We kunnen er niet om heen: België kent een gigantisch middenveld. Eén belangrijk aspect daarvan omarmt het jeugdwerk. We denken dan meteen aan allerhande jeugdverenigingen zoals Scouts en Gidsen, Chiro, KSA, VKSJ, KLJ, KAJ,etc. Ook denken we aan jeugdhuizen, speelpleinwerking (vakanties), roefel, kindergemeenteraad, en zo meer. Volgens het decreet van 9 juni 1993 (lokale jeugdwerkbeleid) luidt een definitie van ‘Jeugdwerk’: “groepsgerichte, sociaal-culturele initiatieven met de jeugd in de vrije tijd, onder educatieve begeleiding en georganiseerd door hetzij particuliere jeugdverenigingen, hetzij door lokale openbare besturen.” Het gaat hier met andere woorden over vrijwilligers die een maatschappelijke meerwaarde bieden aan kinderen in hun vrije tijd. Deze definitie wordt algemeen gehanteerd. Premier Guy Verhofstadt pleit in z’n vierde burgermanifest voor ‘de weerbare mens’, hierbij verwijst hij naar liberale denkers als John Rawls, Amartya Sen en Martha Nussbaum. Elk individu verdient een basispakket aan kansen om zo vrij keuzes te maken in z’n leven. En net daar vindt het jeugdwerk de ideale aansluiting met liberalisme. School en gezin zijn cruciaal en bieden het opgroeiend referentiekader voor het kleine individu. Maar buiten deze twee werelden schuilt nog een heel andere realiteit. Deze van de vrijwillige groep, waar kinderen heel wat andere vaardigheden meekrijgen dan deze op school of in het gezin. Vandaar dient men jeugdwerk te zien als een derde aanvullende peiler naar empowerment. Algemeen wordt vaker aangenomen dat jeugdwerk nog andere voordelen biedt zoals een dam tegen zinloos geweld, tegen vereenzaming van de maatschappij en leerschool voor diversiteit. Wat vertelt de werkelijkheid eigenlijk? Welnu, het jeugdverenigingsleven beleeft nog steeds een opmars en was nog nooit zo populair. De grootste; met name Chiro telt 96.000 leden. Scouts en gidsen Vlaanderen zijn dan weer goed voor 73.000 leden. KSJ-KSA-VKSJ hebben 34.000 leden in hun rangen. Dit en nog vele andere kleinere verenigingen houden bijna wekelijks een activiteit. Daarnaast is er jeugdwerk die zich spitst naar andere jeugd, zoals de lokale jeugdhuizen en de speelpleinwerking. Naar schatting ¾ van de kinderen wordt bereikt door jeugdwerk. Toch kent jeugdwerk nog een aantal uitdagingen. Zo blijkt dat diversiteit in jeugdwerk nog steeds een hard werkpunt is. Alsook krijgt een aantal jongeren steevast moeilijker aansluiting bij het jeugdwerk. Dit zijn ook vaker jongeren uit kansarme gezinnen. Als humaan liberaal moeten we dus ook oog hebben voor deze problematiek. Het belang van jeugdwerk op maatschappelijk vlak is groot. Ondersteuning hiervan is dus een must. Een concrete liberale invulling is vaak stof tot discussie. Want onduidelijke subsidiereglementen en ondersteuningsmaatregelen zijn gebrekkig transparant en maakt stellingname en visie onmogelijk. Een eerste luik van ondersteuning en eveneens liberaal strijdpunt is de volgende: vereenvoudiging van de gehele soep. Eenvoud maakt macht. Dit principe van Kafka kan heel wat orde in chaos brengen voor zowel beleidsmakers als burgers, in deze jeugdwerk. Want welke jongere ziet nu nog de bomen door het bos? Jeugdwerk met bijvoorbeeld een zwakkere koepelorganisatie zou op deze manier meer kansen kunnen krijgen op subsidie omwille van de performantie. Een tweede vraag luidt: Is subsidie wel noodzakelijk? Gelet op mogelijke concurrentievervalsing. Of mogelijke ondersteuning van lege dozen. Deze wegen niet op tegen de draagkracht van deze derde aanvullende peiler naar empowerment. Het principe van gelijke startkansen – we praten over kinderen - voor iedereen kunnen we niet verloochenen. Om geen lege dozen te subsidiëren is een minimale vereiste van kwaliteit in jeugdwerk heel belangrijk. Enkel van overheidswege erkende verenigingen kan men daarom steunen. Bovendien dient de subsidieregeling performant te zijn en aan enkele basiscriteria te voldoen voor kwaliteitsvol jeugdwerk. Deze criteria zijn bijvoorbeeld de ervaring van de vrijwillige leiding van het jeugdwerk, de scholing van leiding (kadervorming) en de infrastructuur. Een goed liberaal evenwicht tussen duidelijkheid, vrijheid en kwaliteit is hier zeker mogelijk en vormt onderwerp voor diepere discussie. Een derde strijdpunt en aspect behandelt dan weer de bescherming van de rechten en vrijheden van de vrijwilliger. Zo dreigde in 2006 het vrijwilligersstatuut een domper te worden op bepaalde noodzakelijke flexibiliteit binnen het jeugdwerk. Of hoe zogenaamde eisen tot verbeterde organisatie kan leiden tot uitval van bepaalde structuren. Ten slotte zou het een pertinente leugen zijn om een ‘nieuw lijkende’ affectie van de liberale strekking voor het jeugdwerk af te schilderen als een pure electorale keuze. Anders dan waar andere strekkingen vanuit historische basis aansluiting vinden tot het verenigingsleven en het jeugdwerk in het bijzonder, is de affectie vanwege het progressief liberalisme ideologisch onderbouwd. Als ik zeg ‘nieuw lijkend’ dan is dit met oog op delen van de publieke opinie. Liberale denkers weten wel beter. Het liberalisme is de strekking die vele mensen binnen het jeugdwerk heden ten dage onbewust meedragen. In de praktijk zijn die jeugdwerkers immers die mensen die maatschappijvisie hebben om op een progressieve manier, met rechten én plichten hun leefwereld vorm geven. Zij worden wekelijks met uitdagingen geconfronteerd die het individu in de groep naar waarde meten. In concreto dienen zij keuzes te maken die de vrijheid van elk kind waarborgen. In mijn overtuiging zijn de waarden en de ideologische basis van het liberalisme in zovele facetten van het leven ingebed dat liberalisme op vele vraagstukken een afdoende antwoord biedt. Samen met de overtuiging dat het ook de meest performante ideologie is, is het een absolute must het vraagstuk van ‘een liberale reflectie op het ‘jeugdwerk’’ te maken. Eureka: blijkt dat deze hand in hand gaan. Ik wil daarom de liberale strekking oproepen tot een duidelijke stelling name ten aanzien van het jeugdwerk. Weet en zegge voort dat deze maatschappelijk heel relevante groep jongeren een liberaal idee niet hoeven te schuwen, integendeel ze dienen liberalisme te omarmen.
Bert Schelfhout Bert Schelfhout Linksmailto:egbert@liberales.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|