De nieuwe spelregels van de politiek

essay vrijdag 30 september 2011

Mark Rutte

In wezen zijn we in Nederland na de laatste verkiezingen de politieke spelregels opnieuw aan het uitvinden. Dat betekent dat er voor alle partijen meer ruimte is gekomen om hun ideeŽn in beleid om te zetten, ook voor de kleine partijen. Want begrijp me goed: het zoeken naar wisselende meerderheden is meer dan een rekensommetje. Het betekent dat iedereen - dus kabinet, coalitiepartijen ťn oppositie - bereid moet zijn te luisteren en over de eigen schaduw heen te springen. Dat moet iedereen die de parlementaire democratie een warm hart toedraagt toch tevreden stemmen.

En Nederland is hierin niet uniek. Ook in veel andere landen is de tijd voorbij dat een paar grote partijen op bijna gegarandeerde electorale steun konden rekenen. Vaste achterbannen behoren steeds meer tot het verleden en verkiezingen worden momentopnamen. Daarnaast betreden ook in andere landen nieuwe partijen het podium en kloppen meer partijen aan de poorten van de macht. Het bekende voorbeeld is Denemarken, dat Nederland voorging met een minderheidsregering en een gedoogconstructie. Maar ook in Zweden en SloveniŽ kennen ze op dit moment een minderheidsconstructie. En in het verleden ook in andere Scandinavische landen en in IJsland, TsjechiŽ en Portugal. Ik wijs ook op de situatie bij onze buren in Groot-BrittanniŽ, waar voor het eerst sinds mensenheugenis een coalitieregering in het zadel zit. Dat is in de Britse verhoudingen even revolutionair als de gedoogconstructie in de Nederlandse.

De vraag is: hoe bedoordelen we dit? Als een complicerende factor die de stabiliteit van ons politieke systeem bedreigt? Als een ontwikkeling die knaagt aan de regeerbaarheid van landen? Zo'n bezorgde reactie ligt voor de hand. En in Nederland hebben we die reactie vorig jaar ook gezien. Natuurlijk worden zaken ingewikkelder als er veel partijen met veel verschillende standpunten en belangen aan tafel zitten. Maar als je er door een Popperiaanse bril naar kijkt, zie je iets heel anders. Dan zie je dat het systeem van checks and balances er sterker door wordt. Dat politici zich meer moeten openstellen voor kritiek en zelf ook meer en beter beargumenteerde kritiek moeten geven. Dat zij dichter bij de samenleving moeten staan, om te snappen wat er echt leeft. Dat we in een tijd leven waarin het open debat in de politiek ertoe doet. Kortom: dan zie je een democratie die - hoewel niet perfect - dynamisch blijft. Een democratie die werkt volgens het Popperiaanse principe dat kritiek en de bereidheid om daarvan te leren, tot resultaten en vooruitgang leidt.

En in alle openheid: ik realiseer me heel goed dat ik deze opmerkingen maak tegen de achtergrond van de moeilijke kabinetsformatie die BelgiŽ momenteel meemaakt. Maar u begrijpt hopelijk dat ik die casuÔstiek even laat voor wat zij is. Het gaat mij om de trend dat de onvoorspelbaarheid van onze democratische verhoudingen toeneemt. En dat we die onzekerheid, met Popper in de hand, ook positief kunnen duiden.

De rol van de overheid

Deze nieuwe, meer open verhoudingen passen bij nog een andere ontwikkeling, namelijk dat het geloof in de almachtige overheid wankelt. Het kritiekloze maakbaarheidsdenken uit de jaren '70 is en wordt zelfs door de aanhangers van weleer teruggesnoeid naar meer realistische proporties. Dat proces is al langer aan de gang. Het is interessant om te zien hoe in de afgelopen jaren het etiket 'liberaal' ook door andere partijen dan de klassiek-liberale wordt geclaimd, vooral in de progressieve hoek. Laten we dat - met alle verschillen van mening die er zijn - toejuichen, want het betekent dat de liberale visie op de rol van de overheid en de vrijheid van het individu terrein wint. In die visie is een kleine overheid geen doel, maar een middel. Een grote overheid werkt als een verstikkende moltondeken, die mensen de adem ontneemt en initiatief doodslaat. Een kleine overheid heeft een voorwaardenscheppende rol en stelt mensen in staat iets van hun leven te maken. Een kleine overheid organiseert daarom alleen wat mensen niet of maar heel moeilijk zelf tot stand kunnen brengen. Goed onderwijs - want kennis is vrijheid, zegt ook Popper. Maar ook: zorgen voor een veilige samenleving, een goed zorgstelsel en - voor de mensen die het echt niet zonder redden - een solide stelsel van sociale voorzieningen als maatschappelijk vangnet. Of beter: als trampoline naar zelfstandigheid. De vrije markteconomie met de overheid als marktmeester in een toezichthoudende rol is hiervan een logische afgeleide.

En dat geldt uiteraard niet alleen voor Nederland of BelgiŽ, maar ook voor de Europese Unie. Zoals De open samenleving en haar vijanden een typisch product is van rond de Tweede Wereldoorlog, zo is de Europese Unie dat feitelijk ook. De Europese Unie begon als - en was lange tijd - een 'Groot Verhaal'. Een verhaal over duurzame vrede in een werelddeel dat in de eerste helft van de twintigste eeuw de bakermat was voor de twee meest vernietigende oorlogen ooit. Dat nooit meer, was de gedachte na 1945. En zo werd 'Europa' voor de oorlogsgeneratie en hun kinderen 'Nie wieder Krieg.' De economische samenwerking rond kolen en staal en later het pad naar die ene interne markt waren daaraan instrumenteel.

Europese elite

Terugkijkend kunnen we vaststellen dat de ontwikkeling van de Europese Unie zich goeddeels volgens het verstandige Popperiaanse model heeft voltrokken. Dat wil zeggen: in kleine stappen. Zo werd over de interne markt al vanaf het prilste begin gesproken, maar duurde het bijna een halve eeuw voor de afspraken uit het verdrag van Schengen realiteit werden. Toch heeft Europa in het recente verleden ook wel eens een hogere versnelling gekozen. Een goed voorbeeld is de snelle uitbreiding van het aantal lidstaten na de val van de muur in 1989. Dat gebeurde om begrijpelijke en historisch juiste redenen waar ik helemaal niets aan afdoe. Maar het heeft onmiskenbaar ook voor een vorm van vervreemding en ontevredenheid gezorgd. In Nederland klonken die gevoelens - u herinnert zich dat - in 2005 heel duidelijk door in het stevige 'nee' tegen de Europese Grondwet die toen voorlag.

Want wat is er in die dagen achteraf gezien eigenlijk gebeurd? Europa was blijkbaar teveel op afstand komen staan van het dagelijks leven van in de inwoners van de EU. Mensen keken naar Brussel en wat zagen zij? Een kleine elite van ingewijden die - met de beste bedoelingen - dacht te weten wat goed was voor het collectief. Er was de perceptie van leiderschap dat met de rug naar het individu stond. En dan was er ook nog het argument van de bijna historische onvermijdelijkheid van deze volgende symbolische stap op weg naar Europese eenheid. Hoe vaak hebben we het niet gehoord: zonder grondwet zou het licht uitgaan in Europa. En toen... toen was er verzet. En niet alleen in Nederland. Verzet dat zich uitte in ontevredenheid en vervreemding. In een gesloten en anti-Europees 'vroeger-was-alles-beter-geluid', dat we sindsdien in verschillende toonhoogtes op verschillende plekken zijn blijven horen. Precies zoals Popper dat in wezen voorspelt: geef mensen het idee dat hun individuele mening of keuze er nauwelijks toe doet en zij zullen zich terugtrekken in hun eigen domein. Mijn pleidooi voor een meer bescheiden en realistisch Europa is er daarom op gericht Europa weer relevant te maken voor het individu.

Door voortdurend zichtbaar te maken wat Europese samenwerking concreet oplevert in termen van welvaart en bestaanszekerheid. Dat doen we niet door Europese samenwerking als een verheven ideaal voor te stellen en we bereiken het evenmin met eurocynisme en een antihouding. Realisme, pragmatisme en de gulden middenweg zijn ook hier het beste. Want een geloofwaardig Europa is een Europa dat stap voor stap en zichtbaar vooruitgang boekt door te leren van fouten. Zoals we nu moeten leren van de fouten die gemaakt zijn in de aanloop naar en de beginjaren van de euro, zeg ik met een blik op de actualiteit. Ook in Europa moet gelden: afspraak is afspraak.


De auteur is Minister-president van Nederland. Dit is een ingekorte versie van de Vijfde Popperlezing die Mark Rutte uitsprak op 27 september 2011 in Antwerpen.


Mark Rutte

Links
mailto:info@liberales.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be