die de voortdurende veranderingen die plaats vinden in het leven van een boom zou kunnen vastleggen, laat staan sturen? Zoiets is volkomen ondenkbaar! Ik, Potlood, ben een complexe combinatie van wonderen: een boom, zink, koper, grafiet, enzovoort. Maar aan deze wonderen uit de natuur is een nog ongelooflijker wonder toegevoegd: de interactie van creatieve menselijke energie – miljoenen van kleine stukjes kennis die natuurlijk en spontaan samenwerken in antwoord op menselijke verlangens en behoeftes en in de volledige afwezigheid van een menselijke grote planner! Aangezien alleen God een boom kan maken, houd ik vol dat alleen God mij zou kunnen maken. De mens kan net zo min deze miljoen stukjes kennis sturen om mij tot leven te wekken, als hij moleculen bij elkaar kan stoppen om een boom te maken. Het bovenstaande is wat ik bedoelde toen ik schreef: ‘als je je bewust kunt worden van het wonder dat ik belichaam, dan kun je de vrijheid redden die de mensheid helaas bezig is te verliezen.’ Want als je beseft dat deze beetjes kennis zich natuurlijkerwijs, ja zelfs automatisch, rangschikken in creatieve en productieve patronen, in antwoord op menselijke behoeftes en verlangens, in de afwezigheid van overheidsplanning of elke andere vorm van planning – dan zul je een absoluut essentieel ingredi-ent bezitten voor vrijheid: een vertrouwen in vrije mensen. Vrijheid is onmogelijk zonder dit vertrouwen. Zodra de overheid een monopolie heeft gekregen op een productieve activiteit, zoals het bezor-gen van post, gaan de meeste mensen geloven dat de post niet efficiënt geleverd zou kunnen worden door mensen die vrij handelen. De reden daarvoor is dat iedereen beseft dat hij zelf niet weet hoe hij alle dingen moet doen die nodig zijn voor het bezorgen van post. Hij beseft ook dat niemand anders dat weet. Deze veronderstellingen zijn juist. Geen enkel individu bezit genoeg kennis om alle post in een land te bezorgen, net zo min als één individu genoeg kennis bezit om een potlood te maken. Welnu, zonder vertrouwen in vrije mensen – zonder de wetenschap dat miljoenen kleine stukjes kennis zich op natuurlijke en wonder-baarlijke wijze samenklonteren om deze behoefte te vervullen – kan het individu niets anders doen dan de conclusie trekken dat de post alleen kan worden bezorgd door de ‘grote planning’ van de overheid. Bewijzen genoeg Als ik, Potlood, het enige voorwerp was dat zou kunnen aantonen wat mannen en vrouwen kunnen bereiken wanneer ze vrij zijn om gezamenlijk iets tot stand te brengen, dan zouden degenen met wei-nig vertrouwen misschien gelijk hebben. Er is echter een overvloed aan bewijs. Het bezorgen van post is ontzettend simpel vergeleken met bijvoorbeeld het maken van een auto of een rekenmachine of een maaidorser of een freesbank of honderdduizend andere dingen. Bezorging? Wel, op die gebie-den waar mensen vrij zijn geweest om hun eigen gang te gaan, bezorgen ze de menselijke stem in minder dan één seconde; ze bezorgen een gebeurtenis visueel en in beweging naar het huis van iede-re persoon op het moment dat de gebeurtenis plaatsvindt; ze bezorgen 150 passagiers van Seattle naar Baltimore in minder dan vier uur; ze bezorgen gas van Texas naar je eigen fornuis of kachel in New York voor ongelooflijk lage prijzen en zonder subsidies; ze bezorgen iedereen olie van de Per-zische Golf naar onze Oostkust - naar de andere kant van de wereld - voor minder geld dan de over-heid vraagt voor het afleveren van een brief naar de overkant van de straat! De les die ik wil overbrengen is deze: laat alle creatieve energieën ongehinderd hun werk doen! Sta simpelweg de samenleving toe om zich te organiseren in harmonie met deze les. Laat de overheid zo veel mogelijk hindernissen opruimen om die energie ruim baan te geven. Laat alle creatieve kennis vrij om zich te ontplooien. Vertrouw erop dat vrije mannen en vrouwen zullen sa-menwerken volgens de beginselen van de onzichtbare hand. Dit vertrouwen zal worden bevestigd. Ik, Potlood, hoe simpel ik ook ben, bied het wonder van mijn eigen bestaan aan als bewijs dat dit vertrouwen gerechtvaardigd is.
Leonard E. Read Leonard E. Read Linksmailto:egbert@liberales.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|